Hieronder een snelzoeker voor deze pagina:

Concert geweigerd om conflict

    Rel om busvervoer in 's-Gravenande 1926    De wonderlijke werking van ploffers


Marktplein in ’s-Gravenzande     Noors Schip strandt in hevige storm bij Vluchtenbug

Oud vissersbootje opgegraven
    Curriculum vitae van de stationschef der W. S. M. Dhr.  A. den Ouden.
.

 

 

Concert geweigerd om conflict.

Door: Aad van Holstein
Uit: AD Haagsche Courant, Westland Dichtbij 3 augustus 2006

Direct na de Tweede Wereldoorlog pakken de Westlanders de draad weer op. Ook de plaatselijke muziekverenigingen laten weer van zich horen. Letterlijk en figuurlijk, want een van de eerste muziek concoursen in Naaldwijk in 1946 zorgt al direct voor een conflict tussen de organiserende vereniging en een van de deelnemende korpsen.

De eersten, die vlak na de oorlog in het Westland met veel fanfare de straat opgaan zijn de muzikanten, leden van de plaatselijke muziekkorpsen. Er Worden ook al gauw weer concerten gegeven in muziektenten, ook al ontbreken nog vaak de in de oorlog ’verdwenen’ uniformen. Ook Worden er - om het peil te verbeteren - meteen al concoursen georganiseerd, zoals in Naaldwijk op 12 juli 1946 door de R.K. Harmonie Sint Adrianus.

Als velen zich tijdens dit overigens goed verlopen concours rondom het podium scharen, waar volgens het programma gespeeld moet Worden door de Naaldwijkse muziekvereniging Crescendo, blijkt tot ieders verbazing dat het ’s-Gravenzandse Kunst en Strijd heeft plaatsgenomen.

Is er een fout gemaakt?
Nee, er is iets anders aan de hand. Crescendo weigert op te treden, omdat het bestuur meent tekort te zijn gedaan door de jury. Het korps dacht namelijk in aanmerking te zijn gekomen voor een eerste prijs, maar het kreeg slechts de tweede prijs. Enkele leden komen daartegen in het geweer en zijn van mening dat met de puntenlijst is geknoeid. Een jurylid zou tijdens het spelen van Crescendo een toegekende 7 alsnog in een 6 hebben veranderd, maar een 7 weer in een 8, zodat het aantal punten weliswaar gelijk bleef, maar het resultaat toch in een tweede prijs uitmondde. De puntenlijst is daarna officieel goedgekeurd en dus van kracht.

Maar omdat het bestuur van Crescendo het desondanks niet met de gang van zaken eens is, weigert het de leden toestemming te geven om te concerteren. Kunst en Strijd speelt en het programma van het concours wordt gewoon afgewerkt. Om het vervelende conflict tussen St.-Adrianus en Crescendo toch in der minne te schikken wordt op zaterdagavond 20 juli in hotel Torenburg een conferentie belegd. Het Crescendobestuur geeft daar wel toe dat het concert eigenlijk had moeten doorgaan, maar is niet bereid een beledigende brief aan het bestuur van St.Adrianus in te trekken. Adrianus voorzitter D. Th. van Dijk - die veel functies in Naaldwijk vervult - probeert de gemoederen nog te sussen, maar dat lukt hem niet. ,,Er zijn veranderingen aangebracht, maar ze hebben niets te maken met fraude of iets dergelijks,” zegt hij. De leden van de huidige Naaldwijkse muziekvereniging Fusica zullen nu, zestig jaar later, smakelijk om dit incident kunnen lachen, want dat zij al weer jaren samen spelen is het resultaat van een fusie tussen Crescendo (C) en Adrianus (A).

 
Na de oorlog marcheerde de harmonie St. Adrianus nog zonder uniform door Naaldwijk.
Hier over het Wilheiminaplein met als dirigent W. Grebel.

FOTO MARCEL VAN DER VLUGT

horizontal rule

 

 


uit:

Rel om busvervoer in s-Gravenzande 1926.

Uit: Het Hele Westland 8 juni 2006
door: Martinus Duiventoren

Tachtig jaar geleden, in 1926 is het rumoerig in het anders zo rustige ’s-Gravenzande. Geen wonder, want een particuliere busonderneming die onder de naam Coöperatie de verbinding met Den Haag onderhoudt wordt uit Den Haag geweerd. In de Spaansche Vloot in de Langestraat wordt een belangrijke vergadering gehouden.

De oorzaak van de hele kwestie is, dat de Westlandsche Stoomtramweg Maatschappij voor wat het vervoer naar Den Haag betreft een monopolypositie heeft verworven. De gemeente Den Haag wil duidelijk af van ‘allerlei wildgroei’ die op het gebied van openbaar vervoer met autobussen is ontstaan. Maar de meeste Westlanders vinden dat de streek in het geheel niet gebaat is bij een dergelijk monopolie. Dat heeft het verleden volgens hen bewezen.

De Westlandsche Courant schrijft zelfs dat “de groote kwestie is, dat de Westlandsche Stoomtram hier nooit iets voor het publiek heeft willen doen. Toen de WSM het monopolie had (dus voor er concurrentie kwam van kleine busondernemingen, MD.) kon er letterlijk niets, waardoor er een geest van verbittering tegen de Westlandsche is gekomen."

Begin mei 1926 meldt de Haagsche Courant dat zich in de avonduren herhaaldelijk groepjes mensen op het Marktplein in ’s-Gravenzande vormen om te bepraten wat te doen tegen het feit, dat de bussen van de Coöperatie weer worden gedwarsboomd. Het gaat om een van die particuliere ondernemingen die een concurrerende busdienst tussen ’s-Gravenzande en Den Haag onderhoudt. De onderneming is opgericht door G. J. Duyneveld met het idee “dat er in de wereld nu eenmaal concurrentie moet bestaan”. De kantonrechter lijkt dat aanvankelijk met hem eens te zijn als de gemeente Den Haag een rechtszaak tegen hem aanspant. Maar hij wordt niet vrijgesproken omdat hij zo’n groot gelijk lijkt te hebben, maar omdat zijn bussen - waarin hij uitsluitend leden van zijn Coöperatie vervoert - niet beschouwd kunnen worden als middel van openbaar vervoer.

Daar reageert Den Haag weer op door een verordening in het leven te roepen, waarmee de bussen van de Coöperatie wel degelijk als openbaar vervoer worden aangemerkt. Gedeputeerde Staten weigeren daarna dit besluit weer te vernietigen. Daar volgt weer een verzoekschrift op aan de Koningin. Sommige ‘s-Gravenzanders kunnen dan niet meer wachten op haar antwoord en beginnen eigen rechtertje te spelen.

Zij gaan daarbij zelfs zover, dat zij de banden van enkele bussen van de WSM laten leeglopen en ruiten van autobussen vernielen, waarop op een avond om tien uur zelfs manschappen van de marechaussee uit Loosduinen per stoomtram naar 's-Gravenzande worden gedirigeerd om orde op zaken te stellen. Zelfs van die tram worden door woedende ‘s-Gravenzanders enkele ruiten vernield. Ze geven ermee uiting aan hun verbittering over de maatregelen die het Haagse gemeentebestuur heeft genomen tegen de concurrerende busdienst. De leden van de Coöperatie kunnen daardoor niet meer een dubbeltje goedkoper en vaak tien minuten korter met een eigen bus worden vervoerd. Ze mogen immers met ingang van 1 mei 1926 helemaal met meer in Den Haag komen. Dat verbod geldt overigens niet alleen voor de Coöperatie, maar ook voor enkele andere  particuliere busondernemingen, zoals Van Ommeren die een lijndienst tussen Monster en Den Haag verzorgt.

“Die krijgt nooit een standplaats in Den Haag, want ik heb het monopolie gegeven aan de WSM”, dreigt burgemeester Patijn van Den Haag die daarna duidelijk laat merken, dat hij de baas is, want op 4 mei wordt een chauffeur van Van Ommeren ter plekke bekeurd, omdat hij aan de Lijnbaan een standplaats heeft ingenomen. Zelfs wordt passagiers die in willen stappen de toegang tot de bus ontzegd. Een dag later wordt een andere chauffeur tussen twee agenten meegenomen naar het bureau. Een reserve chauffeur is echter daarna toch met de bus weggereden.

Dat men kinderachtige maatregelen niet schuwt, blijkt uit een verleende ontheffing van de verordening. Van Ommeren mag daarmee alleen via een door de gemeente Den Haag vastgestelde route rijden. Die voert van Monster naar Den Haag, maar clan wel via de Leiweg en Rijswijk, waarbij een brug moet worden gepasseerd, die echter gesloten is voor vrachtwagens met een gewicht van 2000 kilogram! Later mag toch bij de gratie Gods over de Lozerlaan worden gereden, maar een dergelijke rit levert Van Ommeren geen geld op.

In hotel de Spaansche Vloot aan de Langestraat wordt door een voorlopig samengesteld comité een protestvergadering tegen dit alles belegd. Het wordt immers in het belang van het hele Westland gevonden dat er naast de WSM plaats blijft voor particuliere ondernemingen. Voor een gezonde concurrentie. De Coöperatie besluit in deze vergadering, die bezocht wordt door tal van sympathisanten, nieuwe bussen aan te schaffen en een lijn te openen van ‘s-Gravenzande naar Voorburg. Daarbij wordt vanzelf de Lijnbaan gepasseerd zodat een vaste standplaats daar niet meer nodig is.

Onder luid applaus wordt besloten een telegram aan de koningin te zenden, waarin haar verzocht wordt een vrij concurrerend autobusverkeer in het Westland te willen bevorderen, Burgemeester mr. J. Brunt van ‘s-Gravenzande, die heel anders over het openbaar vervoer denkt dan zijn Haagse collega, beschouwt het op deze manier onderdrukken van de concurrentie als iets middeleeuws. “lk ben volstrekt niet buitengewoon vooruitstrevend", laat hij weten. "Maar dit standpunt van Den Haag is toch wel wat al te conservatief.“


Hotel Restaurant De Spaansche Vloot

 

 


's-Gravenzande De Vaart met losplaats ca. 1905, ontvangen van Riana Luiks uit Utrecht.


Deze ansicht ontvingen we van Riana Luiks uit Utrecht op 12 december 2005.


ontvangen van Hans Rebers 15-11-2006  ontvangen van Hans Rebers 15-11-2006
Bovenstaande ansichten ontvangen van Hans Rebers 15-11-2006
 

horizontal rule


's-Gravenzande anno 1793


Na het jaar 1000 vormden zich in de monding van de Maas, door een samenspel van zee, rivier en wind, zandbanken. Hierop ontstonden duinen met daarachter hoge onbedijkte gronden. Dit gebied, ten noorden van het huidige 's-Gravenzande, wordt in de oudst bekende stukken vermeld als ‘‘Zande’’.
De graven uit het Hollandse huis hielden zich hier in de eerste helft van de 13e eeuw geregeld met bedijkingswerk bezig. Dat de naam van het dorp Zande veranderde in 's-Gravenzande wijst erop dat de graven van Holland hier van grote betekenis zijn geweest.

Rond 1230 verbleven Floris IV en zijn echtgenote Machteld van Brabant vaak op hun grafelijk hof in 's-Gravenzande. Funderingsresten van dit hof zijn teruggevonden langs de huidige Nieuwe Vaart.
Na de dood van Floris bewoonde Machteld dit hof permanent tot aan haar overlijden in 1267.

Rond 1242 bedijkten zij en haar zoon graaf Willem II nieuw land. Waarschijnlijk ging het hier om de aanleg van de Maasdijk. Hierdoor werd een groot gedeelte van het grondgebied tegen overstromingen beschermd.

Op aandringen van gravin Machteld verleende haar zoon, graaf Willem II, in 1246 aan 's-Gravenzande het stadsrecht. Gravin Machteld liet hier een kerk bouwen, die gewijd werd aan de Heilige Elisabeth van Thüüringen. Vlak voor Machtelds dood schonk zij de kerk een Madonnabeeld, dat nog aan deze heilige toebehoord had. Het verhaal ging dat dit Madonnabeeld grote wonderen kon verrichten. 's-Gravenzande groeide hierdoor uit tot een belangrijke bedevaartplaats. De kerk verkreeg veel inkomsten, zodat in de loop van de 14e eeuw een grotere kerk gebouwd kon worden: een drie schepige hallenkerk met een toren van ongeveer 85 meter hoog. Nadat deze kerk in het begin van de 19e eeuw was ingestort, is op deze plaats de huidige Dorpskerk gebouwd.

Op de plek waar nu het oude veilingterrein ligt, stonden in de middeleeuwen een begijnhof en een klooster. Het begijnhof is vóór het jaar 1255 gesticht door gravin Machteld en was waarschijnlijk het oudste begijnhof in de noordelijke Nederlanden. In de 18e eeuw is op het terrein van het voormalige begijnhof door de familie Van Vredenburch de buitenplaats Vreeburch gebouwd.
Reguliere Kanunniken stichtten in 1427 een klooster in 's-Gravenzande.

Aan het Marktplein stond de herberg "De Borsboom", later "De Spaansche Vloot" geheten. De oudste vermelding van deze herberg stamt uit 1543. Omstreeks 1690 brandde het gebouw geheel af en werd de herberg herbouwd tot haar huidige vorm.

In de 17e en 18e eeuw kochten rijke handelaren, magistraten en reders uit de Hollandse steden op het platteland een buiten. Zij bouwden kapitale villa’’s en legden barokke tuinen en fraaie parken aan. In 's-Gravenzande zijn zo’’n twaalf van deze buitenplaatsen geweest.

De tuinbouw heeft in de geschiedenis van 's-Gravenzande een belangrijke rol gespeeld. Het grafelijk hof, het begijnhof en het klooster hebben in deze plaats stimulerend gewerkt op de teelt van landbouwgewassen.

In de 14e eeuw was al sprake van export van knoflook, kool en uien vanuit deze streek naar Engeland. De intensieve tuinbouw kwam echter pas na 1800 tot ontwikkeling.
In 1914 werd Hoek van Holland afgescheiden van 's-Gravenzande en aan het grondgebied van Rotterdam toegevoegd. In de Tweede Wereldoorlog waren er nauwelijks directe oorlogshandelingen in 's-Gravenzande. Door de ligging vlakbij de toegang tot de havens van Rotterdam heeft de bezetter zich hier wel genesteld. Ruim 400 woningen werden afgebroken om schootsveld te verkrijgen.

Na de oorlog werd snel een begin gemaakt met de wederopbouw van de gemeente.

Meer informatie over de geschiedenis van 's-Gravenzande vindt u in de volgende boeken:
* 's-Gravenzande in verleden en heden
* 's-Gravenzande door de eeuwen heen; grepen uit 750 jaar stadsgeschiedenis
* Stad binnen de Vesting ('s-Gravenzande en haar bevolking in de Tweede Wereldoorlog).

's-Gravenzande is een kustgemeente met een breed, drie kilometer lang Noordzeestrand.
Behalve aan het strand is het ook goed vertoeven in het fraaie Staelduinse Bos. Dit typisch duinbos, waarin u vrijwel alle in Nederland voorkomende bomen aantreft, ligt op het grondgebied van 's-Gravenzande. Midden in het bos ligt het informatiecentrum "d' Oude Koestal". Daarnaast is er ook binnen de bebouwde kom veel aandacht voor groenvoorzieningen.
Na de oorlog is het inwonertal van 's-Gravenzande sterk toegenomen. Dit aantal bedroeg in 1945 7.200, in 1965 was het 11.000 en in 2000 ruim 19.000.
Momenteel worden er woningen gebouwd of zijn er plannen in ontwikkeling op de locaties Vreeburgh-Oost en Vreeburgh-West.

Met de toename van het aantal woningen en inwoners is ook het voorzieningenniveau toegenomen.
Voor sportactiviteiten kan gebruik worden gemaakt van het Julianasportpark (voetbal, korfbal en tennis), de Westlandhal en een tennishal met squashbanen. Naast het in 1996 geopende zwem- en sportbad Maesemunde is in 1998 een multifunctioneel centrum gereed gekomen, waarvan diverse verenigingen en instellingen gebruik maken.

Ook het centrum van 's-Gravenzande is in de loop van de jaren veranderd. Door de regelmatige modernisering van winkels en de bouw van overdekte winkelcentra is een gevarieerd winkelbestand ontstaan, dat vele kopers trekt uit de ruime omgeving van 's-Gravenzande. In de afgelopen jaren is een ambitieus reconstructieplan uitgevoerd om het centrum nog aantrekkelijker te maken.
Veel aandacht wordt besteed aan het culturele klimaat. In nauwe samenwerking tussen gemeentebestuur, Culturele Raad en particulieren kwamen onder andere de Muziekschool, de Kunstuitleen en het Stadsjournaal tot stand.

Uniek in het Westland is de 's-Gravenzandse beeldenverzameling. In totaal zijn er tot nu toe 20 beelden geplaatst, verdeeld over het centrum en de woonwijken. In het centrum vallen vooral het beeld "De Westlander" op het Vaartplein en het beeld ter herinnering aan gravin Machteld op het Marktplein in het oog.
's-Gravenzande - de Glazen Stad aan Zee - is een dynamische gemeente waarin het goed wonen, werken en recreëren is.

 

horizontal rule

 


Marktplein in ’s-Gravenzande.

Er is nog maar weinig over om de herinneringen mee te delen.

Uit: Westlandsche Courant woensdag 14 juli 1993
Door: Peter Paul Marijnen

's-Gravenzande
Het beste komt het Marktplein tot zijn recht als de schapen er worden geschoren of kinderen er hun oude speelgoed te koop aanbieden onder het lover.
De rest van de tijd moet het voormalige oefenterrein van middeleeuwse ridders zich vooral op eigen kracht staande zien te houden. De plek deelt de herinnering aan een roemrijk verleden nog slechts met een enkel bouwwerk dat gedurende een groot deel van die tijd het marktveld heeft omzoomd.

Een van de weinige relikwieën van de Gouden Eeuw is de herberg De Spaanscbe Vloot, waar in het seizoen de kostelijke asperges als (voormalige) 's-Gravenzandse specialiteit nog altijd op de menukaart prijken. Maar vanaf dat monumentale pand, en ook vanaf het oudere gedeelte van het gemeentehuis, wordt het uitzicht tegenwoordig goeddeels belemmerd door een rij geparkeerde auto's.


Links het Gemeentehuis, rechts de Spaanschenvloot in vervlogen jaren.
Klik op de foto om hem groter te zien.
 


Hierboven nog een heel oude prent van het Stadhuis.

Aan de andere kant van het plein lijkt de al even antieke trapgevel van de schoenmakerij door de eeuwen heen slechts bij toeval de slopershamer te hebben ontlopen. Het eenzame monument uit 1639 moet bovendien de aandacht steeds zorgvuldig te verdelen tussen het Marktplein en het pas veel later ontstane Graaf Florisplein.
Voor het overige is de bebouwing nogal in zichzelf gekeerd. De s-Gravenzanders hebben in al hun ongetwijfeld goed bedoelde ijver heel wat overhoop gehaald in de loop der tijden, en dat heeft geleid tot onevenwichtige gevelrijen langs het markante plein. De opengevallen plekken zijn steeds razendsnel weer ingepikt. Op de nog verse bakstenen prijken nu bij voorbeeld de logo's van de Hema, Randstad en de Rabobank.

Tot verdriet van het plein spelen de activiteiten in die vestigingen zich vooral achter de gevels af. Hier en daar lijken de panden zelfs op bijna arrogante wijze het plein de rug te hebben toegekeerd. Op momenten dat er geen bijzonder evenement op stapel staat, doet eigenlijk alleen snackbar De Parel - tussen de kapper en de kale klaagmuur naast de fysiotherapeut - nog wat voorzichtige pogingen om zich op de buitenlucht te richten. Terrasjes en kleinschalige winkeltjes met bijvoorbeeld een uitstalling op straat moet het op zich zo mooie plein verder node ontberen.

Visbank
Al in 1246 verkreeg 's-Gravenzande het stadsrecht van de Hollandse graven, waardoor de bewoners zich poorters mochten noemen. Uit die tijd stamt ook al de aspiratie van de dorpelingen om zich te profileren als regionaal koopcentrum. De wekelijkse warenmarkt op dinsdag moet de voorloper zijn geweest van de huidige vrijdagmarkt op het Marktplein. In plaats van een afgemeten onsje achterham werden er destijds echter hele biggen en paarden te koop aangeboden.

De vis moet ooit zijn uitgestald in een gebouwtje vlakbij de dorpspomp. Kennelijk was de vislucht al enigszins opgetrokken, toen wat later de plaatselijke rederijkers hun bijeenkomsten gingen houden op de zolder van deze visbank. De archieven leren ons verder dat het marktveld in de zeventiende eeuw werd verhuurd aan een veehouder die er zijn koeien, liet grazen: Een grote vijver aan: de zijde van het gemeentehuis fungeerde als verzamelplaats in tijden van brand. De dorpelingen meldden zich dan met een emmertje, waarna via een menselijke keten het bluswater op de plaats van bestemming kon worden gebracht. 

De dorpspomp is al die tijd een: stille getuige geweest van de laatste lokale roddels. Tegenwoordig koestert dit bouwwerk zich in de schaduw van fraai uit de kluiten gewassen linden en kastanjes. De pomp moet overigens wel over een goed gehoor beschikken om van daaruit nog de gesprekken op te vangen van mensen, die iets verderop een rustig plekje menen te hebben gevonden op een van de zes bankjes onder de bomen.
Zoals op elk dorpsplein is de gezochte rust echter een betrekkelijk begrip. De openbare ruimte is groot genoeg voor andere activiteiten, zodat het ook kan gebeuren dat enkele jonge lui uitgerekend deze plek uitkiezen om wat proefrondjes te rijden op hun opgevoerde bromfiets. En onder zulke omstandigheden wordt elke conversatie al snel in de kiem gesmoord.

Schandpaal
Een prent uit 1650 leert ons dat het toen al met bomen gevulde plein aanzienlijk groter was dan nu het geval is. De panden aan de kant van de snackbar dateren van het einde van de vorige eeuw. Voor die tijd werd de gevelwand gevormd door de huizen in de Vaartstraat. De middeleeuwse schandpaal op de hoek van de Kerklaan moet dan ook wel degelijk een centrale plek hebben ingenomen. Een cirkel van bankjes biedt daar nu een goed zicht op een draaimolentje voor de kinderen.


Kaart uit 1650, klik op de afbeelding voor een groter formaat.

Van de slooppanden aan de kant van de Gravenstraat heeft het Marktplein uiteraard geen enkele steun meer te verwachten. De oorlogsbunker naast het oude politiebureau kan zelfs model staan voor het feit dat de bebouwing rond het plein zo naar binnen is gekeerd. De slopers zullen er straks nog een zware dobber aan krijgen om dit blok beton te onttakelen. Mocht dit toch lukken, dan verdiend het aanbeveling om de situatie ter plekke snel in ogenschouw te nemen. De dan kale vlakte roept weer even het beeld op van de tijd dat ook dit gedeelte nog tot het oorspronkelijke marktveld behoorde.
Verder mogen we alleen maar hopen dat de nieuwbouw van, woningen en winkels straks een nieuwe dimensie zal geven aan deze zijde van het plein, dat er nu nog zo alleen voorstaat.


Marktplein in vervlogen jaren met dorpspomp,
 klik op de foto voor een groter formaat.

horizontal rule

 

 

W. S. M.

Onderstaande foto's ontvingen we op donderdag 10 maart 2005 van Dhr. W. H. den Ouden, waarvoor onze hartelijke dank.

W S M locomotief 25 voor station s Gravenzande Midden machinist J Moes rechts rangeerder van Soest  links chef Den Ouden Opa Den Ouden als Chef  Stationschef  A  den Ouden W S M station s Gravenzande 1949  Station W S M s Gravenzande  1938

Onderstaande Curriculum vitae ontvingen we op 4 juli 2005 van Dhr. W. H. den Ouden, waarvoor onze hartelijke dank.

Curriculum vitae van de stationschef der W. S. M.  Dhr.  A. den Ouden.

Beschreven door zijn zoon dhr. W. H.den Ouden.

De ‘s-Gravenzandse stationschef A.den Ouden die van 1925 tot 1950 de scepter gezwaaid heeft over het toenmalige W S M station aan de Monsterseweg kwam na een vierjarig dienstverband  bij de Rotterdamse Tramweg Maatschappij op 15 Juli 1912 als stationsbeambte in dienst bij de W S M met als standplaats Maassluis, waarvandaan per 1 juli1912 een nieuwe lijn naar Delft geopend was.

Per 1 oktober 1917 werd hij benoemd tot stationsbeambte te Maasland  waar hij zich met zijn gezin vestigde in het station aldaar,  waarna vervolgens per 1 augustus 1925  zijn benoeming volgde tot stations­chef te 's-Gravenzande waar het gezin boven het station kwam te wonen. 

Er wachtten hem daar echter bij zijn komst nogal wat problemen die om een oplossing vroegen, waardoor hij min of meer de rol van  troubleshooter toebedeeld kreeg.

 Doordat op principiële gronden in het dorp op zondag alle openbare drankgelegenheden gesloten moesten blijven en de stationswachtkamer uit de aard der zaak voor het publiek steeds toegankelijk bleef, trok deze ruimte ook allerlei volk aan waarvoor ze niet bedoeld was, waardoor de stationsrestauratie onder zijn voorgan­ger ontaard was in een openbare drankgelegenheid

Toen hij benoemd werd kreeg hij dan ook de opdracht om hieraan een einde te maken. Maar daarmee werd aan de zondagse cafébezoekers wel hun uitje ontnomen waarvoor hij door de belanghebbenden persoonlijk werd op aangekeken met alle kwalijke gevolgen van dien.

Een ander naar probleem was de opkomst van de zo genoemde wilde busdiensten die een bedreiging gingen vormen voor het reguliere openbaar vervoer. i c de tram. Aanvankelijk trachtte men het getij te keren door in 1923 een motortram in te zetten,de W S M 40 wat echter geen succes bleek te zijn. De directie begreep dat er niets anders opzat dan zelf met busdiensten te beginnen .

Ondertussen  poogde  de overheid aan de wilde busdiensten paal en perk te stellen maar daardoor voelden deze ondernemers, die in het dorp weelderig tierden zich door het reguliere openbaar vervoer, waarvan mijn vader exponent was, in hun broodwinning bedreigd. Niet alleen mijn vader heeft hieronder geleden maar met hem voelde ook ons gezin zich bedreigd waarbij er zelfs sprake is geweest van politiebescherming. En daar ik de enige jongen was werden de gevoelens van onbehagen, die in het dorp thuis werden gevoed, op straat en zelfs op school op mij afgereageerd.

Een en ander werd nog gestimuleerd doordat  de wilde busondernemers  op de zaterdagavonden  in het dorp de kroegjeugd uitnodigden voor een busritje door het dorp dat  dan  eindigde in de buurt van het station in afwachting van het binnenlopen van een tram al zingende "Leve de Tijdgeest ( zo heette deze onderneming ) weg met de trem, de Tijdgeest is gekomen en toen die vuile trem." enz 

Wel mag nog vermeld worden dat hij hierbij de onvoorwaardelijke steun genoot van de directie die de ontwikkelingen met belangstelling volgde. 

Na enkele jaren ebde de commotie weg. Per 1 oktober 1932 werd het personenvervoer per stoomtram gestaakt omdat  het vanwege het opkomend busvervoer een steeds  kwijnender  bestaan ging lijden waardoor het het uiteindelijk moest afleggen tegen deze vorm van comfortabeler en sneller vervoer dat overigens inmiddels ook door de W S M zelf in exploitatie was genomen. 

Wat het goederenvervoer betreft in wezen was dat gelieerd aan dat van de Nederlandse  Spoorwegen  Hier plukte de W S M de vruchten van haar  beslissing die bij de oprichting in 1881 genomen was om   in tegenstelling met veel andere tramwegmaatschappijen te kiezen voor normaalspoor ( 1,435 m ) zodat het rollend materieel op dit tramnet met dat van de spoorwegen uitwisselbaar was. Hierbij heeft de W S M  geprofiteerd van de expanderende Westlandse tuinbouw die sterk op het buitenland gericht was, vooral op Duitsland. Reeds in 1905  bestelde de maatschappij  hiervoor bij Backer en Rueb te Breda een vijftal locomotieven genummerd 10 - 14  voorzien van spoorstoot en trekwerk waarvan sedertdien al haar rollend materiaal voorzien werd, uniek in de tramwereld van die tijd. 

Om deze handel vlot te laten verlopen hadden de tuinders in vrijwel elk dorp een veiling gesticht die  al spoedig op het tramnet werden aangesloten Als laatste, was in maart 1952 die van 's-Gravenzande aan de beurt. 

Maar het railvervoer omvatte niet alleen het exportvervoer. De tuinbouw zorgde ook voor aanvoer  Aangevoerd werden spoorwagons met stro, kunstmest, turfmolm en vooral ook kolen voor de verwarming van de kassen en andere massagoederen zoals stookolie die voor de exploitatie van een tuinderij nodig waren. Maar ook het stukgoederenvervoer speelde een niet onbelangrijke rol. 

Tot aan 1929 werden de spoorwagons voor 's-Gravenzande en Monster overgezet in Hoek van Holland waarvoor Fl. 1,- overzetloon per wagon  berekend werd .

Nadat in 1929 de trambaan in het dorp  Monster verlost werd van enkele scherpe bochten waardoor zij niet geschikt was voor spoorwagons werd  daarna van  Delft als overzetstation gebruik gemaakt waarvan ook  de andere  Westlandse dorpen reeds  gebruik  maakten. 

Een bijzondere vorm van vervoer kwam in datzelfde jaar tot stand. Door een overeenkomst met de K L M, die toen nog maar amper tien jaar bestond, ging de W S M per vrachtauto het vervoer van snijbloemen verzorgen naar het toenmalige vliegveld Waalhaven te Rotterdam met bestemming Londen, waarvan vooral de kwekerij van  L. & M. van Staalduinen  geprofiteerd heeft. Hierin heeft het 's-Gravenzandse  station een werkzaam aandeel gehad. Een directe verbinding dus naar Londen en dat voor die tijd ! 

Op 30 juli 1931 herdachten  directie en personeel het 50 jarig bestaan van de maatschappij. Het personeel bracht geld bijeen voor een jubileumgeschenk dat bestond uit een plastiek annex fontein in de tuin voor het administratiegebouw te Loosduinen. De directie  van haar kant  bezorgde het  personeel een jubileumgratificatie. Voor  mijn vader betekende dit een toelage van ƒ 90,- een  voor die tijd niet onaanzienlijk bedrag dat vergelijkbaar was met ruim een half maandloon. Verder maakten de personeelsleden met hun echtgenotes   op kosten van het bedrijf nog een dagtochtje naar de Piramide van Austerlitz annex diner met de nieuw verworven Mercedes Benz autobussen zodat ook het personeel  met deze nieuwe aanwinst kennis kon maken.

Tegen de achtergrond van de dreigende economische crisis een royaal gebaar. In de loop van de jaren dertig immers nam deze een zodanige omvang aan dat massaontslagen en werkeloosheid onvermijdelijk werden. Dit lot trof ook  de W S M  Een aantal personeelsleden werd ontslagen waaronder de collega van Monster.

Zijn functie werd toegewezen aan Den Ouden, met het gevolg dat met ingang van 1 januari 1934 de stations 's-Gravenzande en Monster werden samengevoegd. Verder moest het personeel met ingang van diezelfde datum 5 % van zijn salaris inleveren dat voor hem teruggebracht werd tot Fl. 1.995,- 's jaars. 

Omstreeks 1935 heeft de W S M het personenvervoer uitgebreid door onder de naam "Pullman Expres " busreizen in binnen en buitenland organiseren. Men had daartoe een reisbureau opgericht dat gevestigd werd aan de Groenmarkt in Den Haag  waarvan de stations als filialen fungeerden. 

Vermeldenswaard is dat er vanaf maart 1942 tot april 1943 door  oorlogsomstandigheden  op het baanvak Loosduinen - 's-Gravenzande  / Naaldwijk de stoomtram weer is gaan rijden voor personenvervoer. De lijn Den Haag/ Loosduinen was reeds in een vroeger stadium opgebroken.  Hierin werd voorzien door bussen die reden op houtgas.

Doordat de W S M in een vrij vroeg stadium de exploitatie van het personenvervoer beëindigd had en het rollend materieel behalve de  zwaardere locomotieven voor de sloop had afgevoerd moesten rijtuigen hiervoor elders gehuurd worden. Het lukte een zestal oude rijtuigen  met bekerkoppelingen te huren bij de N S  De vreugde was van korte duur In 1943 moest de exploitatie beëindigd worden   Uit de aard der zaak werd ook de W S M in september 1944 betrokken bij de algemene spoorwegstaking waardoor het personeel werd blootgesteld aan de dreigende Duitse represailles. Geruime tijd is Den Ouden in die periode ondergedoken geweest bij familie in het Overmaas.  

Na de oorlog werd de exploitatie weer ter hand genomen  die alras  inclusief het personeel door de N S werd overgenomen, waarmee de laatste fase van haar bestaan werd ingeluid.

De rail moest het uiteindelijk afleggen tegen het opkomend wegvervoer dat de tuinbouwproducten goedkoper en sneller op zijn bestemming wist te brengen, zodat de W S M in 1965 na 84 jaar trouwe dienst uit het Westland verdween. 

Mijn vader heeft dit alles niet meer meegemaakt,  per 15 juli 1950 is hij met pensioen gegaan. Wel heeft hij aan het eind van zijn loopbaan nog net de inlijving bij de N S meegemaakt, waardoor hij nog ruim een jaar het bij zijn rang passend N S uniform gedragen heeft.

Slechts een negental jaren heeft hij van zijn pensioen mogen genieten. Hij overleed in november 1959 en werd in 's-Gravenzande  begraven  De directie die zich hierbij liet vertegenwoordigen door de chef van exploitatie typeerde hem als een zeer consciëntieus en plichtgetrouw ambtenaar en terecht Hij vertegenwoordigde  het type ambtenaar wiens motto was de belangen van de werkgever behartigen als waren het jouw persoonlijke zaken periodiek werd toentertijd  onverwachts op de stations kascontrole gehouden. In dat geval diende hij dan de sleutels af te geven en werd de administratie grondig doorgespit  Het resultaat was dat  hij - en dat was zijn trots - altijd weer gecomplimenteerd  met zijn beheer Zijn antwoord was steevast: hoe kan het ook anders ik heb altijd een controleur naast me staan. Dat was ook zijn levensmotto. 

Vermeldenswaard is nog de betrokkenheid van ons gezin. Doordat het boven het station woonachtig was werden wij als kinderen direct of indirect bij alles wat er zich beneden afspeelde betrokken. Dat gold inzonderheid voor de schrijver zijn enige zoon die op het station van Maasland was geboren en van kindsbeen ten nauwste was betrokken bij het wel en wee van de W S M en  bij alles wat er zich in en rond het station afspeelde. Dat hield o.a. in  vrachtbrieven schrijven maar ook bij het rangeerwerk ingeschakeld worden om maar niet te spreken over het meerijden op de locomotieven wissels omgooien en omlopen. Gedurende de oorlogsjaren ben ik zelfs nog als assistent van mijn vader in loondienst van de W S M geweest.

Eigenlijk vormde het personeel een grote familie dat ook bij elkaars persoonlijk wel en wee betrokken was.

Tenslotte zij nog vermeld dat wij als kinderen tot aan ons achttiende jaar konden beschikken over een vrijvervoerskaart op het tramnet later het busnet van de maatschappij en verder nog een maal per jaar konden  profiteren van een dag vrij vervoer op alle andere tramnetten van ons land. 

Een week na Rotterdam op Zaterdag 18 november 1944 vond er in ‘s-Gravenzande vroeg in de morgen een razzia plaats waarbij alle mannen van 17 tot 40 jaar  zich moesten melden voor de Arbeitseinsatz, Duitse soldaten met geweer in aanslag controleerden straat voor straat en huis aan huis. Op wie zal pogen te ontvluchten zal worden geschoten zo meldde het dwangbevel. Telkens als men een groep van een man of tien bij elkaar had geroofd werd die afgevoerd naar een verzamelpunt om later afgevoerd te worden.

Ik herinner mij dat mijn  moeder mij heel vroeg op die morgen kwam wekken met:

” jo kom er uit er is iets aan de hand ik zie Duitsers lopen die mannen meenemen “ Nadat ik uit bed gesprongen was en omzichtig boven uit het raam de gebeurtenissen in ogenschouw nam zag ik dat soldaten beneden het gebouw inkeken waarbij ik de opmerking hoorde “Hier wohnen keine Menschen es ist Bahnhof.” en vervolgens verder trokken. Zo werd ik gered van de deportatie waarvan vele dorpsgenoten slachtoffer zijn geworden.

Wij danken Dhr. W. H. den Ouden voor deze bijdrage, kijk ook eens op zijn website:
 http://gallery20324.fotopic.net/p13515303.html


Bovenstaan de anzicht is van ca. 1920 en ontvingen we van Hans Rebers op 18 oktober 2006.

horizontal rule

 

 

Noors Schip strandt in hevige storm bij Vluchtenbug.

Uit: Westlandse Courant 25-11-2003
Door: Aad van Holstein

Noors Schip strandt in hevige storm bij Vluchtenbug. Foto Gemeente archief Naaldwijk
Noors Schip strandt in hevige storm bij Vluchtenbug.
Foto uit Westlandsche Courant, bron Gemeente archief Naaldwijk

Al dagen heeft het in het najaar van 1928 langs de Westlandse kust gespookt als op zondagavond 25 november de storm in alle hevigheid toeneemt. Een Noors vrachtschip, de -Christian Michelsen - op weg van Vlissingen naar Rotterdam raakt daarbij in moeilijkheden. Diezelfde nacht nog strandt het bij 's-Gravenzande. Er zijn drie doden te betreuren.

De zuidwesterstorm raast die zondagmiddag in alle hevigheid over druivenkassen van het Westland en menig tuinder maakt bezorgd een rondje over zijn tuin om te zien of alles wel in orde is. In veel gevallen blijkt dat niet zo te zijn. Hevige stormvlagen teisteren huizen, kassen en schuren. Dakpannen en glasscherven vliegen in het rond. Zittend rondom de tafel bij het snorren van de kolenhaard, denkt menigeen aan mensen die zich op zee bevinden.
Pas later zou blijken dat op verschillende plaatsen langs de kust ook werkelijk schepen in nood zijn gekomen; maar dat er zo dichtbij ook een is gestrand, weten die avond maar weinigen. Terwijl in het Westland de regen in stromen over straten en pleinen klettert en goten en kelders doet overlopen, probeert de kapitein van het 2300 ton metende Noorse vrachtschip Christian Michelsen de Nieuwe Waterweg op te stomen. Als geen ander realiseert hij zich het toenemende gevaar en geeft, terwijl hoge golven tegen het schip beuken, de marconist de opdracht om zo spoedig mogelijk de hulp van een loods in te roepen. Maar het loodswezen in Hoek van Holland seint terug in geen geval bereid te zijn om onder deze bizarre omstandigheden een loodsboot de kolkende zee op te sturen.
Om toch iets te doen geeft de kapitein dan maar het bevel om voor anker te gaan inde monding van de Waterweg. Matrozen werpen met dat doel twee ankers uit, die het schip in toom moeten houden, maar dat valt bij deze wind met orkaankracht beslist niet mee. Niet alleen kan het schip van de ankers worden losgeslagen, maar het kan ook met zijn kop ónder water raken en zinken. Daarom worden de machines op volle toeren ingezet om de druk op de ankers te verlichten.

Stuurloos
De in kracht nog steeds toenemende orkaan is zo hevig, dat tegen halfzes een van de ankerkettingen het begeeft. Direct daarna begeeft ook de andere het en met toenemende snelheid drijft het schip in noordelijke richting. Stuurloos, want wat de stuurman ook probeert, het stuurtoestel weigert dienst en het schip is speelbal van de elementen.
De bemanning is zich het gevaar bewust. Niet alleen weet ze dat de Nieuwe Waterweg bekend staat als het 'graf van de zeeman', maar ook een stranding langs de Westlandse kust is niet zonder gevaar. Met alle middelen proberen de opvarenden de aandacht van de kustbewoners te trekken.
De marconist zendt al in één stuk SOS-berichten uit.
In Hoek van Holland wordt ijlings de reddingsboot de President van Heel in gereedheid gebracht. De moedige Hoekse redders, gekleed in oliepakken, steken zo snel mogelijk van wal om het in nood verkerende schip te hulp te komen. De bemanning heeft aanvankelijk de reddingsboot niet in de gaten, zo hoog rijzende golven. Plotseling voelt men een: schok en wordt het ergste gevreesd als het schip even voorbij het parkeerterrein op een golfbreker loopt.
Maar dan duikt daar ineens de reddingsboot op uit het duister.
Hoewel men enigszins gerustgesteld is, duurt het nog lang voor er een verbinding kan worden gemaakt tussen het schip en de reddingsboot. Het schip blijkt op de punt van de golfbreker ter hoogte van Vlugtenburg te 's-Gravenzande vast te zitten. De reddingsboot danst ernaast in de woelige branding. Er moet voor worden gewaakt niet tegen het schip te pletter te worden geslagen.

Grote kracht
Eindelijk lukt het de boot langszij te komen en een vangzeil te spannen. Langs dit zei slagen de 29 bemanningsleden erin de reddingsboot te bereiken. Twee matrozen, een van dertig en een van zestig jaar, vallen daarbij echter tussen het schip en de reddingsboot in zee. Ze raken eerst bekneld tussen beide vaartuigen en verdrinken daarna in zee. Ook de veertigjarige Vlissingse loods C. Spruy waagt de sprong, maar mist het zeil en verdwijnt in de razende golven. De kapitein en nog twee leden van de bemanning weigeren het schip te verlaten.
De reddingsboot smakt met zo’n grote kracht tegen het schip aan, dat de machinist tegen de ketel wordt geworpen en een gapende hoofdwond oploopt. Hij blijft aanvankelijk bewusteloos liggen. De dertigjarige matroos spoelt later aan het strand aan en omdat hij nog in leven lijkt, wordt geprobeerd bij hem de levensgeesten alsnog op te wekken, maar dat mislukt. De lichamen van de andere slachtoffers worden naar een kerkhof in 's-Gravenzande gebracht.
Intussen vaart de reddingsboot, die bij de botsing grote schade heeft opgelopen, vol schipbreukelingen terug naar Hoek van Holland, waar iedereen in hotel Amerika warm wordt onthaald.
In diezelfde tijd wordt het schip, bij deze keer wel bijzonder hoog water, door de woeste golven nog een keer hoog opgetild en over de golfbreker heen tot dicht tegen het duin het strand op geworpen.

Bewondering
De volgende dag als de storm wat is gaan liggen, arriveert prins Hendrik vanuit Den Haag in Hoek van Holland om de schipbreukelingen een hart onder de riem te steken. Hij geeft daarbij ook uiting aanzijn bewondering voor de moedige bemanning van de reddingsboot. Later wordt de prins ook gesignaleerd op het gestrande Noorse schip, waar hij de toestand in ogenschouw neemt.
Tal van belangstellenden zijn daarna op woensdag 28 november getuige van de begrafenis van de Noorse matroos. De plechtigheid wordt geleid door een predikant van de Noorse kerk uit Rotterdam. De bemanning draagt de baar van de omgekomen matroos K. Hijstad - bedekt met vier kransen - naar de begraafplaats en zingt enkele religieuze: liederen, bidt en luistert naar de toespraak van de predikant. Bedekt met de Noorse vlag wordt de kist ten slotte in de groeve neergelaten.
De niet meer vlot te krijgen Christian Michetsen blijft nog lange tijd op het strand liggen als trekpleister voor nieuwsgierigen uit het Westland en verre omgeving. Pas in juli 1929 wordt het gesloopt.
Het Noorse schip is niet het enige dat op die stormachtige avond is gestrand. Zo strandde bij Zandvoort het Italiaanse stoomschip Salento, maar daar kon de ijlings uitgevaren reddingsboot niets uitrichten. De hoge waterstand leidde hier en daar tot overstromingen, waardoor tal van fabrieken en bedrijven in de Zaansche Polders onder water zijn gelopen.

horizontal rule

Uit Westlandse Courant 12-01-2002  

Het oude vissersbootje opgegraven in ’s-Gravenzande dateert van het jaar 1400 Foto Westlands Fotoburo
Het oude vissersbootje opgegraven in ’s-Gravenzande dateert van het jaar 1400
Foto Westlands Fotoburo, uit Westlandse Courant 12 januari 2002

horizontal rule

 

 

De wonderlijke werking van ploffers.

Door Marjoke van der Wilk
uit: Westlandsche Courant 18 november 1997

's-Gravenzande - Met de benen ontspannen over de rand van de stoel gaat Jan van Geest (73) er eens rustig voor zitten. Het is niet de eerste keer dat hij zijn verhaal vertelt en als hij begint te praten geniet hij zichtbaar. De wonderbaarlijke ontdekking van de snelgroeiende sla was begin jaren zestig nieuws dat door veel kranten werd overgenomen. Een ontdekking die eigenlijk spontaan zorgde voor een grote bloeiperiode in het hele Westland.

Op de tuin van de Gebroeders van Geest aan de Monsterseweg in 's-Gravenzande werd in die jaren volop vroege sla geteeld. "Het was natuurlijk een sport om je sla zo vroeg mogelijk te veilen. Want als je later was bracht het gewoon niks op. In die tijd was er ook nog geen sprake van veel rassen, wij teelden het soort 'Meikoningin", zegt Van Geest.

Halt november gingen de planten de grond in en eind maart was het dan snijden. "Eerst 'velletjes'-sla. Later werden ze wat zwaarder". Nou waren de tuinders aan de Monsterseweg altijd al vrij vroeg met de sla omdat zij in het zeer luwe zeeklimaat altijd profijt van de zachte temperatuur hadden. "Als het al schoon was lag er aan de andere kant van het dorp altijd nog sneeuw".

Om nog eerder te kunnen veilen maakten de gebroeders Van Geest gebruik van zogenaamde 'ploffers' om de warenhuizen te verwarmen. Dat waren petroleumgestookte oliekachels die na de Tweede Wereldoorlog door het Amerikaanse leger in zogenoemde 'nissenhutten' (onderkomen van soldaten in Hoek van Holland, red.) achtergelaten waren in het Westland. "Mijn schoonvader, Cor Brinkman van het bekende tuinbouw toeleveringsbedrijf, zag hier al snel brood in en ontwikkelde de Dekó Salamander, een nieuwe 'ploffer' met toebehoren", vervolgt Van Geest zijn verhaal (de Deko kostte toen fl. 122,50).

"Het was een heel zuinige en goedkope manier van stoken en daarnaast bleek dat de sla sneller groeide en veel steviger werd". De 'ontdekking' kwam doordat de gebroeders Van Geest de kachels overdag tot de middag lieten branden zodat alle verbrandingsgassen CO, oftewel koolzuurgas) gedurende de dag in het warenhuis bleven hangen.

's Nachts echter gooiden ze het lucht (ramen) open om te ventileren. Het bleek het ei van Columbus, maar dat wisten de Van Geesten toen nog niet. "Natuurlijk was het al langer bekend dat CO zorgde voor een betere groei, maar wat men in die tijd nog niet wist was dat het verschijnsel zich vooral voordeed door de verhoogde mate van verbrandingsgassen en de ventilatie in de nacht".

Lachen
Het eerste jaar van het experiment lachten de gebroeders van Geest in hun vuistje. "Buren en bekenden hadden ons toch wel een beetje voor gek verklaard, dat wij in de winter het lucht 's nachts open zetten. Maar toen ze zagen dat wij ruim twee of drie weken eerder met de sla aan de veiling kwamen toen keken ze behoorlijk op hun neus". Klaas Olieman, de toenmalige chef van de proeftuin uit Naaldwijk werd erbij geroepen. "Hij was de eerste die het woord 'gas' noemde eigenlijk een officiële verklaring had voor onze prima kwaliteit sla, herinnert Van Geest zich nog levendig.

Al snel stonden de Venlo kassen bij Van Geest vol met ploffers. "Het enige nadeel van deze kachels (die de firma Brinkman inmiddels in de verkoop had genomen) was dat ze enorm konden 'roeten'. Bovendien moest je zorgen dat er voldoende petroleum in zat, want het bijvullen van de tank was ook een zeer gevaarlijk karweitje. Als de    vlam niet uit was kón zo'n ploffer bij het bijvullen ontploffen. Gelukkig zijn er bij ons nooit ongelukken gebeurd".

Inmiddels werd wel druk gewerkt aan een makkelijker manier van het bijhouden van de ploffers. "We werkten met vlotters waarbij de olie vanuit de tank direct in de ploffers liep. Dat scheelde een hoop werk maar ondanks dat moesten mijn broers (één van de broers is jong gestorven, red.) en ik er toch regelmatig op uit om de ploffers na te lopen. We hadden er op een gegeven moment zo'n 120 staah".

Impuls
De 'ontdekking van de werking van CO bleef niet onopgemerkt. "Heel veel tuinders in het Westland gingen ons voorbeeld volgen en wat zo leuk was, iedereen had er baat bij. Het zorgde eigenlijk voor een enorme opleving van de streek. In die jaren waren we eigenlijk bezig met de wederopbouw van de tuinbouw en deze ontdekking was een enorme impuls. Niet alleen de tuinders, maar ook de toeleveringsbedrijven, de oliehandel en alle aanverwante bedrijven hadden er profijt van".

Het gebruik van CO is tegenwoordig de normaalste zaak van de wereld. Er is echter wel het één en ander veranderd. Na de ploffers kwamen in 1962 de -zogenoemde Priva's, een sigaarvormige kachel die eigenlijk op dezelfde manier werkte als de ploffer maar daarbij in de lucht hing en veel veiliger was. De Priva werd ontwikkeld door de firma Valk en Prins uit De Lier en was een noviteit op de WEHATE (Westlandse Handels Tentoonstelling) van dat jaar. Later beschikten de tuinders natuurlijk over eigen ketels waarin eerst olie en later aardgas werd gestookt. Vanuit deze optiek is er eigenlijk alleen maar verder ontwikkeld tot op heden.

Tegenwoordig wordt de warmte van de verbrandingsgassen zelfs opgeslagen warmwatertanks om later te gebruiken.
Van Geest: "In onze tijd was daar natuurlijk geen sprake van. Van zuinig omgaan met energie hadden wij in die tijd nog nooit gehoord".

Ondanks het feit dat de gebroeders Van Geest zulke goede prijzen hadden met de sla hebben zij deze teelt maar vijf jaren gehad. "Wij zijn al snel' helemaal overgegaan op het telen van amaryllisbollen", zegt de tuinder, die tot op de dag van vandaag nog rouwranden om zijn nagels heeft. "Nee, ik ben nog niet gestopt", lacht hij. "Integendeel zou ik bijna zeggen, maar ik maak me niet zo druk meer, hoor".

Jan van Geest is er niet de man om rustig in huis te gaan zitten. "Ik heb altijd gewerkt en heb naast mijn tuindersschap ook in verschillende besturen gezeten"zoals van de veiling en van de bank. Dat heb ik er ook altijd wel bij nodig gehad. Ik had een vlotte babbel en kon goed met mensen opschieten". Trots is hij echter nog steeds op het voorbeeld van ontwikkeling waar hij zelf bij aan de wieg heeft gestaan.

Jan van Geest met nog in gebruik zijnde ploffer foto Westlands Fotoburo
Jan van Geest met nog in gebruik zijnde ploffer.
foto: Westlands Fotoburo uit Westlandsche Courant 18 november 1997

horizontal rule