Veel van onze verhalen komen uit:

Hieronder een aantal snelzoekers voor deze pagina:

Heel Naaldwijk vol ontzetting

Auto´s stallen in de kerk    Franse vloot ‘valt Westland aan’ 1907

Ondanks vreugde toch avondklok op bevrijdingsdag.

Kerken slaan handen ineen tegen honger in Het Westland.

Gymnastiekvereniging VIOS houdt het niet lang vol, 1925

 Warm onthaal Belgische vluchtelingen in Naaldwijk 1914

Tachtig jaar koorzang: “Zoveel genot door een lied”

Geduw bij Tribunaal Landwacht 1948.  Meisjes en jongens strikt apart 1897. 

Eerste tomaten: teelt uitmuntend, handel een mislukking.

Stamkaarten buit bij overval op Naaldwijks raadhuis.  Je wist nooit wie je verrader was

 Veldwachters redden koopman uit sloot   Erepoort trekt in 1923 aandacht in Naaldwijk.

 Ik wandelde met Duitse spionne door ‘t Westland.  Oprichting proeftuin Westland in 1900.

Karakteristieke villa aan de ‘s-Gravenzandseweg.  Honderd jaar tuinbouwonderwijs.

Een vondst in Naaldwijks pastorie.  Bijzondere avonturen.  Zorgen om Westlanse waterwegen in 1901

Poging van Westlandse Engelandvaarders mislukt.  Een nachtelijke overval op het arbeidsbureau in 1943.

Gaten in het dak na schietseizoen in Naaldwijk.  Geen sterke drank bij loting in1897.

 

 

horizontal rule

‘Heel Naaldwijk vol ontzetting’
-1942-

Uit: Westland dichtbij uit AD Haagsche Courant, Donderdag 3 mei 2007
Door: Aad van Holstein

Een wereld van verschil: Hemelvaartsdag en Pinksteren in het oorlogsjaar 1942 en – na 65 jaar – nu (2007) Velen kunnen nog navertellen hoe zwaar de bezetting heeft gedrukt op het leven in Het Westland. Maar weinigen hebben ervaringen zo opgeschreven als Jeanne Zwinkels, bekend als secretaresse van het Nederlandse Roode Kruis in Naaldwijk. Vandaag weer enkele citaten uit haar persoonlijke dagboek.


'Op 8 oktober hebben ze ons oude joodje Gabie van Tijn weggehaald' schrijft Jeanne Zwinkels. Hij woonde in het witte huis op het toen geheten Marktplein in Naaldwijk. (Foto Historisch Archief Westland)

Kort voor Hemelvaartsdag 1942 wordt het Westland opgeschrikt door het Duitse bevel dat voor het bouwen van de kustverdediging de bevolking van Hoek van Holland snel geëvacueerd moet worden. Om een en ander goed te laten verlopen wordt onder meer het Nederlandsche Roode Kruis ingeschakeld. En daarmee ook de Naaldwjkse helpster Jeanne Zwinkels. Net als haar zuster Emmy is zij vrijwilligster bij het Roode Kruis in Naaldwjk en moet daarom in Hoek van Holland poolshoogte gaan nemen. ,,Het is er alles barak en prikkeldraad. Als vreemdeling mag je de Hoek niet meer in," zo schrijft ze in haar dagboek. ,,Ze zijn nu aan het graven van een gracht begonnen, de zogenaamde tankval," meldt ze op zaterdag 20 juni 1942. De tuinders moeten hun opstallen afbreken. Ook vanuit Ter Heijde zijn mensen geëvacueerd naar Kwintsheul. Op zondag 21 juni 1942 noteert ze: ,,Deze week hebben ze in Naaldwijk allen bericht gehad wie van de Hoek ze in huis krijgen. Veel mensen komen al over." ,,De Duitsers hebben het op de zenuwen," merkt Jeanne op 6 september op. ,,Overal worden versperringen gemaakt en om de Hoek wordt ook een gracht gegraven. Verschillende tuinders hebben moeten ruimen. In hun huizen zitten tot nog toe de moffen en in de Roode Pannenbuurt is men aan het afbreken. Doeke Knip en nog meer grote huizen zijn geruimd voor de moffen. Verhoekx zit ook op Naaldwijk," voegt ze er aan toe, kennelijk iemand uit haar kennissenkring. ,,Maandag (9 november) moest de burgemeester in Den Haag komen en kwam met de vreselijke tijding terug, dat 72 tuinders weg moeten aan de Groeneweg, de Galgeweg en de Opstal richting Baakwoning. Heel Naaldwijk is vol ontzetting. Een ieder zoekt een plaats om bij mensen in te komen, maar de toestand wordt hopeloos." Ze schrift, dat in de steden geen groente meer te krijgen is. Peenlof, bloemkoolbladeren, paardensla en brandnetels worden verkocht voor vastgestelde prijzen, die niet opgedreven mogen worden. Naaldwijk wordt overspoeld door een onafgebroken stroom mensen uit Den Haag die om eten komen bedelen. Ze verblijven 's nachts in kas- sen en schuren om de andere morgen de eerste te zijn die aardappelen kunnen bemachtigen. De controleurs kunnen het werk niet meer aan en laten ze gaan. De stroom van mensen blijft aanhouden tot 's avonds elf uur. Op woensdagavond 17 juni wordt de tuinders door de Duitsers het verbod opgelegd iets te geven. Niet alleen de aardappelen worden onderweg gevorderd, maar ook de fietsen waar de mensen op rijden worden in beslag genomen. Daarvoor worden in Naaldwijk inderhaast 50 marechaussees geplaatst. ,,De mensen die nu nog vervoeren zijn dubbeldik van wat ze aan hun lijf hebben hangen," schrijft Jeanne. In de trein van Hoek van Holland naar Rotterdam is aan de noodrem getrokken. Honderden zijn eruit gesprongen en gevlucht, omdat ze gehoord hebben dat er op het station controle staat. Op zondag 21 juni wordt in de r.k. kerk van Naaldwijk een brief van de bisschoppen voorgelezen, waarin ze aan de tuinders dispensatie geven op zondag aardappelen te rooien. Dit omdat er veel tuinders zijn die van de bezetter de opdracht hebben gekregen dit te doen. Smalend schrijft Jeanne Zwinkels in haar dagboek: ,,Berlijn en de soldaten in Noorwegen hebben zeker honger. Wat wordt er vandaag toch ook weer gesleept," waarmee ze weer op de tochten van de stedelingen doelt. Op 23 juni 1942 wordt de r.k. parochie van de H. Adrianus in Naaldwijk, waartoe zij behoort, opgeschrikt door het bericht, dat de pastoor Burwinkel – “acht minuten na tafel”- is overleden. Kort daarna wordt J. P. A. J. van den Bergh benoemd.

Klokken op plein wekken ergernis.

Naaldwijkse gezinnen zitten in het najaar van 1942 in grote angst, zo meldt Jeanne Zwinkels in haar dagboek. Alle scholen, zo luidt het bevel van de bezetter, moeten op 15 november leeg zijn. Ze worden gevorderd voor de Duitse weermacht. Om het onderwijs toch door te laten gaan, wordt overal ruimte gezocht om de klassen onder te brengen. De parochianen van St. Adrianus moeten helpen sjouwen. Zo zal er een tijd lang lesgegeven moeten worden in de Bond en in de oude pastorie aan de Dijkweg. ,,De kinderen hebben deze week geen school," zo noteert Jeanne op zondag l november 1942. ,,Ook de Vakschool voor meisjes aan de Dijkweg met het huis van de directrice en de conciërge moeten leeg staan voor de nieuwe horde," zo smaalt Jeanne. ,,Wij zijn ook bang weg te moeten. In Gelderland zoeken ze plaats voor het Westland. Maar er wordt ook voortdurend gepraat over Oekraïne, waar het zo vruchtbaar is," tekent ze de lopende geruchten aan en voegt daar onmiddellijk aan toe: ,, lk ben vandaag met dit mooie weer nog een haas wezen halen in Stompwijk." ,,Zo is dan vorige week alles voltrokken zoals ik geschreven heb," schrijft ze op 15 november. ,,De kinderen zijn overal ondergebracht in cafés en pakhuizen waar ze halve dagen school hebben." Op 25 november worden de katholieke scholen weer vrijgegeven. ,,Voor hoe lang?"

Schoolklassen in cafés, pakhuizen en de oude pastorie.

Half december 1942 beginnen in Naaldwijk op een vrijdagmorgen plotseling de klokken van de r.k. kerk in de Molenstraat te luiden. ,,Dat zou voor het laatst zijn," schrijft Jeanne op 20 december. Want ze zouden tot wapens worden omgesmolten. ,,Maar we hoorden ze gisteren en vandaag weer," in de katholieke kerk mag alleen de 'Kleine Angelus' blijven hangen, de

andere moeten eruit getakeld worden. Notitie op 29 december 1942: ,,Zo stonden dan met Kerstmis onze drie grote klokken op het kerkplein Tot grote ergernis van de bevolking In de kerk heerste een plechtige en fijne kerststemming. Ondanks dat onze radio nog steeds kapot is, horen wij dat het met de oorlog goed gaat. De Russen winnen steeds meer terrein. "

 

 

 

horizontal rule

 

Auto’s stallen in de kerk.

Het is 1912. Caféhouder Philip Droog uit Naaldwijk koopt een auto. Een baby Peugeot. In dat autootje haalt hij zijn rijbewijs. Vanaf dat moment vervoert hij passagiers, die met de tram op de Dijkweg aankomen en niet met enig openbaar vervoer kunnen reizen, naar hun bestemming.

Uit: Westland dichtbij donderdag 22 maart 2007, AD Haagse Courant
Door
: Aad van Holstein
E-mail
: aadvanholstein@hotmail.com


De voormalige katholieke kerk aan de Dijkweg als garage
Foto Historisch archief Westland

Wie in het begin van de vorige eeuw vanuit Den Haag naar het Westland moet, neemt de tram. De Westlandsche Stoomtramweg Maatschappij (WSM) verzorgt een geregelde dienst op onder meer Naaldwjk. Daar bereikt de passagier op de Dijkweg het eindpunt op de plaats waar nu, na vijfennegentig jaar, een gebouwtje nog getuigt van de aanwezigheid van een station. Verderop het dorp in ligt het rangeerterrein, dat zich uitstrekt tot voor card Droog, waar eigenaar Philip de tap bedient. Tramreizigers, die geen zin hebben om de rest van hun trip te lopen en zich de luxe kunnen veroorloven, wenden zich tot hem om een koetsje te bestellen en zo hun reisdoel te bereiken. Dat gaat een tijdlang goed, totdat Droog op een lumineus idee komt. Hij ziet steeds meer auto's op de Dijkweg voorbij rijden en wil er ook wel een hebben. Niet alleen voor zijn plezier, maar hij ziet er ook brood in. De passagiers, die anders een koets bestellen, wil hij nu zelf wegbrengen. Ook de dokter en de pastoor melden zich als goede klanten. Dokter Van Schie moet af en toe naar patiënten, die nogal veraf wonen en de pastoor van Naaldwijk moet geregeld de mis opdragen in De Lier of Hoek van Holland. Philip vervoert ze. Hij is overigens niet voor een gat te vangen, want hij heeft ook nog een fietsenwinkel, die later in hanen komt van zijn neef Lou Droog. Als de oorlog in 1914 een grote benzineschaarste teweeg brengt, laat Philip de auto een paar jaar de auto. Tot de vrede in 1918 een einde maakt aan het autoloze tijdperk. Hij koopt een tweedehands exemplaar en zet daarmee zijn taxiwerk voort. Intussen is zijn zoon Cor, die overdag in de tuin werkt, vooral 's avonds in het card actief. Als Cor in 1920 de leeftijd van achttien jaar bereikt, doet hij bij de veldwachter in Monster zijn rijexamen en kruipt achter het stuur van een T-Ford. Deze auto wordt uit Amerika in Nederland in onderdelen geïmporteerd en bij Gers in Delft geassembleerd.

Met die Ford begint Cor een eigen taxibedrijf. Zijn autonummer is H 346. Garagebedrijven kent Naaldwijk nog niet, dus moet hij zelf zijn auto maar zien te onderhouden. Andere Naaldijkers met een auto komen al gauw bij hemwagen of hij dat ook voor hen wil doen. Zoals Van den Bosch, de smid, die bij de haven woont. Hij heeft autonummer H 258. Voorzichtig aan begint Cor Droog ook met het verkopen van auto's. Allerlei merken door elkaar, in het begin zijn het gebruikte auto's, want nieuw verkopen is een zeldzaamheid. Zo krijgt hij als garage Westlandia steeds meer bekendheid. Om de auto te kunnen stallen, mag Droog gebruikmaken van het koelhuis van de pastorie van de r.k. kerk. die aan de overkant van de Dijkweg staat. Als in de winter de olie door de kou dik wordt. ontstaat er een probleem. Cor Droog krijgt de auto dan met geen mogelijkheid aan geslingerd.

Hij weet daar wel raad op en zet een brandend petroleumstelletje onder de auto om de boel op te warmen. In 1925 bouwt Cor Droog een eigen garage aan de Dijkweg. Pal aan de overkant van de r.k. jongensschool St. Leonardus. Daar komt vierjaar later als hij met een Oostenrijks meisje, dat hij in de Hoek leert kennen, gaat trouwen ook een woonhuis bovenop. Omdat de garage door het snel toenemende aantal autobezitters al gauw te klein is, mag Droog van de pastoor tijdelijk gebruikmaken van de in 1931 ontruimde kerk. In de Molenstraat is dan inmiddels een mooie, grote nieuwe kerk gebouwd. Het oude gebouw, dat uit 1874 dateert, moet dan wel eerst worden aangepast. Op de trappen wordt cement gestort, waardoor auto's zo naar binnen kunnen rijden. Zelfs op de plek waar eens het priesterkoor was, worden auto's gestald. De dames Vollebregt, die in de Herenstraat een hoedenwinkel drijven, krijgen om hun auto zelfs een hekje, zodat hij niet kan worden beschadigd. Lang heeft de stalling in de kerk niet geduurd, want vanuit de parochie komen er ernstige bezwaren. Men beschouwt het als een soort heiligschennis. In de kranten verschijnen foto's van de garage in de kerk met als onderschrift: 'net Rusland', waar godsdienst als opium voor het volk wordt gezien. In 1936 wordt de kerk gesloopt.

 

Maar twee Studebakers...
Kort voor de Tweede Wereldoorlog legt garage Droog zich toe op het merk Studebaker. Helaas kan hij er maar twee van afnemen, want nog hetzelfde jaar - 1939 - worden ze namelijk tijdens de mobilisatie door het leger gevorderd. Omdat ze nog splinternieuw zijn, krijgt hij wel een behoorlijke schadevergoeding. Cor Droog - een begrip in Naaldwijk - gaat dan de oorlog in met gebruikte wagens, bijna allemaal Chevrolets. Alleen de ziekenwagen is van een ander merk, een Packard. Het is een echte ziekenwagen, die in de plaats komt van het vervoer van zieken naar de ziekenhuizen in de omliggende steden Den Haag en Delft per personenwagen boel op te warmen.


De ziekenwagen van Cor Droog, rechts monteur Joop Hogervorst
FOTO HISTORISCH ARCHIEF WESTLAND

 

horizontal rule

Franse vloot ‘valt Westland aan’ 1907

Zeven jaar voor de Eerste Wereldoorlog worden in Nederland militaire oefeningen gehouden. In het Westland doet een denkbeeldige Franse invasievloot een aanval op de kust.

Door: Aad van Holstein
Uit: Ouder Westland donderdag 20 september 2007

De Naaldwijkers zijn van tevoren gewaarschuwd. Tussen woensdag 18 en maandag 23 augustus 1907 wordt hun dorp overspoeld met militairen van de Eerste Divisie Infanterie.
Die krijgen daar allemaal onderdak. Dat gebeurt zowel in de vorm van inkwartiering bij de burgerij, als in openbare gebouwen, zoals scholen. Het is toch vakantie. Bij Honselersdijk verrijst een tijdelijk kamp, net als op een braakliggend terrein bij het station van de WSM in de Verspijcklaan. Tien soldaten zijn komen opdraven om de tenten te plaatsen. Een menigte Naaldwijkers kijkt hen daarbij nieuwsgierig op de vingers. Er wordt hard doorgewerkt, maar nog komt men ruimte tekort. Vandaar dat op het laatste moment nog hier en daar extra bedden voor inkwartiering worden gezocht. Iedereen heeft het over die inkwartiering.
Het grijpt allemaal nogal in, in het dagelijks leven. Maar, zo vinden velen, het geeft ook een zekere gezelligheid. De eerste manschappen komen dinsdags al aan om het kamp op te slaan. 's Woensdags trekken hele zwermen manschappen en wagens het dorp binnen. Het korps Jagers doet dat in marstempo, begeleid door de vrolijke marsmuziek van het eigen muziekkorps.
De soldaten zien er goed, maar zitten wel dik onder het stof, verhit als ze zijn door de zon. Hun eerste aanval is al een succes. Uitgevoerd op de wagentjes met bier en limonade, die uit Den Haag zijn meegenomen. Ook het brood gaat er aan. De tweede aanval wordt in de avonduren stormenderhand ondernomen en wel op de harten van de Naaldwjkse schonen, die in het dorp komen luisteren naar een concert van de militaire kapel onderleiding van kapelmeester Bouwman. Om negen uur is het bedtijd, waarna een weldadige rust over het dorp neerdaalt. Welke manoeuvres de militairen de volgende dagen houden is aanvankelijk niet duidelijk.


Militairen verzamelen zich in de veiling van Naaldwijk.
Foto Historisch archief Naaldwijk.

Net als bij een echte oorlog, druppelt het nieuws maar mondjesmaat door. Radio is er niet en de plaatselijke krant komt maar twee keer per week uit niemand gelooft overigens dat die oefening ooit werkelijkheid zal worden. Nederland is immers neutraal De Westlandsche Courant interviewt een luitenant met een kolossale snor. Volgens hem is de neutraliteit van Nederland door de Fransen 'aangerand'. Iedereen moet in het geweer komen om de indringer te verslaan.  ,,Het Nederlandsche leger zal overwinnen," zegt hij kortaf. Van een soldaat verneemt de krant nog dat men ervan uitgaat dat er tussen Duitsland en Frankrijk een oorlog is uitgebroken en dat men via Nederland de Duitsers wil aanvallen met een transportvloot bestaande uit 35.000 man. Die zijn uit Boulogne vertrokken en nu onder zeil. Dat blijkt uit betrouwbare spionnenberichten. Overigens laat de soldaat weten: dat hij eigenlijk dood is. Al op hel slagveld gesneuveld. Van een van zijn kameraden wordt alleen maar een been stukgeschoten en een ander krijgt een kogel in zijn borst. Maar die blijven tenminste leven. 's Vrijdagsavonds is er weer een concert van de Kapel der Jagers voor een overvol Wilhelminaplein. Ook wordt die dag voor het eerst taptoe geblazen. Drie dagen later hebben alle manschappen de gemeente verlaten, zijn de kampen opgebroken en is het talrijke materieel weer naar elders overgebracht. Niets herinnert dan meer aan de manoeuvres, die wellicht hier en daar aan tuinderijen schade hebben aangericht. Als iemand dat kan aantonen, moet hij aangifte doen binnen uiterlijk vier dagen op het gemeentehuis. Hij krijgt dan alles vergoed.

Magnifiek schouwspel.
Koningin Wilhelmina en haar gemaal prins Hendrik - die een halfjaar eerder nog zoveel lof is toegezwaaid voor zijn optreden bij de ramp met de veerboot Berlin - schepen zich in IJmuiden in om over zee naar Hoek van Holland te varen. Vanaf daar willen ze de manoeuvres van de zee- en land- macht in ogenschouw nemen. Zij zijn niet de enigen, want wat in oorlogstijd nooit gebeurt, gebeurt Honderden mensen begeven zich naar Hoek van Holland, 's-Gravenzande en Ter Heinde om ook iets te zien van het spektakel langs de kust. Met interesse volgen zij het nu magnifieke schouwspel op zee. Het ene kanonschot klinkt na het andere.
Tot diep in het Westland zijn de gevechten te horen. Als de koningin na de manoeuvres per sloep in De Hoek arriveert, staan daar al auto's klaar en word de vorstin enthousiast toegejuicht als ze met haar gevolg richting 's-Gravenzande verdwijnt. Tot te- leurstelling van velen rijdt ze echte met grote vaart door het dorp zonder dat iemand een glimp van haar kan opvangen. Hetzelfde gebeurt in Monster, waar de auto's op aankoersen en waar veel mensen op de uitkijk staan. Dit in tegenstelling tot wat eerst de bedoeling was, want in Naaldwjk staan bij de gemeentegrens burgemeester Modderman en secretaris Van Deursen in een rijtuig klaar om Hare Majesteit daar welkom te heten. Ze hebben beiden een hoge zijde op, zo meldt de Westlandsche Courant van zaterdag 21 september Op het Wilhelminaplein staat intussen een grote menigte op haar komst te wachten, maar dan wordt ineens de vlag op het raadhuis ingehaald. Tot grote teleurstelling van het publiek wordt daarop bekendgemaakt, dat de koningin de kortste weg naar Den Haag heeft genomen. De burgemeester staat in de kou. . .

horizontal rule

 

 

Ondanks vreugde toch avondklok op Bevrijdingsdag.

Steeds minder Westlanders kunnen de bevrijding van hun streek in 1945 uit eigen beleving navertellen. De meesten hebben het in elk geval van horen zeggen Dat zestig jaar geleden een eind kwam aan vijf jaar Duitse onderdrukking gaf aanleiding tot grote vreugde. maar de eerste dagen overheerste toch nog de angst

door: Aad van Holsteijn
uit:
Ouder Westland van 7 mei 2005

Zondag 29 april 1945.
De dag van de eerste voedseldroppings. We woonden in de Naaldwijkse Martinus Dorpiusstraat op nummer 10, vlak naast een van de 'hoogste gebouwen' van Naaldwijk, het 'rooie huisje'. Beneden was het in gebruik als pakhuis door kruidenier Peters. Deze had zijn vrijwel leeg verkochte winkel, op de hoek van de Molenstraat De bovenverdiepingen van het pakhuis werden gebruikt als klaslokalen, omdat de scholen gevorderd waren door de Duitsers. Omdat wil de sleutel hadden voor noodgevallen konden wil er die zondagmiddag in en hadden op de bovenste etage een mooi uitzicht over de huizen aan de overkant in de richting van Hoek van Holland. Daar zagen wil heel in de verte de vliegtuigen uit de richting van Engeland komen en in een grote bocht over het Westland vliegen. Ze zetten koers naar vliegveld Ypenburg, waar droppings plaatsvonden. Ze vlogen laag over en het was - zeker voor degenen, die het nog beter konden zien - een belevenis dit mee te maken. Na het Zweedse wittebrood was het uitwerpen van het voedsel immers een hoogtepunt in de laatste weken voor de bevrijding al de volgende dag werden het uit de hemel gevallen voedsel uit Engeland ook in het Westland verdeeld. Er waren grote blikken kaak bij, want, zo werd er gewaarschuwd, je moest niet meteen zware kost gaan eten na een lange periode van te weinig voedsel. Er waren blikjes met vlees en groenten, die je zo lekker later nooit meer hebt gegeten. Van de hoge, vierkante kaakjesblikken met een rond deksel erop, werden overal vlotten gemaakt, waarmee de kinderen zich op het water van de vele Westlandse sloten vermaakten.

Geruchten
Het kon nu niet lang meer duren of de capitulatie zou een feit zijn. Het gonsde daarover van de geruchten in de eerste dagen van mei. Intussen was ook in het Westland in het diepste geheim gewerkt aan de vorming van de BS, de Binnenlandse Strijdkrachten. Al maanden lang was de ondergrondse bezig geweest manschappen daarvoor te instrueren. Onder meer in het gebruik van de uit Engeland gedropte stenguns, een voor die tijd geheel nieuw wapen. Ze lagen opgeslagen op een zolder boven de fotozaak van C. Freen in de Prins Hendrikstraat in Naaldwijk. Met dit wapen werd in druivenkassen, diep in het Westland door de in de laatste maanden van de oorlog steeds groeiende groep verzetsmensen geoefend. In spanning wachtten de betrokkenen op instructies, waarna zij het machtsvacuüm dat zou kunnen ontstaan meteen zouden opvullen. Dat gebeurde in de dagen erna in alle gemeenten. Toen in de loop van vrijdagavond 4 mei via de radio bekend werd, dat Duitsland op het punt stond te capituleren, begaf iedereen zich de straat op. In de Naaldwijkse Jacob van Campenstraat zie ik nog Jan Duson door de straat marcheren met zijn trommel. Luid roffelend liepen tientallen kinderen al gauw achter hem aan, juichend en zingend dat de oorlog was afgelopen. Maar die feestvreugde duurde niet lang De Duitsers verschenen weldra op straat en sommeerden iedereen zich aan de avondklok te houden, die om acht uur was meegaan. De volgende dag werden overal oranje biljetten aangeplakt, waar op de bevrijding werd aangekondigd. De Duitsers kregen zo een koekje van eigen deeg, want ze hadden zelf de hele oorlog door overal in de dorpen walgelijke plakkaten opgeplakt. Onder mee tegen de blinde muur van de openbare lagere school in onze straat. Dit feestelijke oranje werd door de inwoners echter met vreugde begroet.

Furieus
De bezetter reageerde furieus en scheurde de aanplakbiljetten woedend van de muren en borden. Volgens het boek 'Gemeen te Naaldwijk 1940- 1945' dat in 1995 verscheen, reageerden de Duitsers in Honselersdijk, Wateringen. Kwintsheul en De Lier zelfs door met scherp te schieten Het was die vijfde mei in het Westland beslist een spannende dag. Zeker toen het bericht de ronde deed dat de commandant van de Festung Hoek van Hol- land zich weigerde over te geven Maar toen om half zes de Nederlandse driekleur op het gemeente huis en de kerktoren aan het Wilhelminaplein werd gehesen, wist iedereen dat het gedaan was In minder dan geen tijd werden de Naaldwijkse straten bevolkt met feestende menigten. Het regende dat het goot, maar daar lette niemand op. Maar opnieuw moesten de mensen zich houden aan de avondklok en was het al weer gauw rustig in het dorp. In de gevangenis in Scheveningen (het 'Oranjehotel') zaten toen nog steeds twaalf Westlanders gevangen. Onder hen bevond zich Piet Doelman, district commandant van het Westlandse en Vlaardingse verzet. Hij was met enkele andere Westlanders, onder wie de onderwijzer Naeye uit De Lier, in de laatste dagen van de oorlog opgepakt en eerst naar Rotterdam vervoerd. Toen de bevrijding op 6 mei een feit was, werden ze naai het Oranje hotel gebracht met de mededeling dat ze vrij zouden komen.

Bang
Uit niets bleek dat de Duitsers dat ook van plan waren. Integendeel. De gevangenen waren bang dat ze op het laatste moment toch nog door de moffen zouden worden geëxecuteerd. Samen met drie in Maasland ondergedoken militairen die na zich in hun uniform te hebben gestoken aan de actie deelnamen, slaagde de ondergrondse erin hen op 7 mei te bevrijden. Toen ook de Canadezen eindelijk arriveerden, braken in het Westland de festiviteiten pas goed los. Maar voor de NSB'ers en degenen die met de vijand hadden geheuld kwamen er zware tijden. Piet Vijverberg die in de Prins Bernhardstraat woonde was een van de weinigen die over een vrachtauto beschikte. Hij reed met een rood-wit-blauwe vlag deze met BS'ers rond om overal NSB'ers op te pakken. "Dinsdag 8 mei. Een onvergetelijke dag", schrijft iemand in zijn dagboek. "De dag der dagen sinds vijf jaar. De dag waarnaar een ieder vijf jaar heeft uitgezien. De NSB'ers werden opgebracht. Het was geweldig. In twee dikke rijen stonden de mensen opgesteld om dit nimmer terugkerende schouwspel te zien. Een gejoel en gejuich eiken keer. Het was oorverdovend. Dit was de ware vergelding. Vijf jaar hebben wil in angst gezeten voor dat tuig, nu waren de bordjes verhangen." De kerken in het Westland die ook tijdens de oorlog druk werden bezocht, zaten op zondag 6 mei vol met dankbare gelovigen. Zo was, volgens het boekje 'Zelden zoveel geluk gezien' van Rob van Mil, de kerk van de Evangelische Unie in 's-Gravenzande met oranje versierd. "Wanneer bezoekers in de kerk het Wilhelmus zingen, schieten bil velen de tranen in de ogen. Maar niet elke kerk is vrij in doen en laten. Voor de ingang van de Noorderkerk in 's-Gravenzande staan twee Duitse militairen op wacht. Op een andere kerk in dezelfde gemeente, de Hervormde Dorpskerk, wappert die ochtend opnieuw het hakenkruis, hoewel de dag ervoor de Nederlandse driekeur nog in top hing."


Groot was de vreugde op dinsdag 8 mei 1945 toen burgemeester Elsen weer in Naaldwijk terugkeerde.
Foto: Historisch archief Naaldwijk


Ook een dansje met onze bevrijders kon er wel af.
Foto: onbekend waar genomen.


Moffenmeiden
In Kwintsheul en Wateringen misdroegen enkele jonge rekruten van de Hitlerjugend zich door mensen te plagen en zelfs af te rossen. Als ze dan eindelijk horen dat Duitsland gecapituleerd heeft, zijn ze helemaal uit hun doen. Een smet op de bevrijding was evenwel de jacht op de moffenmeiden, die onder groot gejuich van de omstanders overal in het Westland werden kaalgeknipt. "Al die meiden hielden er een kale kop voor Duitsland aan over! Onze pastoor heeft er op tegen ze kaal te knippen, maar het moet beuren, ze komen er niet zomaar van af", staat in het dagboek van een Westlander Op dinsdag 8 mei keerde burgemeester Th. P. J. Eisen van Naaldwijk in zijn gemeente terug. Hij was in 1941 afgezet, omdat hij weigerde met de Duitsers samen te werken. Toen hij zich te voet naar het Wilhelminaplein begaf, werd hij door de daar samengestroomde menigte herkend. De Duitsers bliezen intussen de aftocht. Ze ontruimden de schoollokalen van de meisjesschool aan de Dijkweg, die ze in een uitgeleefde staat achterlieten. lk herinner me, dat ik als 19-jarige jongen van een Duitser een stuk kaak in mijn handen gestopt kreeg. Toen ik erin wou happen, schrok ik vreselijk, want de versnapering was zo oud dat de maden eruit kropen.


Kaalscheren van "Moffen meiden"

Reacties zijn welkom via aadvanholstein@hotmail.com

 

horizontal rule

Kerken slaan handen ineen tegen honger in Het Westland.

In de hongerwinter 1944-1945 wordt ook in het Westland op grote schaal 'zwarte handel' bedreven. Vanuit de kerken wordt die handel fel veroordeeld. 'Het weinige dat nog is overgebleven moeten wij samen delen.

Uit: Ouder Westland 29 januari 2005
Door: Aad van Holstein

Januari 1945
De kerken in het Westland zitten telkens stampvol. Ook doordeweeks. Vooral de katholieke kerken worden dan platgelopen. Bil het licht van een enkel spaarlampje, dat ergens midden in de kerk hangt, woont men de mis bij. Het zijn in die kringen waar sprake is van een groeiende solidariteit, die alle 'standsverschillen' overstijgt Men beseft dat het nu tijd is om elkaar in de toenemende nood, vooral de hongersnood bij te staan. Want ook al is er in het Westland nog wel hier en daar het nodige voedsel te vinden - vooral bij tuinders en boeren die voorraden hebben aangelegd - toch stagneert ook in deze streek de aanvoer van meel voor brood en van andere levensmiddelen, zo ze er al zijn. Al in het najaar van 1944 vraagt men zich bij de gereformeerde kerk van Naaldwijk af of er niet iets gedaan moet worden voor gezinnen die voor de kinderen onvoldoende voedsel beschikbaar hebben. Intussen doen ook landelijk de gezamenlijke kerken een dringend beroep op hun leden om elkaar in dit opzicht zoveel mogelijk te helpen. Om in Naaldwijk naar een afdoende oplossing te zoeken komen de kerkbesturen daarom in november bijeen om een commissie in het leven te roepen die als het Comité Noodhulpactie 1944 zich gaat inzetten de nood zoveel mogelijk te lenigen. Voorzitter is H. Snappen, ambtenaar van Sociale Zaken. Onder diens leiding wordt van alles gedaan om de hongerlijdende gezinnen in natura te steunen. Het gaat vaak om gezinnen met tien kinderen of meer.

Armoe
Het is dan inmiddels al een bekend verschijnsel dat vanuit Den Haag, Delft en Rotterdam hongerige mensen soms met kinderwagens en dergelijke door het Westland trekken op zoek naar adressen, waar ze voedsel kunnen krijgen. Maar de eigen noodlijdende gezinnen zijn vaak, zo lezen wij in het boek Gemeente Naaldwijk 1940-1945, 'niet brutaal genoeg en niet gewend om hulp te vragen', terwijl ze toch ook bittere armoe lijden. Een van de eerste acties is het laten mee eten van kinderen uit gezinnen, die bijna niet te eten hebben. Dat gebeurt dan bij die boeren en tuinders, die dat nog wel hebben. Dagelijks leggen die kinderen, als ze uit school komen dan soms flinke afstanden - meestal te voet - af om bij hun weldoeners te gaan eten. Gebrek aan brandstof is overigens vaak reden 'ijsvrij' te geven, waar de jeugd met veel genoegen gebruik van maakt. Voor kinderen, die naar het oordeel van de plaatselijke huisartsen of schoolarts dokter Bannink nog meer voor bijvoeding in aanmerking komen, wordt de kinderkeuken in het leven geroepen. In het aan de Molenstraat gelegen café Van Delden, een bekende gelegenheid voor bruiloft ten en partijen, waar Cilia van Holstein en Sjaan van der Klaauw in de betere tijden de heerlijkste maaltijden serveerden, wordt nu een lange tafel in een hoekje van het zaaltje grenzend aan de Emmastraat neergezet. Die straatnaam, gelieerd aan koningin Emma, is blijkbaar niet veranderd, waarschijnlijk omdat het een niet meer levend lid van het Koninklijk Huis betreft Twee straten verder worden in de Julianastraat, die door de bezette wel is omgedoopt, namelijk in Noordeinde, door bakker M. Honders de maaltijden bereid. Het geld daarvoor (102.000 guldens) is in de kerken bijeen gecollecteerd, waarna de ingrediënten ten door toedoen van enkele ervaren zakenmensen op de kop zijn getikt en naar Naaldwijk worden vervoerd.

Stamppot
De eerste keer, op 8 januari 1945 zitten er een stuk of tien kinderen aan tafel. Twee vrouwen komen langs. De een met een ketel met stamppot. Ze schept op alle borden een flinke portie. De andere heeft een pannetje jus bij zich, maakt een kuiltje in het midden en giet er flink wat jus in. Het bord dampend eten zie ik nog voor mijn neus staan. Heerlijk, dat heb ik lang niet zo meegemaakt. Wij eten thuis heel wat minder en elk kruimeltje brood wordt daar opgegeten. Het is begin januari 1945 en voor het eerst eet ik mee in de kinder- keuken. Naast en tegenover mij zitten andere kinderen, jongens en meisjes die ik nog nooit heb gezien. Ze komen onder meer uil Cruisbrouck. Ze zitten zeker niet op mijn school. IK ben dan negen jaar oud en op advies van dokter Fransen bij de maaltijden van de kinderkeuken terecht gekomen. Kort voor ik daar kwam, had ik de pech een paar maanden met longontsteking inbed te moeten liggen en daardoor had ik weer het geluk nu wat beter te mogen eten dan veel anderen. Al gauw moeten er in het zaaltje van Van Delden stoelen en tafels bijgeplaatst worden, want steeds meer kinderen nemen aan de kinderkeuken deel. In het begin gaat het om zeshonderd maaltijden per week, maar na drie weken zijn het er al 2400. Na een tijdje zit niet alleen het zaaltje stampvol, maar is ook het café zelf afgeladen met kinderen uit heel Naaldwijk.


Kinderen uit heel Naaldwijk nemen deel aan de maaltijden
van de kinderkeuken in Café Van Delden

Foto: Historisch Archief Westland

Kwartje
Van 22 januari af mogen ook gezinnen tegen betaling van een - zinken - kwartje een portie komen halen. In totaal stijgt het aantal maaltijden zelfs tot 4200 per week. Bakker Honders kan dit niet meer aan, daarom besloten wordt de maaltijden voortaan in de speciaal daarvoor uitstekend ingerichte keuken in de Cleo-fabriek aan de Verspijcklaan te bereiden. Dat alles zo kan worden aangepakt komt vooral ook door toedoen van het in Den Haag opgerichte Interkerkelijk Bureau, dat vanaf begin februari ook een afdeling Westland heeft. Dat probeert met vereende krachten de problemen te lijf te gaan. In Naaldwijk wordt een vergadering gehouden van de bestaande comités in het Westland. Daarin wordt de organisatievorm vastgesteld. Algemeen wordt ingezien dat op het terrein van de voedselvoorziening de Westlandse comités gemeenschappelijke belangen hebben. In het bestuur hebben A. L. Verhagen, voorzitter, D. Th. van Dijk secretaris en Jac. Kuyvenhoven, penningmeester, zitting.  

Reacties zijn welkom via aadvanholstein@hotmail.com 

 
Lange rijen voor een klein beetje eten.

horizontal rule

 

Gymnastiekvereniging VIOS houdt het niet lang vol, 1925

In 1925 - nu tachtig jaar geleden kent Naaldwijk enkele vermaarde gymnastiekverenigingen. Onder meer UDI (Uitspanning door Inspanning) en DOS (Door Oefening Sterk). Twee clubs die nog steeds bestaan. Maar weinigen weten dat er in de jaren twintig ook nog een derde gymclub heeft bestaan: VIOS (Vooruitgang is Ons Streven) 


De gymnastiekvereniging VIOS viert in 1925 het carnavalsfeest in het Verenigingsgebouw aan de Dijkweg. Foto privé bezit Aad van Holsteijn.

Door: Aad van Holstein
Uit:
AD Ouder Westland 5 februari 2005

VIOS geeft een uitvoering in Naaldwijk. De zaal van het R.K. Verenigingsgebouw aan de Dijkweg loopt die avond, dinsdag 2 februari 1925, flink vol. Het gebouw kan wel zeshonderd personen herbergen, maar het zijn er nu toch wat minder. Ook al omdat een deel van de zaal vlak voor het toneel vrij moet worden gehouden als werkvloer voor de gymnasten.
De toeschouwers zitten tot op de gaanderij. Het is voor de vierde keer, dat de vereniging een winteruitvoering geeft. Ook nu weer hebben de leden goed getraind onder lei- ding van de bekende gymnastiekleraar Bosman. De gymnasten staan met open doek op het toneel keurig in het gelid en gekleed in sportkleding te popelen om dat allemaal te laten zien. Maar ze moeten eerst wachten tot meester Koeleveld van de r. k. Jongensschool de zaal heeft toegesproken. Hij heeft het daarbij over de betekenis van de 'sportwereld in onze tijd, die van sport vervuld is'. Koning Voetbal is in opmars en daar lijkt een van de oudste en edelste sporten, de gymnastiek, door in de verdrukking te raken. Hij bedoelt daarmee, dat nu al voor het derde seizoen de in 1922 opgerichte voetbalvereniging Westlandia meed raadt in de competitie Meester Koeleveld heeft het ook over inflatie die Nederland heeft getroffen en waar ook VOOS financieel onder gebukt gaat

Volharding
"Alleen aan de taaie volharding van het bestuur en enige leden is het voortbestaan der vereniging te danken", zegt hij. Hij legt omstandig uit dat deze uitvoering op touw is gezet met het doel om de gymnastiek te bevorderen bil de jongeren en daar meer belangstelling voor te trekken in ruimere zin. En dan wordt voor de ogen van de Naaldwijkse toeschouwers in een grote afwisseling een demonstratie gegeven. Jongens doen springoefeningen, heren vrije oefeningen Er wordt bok gesprongen en er zijn oefeningen aan rekstok en op brug.
De oefeningen worden muzikaal begeleid door het gezelschap Van Bergen Henegouwen uit Poeldijk, bestaande uit piano, viool en cello. Het aardige is, dat de oefeningen worden afgewisseld door duetten en voordrachten, waarvan de laatste Oude tientje en Grootvadertje op de lachspieren van de aanwezigen werken. De heren Hulspas en Mensing uit Poeldijk krijgen daarbij grote bijval. Op prijs gesteld wordt het feit dat een van de zusters van het St.-Martinusgesticht spontaan een lied ten gehore brengt. Aan de reacties uit de zaal is te merken, dat het sportief en cultureel gebodene in de smaak valt. Maar of VIOS nog een lang leven beschoren is, wordt op deze avond toch al sterker dan voorheen betwijfeld, getuige de woog den van meester Biezeno, het hoofd van de jongensschool aan het slot van de feestelijke gymnastiekuitvoering.

Effect
"Jongelieden richten met de voortvarendheid van de jeugd een vereniging op, maar na enige tijd verflauwt de ijver en belangstelling weer", klaagt Hij. "Dit verschijnsel heeft nu ook VIOS getroffen."  Hij voegt eraan toe te hopen, dat de vereniging met meer leden, die ook een standvastige gezindheid met zich meebrengen, het werk kan voort zetten. De woorden van Biezeno hebben niet het gewenste effect. want er wordt alleen nog een carnavalsfeest gevierd, die nimmer door andere wordt gevolgd. De twee andere gymnastiekverenigingen hebben het beter gedaan. Zoals UDI dat twee weken later, op 18 februari, haar uitvoering op een heel andere plek houdt dan in een zaal: in het gebouw van de Naaldwijkse groenteveiling aan de Zuidweg Die uitvoering trekt nogal de aandacht, omdat er niet alleen turnoefeningen worden gehouden, maar ook omdat de vereniging een geheel nieuwe richting in de gymnastiek is ingeslagen. Die is er namelijk op gericht om door de lichaamsbewegingen gevoelens te vertolken, iets waarmee de RK gymnasten het niet zo op hebben.

Niet minder dan 49 dames en heren geven een voorstelling van De Vier Jaargetijden door middel van ritmische gymnastiek. De bewegingen worden gevoelvol op de maat uitgevoerd waarbij wat de kleding betreft rekening is gehouden met het soort jaargetijde. De lente is uitgebeeld in groene kleding, de zomer met geel en bruin, voorstellend het rijpen van de oogst. Aan de uitvoering is een volle avond per week instuderen vooraf gegaan. De meisjes van de jeugdklasse verrassen de toeschouwers in de veiling met een kabouterspel. UDI doet het op die manier al jaren goed en heeft veel voor de gymnastiek in Naaldwijk betekend. Het geeft zo'n goed voorbeeld dat in 1922 niet alleen VIOS ontstaat, maar een jaar later ook DOS.
Deze protestants-christelijke vereniging Door Oefening Sterk wordt op 23 februari 1923 opgericht onder het motto 'een gezonde geest in een gezond lichaam. Er wordt geoefend in de gymzaal van de Rehobothschool. Paul van der Lee, Adriaan Flikweert en Henk Schat zijn de oprichters. DOS doet ook landelijk van zich spreken door jaarlijks mee te doen aan de bondswedstrijden op Tweede Pinksterdag Wat de 'gymnastiek op katholieke grondslag' betreft heeft na de oorlog nog een aantal jaren de gymnastiekafdeling bestaan van de toenmalige RKSV Westlandia. Bekend waren de grootse uitvoeringen in de hal van de bloemenveiling CCWS in Honselersdijk.

Oorlogsfoto's
Voor het illustreren van enkele artikelen over de Tweede Wereld. oorlog in Westland, zoeken wij foto's uit die tijd, waaruit blijkt dat ze in die periode zijn gemaakt. Bijvoorbeeld van de inundaties rond De Lier. toen de polders onder water stonden. Wie weet wie Oom Koos was. die in het Zuidhollandsch Dagblad de erg populaire levensliederen schreef? Graag uw reacties.

Reacties zijn welkom via: aadvanholsteijn@hotmail.com   
En natuurlijk zijn die welkom bij: lwkoppenol@home.nl

 

horizontal rule

 

Warm onthaal Belgische vluchtelingen in Naaldwijk 1914

Op 4 augustus 1914 valt Duitsland het neutrale België binnen. In de maanden daarna  wordt Nederland overspoeld door meer dan één miljoen vluchtelingen, onder wie veel militairen. Ze komen ook naar het Westland, waar ze onder meer in Naaldwijk  allerhartelijkst worden onthaald.

Door: Aad van Holstein
Uit: AD Ouder Westland 4 december 2004

 
Deze kaart werd in 1914 vanuit Katwijk naar Naaldwijk gestuurd door een militair.
Foto privé collectie Aad van Holsteijn

Het is zaterdagavond 10 oktober 2014 als; 107 Belgische vluchtelingen ruim na achten in Naaldwijk arriveren. Per stoomtram uit Delft, waar ze via Rotterdam zijn beland. In twee gebouwen zijn inderhaast enkele lokalen voor hen in ingericht, waarbij aanvankelijk is uitgegaan van 200 vluchtelingen. De mannen gaan naar het Armhuis van de Nederlands Hervormde Gemeente aan de Dijkweg, het dominaal gesticht De vrouwen en kinderen naar het rk Bondsgebouw, eveneens aan de Dijkweg De Naaldwijkers hebben maar weinig tijd om de Belgen een zo goed mogelijke ontvangst te bereiden. Burgemeester Modderman die telefonisch verneemt dat de vluchtelingen onderweg zijn, nodigt met spoed enkele dames uit op het gemeentehuis om te overleggen wat er moet worden gedaan. Als deze dames op hun beurt een beroep doen op vrijwilligers krijgen ze zoveel hulp dat het werk vlot kan verlopen. Met een handkar worden in het dorp dekens en kussens opgehaald. Jongelui zijn bereid om grote zakken vol te proppen met hooi en stro. Dat hebben ze bij de boeren en tuinders op de kop weten te tikken.

In de aangewezen gebouwen spreiden ze de strozakken op de grond uit en maken er warme slaapgelegenheden van. Dit alles wordt gecoördineerd door de burgemeester in samenwerking met een inderhaast door hem samen met genoemde dames en enkele anderen geformeerd vluchtelingen-depots-bestuur. Daarin heeft de priorin van het Sint-Martinusgesticht aan de Dijkweg de functie van voorzitster op zich genomen. Om de financiële kant in de gaten te houden heeft de burgemeester mevrouw Lagerwey-De Graaff bereid gevonden als boekhoudster op te treden. Verder hebben pater W. Kester uit Leuven en mevrouw Van Arkel-Van Dijk, die lange tijd in Gent woonde, in het bestuur zitting genomen. Omdat de twee laatstgenoemden uitstekende banden hebben met België is dat handig van de burgemeester, die zijn keuze motiveert met: "Ze kennen de noden en behoeften van de Belgen." In beide ter beschikking gestelde gebouwen is door tal van Naaldwijkers kort tevoren hard gewerkt om alle vluchtelingen een stevige maaltijd voor te zetten. Als ze eenmaal arriveren staan warme koffie en voldoende brood klaar en vinden de zwervelingen een warm en zo gezellig mogelijk thuis. Ze bekomen al gauw een beetje bij van de geleden ontberingen. De meesten zijn oververmoeid, omdat ze twee of drie dagen lang langs de wegen hebben gezworven. Plaats in de treinen naar Nederland was er niet, zodat ze maar richting de grens zijn gaan lopen. Zonder te weten waarheen.

Snoepgoed
Maar het onthaal in Naaldwijk is allerhartelijkst. Een familie komt met enkele pakken chocolade, waarvan iedereen een reep ontvangt. De mannen krijgen sigaren, de vouwen eau de colonne Voor de kinderen is er snoepgoed. Na een oproep van burgemeester Modderman zijn bovendien van alle kanten oude kledingstukken ingezameld en is speelgoed voor de kinderen beschikbaar. "Het is niet te vertellen hoe gelukkig en veilig die arme menschen zich hier bevinden en hoe dankbaar ze zijn voor al de weldaden hun betoond", zo schrijft de Nieuwe Westlandsche Courant enthousiast en dan meelevend:. "Wat hebben ze geleden. Hartverscheurend zijn hun verhalen." En inderdaad de mensen zijn zomaar weggevlucht uit Antwerpen, nadat de stad door de Duitsers is aangevallen. Vertwijfeld vragen zij de Naaldwijkers of zii soms weten of er nog iets van hun boeltje is overgebleven. De enige informatie komt echter uit kranten, waaruit gelukkig valt op te maken dat de straten, waar deze vluchtelingen vandaan komen, gespaard zijn gebleven.
De vluchtelingen voelen zich al gauw thuis in Naaldwijk. Ze hebben het er ook beslist niet slecht. Bij het steuncomité stromen de giften binnen, soms opvallend grote bedragen.

Iemand die onbekend wenst te blijven, schenkt voor drie weken brood, rijst, bonen en erwten. Daar blijft het niet bij, want een huis-aan-huis inzameling brengt nog eens een bedrag van Fl. 1.669.40 cent op. Als op woensdagavond 14 oktober het fanfarekorps in het Bondsgebouw een uitvoering geeft zijn daar veel Belgen bij aanwezig. Bij het spelen van het Belgische volkslied kunnen velen hun tranen niet meer bedwingen. "Dat zullen we niet meer horen", wordt heel pessimistisch gezegd, "we zullen het Duitse lied moeten leren."
De avond tevoren zijn in Loosduinen eveneens Belgische vluchtelingen met de Westlandse stoomtram gearriveerd. Het gaat om een transport van 120 meest vrouwen en kinderen.
De burgemeester en zijn echtgenote ontvangen allen en brengen ze onder in de grote villa Leijenburg aan de Leijweg, die gratis door de eigenaar wordt afgestaan. Ook in het gesticht Oud Rodenburg en bij enkele particulieren worden vluchtelingen ondergebracht. In Loosduinen verblijven niet alleen Belgische vluchtelingen, maar ook Belgische soldaten, die in Ockenburgh zijn geïnterneerd. Als zij het kamp verlaten om een wandeling naar Kijkduin te maken, komen duizenden nieuwsgierigen op het kamp af.

De internering geschiedt in overeenstemming met de internationale afspraken, zoals die later zijn vastgelegd tijdens de 2e Haagse Conventie van 1907 In Naaldwijk komen de Belgen elke dag in het gebouw van De Bond bijeen om de maaltijden te gebruiken.
De burgerij kookt voor hen. Elk gezin doet dat voor vier personen. De Westlandsche Courant meldt woensdag 14 oktober 1914: "Zondag wandelden de Belgen al door de plaats.
De belangstelling der burgerij is groot, maar van de meest vriendelijke stemming." Maar tien dagen later is de teneur van de berichtgeving al aan het veranderen. "De Belgen vertoeven nog altijd in het dorp en van vertrek naar Antwerpen hoort men niets", aldus de Westlandsche Courant met een zekere ondertoon. "Vooral de inrichting onzer woningen vinden ze buitengewoon mooi en gezellig. In de stad hunner inwoning schijnen velen maar weinig tijd binnenshuis door te brengen." De Belgische mannen beginnen zich al gauw te vervelen en vragen bij tuinders of ze mogen helpen. Belgische jongelui zijn al blij als ze van een tuinder een dikke peen krijgen of een kleipeer. De Naaldwijkse jeugd speelt ook graag met de jonge Belgen. Maar het is nog steeds oorlog, ook al doet Nederland niet mee.

Op maandagochtend 26 oktober 1914 zien ze over de Dijkweg een bataljon voetvolk van de eigen militie door het dorp trekken vergezeld van een volledige trein rij- en voertuigen.
Ze marcheren richting Honselersdijk. Midden op de Naaldwijkse Weg bij Mariënoord - nu Dijkweg geheten - wordt gestopt en rust gehouden. Er wordt koffie gedronken, die onderweg in de keukenwagens is gezet. Als iedereen is uitgerust. trekt het bataljon weer verder langs de Nieuwe Weg. Met muziek voorop. Het grootste deel van de burgervluchtelingen keert voor het einde van het jaar weer terug naar huis. Meer dan 100.000 Belgen blijven echter in Nederland achter. Van deze groep worden degenen die niet zelf in hun levensonderhoud kunnen voorzien (ongeveer 20.000) ondergebracht in vluchtoorden te Gouda, Uden, Nunspeet en Ede die onder toezicht staan van de Nederlandse overheid.

Reacties zijn welkom via: aadvanholstein@hotmail.com

 

horizontal rule

 

Tachtig jaar koorzang: “Zoveel genot door een lied”

"Daar heb je de burgemeester van Rozenburg. met zijn dochter Jenny!', roept iemand met luide stem. Het is een heer met een hoge hoed op, die zich in een kleurrijk gezelschap bevindt op het toneel van gebouw Hulp en Voorzorg in Naaldwijk. Het is maandag 22  oktober 1962. Veertig jaar geleden De viering van de oprichting van 'Arti et Religioni' in 1923 wordt ermee ingezet.


Een scene uit "Het spel met zang" Lieveke van Hemel,
dat werd opgevoerd door Arti op 22 oktober 1962 in gebouw Hlup en Voorzorg.
Foto Marcel van der Vlugt

Door: Aad van Holstein
Uit: AD Ouder Westland 12 oktober 2002

Naaldwijk
"Hier is een dameszangkoor opgericht onder den lieflijken naam 'Anti et Religioni' Het bestuur bestaat uit de dames A. Varkevisser, J. 't Hoen, J. van der Klaauw en C. van Giesen. De heer A. Krook, directeur van het kerkkoor zal voorlopig de oefeningen leiden"
De Westlandsche Courant van zaterdag 17 februari 1923 die dit meldt, kan er alleen maar mee constateren dat de zangkunst 'in ons dorp ongemeen aantrekt'. Dat bewijzen de vele zangverenigingen. Alleen een dameskoor ontbrak. "En toch kunnen dameskoren de zangkunst zo uitnemend beoefenen en den hoorders zoveel genot bereiden door het lied" Het zal nog een laar duren voordat Naaldwijk de eerste muzikale vruchten van dit koor mag pluk- ken.
Dat gebeurt eind februari 1924 als op twee avonden in het gebouw van de R.K. Volksbond aan de Dijkweg de eerste uitvoering wordt gegeven. Het is voorzitster A. Varkevisser die dan benadrukt dat koorzang van vrouwen aangenaam is en bij goede stemverhoudingen zeer mooi kan klinken. Dat laat directeur Krook dan ook direct daarna horen als de dames onder zijn leiding liederen laat zingen, waarbij de keuze afhangt van 'de jeugd der vereniging'. Het duet 'Grootmoeders breikous' geeft een prettige afwisseling in het programma. De avond wordt besloten met een toneelspel in vier bedrijven 'De Vestaalsche Maagd' In de jaren daarna wordt telkens weer een uitvoering gegeven, waarbij die in 1928 een operette betreft. Een amusant en aardig spel met als titel 'Woudkoningin'. Bij deze uitvoering is ook burgemeester J. P. Elsen aanwezig

Opvolgingen
In de eerste jaren van zijn bestaan volgt de ene dirigent de andere op. De dames zijn nog maar net aan de maatslag van dirigent Krook gewend of ze vallen in de muzikale handen van ene Van Meel. Dat duurt echter niet zo lang, want Van Bergen Henegouwen neemt zijn taak over. Maar ook die is geen blijvertje, omdat Jo Kruidenberg deze taak overneemt.
Dat is eind jaren twintig. Jo Kruidenberg komt uit Loosduinen en slaagt er in de loop der jaren in haar sporen in Naaldwijk te verdienen. Getrouwd met de directeur van de Boerenleenbank aan het Wilhelminaplein heet zij weldra mevrouw Krook-Kruidenberg en beweegt zich vlot in het Naaldwijkse katholieke sociale leven. Zichzelf begeleidend aan de piano ontpopt zij zich arseen veelzijdig amateur-artieste die bij allerlei gelegen heden voor de vrolijke noot zorgt.
Ze maakt talloze liedjes en wordt een plaatselijke beroemdheid, die andere beroemdheden in het zonnetje weet te zetten. zoals de tweelingbroers postbodes Van Holstein. Het lied 'Jan en Janus van de Post zijn met bloemen uitgedost', door haar gemaakt bij gelegenheid van hun zilveren jubileum in 1944, werd door vrijwel het hele dorp nagezongen. Maar ook Jo Kruidenberg ruimt bij 'Anti et Religioni' het veld. Zij wordt in 1933 opgevolgd door Anton Cloosterman uit Den Haag, die dan onder andere in Voorburg dirigent is van een kerkkoor.
Het is ook Cloosterman, die al gauw met het idee op de proppen komt het dameskoor van alten en sopranen uit te bouwen tot een gemengd koor. Dat opent de mogelijkheid aansluiting te zoeken met de RK Bond van zangverenigingen in Noord- en Zuid-Holland, zodat Anti deel kan nemen aan de jaarlijkse concoursen. Dat is een heel goede greep van deze dirigent, want de kwaliteit van wat Anti aan muzikaliteit te brengen heeft, wordt er 'hoorderoren' beter door.

Inzingen
Anti moet veelal naar Noord-Holland reizen om aan de concoursen deel te kunnen nemen. Onderweg strijkt men dan in De Nachtegaal of in Groenendaal neer om in te zingen, waarna vol goede moed wordt doorgereisd naar plaatsen als Noord-Scharwoude, waar veelal in een veilinghal voor een kritische jury moet worden gezongen. Het is aan Cloosterman te danken dat Anti in de loop der jaren, dat hij dirigent is gebleven, weet op te klimmen tot de ereafdeling. Daarin worden vele eerste prijzen behaald, maar een en ander zorgt wel voor een druk programma. Waar de eerste repetities zijn gehouden, is niet bekend. Kort na de oorlog is dat in hotel Westlandia, waar de verplichte werken (dikwijls moeilijke maar zeer fraaie polyfone werken van Oscar van Hemel en Clemens non Papa) worden ingestudeerd. Daar blijft het niet bij. Want Arti geeft ook elk jaar een uitvoering, waar zowel in het gehoor liggende werken van bekende operettecomponisten als bijvoorbeeld werken van Händel en Hayden worden uitgevoerd. Het gevarieerde karakter van de jaarlijkse programma's zorgt ervoor dat de zaal van 'Hulp en Voorzorg' telkens weer goed gevuld is.

Het veertigjarig bestaan van Anti in 1962 brengt het voortvarende bestuur onder leiding van de zeer vele jaren functionerende voorzitster Bep Dijsselbloem ertoe in het spel met zang 'Lieveke van Hemel' van de Belg Lauwaet - een moordaanslag in hoepelrok onder regie van Heulenaar Pieter van Vree - op het toneel te brengen; in de hoofdrollen onder anderen Luus van Broeck, Koos van Zeijl en Tinus Alsemgeest. Veertig jaar later begint het koor 'Anti et Religioni' aan zijn tachtigste levensjaar. Onder leiding van dirigent Carel van der Kamp, de opvolger van Cloosterman, wordt dit jubileum op zaterdag 26 oktober om zeven uur feestelijk ingezet met een Byzantijnse mis in de Adrianuskerk met medewerking van het koor 'Son Deo' uit Langeraar. Bijzonder is het kerstconcert op vrijdag 13 december om acht uur in het kerkje van 't Woudt. De vier Carelkoren - dus alle door Van der Kamp geleid - zingen in de feestmis bij gelegenheid van het tachtigjarig bestaan op zaterdag 22 februari 2003 in de Adrianuskerk. Anti mag dan qua ledental sinds 1962 ongeveer zijn gehalveerd, het koor zingt zijn partijtje nog steeds mee en heeft zijn leeftijd dan toch maar weten te verdubbelen.

Reacties zijn welkom via: aadvanholstein@hotmail.com

horizontal rule

 

Geduw bij Tribunaal Landwacht.

Door: Aad van Holstein
Uit: AD Ouder Westland donderdag 14 februari 2008

Als er één vijandelijke organisatie in de oorlog door de Westlanders wordt gehaat, dan is het wel de Landwacht. Geen wonder dat in 1948 de processen tegen die lieden grote belangstelling trekken.

Lang voor de aanvang van de zittingen van het Haagse Bijzondere Gerechtshof vormt zich een lange rij belangstellenden voor het gebouw aan de Kneuterdijk. De af en toe op de grond stampende of zich warm slaande Westlanders trotseren die dinsdag de 17de februari 1948 de winterse kou om - straks zittend op de warme publieke tribune - geen woord te missen van wat er allemaal ter sprake komt. Alleen: niet iedereen kan naar binnen en eenmaal binnen moeten ze ook nog een teleurstelling verwerken. Twee uur hebben ze staan blauwbekken. Maar ze hebben het ervoor over want deze ochtend staan ex-landwachters op de rol met - nu als dissonant - klinkende Westlandse namen. Gevreesd en berucht in de bezettingstijd. Als tegen tien uur, het aanvangstijdstip van de zitting, de deuren opengaan, stormen enkele honderden Westlanders naar voren om onder veel gedrang en geduw een plaatsje te vinden. En dat terwijl er voor geïnteresseerden van tevoren kaarten zijn verstrekt. Maar iedereen wil vooraan zitten. En dan komt de teleurstelling. De zitting kan niet doorgaan omdat de advocaat-fiscaal mr. Braun ziek is en hij mogelijk zelfs een operatie moet ondergaan. Toch zijn de Westlanders niet helemaal voor niets naar Den Haag gekomen, want er worden uitspraken gedaan in vorige zaken tegen Westlanders.

En zo zien ze toch nog 'bekende gezichten', die zelf immers aanwezig moeten zijn om hun vonnis aan te horen. Al gauw verneemt de meute dat een Wateringer, die ten volle dienst heer gedaan bij de Landwacht en onderduikers heeft helpen opsporen, na een eis van tien jaar, tot hun niet geringe genoegen zelfs twaalf jaar gevangenisstraf krijgt opgelegd.
Een Naaldwijker die heeft geholpen bij arrestaties, die voor enkele personen de dood tot gevolg heeft gehad, krijgt eveneens twaalf jaar Een andere Naaldwijkse ex-landwachter die hetzelfde deed, maar ook nog eens een predikant heeft verraden door aan de vijand mee te delen wat hij op de kansel had gezegd, krijgt dezelfde straf opgelegd. Een ex-landwachter, die als leider is opgetreden en zijn werk zo 'goed' deed dat eveneens drie personen om het leven zijn gekomen, wordt tot nog een jaar meer veroordeeld. Toch nog reden voor de meute belangstellenden om tevreden huiswaarts te keren.

Een week later zijn ze er weer en herhaalt zich het gedrang voor de Kneuterdijkse deur en daarna nog meermalen. Deze keer gaan de zittingen gewoon door. Iemand uit Monster, die in 1943 sympathiserend lid van de NSB wordt om bij de Landwacht te dienen, probeert tegenover de president van de recht bank onder de tegen hem uitgesproken verdenkingen uit te komen. Net als zoveel anderen zegt hij dat hij altijd heeft gedacht dat de landwacht er was om de zwarte handel te bestrijden. ,,En die onderduikers dan?" vraagt de advocaat-fiscaal, die weet dat de man daar actief naar heeft gezocht. ,,Daar heb ik maar twee keer wat aan gedaan," geeft hij schoorvoetend toe. Hij is er pas veel later achter gekomen dat de Landwacht juist fel tegen het Nederlandse volk bezig is geweest. De advocaat-fiscaal noemt de man een laffe figuur, die bang is zijn eigen leven in te zetten, maar wel luchthartig omspringt met dat van anderen. Er wordt veertien jaar tegen hem geijsd. Raadsman mr. Coops brengt in het midden, dat de man door economische omstandigheden bij de NSB terecht is gekomen en vraagt clementie. En zo staan alle landwachters, die vlak na de bevrijding door de Binnenlandse Strijdkrachten in hun kraag zijn gevat, in de loop der tijd voor de bijzondere rechtspleging terecht. Met soms pagina's grote verslagen daarover in de regionale kranten.

'Jan Hagel' was nog erger dan NSB’ers.
'Jan Hagel'. Zo worden de leden van de Landwacht genoemd, die in maart 1944 ook in het Westland van start gaat. Het zijn je reinste collaborateurs, nog erger dan de NSB'ers, die juist om zo'n gewapende macht hebben gewaagd. Dat is weer het gevolg van het groeiende aantal aanslagen dat tegen het eind van de oorlog op hen wordt gepleegd. De bezetter vindt de Nederlandse politie terecht onbetrouwbaar en de Grüne Polizei is te beperkt in mankracht. Mannelijke leden van 17 tot 55 jaar kunnen zich inlijven in een soort zelfverdedigingsorganisatie uitgerust met een jachtgeweer, vandaar de naam 'Jan Hagel'. Maar die naam danken ze ook aan hun soms schofterige optreden, vooral in het Westland. Ze willen zich ten opzichte van hun omgeving nu eens goed laten gelden. Machtsmisbruik, willekeur, diefstal en roof schuwen ze niet. Vooral na de septemberdagen van 1944 richten ze zich op razzia's op onderduikers in samenwerking met de SD, het opsluiten en mishandelen van gevangenen en het terroriseren van de omgeving. Geschiedkundigen zien duidelijk in de Landwacht vooral de verwording van de NSB. Ook de Silbertanne-moorden zijn daar een schrijnend voorbeeld van. Dit was een serie wraakacties door Nederlandse nazi's in 1943 en 1944 op anti-Duitse landgenoten. In Westland werden twee Naaldwijkers slachtoffer.


Vier Westlandse landwachters direct na hun aanhouding in mei 1945.

Reacties zijn welkom via: aadvanholstein@hotmail.com

 

horizontal rule

 

Meisjes en jongens strikt apart.

Door: Aad van Holstein
Uit: Westland, AD donderdag 7 februari 2008

Ruim 110 jaar geleden is in Naaldwijk de RK Meisjesschool gesticht, de latere Bernadetteschool voor meisjes én jongens. Half Naaldwijk zat op de school aan de Dijkweg, die binnenkort verhuist. Vandaar Zaterdag al een afscheid. 

Achter de markante, monumentale gevel van de van oorsprong RK Meisjesschool aan de Dijkweg is alleen sinds 1922 onderwijs gegeven, maar het gebouw is ook drie keer kazerne geweest. De betekenis die het gebouw voor katholiek Naaldwijk heeft gehad, blijkt overduidelijk uit de bijdragen van onder anderen oud-leraren. oud-leerlingen en anderen aan een mooi, speciaal over de school samengesteld boek. Gerard de Vreede en Jan van der Meijs hebben het boek geredigeerd en het wordt zaterdag tijdens een Open Huis gepresenteerd.


Een klassenfoto uit de jaren twintig.
Tussen de meisjes zitten toch enkele jongens voor wie geen plaats is op de jongensschool.

 In 1875 - zo hebben zij in de archieven gevonden - is er in Naaldwijk nog geen katholiek onderwijs. De eerste bijzondere school die dan wordt gesticht is de Christelijke School voor lager onderwijs. Al gauw volgt er ook een RK Parochiale school voor kleuter-. lager en uitgebreid lager onderwijs. Omdat de bisschop strikt gescheiden scholen voor jongens en meisjes dicteert, zet ook pastoor Leonardus van Lijnschooten van Naaldwijk zich daarvoor in. Van zijn parochianen krijgt hij op zijn zilveren priesterfeest in 1884 het zeer royale bedrag van 10.000 gulden cadeau. Daarmee kan zijn wens in vervulling gaan om zusters naar Naaldwijk te halen voor onderwijs aan meisjes. De school op de hoek van de Havenstraat en de Dijkweg wordt daarvoor in orde gemaakt. De jongens gaan naar een apart onderkomen.

Om de zusters Dominicanessen van Neerbosch, die zijn voorkeur hebben, een goed onderdak te bezorgen, wordt het huis van het hoofd van de school, dat vlak naast de kerk aan de Dijkweg staat, verbouwd. Er komt ook een kapel achter, waar de zusters kunnen bidden. De eerste zusters arriveren daar op 30 december 1896 met als schoolhoofd zuster Ludovica Aben. Zij brengt nog zeven andere zusters mee om de zorg op zich te nemen voor het leer-, naai- en kleuteronderwijs. Het is 11 januari I897 als de RK Meisjesschool met vijftig leerlingen voor de leerschool, vijftig voor de bewaarschool en vijftien voor de naai- school kan beginnen. Maar al na twee jaar is de school te klein.

Het moederhuis van de zusters in Neerbosch springt dan bij met een bedrag van 4000 gulden voor de bouw van een lokaal voor de naaischool. Intussen wordt in 1901 op initiatief van pastoor Van Lijnschooten verderop aan de Dijkweg - op de plaats waar nu de gymzaal van de Bernadetteschool staat - een fors verenigingsgebouw gesticht met een zaal, waarin zeshonderd mensen plaats kunnen nemen. Maar, zo schrijven De Vreede en Van dei Meijs, dat gebouw is niet rendabel. Na een zestal jaren aanmodderen: wordt het in 1907 verbouwd tot school en neemt de meisjesschool er zijn intrek in. De jongens keren daarna terug in het door de zusters verlaten gebouw De school groeit in de eerste decennia van de vorige eeuw zo sterk, dat veel kinderen er niet meer geplaatst kunnen worden. De nieuwe pastoor Wierdels laat de school van zes naar tien lokalen uitbreiden. In januari 1918 zitten er toch acht of negen katholieke jongens op de meisjesschool, omdat er op de jongens school voor hen geen plek is. In 1922 wordt naast de school eer modern pand gebouwd.

Daar neemt de meisjesschool zijn intree in en is nu nog steeds in gebruik bij de Bernadetteschool. Het staat te gen het oude gebouw aan. Als in augustus 1939 het Nederlandse leger wordt gemobiliseerd omdat er een grote oorlogsdreiging is, worden overal in het land scholen gevorderd voor onderdak van militairen. Zo ook de RK Meisjes- school in Naaldwijk. De schoolkinderen maken zo plaats voor 120 soldaten. “In korte tijd moest de school leeggehaald worden: tafels, stoelen schoolborden, boeken en schriften tot kapstokhaken toe, alles moest er uit," schrijven De Vreede en Van der Meijs. Van 1 september 1939 tot mei 1940 is de school eerst een soort kazerne voor het Nederlandse leger Daarna verandert de situatie drastisch als in augustus 1940 Duitse soldaten de school bevolken.

In de oorlogsjaren gaan de lessen gewoon door, maar wel op verschillende adressen en ook niet hele dagen. De meisjes van de lagere school gaan naar de jongensschool waar ze de ene week in de ochtend en de andere week in de middag les krijgen. Voor de schoolleiding is dat wel een probleem, want het is wel zaak de jongens en meisjes strikt gescheiden te houden. Er wordt dan ook nadrukkelijk op toegezien dat de meisjes eerst allemaal van het schoolplein verdwenen zijn, voordat de jongens er toegelaten worden. Op zaterdag 20 mei 1945 verandert de school weer in een kazerne, maar nu voor de Canadezen. Een maand later vertrekken die weer. Er zijn nog Naaldwijkers, die zich herinneren dat ze sigaretten en chocoladerepen door de geopende ramen naar buiten gooiden. Als op 6 juli 1945 de school wordt vrijgegeven is het gebouw volkomen uitgewoond. Met man en macht wordt er schoongemaakt, zodat op 10 september de school weer kan beginnen.

Reacties zijn welkom via: aadvanholstein@hotmail.com

 

horizontal rule

 

Eerste tomaten: teelt uitmuntend, handel een mislukking.

Door: Aad van Holstein
Uit: Ouder Westland (Westlandschecourant)

Datum:
1892
Plaatsing:
10-04-2004

De Nederlandse teelt van tomaten onder glas vindt zijn oorsprong in het Westland. In dat opzicht is het een echt eigen Westlands product. In 1914 werd de tomaat zelfs als ‘een kind van het Westland'  aangeduid. Geboren in de allerlaatste jaren van de negentiende eeuw. Op een tuin waar Hilligert  Caarten Camfferman bedrijfsleider was.

Natuurlijk werden er in Nederland al eerder en op andere plaatsen dan in het Westland tomaten geteeld. Maar dat gebeurde in de natuur als liefhebberij en vooral op zogenaamde buitenplaatsen. De tomaat werd aanvankelijk immers gezien als een siervrucht. Het was om die reden dat er in het Westland enkele tuinders waren, die bij hun druivenmuren wat tomaten plantten. Ze wilden hun tuin een wat beter aanzien geven. Soms werden ze op een beschut plekje aan een hekje opgebonden waar ze vaak heel goed gedijden. Bekend zijn de verhalen van de pontamoers, wat een verbastering is van het Franse pomme d'amour. Sommige tuinders plukten de tomaten om ze aan fruitwinkeliers in Den Haag te verkopen, waar ze gebruikt werden om de uitstalling van het fruit wat op te fleuren. Maar er was geen tuinder die het in zijn hoofd haalde in een tomaat te bijten. Volgens de meeste telers waren ze zelfs oneetbaar. Pas in 1891 zijn de eerste tomaten voor keuken- of tafelgebruik gekweekt. Dat was een initiatief van Hilligert Caarten Camfferman uit Naaldwijk. Camfferman was aanvankelijk samen met zijn broer Koos zelfstandig tuinder aan het Sint-Jorispad in Naaldwijk. De crisis in de agrarische sector in de jaren tachtig noopte hen echter het bedrijf te verlaten.

Baasknecht
Arend Verhagen, een invloedrijk graanhandelaar in Naaldwijk, hoorde daarvan en kende de kwaliteiten van Camfferman. Hij wist Hilligert te bewegen baasknecht te Worden op de kwekerij ‘De Duiventoren' die hij aan de Geestweg exploiteerde. Broer Koos werd tuinder in Engeland. Dat laatste was van grote betekenis, want van hem hoorde Hilligert op welke schaal aan de overkant tomaten geconsumeerd werden en vooral hoe je ze moest telen. Dat leek de Naaldwijker ook wel wat en zo begon hij behalve druiven op aanwijzing van zijn broer in die kassen ook B-tomaten te telen als tweede vrucht na de sla. Daarvoor stuurde zijn broer hem ook het nodige zaad toe. De teelt op zich ging voortreffelijk en werd een cultuurtechnisch hoogstandje voor die tijd. Camfferman oogstte zo een overvloed aan heerlijke tomaten. Maar de winkeliers aarzelden ze af te nemen. Het ging aanvankelijk in heel kleine partijtjes. De oogst was wel groot, maar nog lang niet groot genoeg om ook aan export naar Engeland te denken. T och hield Camfferman vol. Hij nam ook in het jaar 1892 een proef en behaalde daarmee dezelfde resultaten. Het kwam er eigenlijk op neer dat de teelt geweldig slaagde, maar dat de handel op niets uit liep.

Duiventoren
Hilligert Camfferman wisselde later zijn functie van baasknecht op de Duiventoren weer in voor die van zelfstandig tuinder. Daartoe streek hij neer in de Pijletuinen in Naaldwijk, waar hij later werd  opgevolgd door zijn twee zonen Arie en Willem. Ook die genoten de reputatie van bekwame vaklui. Nadat genoemde graanhandelaar Arend Verhagen in 1911 was overleden, bleek dat hij zijn testament zonder daarover eerst met zijn tweede vrouw Magdalena Noordam te overleggen stiekem had laten veranderen en het huis en de zaak aan de Prins Hendrikstraat van de hand werden gedaan. Zijn vrouw kocht daarna de tuin ‘De Duiventoren’, zodat een van haar zoons het beheer over deze tuin kon krijgen. Het enige wat nog overgebleven is van de tuin, die de eerste Westlandse tomaten heeft voortgebracht, is de naam: Duiventorenstraat. Intussen werd in 1896 het Westland zijn eerste rijks tuinbouwleraar welkom geheten. Het was C. H. Daassen, die les gaf aan de toen opgerichte Rijkstuinbouw winterschool. Hij rekende het zich tot taak de telers in het Westland na genoemde crisis ten dienste te staan. Hij steunde daartoe de Vereeniging Westland, die in 1889 was opgericht om de tuinbouw weer op de been te helpen. In plaats van vroege aardappelen, waar het Westland in die tijd vooral om bekend stond, kwamen er nu meer producten die onder glas geteeld konden worden. Daassen was daarbij vooral voorlichtend werkzaam. Ook ging hij in Engeland kijken hoe daar handel gedreven werd en gaf zijn bevindingen in rapporten weer. Ook over de tomaten, die duidelijk strookten met de bevindingen van Camfferman. Daasen ontdekte ook hoe daar de teelt van komkommers en tomaten in kassen toenam. Teelten die in Nederland niet bekend waren.
In Loosduinen werden weliswaar komkommers geteeld, maar uitsluitend onder platglas. Dat moest volgens Daassen veranderen in staand glas, zoals in Engeland.

Komkommerkas
De Loosduinse tuinder Van Spronsen maakte kort daarna een reis naar Engeland en met de kennis die hij daar opdeed stichtte hij in het voorjaar van 1897 zijn eerste komkommerkas. Maar in plaats van zijn kennis met anderen te delen gebeurde er iets heel eigenaardigs. Van Spronsen ging uiterst geheimzinnig te werk en liet helemaal niemand in zijn kas toe. Hij probeerde de teelt uitsluitend voor zichzelf te houden, zelfs de rijks tuinbouwleraar mocht de kas niet betreden. Veel hielp dat niet, want in minder dan geen tijd stond heel Loosduinen vol met soortgelijke komkommerkassen. Wat de tomatenteelt betreft is het vooral voor de tuinders van nu interessant te weten dat ze aanvankelijk werden opgebonden langs hekwerk, gemaakt van latten en paaltjes. Pas later kwam de bevestiging van de stengel aan een hangend touw in zwang.

Nadere informatie
Bij de samenstelling van dit artikel is dankbaar gebruik gemaakt van informatie van de heer J. Middelburg uit Naaldwijk naar aanleiding van een artikel over de graanhandelaar Arend Verhagen, gepubliceerd in de Westlandsche Courant van zaterdag 6 maart 2004.


Tomatenteelt anno 2014

Reacties zijn welkom via: aadvanholstein@hotmail.com

horizontal rule

 

Stamkaarten buit bij overval op Naaldwijks raadhuis.

Uit: Ouder Westland (Westlandschecourant)
Door:
Aad van Holstein
Datum: 1944

Plaatsing:
01-05-2004

Voorjaar 1944. Het verzet tegen de bezetter neemt ook in het Westland steeds grotere vormen aan. Net als trouwens het lijdelijk verzet van ambtenaren en politiemannen. Twee Naaldwijkers die grote moed tonen zijn Klaas Alblas en inspecteur J. Boltje. Beiden ondervinden daarvan ook de gevolgen.


Voormalige Gemeentehuis Naaldwijk.

Inspecteur J. Boltje van de Naaldwijkse gemeentepolitie is een man van karakter. Hij heeft al diverse malen de Duitse bezetter de voet dwars gezet. Als hij in januari 1944 een overval op het Naaldwijkse gemeentehuis niet weet op te lossen en weigert instructeur te worden van de zojuist opgerichte  landwacht, is voor de Duitsers de maat vol. Op zaterdag 4 maart moet hij zich melden op het bureau en hoort dan van de Ordnungspolizei dat hij ontslagen is. Hij wordt gearresteerd en op transport gesteld naar Amersfoort. De druppel die de Duitse emmer doet overlopen is de overval op het eeuwenoude raadhuis, gelegen op de hoek van het Wilhelminaplein en de Herenstraat. In het boek 'Gemeente Naaldwijk 1940-1945’ dat in 1995 is verschenen en veel materiaal bevat over de bezettingsjaren, wordt dit voorval uitvoerig beschreven. De overval heeft te maken met de vervanging van inmiddels volgeraakte distributiestamkaarten. Die dateren immers van 1939 en in 1944 wordt besloten een tweede kaart uit te geven. Voor onderduikers en andere mensen met vervalste papieren vormt dat echter een ernstig probleem. Hoe komen zij aan die kaarten?  Overal in het land voeren goed georganiseerde knokploegen daarom overvallen uit op gemeentehuizen en dergelijke om de bevolkingsregisters te kraken.

Op zolder
De Naaldwijker Klaas Alblas (22), ondergedoken in ‘s-Gravenmoer, keert eind 1943 terug naar Naaldwijk om zijn oude werk bij de Voorschotbank voort te zetten. Hij is zo ontkomen aan deportatie naar Duitsland, mede dank zij zijn baas directeur Ph. Klapwijk, die volop in het georganiseerde verzet zit. Klaas slaapt op de zolder van net bankgebouw aan de ‘s-Gravenzandseweg. Wetend wat er aan de hand is met de distributiekaarten besluit hij samen met een andere onderduiker, Jaap Luttik uit Haarlem, een poging te wagen het Naaldwijkse bevolkingsregister leeg te halen. Hij weet van de mislukte overval op het distributiekantoor een jaar eerder en wil laten zien dat het toch kan.
Dank zij ambtenaar bevolkingszaken Van Denzen komt Klaas achter alle belangrijke gegevens om van de overval een succes te maken. Hij weet precies waar de documenten liggen opgeslagen, wanneer er weinig ambtenaren aanwezig zijn en welke deur altijd open staat. Omdat burgemeester Bisschop heeft besloten het raadhuis vanaf 31 januari ‘s middags twee uur door de politie te laten bewaken, aangezien enkele dagen eerder het raadhuis van Maasland al is overvallen, vindt Klaas dat hij dus voor dat tijdstip in actie moet komen.

Liedje
Als de burgemeester op de 31e januari om kwart over een de deur van het raadhuis achter zich dichttrekt, staat op hetzelfde moment een tweetal inbrekers bij de poortdeur aan de Koningstraat om het binnenplaatsje achter het gemeentehuis binnen te gaan. Christina Alblas blijft buiten staan en zal een liedje fluiten als er onraad is. Door de niet afgesloten achterdeur van het raadhuis komt het tweetal in het kantoor van de enige ambtenaar die in lunchtijd nog aanwezig is en net zijn laatste boterhammetje naar binnen heeft gewerkt.
Als hij daarna wil opstaan, ziet hij plotseling achter een van de loketten een gezicht opduiken. Opeens staan twee mannen met een pistool voor hem en roepen ’Handen omhoog, meneer’. Hij kan niet anders doen dan het bevel opvolgen en op zijn stoel blijven zitten. Hij wordt gefouilleerd. De mannen treffen een bos sleutels aan van het raadhuis. Ook de sleutel van de kluis is erbij. Op de vraag of dat inderdaad de sleutel van de kluis is, geeft de ambtenaar geen antwoord. Hij wordt vervolgens gedwongen in de kluis te gaan, waarvan de deur open staat. De ambtenaar wordt in de kluis geduwd nadat hij met een touw aan polsen en benen is vastgebonden.

De inbrekers doen de kluis dicht als ze hebben geconstateerd, dat er voldoende lucht in is om de ambtenaar niet in problemen te brengen. De ambtenaar zegt zacht: 'behouden vaart’, waarop geantwoord wordt met ‘en jij goede wacht’. Die laatste woorden staan niet in het politierapport, dat inspecteur Boltje na de overval opmaakt. Dan lopen de inbrekers recht op de kasten met het bevolkingsregister af en halen daar de hele boel overhoop.
Hele stapels bevolkings registerkaarten worden in twee meegebrachte koffers gestopt.
De inbrekers verlaten door de achterdeur weer het pand en samen met het op wacht staande meisje gaan ze - met de koffers achterop de fiets - onopvallend door de Prins Hendrikstraat naar de Voorschotbank, waar deze in de kelders worden verstopt. In het gemeentehuis laat het tweetal een grote chaos achter. Overal verspreid liggen stamkaarten en kaarten uit het bevolkingsregister. Veel werk voor de ambtenaren dus, maar heel erg schijnen die dat niet te vinden. Als de ambtenaar na een verblijf van ongeveer een half uur uit de kluis wordt bevrijd, geeft hij aan de politie een signalement van de inbrekers op, dat op geen enkele wijze aan de werkelijkheid voldoet. Alblas meldt later in de middag aan directeur Ph. Klapwijk wat er  gebeurd is. Wat het georganiseerde verzet een jaar eerder niet is gelukt, lukte de twee jongemannen wel. Hij meldt dit aan de leiding van het verzet. Die vindt dat een en ander naar een veiliger plaats moet Worden vervoerd. Daarvoor wordt de moeilijk bereikbare zolder van de gereformeerde kerk aan de Dijkweg aangewezen, waar de vader van Klaas Alblas koster is.

Moed en durf
Intussen is de LKP, de landelijke knokploeg - die het verzet coördineert—helemaal niet zo blij met deze ’wilde actie’, maar toch wordt, als de leiding van de LKP en Alblas een ontmoeting hebben, de moed en de durf van Klaas erkend. Veel mensen, zoals onderduikers, kunnen van de actie profijt hebben. Op de vraag van Valstar, Piet Hordijk en Piet Doelman, of hij er voor voelt verder actief te Worden in het LKP-werk antwoordt Klaas bevestigende. Hij krijgt niet de makkelijkste taak, namelijk het liquideren van ’foute personen’. Hij gaat ermee akkoord, maar zal dat werk niet lang doen, want bij een controle in een trein tussen Rijswijk en Rotterdam komen SD'ers er achter dat zijn papieren zijn vervalst. Ze arresteren hem en verhoren hem stevig in Amsterdam. Daarna wordt hij in Amersfoort opgesloten om na een maand op transport gesteld te Worden naar Duitsland. Ter hoogte van Zwolle weet hij uit de trein te ontsnappen, maar kan zich als gevolg van de kleding die hij draagt niet snel uit de voeten maken. Hij wordt gepakt en bewusteloos geslagen. Na een boottocht arriveert hij op het Duitse eiland Norderney waar hij de Organization Todt moet helpen bij het bouwen van bunkers in de duinen. De winter 1944-'45 wordt een hel voor Klaas en zijn medegevangenen. Velen sterven er door dysenterie, ondervoeding en kou. Van lege cementzakken wordt kleding gemaakt en tenslotte schaamt men zich niet de kleding van de dode makkers aan te trekken. Klaas wordt broodmager. Maar moet meevluchten als de Geallieerden in 1945 naderen. Vlak voor de Duitse capitulatie worden de  gevangenen vrijgelaten en weet Klaas meest lopend via Amsterdam Naaldwijk te bereiken, waar hem een grootse huldiging ten deel valt.

Reacties zijn welkom via: aadvanholstein@hotmail.com

horizontal rule

 

Gilles Hamel: ‘Je wist nooit wie je verrader was’

Door: Aad van Holstein
Uit: Ouder Westland
Datum: 03-07-2004

Dat over het Westland in oorlogstijd in oude kranten maar weinig terug te vinden is, hebben we vorige week aangetoond. Ze waren verboden of ze zwegen uit angst voor een verschijningsverbod. Maar wat stond er in oude notulen van de kerkenraad van de gereformeerde kerk? En wat is er gepubliceerd over de katholieke parochie van Naaldwijk in oorlogstijd?

Gilles Hamel uit Naaldwijk Wilde wel eens weten of er in oude notulen van de kerkenraad van de gereformeerde kerk in Naaldwijk toch nog iets terug te vinden zou zijn over het leven in oorlogstijd. Als vrijwillig medewerker van het Historisch Archief Westland trof hij echter dezelfde terughoudendheid aan als in de Westlandsche Kerkbode, waarover wij vorige week schreven.
Hij bestudeerde de notulen die handelen over de periode 1940-1945.
Hamel vroeg zich namelijk af of in de verslagen van de kerken  raadsvergaderingen iets te merken was van de gevaren en de spanningen van de oorlog. Hij zegt echter na hetgeen hij heeft opgediept, zich nog steeds te verbazen over het normale leven dat klaarblijkelijk werd geleid.


De Gereformeerde Kerk aan de Dijkweg in Naaldwijk,
die in de oorlog te klein is voor de vele gemeenteleden.

”Ook het kerkelijk leven gaat gewoon door. Er wordt gespaard voor een nieuwe kerk, waar gewoon bouwplannen voor Worden gemaakt, die zelfs met aankoop van grond voor de nieuwe kerk steeds uitvoeriger en meer definitief Worden." De grond aan de Zuidweg, waar de eerste kerk gestaan heeft, wordt echter voor uitbreiding te krap bevonden. De buurman wil niet meewerken door zijn grond te verkopen. Dus wordt er uitgezien naar een nieuwe locatie en wel voor een tweede kerk. Daarvoor wordt geprobeerd de grond aan te kopen van Zwemstra op de hoek van de Middel Broekweg en de Zuidweg, schuin tegenover het proefstation. Daar moet ook een nieuwe pastorie bij komen, want de pastorie aan de 's-Gravenzandseweg 37 voldoet niet.

Op 2 augustus 1944 start een nieuwe financiële actie. Voor de kerk en de pastorie is dan al 46.000,-- gulden gespaard. ”Voor die tijd een groot bedrag”, zegt Hamel, die in de notulen aantreft, dat er zelfs aan wordt gedacht in de naaste toekomst een bejaardenhuis te bouwen. Terwijl er niets gebouwd kan en mag worden.

Oorlog en krapte
Om toch nog iets meet over de oorlog te weten te komen, heeft Hamel  gewoon tussen de regels door gelezen. ”ik denk, dat de scriba met meer durfde opschrijven. Wat op papier staat, kan later als bewijs tegen je gebruikt worden. Men was heel erg voorzichtig. Je kon maar nooit weten, waar en wie de verrader was." Andere dingen, waaraan men merkte, dat het oorlog en krapte was, waren: eerst om 22 uur en later om 20 uur ‘s avonds thuis en alle ramen geblindeerd; de kachel in de kerk kon ook ’s winters niet of maar een beetje branden; men zat zo warm mogelijk gekleed met deken in de kerk; de middagdiensten werden vervroegd naar 14 en 16 uur; de kerkenraad werd ’s middags gehouden; de gebedsdiensten op woensdag begonnen al om 18.15 uur, zodat ieder nog op tijd thuis kon zijn; als het donker was, werd de woensdagdienst al om 16 uur gehouden. Ondanks al deze nare  omstandigheden zat de kerk elke dienst stampvol. Voor de slachtoffers van het bombardement op het Bezuidenhout in Den Haag wordt een hulpactie opgezet. Van de goederen, die binnenkomen wordt een gezin uit eigen gemeente, dat is getroffen door een bom, geholpen.

Een speciale commissie zorgt voor het uitdelen van voedsel. Daarvoor was er vanaf de kansel een oproep gedaan om zo veel mogelijk groente beschikbaar te stellen voor de hongerenden in eigen gemeente. Een broeder, die zwarte handel dreef, wordt door de kerkenraad gewaarschuwd. Uit latere notities blijkt, dat hij ook gevolg geeft aan die waarschuwing. "Er was dus echt wel oorlog en ellende”, zegt Hamel nu, ”maar daarnaast was er dus ook een enorme saamhorigheid. Waar het maar enigszins mogelijk was hielp men elkaar.” Het is triest, dat juist in deze moeilijke oorlogstijd de discussie  ontstaat met en over prof. Dr. K. Schilder. Veel woorden worden er gesproken, veel brieven geschreven en ontvangen over deze zaak, die de eenheid van de Kerk geen goed heeft gedaan. Opmerkelijk vindt Hamel het, Dat een NSB’er die uitgesloten wordt van het Avondmaal, later toch een
ondergedoken Jodin het leven redt.

Eén lamp
Ook in de parochiekerk van St.-Adrianus aan de Molenstraat is in 1944 duidelijk te merken dat het oorlog is. De dagelijkse heilige missen worden in de winter opgedragen bi] het schaarse licht van slechts één lamp. Veel hebben de parochianen in de oorlog te danken aan de 1942 benoemde pastoor J. P. A. J. van den Bergh. ”Het begon voor hem niet zo plezierig”, meldt het boekje ‘Flitsen uit de geschiedenis van de parochie' van Annie M. G. van Vree-Van Vree. "De oorlog doet zich overal gevoelen en het gaat niet alleen maar om een post, die moest worden uitgetrokken voor verduisterings gordijnen, maar gebrek, angst en terreur nemen steeds toe. Nood leert binnen, is een oud gezegde, vandaar dat de kerk tijdens alle heilige missen druk wordt bezocht. Vooral Missieweek, die in maart wordt gehouden is een goot succes en kent een geweldige opkomst. In de pastorie is op het laatst - zoals in zovele huizen - geen verwarming meer, geen licht en weinig eten: alleen dat wat de tuinders nu en dan brengen.

De bewoners van het St.-Martinusgesticht moeten evacueren naar Voorburg, de meisjesschool wordt door de Weermacht in beslag genomen en het Verenigingsgebouw (aan de overkant van her St.-Martinus gesticht, AvH) moet dienen ais distributiekantoor. De priesterstudenten (22 in getal) van de diverse seminaries moeten thuisblijven en krijgen van een pater en de pastoor lessen om niet helemaal achter te raken. Meer dan 160 kinderen Worden door de Katholieke Actie bij tuinders gezinnen geplaatst voor een maaltijd. Een noodhulpcomité van alle gezindten brengt in enkele weken tijd via een collecte meer dan een ton bijeen om levensmiddelen te kunnen kopen en te distribueren, maar er is bijna niets meer te koop en zeker niet tegen de gewone geldwaarde. In die donkere maanden voor de bevrijding tracht men toch het geestelijk leven normaal door te laten gaan. Op 11 februari wordt het derde lustrum van de Maria congregatie voor meisjes gevierd met een triduüm waaronder 42 nieuwe leden haar plechtige opdracht doen”. Deze ’Flitsen' geven wel een indruk van hoe het in de oorlog is geweest, maar ze zijn niet in de oorlog zelf gepubliceerd, maar pas toen de bevrijding een feit was.

Reacties zijn welkom via: aadvanholstein@hotmail.com

 

horizontal rule

 

 


Deze ansicht hebben we ontvangen van Riana Luiks uit Utrecht,
waarvoor onze dank.

Heilige Geest Hofje van Naaldwijk, foto ontvangen van Dirk van der Eijk
Deze foto ontvingen we op 27 december 2004 van Dirk v.d. Eijk, waarvoor onze hartelijke dank.


Veiling Zwartedijk 1945
Deze foto ontvingen we van Hans Rebers op 23 december 2006, waarvoor onze hartelijke dank.

Naaldwijk heeft een rijke historie. In 1998 werd het 800-jarig bestaan gevierd. Hieronder leest u in vogelvlucht de geschiedenis van Naaldwijk.

1198 Eerste vermelding van de plaatsnaam Naaldwijk in charter Graaf Diederick VII
1307 Stichting van het Kapittel van Sint Adriaan door Willem I Heer van Naaldwijk
1345 Willem I van Naaldwijk sneuvelt bij Stavoren in een gevecht met de Friezen
1369 Uitbreiding Kapittel van Sint Adriaan door Willem II van Naaldwijk
1472 Kerkgebouw door brand verwoest
1485 Geboortejaar van Martinus Dorpius, de latere hoogleraar in de wijsbegeerte
1496 Stichting vijf oude mannenhuisjes (Heilige Geest) door Hendrik van Naaldwijk
1550 De Heerlijkheid Naaldwijk komt in handen van de Van Arenbergs
1561 Keuren van Naaldwijk
1612 Vereniging van de Ambachts- en de Hoge Heerlijkheid onder het Huis van Oranje
1620 Verbouwing slot Honselaarsdijk door Frederik Hendrik
1627 Frederik Hendrik stelt gelden beschikbaar voor de bouw van het Heilige Geest Hofje
1691 Koning-Stadhouder Willem III landt in de Oranjepolder
1702 De Heerlijkheid Naaldwijk komt in handen van Frederik I van Pruisen
1754 De Heerlijkheid Naaldwijk komt weer in het bezit van het Huis van Oranje
1795 Slot Honselaarsdijk wordt nationaal eigendom
1815 Afbraak slot Honselaarsdijk
1849 Grote cholera epidemie met een totaal van 259 sterfgevallen (7,5 % van de totale bevolking)
1898 Invoering elektrische straatverlichting
1955 Beheer Heilige Geest Hofje wordt overgedragen aan de gemeente
1998 Naaldwijk viert 'Naaldwijk 800 jaar in bloei'


Kaart van de Gemeente Naaldwijk anno 1869.


Een afbeelding uit de "Stad en Streek" serie die in eerste druk verscheen van 1793-1801.


Raadhuis van Naaldwijk in vervlogen tijden.

horizontal rule

Veldwachters redden koopman uit sloot.

Door: Aad van Holstein
Uit: AD Westland Dichtbij donderdag 22 juni 2006

 Zaterdagmiddag 24 augustus 1907. Grote opschudding op de Dijkweg in Naaldwijk. Koopman A.H. van Alphen belandt met paard en wagen in de modderige sloot langs de weg. Hij komt vast te zitten onder een loodzware last en lijkt reddeloos verloren...

Kapelaan Stieger, die in de pastorie van de parochie van de H. Adrianus nu gebouw
De Harmonie zijn preek zit voor te bereiden hoort buiten een paard en wagen naderen.
De vredige hoefslag verandert echter ineens in een enorm kabaal, nog overstemd door hevig paardengehinnik. Naar buiten kijkend kan hij nog net zien dat de koetsier in het water is beland en voor zijn leven vecht.

In minder dan geen tijd is de geestelijke buiten en ziet dat een jongen, die op de wagen zat zich bliksemsnel in veiligheid weet te brengen. Met een modderbad komt hij er vanaf. Maar de kapelaan merkt ook op dat de koetsier onder een groot vat in het water ligt. Hij herkent hem als de koopman A. H. van Alphen. Met de wagen vervoerde een groot vat wei - een dunne Zoete vloeistof, die van melk overblijft als de kaasstof eruit is gehaald - bestemd als veevoer. Dat vat is bovenop Van Alphen terechtgekomen. De consternatie onder de steeds meer toesnellende omstanders is groot, want Van Alphen dreigt zo in de moddersloot te verdrinken.

Wat hij ook probeert, het lukt hem niet op eigen kracht onder het vat vandaan te komen en hij geeft het al gauw op. Twee Naaldwijkse veldwachters, Racké (31 jaar) en Van Dien (36 jaar), die toevallig per fiets op de Dijkweg surveilleren, zien op afstand het ongeluk gebeuren. Bliksemsnel komen ze in actie.

Ze proberen de man uit alle macht los te krijgen, maar dat lukt hen niet. Voor Van Alphen is het een geluk, dat Racké het hoofd Weet te grijpen en dat wel met grote moeite toch boven water houdt. Zo kan hij voorkomen, dat de man in de modder stikt. Intussen praten ooggetuigen met elkaar over de oorzaak van het ongeluk. Ze menen, dat het paard waarschijnlijk zo geschrokken is van enkele grote reflectoren van een op straat staande zandwagen, dat het op hol sloeg. Het dier ligt ook half in de sloot en slaat met gevaar voor de redders wild om zich heen. Het dreigt de wagen helemaal de sloot in te trekken.

Met een aantal omstanders weet Van Dien het vat, dat maar liefst 900 kilogram weegt, enigszins op te tillen zodat Van Alphen er toch onderuit kan Worden getrokken. De man is buiten bewustzijn en het ziet er ogenschijnlijk slecht voor hem uit. Omstanders roepen elkaar al toe: ‘Hij is dood, hij is dood’.

Maar de beide veldwachters, die inmiddels iemand hebben verzocht dokter P. Timmers te waarschuwen, beginnen direct met het toepassen van kunstmatige ademhaling. Tot hun opluchting lukt het de levensgeesten van de koopman weer op te wekken. De snel aanwezige dokter kan alleen maar constateren, dat beide politiemannen het goed gedaan hebben. Per rijtuig wordt Van Alphen daarna naar huis gebracht, Waar hij weer helemaal opknapt.


De Dijkweg in Naaldwijk in het begin van de vorige eeuw met rechts
het slootje waaruit koopman Van Alphen in 1907 werd gered. (Foto J. de Gilde)

Heldendaad met koninklijk brons beloond.

Het zou bij het opzienbarende ongeluk op de Dijkweg in Naaldwijk zijn gebleven als niet beide veldwachters op 30 november 1907 op het idee komen een verzoek te richten tot Hare Majesteit Koningin Wilhelmina. Ze menen namelijk op grond van ‘menschlievend hulpbetoon’ van haar een tastbare herinnering te verdienen voor hun heldendaad.
Ze worden gesteund door enkele notabelen, die van hut ongeluk en de redding getuige zijn geweest. In hun verzoekschrift aan de vorstin geven zij te kennen, dat zij ‘op den 24sten Augustus het leve hebben gered van den koopman A. H. van Alphen, die met wagen en paard te water was geraakt en onder een van zijn wagen gevallen vat, bekneld was geraakt; dat hier mede voor hen levensgevaar gepaard ging, doordat de wagen op vallen stond, en zij voortdurend bloot stonden door het paard te worden geslagen.

Aangezien het paard tijdens zij Van Alphen uit zijn benarde positie trachtte te verlossen aanmerkelijk begon te slaan en niet opgaven voordat zij hem onder het vat vandaan hadden. Dat hun optreden werd beloond door de Maatschappij tot Redding van Drenkelingen, voor welke zij elk een zilveren legpenning en elf gulden vijf en twintig centen aan geld ontvangen hebben. Dat zij echter veel meer op prijs zouden stellen ook van Hare Majesteit een blijk van waardering te ontvangen. Reden waarom zij Uwe Majesteit eerbiedig verzoeken hun de bronzen draagmedaille te willen toekennen,welke in dergelijke gevallen Wordt beschikbaar gesteld. Relatanten (opsporingsambtenaren, die het resultaat van hun bevindingen in een relaas vastleggen, A v H) geven hierbij nog te kennen, dat als eerste getuigen aanwezig waren de navolgende Heeren G. H. M. Stieger, R. K. Priester, W. Lagerweij, notaris en E. J. J. van Bergen, verslaggever, welke gaarne bereid zijn hun verzoek te steunen.

‘t Welk doende, enz. van Uwe Majesteit de getrouwe onderdanen E. H. Racké en G. van Dien’.

Twee maanden later krijgt de commissaris van de koningin in Zuid-Holland van de ‘minister van Binnenlandsche Zaken’ een brief met de vraag of beide heren wel of niet met gevaar voor eigen leven te water zijn gegaan en of dat al of niet gekleed was. Er ontstaat een hele correspondentie over, waarbij ook de burgemeester van Naaldwijk een lezing van het gebeurde geeft. Dan tekent Koningin Wilhelmina op 21 april 1908 het Koninklijk Besluit en is het de commissaris van de koningin die als staatsraad in buitengewone dienst verzoekt de ‘eere blijken te willen doen uitreiken onder mededeeling, dat de medaille aan het daaraan gehechte lint behoort te worden gedragen op de linkerborst en dat het lint niet mag worden gedragen, zonder dat tevens de medaille zichtbaar zij’.

Zodat uiteindelijk de Nieuwe Westlandsche Courant op zaterdag 30 mei 1908 kan berichten, dat aan de gemeenteveldwachters C. F. Racké en G. van Dien, Harer Majesteits goedkeuring en tevredenheid betuigd is voor de met levensgevaar verrichte  redding van enen drenkeling uit het Water van eene sloot op 24 Augustus 1907, ten blijke Waarvan een getuigschrift en een bronzen eere medaille is uitgereikt’.

En zo hebben de heren toch maar voor elkaar gekregen, dat hun ingrijpen niet alleen met zilver, maar ook met koninklijk brons is beloond.

(Een en ander is achterhaald dankzij speurwerk in archieven door de Naaldwijkse onderzoeker Gerard Beijer bij het Historisch ArchiefWestland).

 


Op deze plek aan de Dijkweg is het ongeluk gebeurd.
De foto met Aad van Holstein op de fiets van zijn vader is in 1937 gemaakt.
Foto is in privé bezit van Dhr. Aad Holstein

Reacties zijn welkom via: aadvanholstein@hotmail.com

horizontal rule


 Ik wandelde met Duitse spionne door ‘t Westland.

Uit: Westlandsche Courant,
Datum: zaterdag 4 mei 2002
Door: Aad van Holstein

Tal van villa’s in Naaldwijk worden in de Tweede Wereldoorlog gevorderd voor inkwartiering van Duitse officieren. Al in 1938 gefotografeerd door een Duits dienstmeisje uit Den Haag, dat veel architectonische belangstelling lijkt te hebben.

Naaldwijk
Zeven jaar geleden verscheen ter gelegenheid van het 50ste bevrijdingsjaar in Naaldwijk het belangwekkende boek; Gemeente Naaldwijk 1940-1945. Een aaneenschakeling van authentiek vastgelegde gebeurtenissen uit het leven in deze gemeente van voor, tijdens en vlak na de Tweede Wereldoorlog.

Voor degenen die de oorlog al of niet bewust hebben meegemaakt is het niet alleen een boek om in één keer uit te lezen, maar het daarna nog vele malen ter hand te nemen. Zeker in de jaarlijkse meidagen van herdenking van bezetting en bevrijding.

Veel Westlanders zijn door de projectgroep in de gelegenheid gesteld om in de periode waarin dit boek tot stand kwam hun herinneringen aan de oorlogsjaren te ventileren. Veel van dat materiaal is ook werkelijk in het boek terechtgekomen. Bij het lezen ervan zijn mij enkele passages opgevallen, die voor mij aanleiding werden dit artikel te schrijven, al doe ik het wel met enig voorbehoud. Ik was pas drie jaar toen het allemaal begon en veel weet ik slechts uit verhalen. Maar toch kan ik mij uit 1938 - datzelfde jaar - nog haarscherp herinneren hoe bijvoorbeeld het feest rondom het 40-jarig jubileum van Koningin Wilhelmina werd gevierd. Met onder meer een allegorische optocht die ik op het Wilhelminaplein voorbij zag trekken. Een feit dat ook echt heeft plaatsgevonden. Vandaar dat ik het waag ook andere dingen die ik mij herinner te vertellen.

Verraden.
Uit het boek en vooral uit een van de voetnoten daarin blijkt, dat men in het Westland in de eerste oorlogsdagen het gevoel had verraden te zijn. Hoe dat precies is gebeurd, blijft erg vaag. En wat ik weet brengt misschien wat meer helderheid.

In het boek staat, dat een prominent NSB’er ervan verdacht werd op een middag in de jaren voor de oorlog, samen met een partijgenoot, bezig te zijn geweest aan de hand van grote landkaarten de komst van de Duitse legers voor te bereiden. In 1941 deed eveneens volgens het boek een Rijksdu8tse schoenmaker uit Honselersdijk zijn beklag over verminderde omzet, vanwege lasterpraatjes, waaruit zou moeten blijken dat hij in het Westland ‘alles zou hebben verraden’. Ook zou een tuinder een wel opvallend grote antenne op het dak van zijn huis hebben gehad.

Maar ook van buiten is in het Westland gespioneerd. Zoals door Bertchen (Muller?). tante Bertha, zoals wij haar noemden. Een ‘tante’ waar mijn familie voor het najaar van 1938 echter nog nooit van had gehoord. Scherp kan ik mij haar nog voor de geest halen, ook al was ik toen nog zo jong. Donkere, felle ogen, strak achterovergekamd ravenzwart haar met een knoet van achteren. Ik zag haar voor het eerst toen ze bij ons in de Martinus Dorpiusstraat 10 binnenstapte. Met een doos gebakjes, gekocht bij brood- en banketbakker Van Zwieten de Blom in de Molenstraat. Daarmee begon ze ons in te pakken. "Ik schrok van haar en zij van mij", vertelde mijn moeder mij later en dat zou de hele afloop ook goed kunnen verklaren.

Dienstmeisje.
Dat ze op een dag met de bus van Den Haag naar Naaldwijk was gekomen, had een kleine voorgeschiedenis. Mijn tante Marie de Groot, een oudere zuster van mijn moeder, woonde toen in de Amalia van Solmsstraat in Den Haag, waar ze huishoudster was van een goede familie. Naast haar woonde net zo’n familie met wie mijn tante blijkbaar goed overweg kon. Die familie had weer een Duits dienstmeisje over de vloer en dat was Bertchen uit Duisburg.

Toen zij hoorde, dat mijn tante familie in het Westland had wonen, liet ze prompt weten dol te zijn op de Westlandse druiven en dat ze zo graag eens een tijdje in Naaldwijk zou willen logeren. Mijn moeder vond dat wel leuk, maar maakte de fout niet eerst met het meisje kennis te maken, iets waar ze later spijt van kreeg.

Bertchen - die al meteen niet in de smaak viel - hield zich de eerste dagen echter heel erg koest. Maar allengs ontpopte zij zich als een uiterst dominante tante. Ze was - gelukkig voor mijn moeder, want dan was ze even het huis uit - dol op wandelen en nam mij dan vaak aan de hand mee. Ik herinner me dat we met de bus naar Honselersdijk gingen en daar over het Poeldijksepad gingen wandelen. Een andere keer picknickten wij in het Staelduinse Bos of gingen ‘zonnen’ op het strand van Hoek van Holland, waar ze het Fort en alles daaromheen natuurlijk heel interessant vond. Dat zou allemaal nog niet zo bijzonder zijn geweest, als zij niet voortdurend haar fototoestel bij zich had gehad. Ze fotografeerde er lustig op los, legde van alles vast, maar kiekte nooit mij of mijn ouders (De Hoek en het Staelduinse Bos speelden in de twee jaar later uitbrekende oorlog een uiterst belangrijke rol vooral later de Atlantikwal betreft. Het gebied was dan ook al gauw bezaaid met bunkers en versperringen en voorzien van een tankval).

Villa’s.
Tijdens een wandeling door Naaldwijk stond ze vaak stil bij de mooiste villa’s. Op de Geestweg bij ‘Onder ‘t Stroodak’. "O, wat een prachtige woning met een mooi rieten dak", zei ze dan. Mijn vader, die een bekende Naaldwijkse postbode was en alle adressen uit zijn hoofd kende, wist dan bijvoorbeeld dat K.V. Kuyvenhoven daar de eigenaar van was. Het leek wel of Bertchen speciale architectonische belangstelling had. Zo koos zij de fraaiste panden uit om ze voor de eeuwigheid - of naar later bleek tenminste voor de zeer nabije jaren - op het celluloid vast te leggen.

Naarmate ze langer bij ons verbleef, ging ze zich tot ergernis van mijn moeder steeds brutaler gedragen. Ook buiten de deur. Bij slager Jansen op de hoek van de Koningstraat en de Prins Hendrikstraat - een eeuwenoud pand - bestelde ze op een dag ter traktatie het mooiste vlees dat in de vitrine lag en gaf de slager vervolgens met luide stem opdracht dat in de gehaktmolen te stoppen. Jansen vond dat maar niks en liet zich ontvallen: "Weet je wie we in die gehaktmolen moeten stoppen? Die Hitler van jullie!". Later in de oorlog vroeg hij mijn moeder of ze nog wel eens iets van Bertchen had gehoord, alsof hij hem toch wel een beetje kneep dat hij dat had gezegd.

In ons huis begon Bertchen zich ook steeds meer met van alles te bemoeien. Ze maakte aanmerkingen op wat mijn moeder al of niet aan het huishouden had gedaan en zette te pas en te onpas de kort tevoren door buurman Cor de Gier voor ons in elkaar gezette - en dankzij ambtenaar Van Densen nooit ingeleverde, tot eind jaren vijftig schitterend spelende! - radio aan om naar toespraken van Hitler te luisteren. Mijn moeder zette dan resoluut de radio (‘die schreeuwlelijk’) af of draaide hem op een andere zender. Dat gaf natuurlijk steeds meer spanningen.

Op een middag keek Bertchen uit het dakraam van haar kamer zo de Martinus Dorpiusstraat in waar op dat moment een groenteman passeerde van wie ze net had gehoord dat hij een Rijksduitser was.
Ze bracht hem ineens de Hitlergroet en riep: "Heil Hitler!", waar de man uiterst verbouwereerd op reageerde. Mijn moeder die dat beneden zag gebeuren heeft haar toen ogenblikkelijk de wacht aangezegd.

Vertrokken.
"Ik kon dat mens niet meer uitstaan", vertelde ze later vaak. Ze vertrouwde haar steeds minder en vooral dat optreden vanuit het raam had bij haar voorgoed de deur dichtgedaan. Min of meer halsoverkop is Bertchen die dag uit Naaldwijk vertrokken en heeft later vanuit Duisburg nog één brief gestuurd. Die heeft mijn moeder lang bewaard, maar in de nalatenschap heb ik hem niet meer terug kunnen vinden. Wat erin stond weet ik niet meer, behalve dan dat ze informeerde naar ‘die Kleine’, het kind dat mijn moeder in juni 1939 ook inderdaad heeft gekregen.

Een jaar later was het al volop oorlog en werden alle mooie, grote villa’s die Naaldwijk rijk was door de bezetter gevorderd voor het inkwartieren van officieren. Of daar ook het huis van dominee Lamping aan de Dijkweg bij was weet ik niet, maar het was wel schitterend gelegen in de punt van de spoorbaan en de rijbaan. In een dolle bui - maar zich daarmee achteraf wel als spionne verradend - had ze nog gezegd dat dit onze toekomstige woning zou worden. "Als Hitler er maar eenmaal zou zijn".

Haar aanwezigheid in het Westland bevestigt overigens wel weer het verhaal, dat Duitse dienstmeisjes waarvan er in Den Haag nogal wat rondliepen, zich niet allemaal uitsluitend met stof afnemen en het dagelijkse potje koken hebben beziggehouden.

Reacties zijn welkom via: aadvanholstein@hotmail.com

horizontal rule

Oprichting proeftuin Westland in 1900. 
‘een modeltuin voor alle kwekers’

De proeftuin Westland uit 1926, was de oude naam voor het Proefstation voor de Tuinbouw onder Glas.

Naaldwijk -
Op het einde van de vorige eeuw was de tuinbouw in ons land volop in beweging. De boeren hadden juist, in bittere armoede, de crisis van 1880 meegemaakt. Ze beseften dat er iets moest veranderen. Er kwam snel meer glas. De eerste siergewassen werden geteeld en men maakte kennis met gewassen, die nauwelijks bekend waren, zoals tomaat, maar ook paprika, aubergine en Spaanse peper. Het waren de leraren die de tuinders iets konden vertellen over geheel nieuwe zaken, zoals kunstmest en de mogelijkheden van onbekende gewassen. In 1896 werd C.H. Claessen benoemd tot tuinbouwleraar voor het Westland en ruime omgeving. Hij had tot taak de telers voorlichting te geven en onderzoek te verrichten. Daarnaast kreeg hij een taak aan de in 1896 te Naaldwijk gestichte Rijkstuinbouw-winterschool.

Maar men maakte de Westlander niet zo gemakkelijk iets wijs. Hij wilde het eerst zien en meemaken. De gedachte kwam op om een proeftuin te stichten. In de vergadering van 1 maart 1989 in lokaal Overheide in Monster een besluit genomen door de vier afdelingen van de Vereniging Westland. Sommige tuinders vonden het idee maar niks. Ze wilden niet meebetalen. Ze hadden liever een lager veilingpercentage.

Zij vormden echter een minderheid. Met 316 tegen 85 stemmen werd besloten om voor 30.000 gulden een modeltuin aan te leggen. Kwekers konden aandelen kopen van de stichting Proeftuin Westland en daarmee het recht krijgen de tuin op alle werkdagen te bezoeken. Met het geld werd in november 1900 een tuin aangekocht aan de ‘s-Gravenzandseweg in Naaldwijk, op de plek waar nu het politiebureau Westland-West staat. Deze tuin was 2,25 ha.

In de zomer van 1901 werden al rasvergelijkingen gedaan bij meloenen. Vijf komkommerrassen werden vergeleken. Aspergebedden werden aangelegd en vruchtbomen aangeplant. In een kasje van loden ramen werden tomatenrassen geprobeerd. Met trots kon het bestuur in het eerste jaar melden dat op een tentoonstelling in Amsterdam voor meloenen, komkommers en peulvruchten drie eerste prijzen in de wacht te slepen !

In het verslag van 1903 trok men duidelijk als conclusie ‘dat nu wel bewezen is dat ook met kunstmest goede meloenen en komkommers kunnen worden geteeld’. In 1904 begon men voor het eerst met het verlaten van druiven. De Gros Colman bleef aan de boom tot de laatste dag van het jaar’ direct na Nieuwjaar werden de laatste druiven aan Hare Majesteit de Koningin aangeboden. In de zomermaanden van 1908 werd het mogelijk het telegrafisch uit Den Bilt ontvangen weerbericht steeds ‘s middags op het Wilhelminaplein te Naaldwijk aan te pakken.

Een curieus experiment werd in 1909 gehouden. Het besluit werd genomen om proeven te nemen met elektriciteit. Middels een ingewikkelde bouw werd dan een gedeelte van de tuin onder invloed gebracht van de elektrische straling. De straling zou de groei van de gewassen ten goede komen. De resultaten bleken met deze apparatuur nihil te zijn. Spoedig daarna werd de boel opgeruimd.

In 1910 werd besloten tot de bouw van een warenhuis voor tomaten. Met de bouw van een warenhuis van 640 Westlandse ramen, kwam er ook een verwarmingsinstallatie voor stookbak en serre en een waterleiding met stenen watertoren. Zeer vooruitstrevend nam men een eerste proef met assimilatiebelichting. In 1913 hing men een kwikdamplamp bij de druiven, waar men ijlings moest stoppen, omdat het effect averechts bleek: de bladeren begonnen te verschrompelen.

Grondverwarming
Veel succes had men echter met grondverwarming. Daarvoor werd een stoomketeltje aangeschaft. De stoom werd met drainkokers in de grond gebracht. Men had goede resultaten met komkommer, meloen, asperge en postelein. Het bezoek aan de tuin was groot. Uit het hele land kwamen telers een kijkje nemen. Er kwam ook hoog bezoek: de Koningin kwam tweemaal op bezoek, in april 1914 samen met prins Hendrik, die tegelijk het lidmaatschap van de Proeftuin.

De goede tijden voor de Proeftuin gingen langzaam over in een periode van stilstand en achteruitgang. Door het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog heerste in het begin van 1915 uitzonderlijk veel pessimisme. De prijzen van de artikelen waren hoger geworden, maar de tuinbouwproducten brachten veel minder op. Het proefstation durfde men geen uitbreiding meer aan. Van onderzoek kwam niet veel meer terecht. Door gebrek aan brandstof werd niet meer gestookt. Vorst en onweer brachten veel schade toe aan de fruitbomen op het terrein aan de ‘s-Graven-zandseweg. De directeur houdt zich vooral bezig met lesgeven en het schrijven van boeken. De proeftuin lijkt na 1924 vrijwel geheel op non-actief te staan.

De financiële toestand werd onhoudbaar. Directeur K. Wiersma nam in 1924 ontslag. Het bestuur zag de toekomst somber in en deed het voorstel om de tuin te liquideren.
En spoedig einde van de proeftuin leek nabij. Tot grote verrassing waren de leden het niet mee eens met de opheffing. Het voorstel werd op de (slecht bezochte) ledenvergadering verworpen met vijftien tegen twaalf stemmen. Een nieuw gekozen bestuur onder voorzitterschap van N. Barendse, trad aan. Dit bestuur ging voortvarend te werk. Tuinbouwleraar J.M. Riemens werd benoemd tot nieuwe directeur. De financiële situatie van de proeftuin verbeterde, omdat het bestuur afstand deed van haar vijf gulden presentiegeld per vergadering en de leden 2,50 gulden contributie gingen betalen.

Tegelijk besloot men de tuin te verkopen. Veiling Naaldwijk kon de grond goed gebruiken voor uitbreiding. Met de opbrengst werd even verderop de tuin van A. Groenewegen aan de Zuidweg gekocht. Men wilde het nieuwe bedrijf werkelijk als proeftuin inrichten. Men bouwde een kantoor, laboratorium en bedrijfsschuur en ook een kleine proevenkas.
De proeftuin plantte vooral tomaat en paprika. Geen vollegronds fruit meer, dat in korte tijd in de streek van weinig betekenis was geworden. Op 15 juli 1925 werden de nieuwe gebouwen van de verplaatste proeftuin officieel in gebruik genomen, onder grote belangstelling van burgemeester, veilingbesturen, vertegenwoordigers van het Centraal Bureau van Tuinbouwveilingen, de bond Westland, De heer J. Barendse, voorzitter van de Bond Westland, verrichtte de openingsplechtigheid.

Met veel energie werden nieuwe activiteiten ter hand genomen. Tuinders hadden veel vragen over bemesting en verzouting van de grond. Veel aandacht ging naar rasvergelijkingen bij tomaat. In een proef in dat jaar met zeventien rassen kwamen Tuck Star en Ailsa Craig het beste uit de bus met een productie van respectievelijk 3,4 en 2,5 kilo per plant. De problemen van meeldauw bij tomaat, vruchtvuur bij komkommer en de werking van broeivuren werd aangepakt.

De aaltjesziekte stak de kop op in de tomatenteelt, maar daar werd bij de proeftuin iets op gevonden. In 1926 lukte het de proeftuin om in grote houten bakken de grond te stomen. De belangstelling van bedrijven was zo groot, dat twee firma’s het werk startten als loonstomers.

Toekomst
Al met al was de basis gelegd voor een almaar groeiende kennis van de tuinbouw. Naderhand werd begonnen met grondonderzoek, dat later een bloei zou doormaken. De testen van gewasbeschermingsmiddelen namen uiteraard ook steeds toe in belangrijkheid. De voorlichting breidde in 1941 zelfs enorm uit van 8 tot 23 personen.

Vooral in de jaren 1954-1964 is sprake van een stormachtige expansie van het proefstation. De groei kwam overeen met de enorme uitbreiding van het glasareaal in het Westland.

Heden ten dage is het terrein van het Proefstation voor de Tuinbouw onder Glas (PTG) uitgegroeid tot bijna zeven hectare waarop gebouwen en circa 35.000 m2 kassen staan. Een aantal kassen is speciaal gebouwd en ingericht voor onderzoek naar gesloten bedrijfssystemen, plantenvoeding en zouteffecten, kasklimaatregeling, grondkoeling, verdamping, luchtvochtigheid en dergelijke. Het proefstation heeft circa 140 medewerkers. Hiervan is 55 procent opgenomen in de onderzoeks-afdelingen, de overige hebben een plaats in de ondersteunende diensten en de dienstleiding.

Op het terrein zijn tegenwoordig nog vier andere, aanverwante organisatie gevestigd. Deze zijn de afdeling glasgroente en bestuiving van het Informatie en Kennis Centrum voor de Akker- en Tuinbouw (IKC), de Dienst Landbouwvoorlichting (DLV), het Bedrijfslaboratorium voor Grond- en Gewasonderzoek (BLGG) en de Stichting Regeling Handelspotgronden (RHP). Het nauwe contact met deze organisaties bevordert een snelle doorstroming van informatie van en naar de praktijk.

De verspreiding van de Westlandse glastuinbouw over heel Nederland, heeft in de toekomst ook gevolgen voor het proefstation. Het Naaldwijkse proefstation is bezig met een fusie met het proefstation voor de bloemisterij in Aalsmeer. Het proefstation zal de komende tien jaar nog zeker in Naaldwijk blijven, maar er is nog discussie gaande over een verplaatsing naar Haarlemmermeer.

Zeker is dus wel dat het proefstation in Naaldwijk haar honderdjarige bestaan zal vieren.

De tekst is mede gebaseerd op het boekje ‘75 jaar onderzoek in Naaldwijk’ door ing. P.A. Kruyk.

Uit: Westlandsche Courant Dinsdag19 juli 1994
type werk: Nicole Schoutens-Koppenol

horizontal rule

 



Karakteristieke villa aan de ‘s-Gravenzandseweg.

Monument of niet ? De Westlandsche Courant brengt deze zomer (1999) de bouwwerken in beeld die in aanmerking komen voor de status van rijksmonument. Oordeel alvast zelf.

Naaldwijk -
De villa op het adres ‘s-Gravenzandseweg 77 is een van de mogelijke Naaldwijkse monumenten. De karakteristieke vormgeving leidde tot plaatsing op de gemeentelijke lijst. Het woonhuis is gebouwd in 1935 op een fraaie locatie aan het water. Vroeger lag de veiling van Naaldwijk tegenover de woning. Tegenwoordig staat op die plaats het politiebureau. Het is niet verwonderlijk dat het huis destijds zo dicht bij de veiling is gezet. De villa werd namelijk in opdracht van Jan Steenks gebouwd. Steenks was betaalmeester van de veiling in Naaldwijk. Hij genoot daardoor veel aanzien in de gemeente en was daarnaast ook bekend door zijn activiteiten voor de kerk. De meeste Naaldwijkers kennen Steenks echter van de veiling. Hij stond bekend als akelig precies wanneer het om geld ging maar hij was ook goed van vertrouwen.

Deze markante man was niet bang om zijn nek uit te steken en liet een opvallend huis bouwen. Destijds leverde het ontwerp de nodigde gespreksstof op. De commotie is wel enigszins te begrijpen. Het ontwerp was onvergelijkbaar met de overige huizen in de omgeving en heeft wat Indische invloeden, zoals de veranda en het dak. Het dak heeft een grote overhang en bestaat uit twee trappen. Het eerste gedeelte van het dak dekt een deel van de begane grond af. Het andere gedeelte bevindt zich op de nok van het huis.

De overkapping van het onderste dakgedeelte wordt omhoog gehouden door een aantal kleine zuilen die het geheel een sierlijke maar weinig functionele uitstraling geven. Onder de overhang is een veranda ingericht. Doordat het dak al schuin loopt naar de begane grond, is de bovenverdieping veel kleiner dan de bovenverdieping. De begane grond is ruim en door de vele ramen licht. De L-vormige woonkamer is voorzien van een verhoging en een serre. Een mooi detail wordt gevormd door de glas-in-lood-ramen. Enkele bovenlichten en om de hoek doorlopende raampartijen zijn op deze wijze uitgevoerd. Het huis wordt sinds 1962 bewoond door de familie Disselkoen. Zij hebben de oorspronkelijke staat van het huis niet verandert.

Eigen foto van 24 april 2001. De villa aan de ‘s-Gravenzandseweg werd destijds gebouwd in opdracht van de betaalmeester van de veiling.
Eigen foto van 24 april 2001. De villa aan de ‘s-Gravenzandseweg
 werd destijds gebouwd in opdracht van de betaalmeester van de veiling.

type werk: Nicole Schoutens-Koppenol


 

horizontal rule


Honderd jaar tuinbouwonderwijs.

‘Dan word je desnoods maar tuinder’

Enkele leerlingen van de tuinbouw wintercursus voor de school (midden) in 1915, rechts de directeur, de heer K. Wiersma.

Westland -
Menig tuinderszoon in het begin van de twintigste eeuw kreeg de kennis over planten en bloemen gewoon van zijn vader geleerd. De school was in die tijd vaak alleen weggelegd voor de gegoede burger en meestal niet voor gezinsleden van een tuinder, want die moesten in drukke tijden bijspringen op het bedrijf. Toen in 1889 de Vereniging Westland werd opgericht en de Wateringer Harry Hoek voorzitter werd, gingen er stemmen op om het tuinbouwonderwijs te verbeteren. In verband met de oogsttijd besloot men tot het stichten van een middelbare tuinbouw winterschool, waar jonge mannen de theorie en praktijk van het vak konden leren.

De rijkstuinbouw winterschool werd in 1896 onder druk van de Vereniging Westland een feit. De gemeenteraad van Naaldwijk besloot in de zitting van 22 januari 1896 met algemene stemmen om de regering te verzoeken een tuinbouwschool te vestigen. Op dit verzoek werd positief gereageerd, alleen moest Naaldwijk wel zelf voor ruimte zorgen. De gemeenteraad besloot de school te vestigen in een oud gebouw aan de Vaart, gelegen aan de oude, thans gedempte haven.

Het was een armoedige boel en wegens de bekrompen ruimte kon men maar eenmaal per twee jaar leerlingen aannemen. Op 28 oktober 1896 werd er bij de oprichting van de school toelatingsexamen gedaan door elf jonge mannen. Tien van hen slaagden voor het examen dat directeur C.H. Claassen hen afnam. In maart 1898 kregen de eerste afgestudeerde studenten het felbegeerde diploma. Dit waren P. Van Ruijven, W. Meijburg, G. Hanemaaijer, J.P. Valstar, W. Vellekoop Mzn. En W. Vellekoop. In december 1900 besloot de raad tot stichting van een nieuwe school, indien de Westlandse gemeenten hieraan hun medewerking zouden geven. Dat gebeurde en de school werd gevestigd in twee lokalen van de toenmalige Christelijke School aan de Dijkweg in Naaldwijk.

De Rijkstuinbouwwinterschool (RTWS) had nauwe banden met de Proeftuin in Naaldwijk. De leerlingen van de school kregen praktische vorming bij de proeftuin en de directeur van beide instellingen was in die beginjaren een en dezelfde man. Bekende namen hierbij waren K. Wiersma en later Ir. J.M. Riemens. Beide mannen waren grote voorvechters van het tuinbouwonderwijs en stonden zelf ook voor de klas. De school had het in de beginjaren beslist niet makkelijk. Veel tuinders zagen het nut er niet van in om hun zonen naar de avondcursus te sturen. Al was het onderwijs bewust opgezet voor de Westlanders, deze groep was vrijwel niet aanwezig in de schoolbanken.

Veldstudenten.
De school werd begin 1900 voornamelijk bevolkt door de zogenoemde veldstudenten. Jongens uit het hele land die - soms van goede huize - naar de school werden gestuurd om dan maar tuinder te worden. Het vak had in die tijd een beetje het predikaat ‘als je het helemaal niet meer weet, word je maar tuinder’. Zo kwam het dat in Naaldwijk en omgeving verschillende jonge mannen uit Groningen, Friesland of andere provincies in de kost zaten, overdag bij een tuinder werken en ‘s avonds naar de avondschool gingen.

"De meeste jongens op school kwamen niet uit het Westland", vertelt de nu 96-jarige W. Vellekoop uit ‘s-Gravenzande, die zelf ook student geweest is aan de RTWS. "In mijn klas uit 1914 zat bijvoorbeeld een hele groep domineeszoons, allemaal van gereformeerde huize. Omdat het studeren voor dominee veel geld kostte, konden zij niet allemaal in de voetsporen van hun vader treden en ze werden zodoende maar een andere richting gestuurd". De twee jaar durende cursus had ook een groot verloop. "Veel jongens stopten er tussentijds mee, omdat ze het niet meer zagen zitten", zegt Vellekoop. "Zelf heb ik er nooit spijt van gehad dat ik de cursus in het voorjaar van 1917 kon afronden. Net als mijn twee oudere broers die de school ook hebben afgemaakt.

Toch was de school geen lang leven beschoren. In 1932 vond er een scheiding plaats tussen de RTWS en de Proeftuin. Nog zes jaar rekte de school haar bestaan maar in 1938 werd de opheffing een feit. De toenmalige directeur van het Proefstation, ir. Riemens was het helemaal niet eens met de opheffing van de combinatie onderwijs voorlichting en onderzoek. Hij besloot tot de oprichting van de zogenoemde ‘Praktijkschool’, die nauw verbonden was aan het proefstation. Deze school opende in 1937 zijn deuren en gaf vooral korte cursussen voor tuinders die interesse hadden voor scholing en bijscholing. Naast deze korte cursussen groeide de school uit tot de ‘Middelbare Tuinbouwvakschool voor de Westlandse teelten’, die gevestigd was in de gebouwen van het Proefstation tot 1962, met een korte onderbreking gedurende enkele oorlogsjaren.

In september 1965 werd de Rijks Middelbare Tuinbouw School een feit. In de gebouwen van de ‘Binnenhaven’ in Naaldwijk werd gestart met een tweejarige B- opleiding. Opvallend was dat bij de oprichting van de nieuwe school zich ook een meisje had aangemeld. Loes van Velden slaagde in 1968 als eerste vrouw op een tuinbouwschool in het Westland. In 1970 verhuisde de RMTS naar de school aan de Jan van Galenstraat in De Lier. Tegenwoordig is in deze school het cursuscentrum gevestigd waarin het Holland College nog steeds participeert.

Poeldijk.
Inmiddels waren er in het Westland al verschillende lagere tuinbouwscholen gesticht. De eerste school die dit predikaat kreeg was de in 1928 opgerichte L.Tu.S. in Poeldijk. Deze katholieke school die gevestigd was aan de Dr. Weitjeslaan was in eerste officiële L.Tu.S. in het Westland. Tien jaar later werd in Naaldwijk een christelijke tuinbouwschool opgericht. De school werd gevestigd in vier lokalen aan de Dijkweg (later kwam hier garage Droog en tegenwoordig staan er luxe appartementen). Naderhand verhuisde de school naar de Burgemeester Elsenweg.

De christelijke tuinbouwschool begon met 42 leerlingen in twee groepen onder de bezielende leiding van de onlangs op 99-jarige leeftijd overleden meester Van Barneveldt. De jaren daarna werden er overal in het Westland tuinbouwscholen opgericht. De meeste met gewoon dagonderwijs, in ‘s-Gravenzande, Naaldwijk, Wateringen, Maasland, De Lier, en zelfs in Delft. De leerkrachten waren meestal ‘reizende leraren’ die de verschillende scholen bezochten. In 1990 werd de fusie tussen alle scholen een feit, waarbij de tuinbouwopleidingen werden gebundeld in het Holland College. Ruim 1600 jongens en meisjes maken tegenwoordig gebruik van het dagonderwijs aan het Holland College terwijl er nog eens 2000 personen, zowel uit binnen- als buitenland, in geschreven staan voor de speciale tuinbouwcursussen.

Het huidige Holland College is dus een voortvloeisel van bijna honderd jaar tuinbouwvakonderwijs en heeft als volwaardig opleidingscentrum voor de tuinbouw een belangrijke plaats in het Westland.

Bronnen: ‘Het Westland’ door Hein van der Zande, Jubileumuitgave van de Proeftuin Zuid-Hollands Glasdistrict t.g.v. 25 jaar directeursschap Ir. J. M. Riemens. Met dank aan G.J.T.C. Hamel en gemeente archief Naaldwijk.

Door: Marjoke van der Wilk  Uit: Westlandsche Courant  Dinsdag 18 oktober 1994
type werk: Nicole Schoutens-Koppenol

horizontal rule


EEN VONDST IN NAALDWIJKS PASTORIE.

Naast het bekende trio: Maarten Luther, Johannes Calvijn en Ulrich Zwingli behoort ook de Nederlander Cornelis Hoen tot de Hervormers. In de kerkgeschiedenis wordt Cornelis Hoen genoemd als de schrijver van de Avondmaalsbrief, waarin zijn opvattingen over het Avondmaal in tegenstelling tot die van de eucharistie werden uiteengezet. Hoens ideeën zijn nog steeds aktueel. Zijn visie werd door enkele belangrijke Hervormers overgenomen en vormt nog steeds één der geschilpunten in het gesprek tussen katholieken en protestanten.

Minder bekend is het verhaal, hoe Cornelis Hoen er toe kwam zijn Avondmaalsbrief te schrijven. Daarvoor moeten we naar het Westland. Daar was op 11 november 1509 de kanunnik en deken van Naaldwijk, Jacobus Hoeck (of Angularius) overleden. Hoeck bezat een belangrijke bibliotheek, die hij aan zijn neef, Martinus Dorpius, een zoon van zijn zuster, vermaakt had. Dorpius was een vermaard professor aan de universiteit van Leuven en had vooreerst geen gelegenheid de lange reis naar Naaldwijk te ondernemen.Daarom vroeg hij zijn vriend en studiegenoot Cornelis Hoen voor hem de boeken in ogenschouw te nemen. Mr. Cornelis Hoen was advokaat bij het Hof van Holland en woonde te 's Gravenhage. Voor hem was deze reis geen bezwaar.

Bij het doornemen van de boeken uit de nalatenschap van de kanunnik, deed Hoen de ontdekking van zijn leven. Hij vond er verschillende brieven, nog geschreven door Wessel Gansfoort, die geleefd had van 1419 tot 1489. Gansfoort was een leerling van de "Broeders des Gemenen Levens", en wordt als een voorloper der Hervorming beschouwd. Wat bleek? De Naaldwijkse kanunnik was met Gansfoort in een heftige pennestrijd geweest omtrent diens anti- roomse geschriften.

De vondst was daarom zo verwonderlijk, omdat de kerk alles in het werk had gesteld om de werken van Wessel Gansfoort, die niet waren uitgegeven, te verbranden. Blijkbaar was de bibliotheek van de goed-katholieke pastoor aan hun aandacht ontsnapt. Bij de brieven van Gansfoort bevond zich ook een verhandeling over het Avondmaal. Deze zette Hoen aan het denken en bracht hem tot nieuwe gedachten. Hij besprak deze met zijn vrienden en legde daarna zijn opvattingen over het Avondmaal in een brief vast.

Men besloot Luther, de grote Duitse Hervormer, van de Avondmaalsbrief in kennis te stellen. Hinne Rode, rector van het Fraterhuis te Utrecht vond men bereid de reis naar Wittenberg in Duitsland te ondernemen. Luther nam met instemming kennis van de correspondentie van Wessel Gansfoort, maar de opvatting van Hoen over het Avond maal wees hij echter af. Teleurgesteld kwam Rode van deze reis terug. Een jaar later, in 1522 werd Rode, waarschijnlijk door zijn contact met de grote Hervormer, door zijn superieuren uit zijn ambt ontzet.

Daarna week Rode uit naar het buitenland en ontmoette daar de Zwitserse hervormer Zwingli en liet hem de brief van Hoen lezen. Zwingli was opgetogen en liet de Avondmaalsbrief met enkele aanvullingen in 1525 uitgeven. In deze tijd werd Hoen door de inquisitie aangehouden en gevankelijk naar Geertruidenberg gevoerd. Het Hof van Holland was daarover zeer ontstemd en protesteerde bij de landvoogdes. Hoen kwam weer vrij, maar hij mocht zijn woonplaats 's Gravenhage niet verlaten. Niet lang daarna is hij gestorven, kort voor de uitgave van zijn Avondmaalsbrief.

De avondmaalsleer van het huidige protestantisme vindt haar oorsprong in een geschrift van Nederlandse afkomst, waarbij de Naaldwijkse kanunnik, zijns ondanks, een bescheiden rol heeft gespeeld.

F.C. Groen.
Literatuur: Dr. G. P. van Itterzon: De Levende Kerk.
Uitgave: Zomer en Keuning, Wageningen.
type werk: Nicole Schoutens-Koppenol

horizontal rule


Bijzondere avonturen van een Haagse fietser in Het Westland anno 1912.

Het is nog net geen 1 aprilmop, want het gaat over zondag 31 maart 1912. Een sfeertekening van hoe het er - gebaseerd op een reeks ware feiten, die echter in verband met 1 april uiterst vrij zijn geïnterpreteerd - op die zondag in Naaldwijk kan zijn toegegaan.

Een greep uit het leven van Naaldwijk in 1912.

Naaldwijk
Voorovergebogen peddelend tegen de westenwind en nietsvermoedend van wat hem te wachten staat, fietst op zondag 31 maart 1912 - nu negentig jaar geleden - een Hagenaar Naaldwijk binnen. Wellicht is hij op weg naar 'de Geest', waar die middag op het voetbalveld een wedstrijd tussen VVN en HBS moet worden gespeeld. Wellicht ook niet. Hoe dan ook, hij passeert in elk geval onderweg de boerderij, waarvan de hooiberg de dinsdag in de week ervoor in brand heeft gestaan. Mogelijk stapt hij even af om naar de ravage die is aangericht te kijken en hoort hij van iemand dat de boer - W. B. Kester - bij een poging om de brand te blussen zich nogal ernstig heeft bezeerd. Dat kwam omdat hij met een emmer water van het hooi is gevallen.

En daar is het wat de rampspoed betreft niet bij gebleven, want toen de vrijwillige brandweer arriveerde, was ook de agent van politie v. Z. aan komen fietsen. Hij lette echter even meer op de brand dan op waar hij liep en viel zo in een diepe mestput. Die bleek ook nog eens tot de rand toe gevuld te zijn, zodat hij kopje onder ging. De man was nog niet uit zijn benarde situatie verlost of hij sprong razendsnel in de sloot ernaast om zich zo goed en zo kwaad als het ging te reinigen. Later werd duidelijk dat de brand, waar het eigenlijk om ging, was ontstaan doordat kinderen in de hooiberg met lucifers hadden gespeeld.

De fiets
Met dit alles nog in zijn achterhoofd trapt de fietser flink door en passeert daarbij de Dijkweg. Daar wordt hij tot zijn schrik plotseling door iemand nogal agressief aangeroepen. Het is op deze zeer lommerrijke en smalle weg van Honselersdijk naar Naaldwijk een beetje lastig fietsen, want de gemeente Naaldwijk is net bezig de riolering op te knappen waardoor het verkeer, waar dus ook de Haagse fietser aan deelneemt, het wat langzamer aan moet doen en goed moet uitkijken.
"Hé", komt de jonge Naaldwijker hem achterop, "wat doe jij op mijn vaders fiets?",
De wielrijder brengt zijn karretje wat zwaaiend tot stilstand, springt er vanaf en kijkt de schreeuwende Naaldwijker verbouwereerd aan. "Dat is mijn fiets, die heb ik zelf gekocht", brengt hij met moeite uit. Maar daar neemt de Naaldwijker in het geheel geen genoegen mee. "Ik zie het toch zelf: dat is mijn vaders fiets. We gaan meteen naar de politie!".

Zo gezegd zo gedaan. De Naaldwijkse agent van politie (zou dat soms dezelfde zijn van die beerput?, flitst het door de fietser heen) die het tweetal die zondagmiddag ontvangt, snapt meteen dat J, van G" de vader van de Naaldwijkse jongeman, eigenlijk de rechtmatige eigenaar van de fiets is. Want hij weet zich nog als de dag van gisteren te herinneren, dat de man vorig jaar nogal overstuur bij hem is komen vertellen dat hij in Den Haag aangifte had moeten doen van diefstal van zijn nog vrij nieuwe fiets, Hij was hem kwijt geraakt, toen hij daar een familie- lid in het R.K. Ziekenhuis bezocht. Het rijwiel was gewoon door iemand meegenomen en hoe hij ook zocht en hoe de politie ook speurde, het gestolen goed werd niet meer teruggevonden. Het karretje was en bleef weg.

Toevallig
Dat zijn zoon de fiets nu meteen heeft herkend, is een mirakel, maar heeft er ook mee te maken dat er aan de fiets hoegenaamd niets is veranderd. Toch krijgt de eigenaar zijn karretje niet terug. De politie besluit, zoals de politie in zo'n geval altijd moet doen, het rijwiel in beslag te nemen. Er zijn geen bewijzen, ook niet van het feit dat de berijder de dief van de fiets is. Dus wordt hem op zijn beurt meegedeeld dat hij - nadat zijn gegevens zijn genoteerd - weer naar huis mag terugkeren. Zij het op andere wijze dan hij is gekomen. Of hij echt op weg is geweest naar de Geest om daar naar het voetballen te gaan, zal in geen negentig jaar duidelijk worden. Maar feit is, dat daar intussen wel het eerste elftal van NVV (Naaldwijkse Voetbalvereniging) tegen het derde van HBS uit Den Haag tussen de lijnen is. getreden. Niet met elf man, maar - heel toevallig - met tien... Een aantal dat later nog wordt gereduceerd tot negen, al gaat dat zonder rode kaart want die wordt pas ruim een halve eeuw later uitgevonden. De wedstrijd wordt, dat is begrijpelijk, door Naaldwijk gewonnen met 3-0.

In de ruimte die voor kantine doorgaat wordt wellicht iets anders dan melk geschonken, maar als dat wel het geval is, dan heb je kans dat deze drank meer aftrek heeft gevonden dan anders, want de zuivelfabriek in Naaldwijk heeft zojuist besloten de literprijs voor melk met twee cent te verlagen. Iedereen in Naaldwijk is daar blij mee en is het er roerend over eens, dat dit weer enige verlichting geeft in deze toch beslist dure tijd.

Als de Hagenaar zijn fiets niet was kwijtgeraakt, had hij de terugweg naar Den Haag eventueel over Monster kunnen nemen. Het zou hem dan helemaal niet opvallen dat een zware muur, die voorheen de begraafplaats aan de Geestweg aan het oog onttrok, nu heeft plaatsgemaakt voor een vriendelijk hek. Maar voor de Naaldwijkers is daardoor wel veel somberheid verdwenen. De open ruimte verraadt dat het hier bij de westelijke ingang van het dorp Naaldwijk om een grote verbetering gaat.

Nieuw station
Het ligt natuurlijk veel meer voor de hand dat de Hagenaar gewacht heeft tot de eerstvolgende tram van de Westlandsche Stoomtramweg Maatschappij (WSM) naar Den Haag zou vertrekken. Hij passeert daarbij in Honselersdijk het station, dat er werkelijk fonkelnieuw uitziet. Het staat te schitteren in de alweer dalende voorjaarszon. De werksteigers, die daar geruime tijd hebben gestaan, zijn immers geheel verdwenen en het gebouw is fraai met pannen gedekt. Het blijkt een bijzonder slank, net en vriendelijk gebouwtje te zijn geworden, veel ruimer en flinker dan men het zich - toen de plannen nog in de maak waren - heeft voorgesteld. De Honselersdijkers zijn er erg blij mee, want daarmee is een eind gekomen aan het gemis van een beschuttend lokaal voor de passagiers gedurende vele jaren.

Onderweg ziet de terugreizende Hagenaar vast wel, dat de weilanden van het Westland er over het algemeen goed voor staan, maar hij is beslist niet zo'n kenner die weet dat ze na de uitdroging van de hete zomer van 1911 er beter bij zijn komen te liggen dankzij een gunstig najaar en al helemaal niet dat het gewas daardoor flink bij groeit en de wortelspruitjes zich goed ontwikkelen. Ondanks de felle kou in de winter valt het allemaal nogal mee, omdat sneeuwbedekking ervoor heeft gezorgd dat 1912 toch nog wel eens een goed grasjaar kan worden. De Hagenaar zonder fiets kan dit maar weinig schelen. Hij zit na een lange tramrit allang en breed thuis mokkend over het verlies van naar wat hij naar beste weten zijn eigendom mag noemen, totdat de Naaldwijkse politie er na ijverig speurwerk achter komt, dat de teruggevonden fiets van de heer J. v. G. dat ook inderdaad is, omdat hit 'reeds in de derde hand blijkt te zijn overgegaan'. Hij kan dus gelukkig ook volgens de politie niet de dief zijn geweest. Maar voor de oorspronkelijke eigenaar is het ook geen lolletje, want het politierapport meldt: 'De oorspronkelijke eigenaar kan zijn voertuig daarom alleen tegen vergoeding terugbekomen'. Of dat gebeurd is, weet alleen de familie v. G.


Naaldwijkseweg, Honselersdijk in vervlogen jaren.

Bron: Westlandsche Courant
Plaatsing: zaterdag 30 maart 2002
Door: Aad van Holstein

Reacties zijn welkom via: aadvanholstein@hotmail.com

horizontal rule


Zorgen om Westlanse waterwegen in 1901.

Het voorjaar van 1900 kwam als een verademing na een lange en strenge winter die het Westland in zijn ijzige greep had gehouden. De sloten waren weer bevaarbaar en de vele schippers die het Westland toen telde, konden hun zeilen weer hijsen.

Uit: Westlandsche Courant 7 april 2001
Door: Aad van Holstein



De Haven van Naaldwijk in het begin van de vorige eeuw. Nu bevindt zich daar het Havenplein.
Foto uit het Koppenol familie archief.

Vergeten was in het voorjaar van 1900 de periode van strenge vorst. Vergeten was dat er in die tijd maar weinig werk in de tuinbouw kon worden verricht. De verdiensten waren ook al niet om over naar huis te schrijven. En omdat er nog lang geen sprake was van de uitstekende sociale voorzieningen, waar honderd jaar later een beroep op kan worden gedaan, werd er bijvoorbeeld in Naaldwijk nog volop voor de armen gecollecteerd.
Niet alleen in de kerken, maar ook langs de deuren.
"De wintervoorraad levensmiddelen raakt op", schreef de Westlandsche Courant. " Armoede en gebrek staan dan ook voor velen voor de deur. Nu eens geen collecte voor de Transvaalsche Boeren of andere liefdadige werken maar 'voor de eigen ingezetenen, die gaarne een stukje brood verdienen, maar door omstandigheden daartoe in de onmogelijkheid zijn gekomen".
Men kan zich voorstellen, dat de lente met vreugde werd begroet, want dat gaf weer wat meer lucht voor de arbeiders in de tuin. Maar ook voor degenen, die op het water hun brood verdienden. Immers de langzaam weer op gang komende aanvoer van fruit, aardappelen en groenten werd nog grotendeels met zeilschepen verwerkt. Die voeren af en aan naar markten in de omliggende steden, naar havens en spooremplacementen. De schippers waren belangrijke partners voor de tuinders, die hun producten via de twaalf Westlandse veilingen aanleverden en over het water naar de grote steden vervoerd zagen worden.

Uitgestorven
Andersom kwamen ook goederen die voor het Westland bestemd waren nog voornamelijk per schip in de streek terecht. Het nu alweer jarenlang uitgestorven vak van schipper werd in 1901 nog door honderden Westlanders uitgeoefend. Het was een zeer goed middel van bestaan. Maar het had ook een keerzijde, want ondanks het feit dat er jarenlang door de Westlandse vaarten werd gevaren en de drukte daar steeds verder toenam werd er te weinig aan het onderhoud van de vaarwegen gedaan.
Allengs drong het besef door dat deze vaarwegen, die het Westland werkelijk in alle richtingen doorkruisten, in een steeds minder goede staat verkeerden. De sloten en vaarten waren totaal verouderd. Ze voldeden niet meer aan de eisen die het toenemende waterverkeer eraan stelde.
In het voorjaar van 1901 werd daarom door de zojuist opgerichte 'Vereniging tot Vaartverbetering in het Westland' flink alarm geslagen.
"Zoals de vaarten er nu bijliggen vormen zij eerder een belemmering voor de scheepvaart dan een mogelijkheid tot sneller vervoer", werd keihard gesteld. En daar zat niemand in het Westland op te wachten.

Bewust
De vereniging was zich er - dat blijkt uit publicaties in die tijd - terdege van bewust dat de sloten en vaarten in het Westland eigenlijk helemaal niet waren gegraven voor nijverheid en verkeer, maar voor de afvoer van het overtollige water van het waterschap Delfland, dat weer tot het Hoogheemraadschap van Delfland behoorde en dat geen enkele verandering aan de vaarwegen duldde zonder haar uitdrukkelijke toestemming.
De oorzaak van de slechte staat van de vaarwegen moest volgens deskundigen vooral worden gezocht in het va,ren 'met te veel zeil op', waartegen de kaden niet bestand waren. De vereniging maakte zich daar erg druk over, maar de schippers zelf lagen daar niet wakker van.
In diverse Westlandse plaatsen kon men ze - als ze niet onderweg waren met een vracht - in de binnen- havens aantreffen. Straatnamen als het Havenplein in Naaldwijk en de Havenstraat in Monster doen nog sterk herinneren aan deze havens. Ook gebouw de Binnenhaven, daar vlakbij gelegen, is genoemd naar dit haventje, waar vlakbij in het begin van de vorige eeuw ook de veiling Naaldwijk gevestigd was, In die havens lagen de schepen te wachten op een vracht.

Mest of jenever
Schipper Peter Jansen (25) uit Naaldwijk was een van hen. Hij was in gezelschap van zijn knecht Jan Nadorp het haventje van Naaldwijk uitgevaren naar Schiedam, waar hij een vrachtje moest ophalen, dat hij naar Hoek van Holland moest brengen. Op 12 maart 1901 voer hij met zijn schip van Schiedam naar Hoek van Holland. Het staat niet vast of hij Schiedamse jenever of een lading van de bekende Schiedamse mest aan boord had. De mest werd overal in het Westland door de schippers afgeleverd om bij de tuinders in de grond te worden verwerkt. Dat het na het lossen van de mest niet altijd overal even schoon bleef op straat, weten sommige oudere inwoners zich nog goed te herinneren.

Schipper Jansen koerste die dag hoe dan ook via de Nieuwe Waterweg op de haven van Hoek van Holland aan, toen het schip daar plotseling om onverklaarbare redenen begon te slingeren en tegen een dukdalf (duc 'd'albe, zei men toen nog op zijn Frans) sloeg. Met groot lawaai brak het schip daarbij in tweeën. Terwijl een deel al zinkende was, sprong schippersknecht Nadorp met de moed der wanhoop op de zojuist aangevaren dukdalf en wist zich daaraan vast te klemmen en zo het vege lijf te redden. Schipper Jansen probeerde hem in een uiterste poging nog na te doen, maar miste de dukdalf en verdween tot grote schrik van Nadorp en andere aanstormende collega schippers in het diepe water. Nadorp wilde zijn baas koste wat het wil redden en zou hem nagesprongen zijn als de andere schippers hem daar niet van hadden weerhouden. Hij zou ongetwijfeld door de krachtige stroom zijn meegesleurd en eveneens zijn omgekomen, hoe goed hij misschien ook had kunnen zwemmen.

Tevergeefs
Twee schippers, Bos en Coli, stelden nog verwoede pogingen in het werk om Jansen alsnog uit het water van de Nieuwe Waterweg te redden, maar ze bleken tevergeefs. De knecht zat intussen nog steeds op de dukdalf, maar werd daar uiteindelijk door enkele schippers vanaf gehaald. In een bericht in de Westlahdsche Courant werd daags na het ongeluk gemeld, dat schipper Jansen was omgekomen. Er werd bij vermeld, dat hij altijd een zeer oppassend man was geweest. De sociale controle in Naaldwijk werkte uitstekend. De krant meldde verder over hem, dat hij 'de steun zijner moeder is, eene weduwe, die door deze ramp al haar middelen van bestaan verliest'.


De haven van Naaldwijk in 1925, de man met melkkan
in de hand bij de melkkar is Leendert W. Koppenol sr uit Honselersdijk.
Klik op de foto om hem groter te zien.
Foto uit het Koppenol familie archief.

Reacties zijn welkom via: aadvanholstein@hotmail.com

horizontal rule


Poging van Westlandse Engelandvaarders mislukt.

Door: Aad van Holstein
Datum: 1941
Uit: Westlandsche Courant 24 januari 2001

Naaldwijker Herman Lucas probeerde zestig jaar geleden tevergeefs naar Engeland te ontkomen. Later in de oorlogsjaren werd Lucas, die allerlei verzetsdaden pleegde, verraden.

Op een zaterdagavond in maart Van het oorlogsjaar 1941. moet het gebeuren. Drie jongens maken van het nachtelijk duister gebruik om te proberen met een bootje met buitenboordmotor als 'Engelandvaarders' de Nieuwe Waterweg bij Hoek van Holland op te varen. Het land uit. Naar Engeland.
Maar - ondanks het feit dat ze door een groepje Naaldwijkers worden geholpen - loopt hun onderneming vandaag zestig jaar geleden op niets uit. Een van hen is Herman Lucas. Negentien jaar oud Zoon van de Naaldwijkse gemeentearchitect Lucas. Zijn moeder verblijft in een inrichting en omdat zijn vader een drukke baan heeft, is er maar weinig controle op het doen en laten van Herman. In 1939 reed Herman nog met een motorfiets, merk DKW, heen en weer van NaaldWijk naar Den Haag als leerling van de rooms katholieke mulo. Toen hij op een dag in Rijswijk een lekke band kreeg, ontmoette hij daar de even oude rijwielhandelaar Theo Trompert uit de Kerkstraat. Net als Herman bleek deze op vliegveld Ypenburg een cursus zweefvliegen te volgen. Herman haalde wel zijn A-brevet, maar toen een jaar later de oorlog uitbrak, kon hij naar zijn B-brevet fluiten. Al tijdens de mobilisatie werd het vliegveld voor burgers gesloten.

Buitenboordmotor
Maar de vriendschap met Trompert en diens vriend Nijman, blijft. De jongens hebben het idee 'iets tegen de Moffen te moeten doen', waarna zij op zoek gaan naar wapens, die tijdens de eerste oorlogsdagen in de Vliet zouden zijn geworpen. Ze vinden niets, maar daar laten ze zich niet door ontmoedigen. Er worden gestencilde blaadjes verspreid en in cafés die door de Duitsers werden bezocht, zouden wapens buitgemaakt zijn. Het idee naar Engeland te vluchten ontstaat al gauw. Herman denkt er zelfs over een vliegtuigje op Ypenburg te stelen om zo de zee over te steken. Hij zou het liefst dienst nemen bij de inlichtingsdienst om spionagewerk te verrichten. Maar het plan om naar de overkant te vliegen laat hij varen. Wel zou het misschien via het water kunnen. Op een avond weten Herman en Theo een boot met buitenboordmotor, die in een loods bij de Geestbrugweg in Rijswijk ligt, weg te halen en op een aanhangwagen, die normaal bestemd is voor het vervoeren van zweefvliegtuigen, te leggen. Een agent, die de jongens bezig ziet, schiet zelfs nog even niets vermoedend te hulp. Boot en motor worden daarna tijdelijk opgeslagen. Intussen weet Herman uit de garage van de Naaldwijkse brandweer in de Koningstraat de voor de overtocht nodige benzine te stelen.

Eindelijk breekt de zaterdagavond aan, waarop de boot op een vrachtauto wordt geladen en naar de Nieuwe Waterweg wordt gereden. Herman Lucas en de twee Rijswijkse vrienden Roel de Wilde (18) en Cor Niiman (21), die met hem mee willen, worden die avond geholpen door vier vrienden uit Rijswijk en het Westland. Wim Neervoort, zoon van een bakker, heeft nog gezorgd voor een tarwebrood en twee rollen pepermunt. Maar op weg naar De Hoek passeert de vrachtwagen een groep Duitsers. Om ze te misleiden heffen de jongens gauw het weermachtslied 'Denn wir fahren gegen England' aan. Hoewel zij de vijand dan te vlug af lijken te zijn, worden ze toch vlakbij het slachthuis Vianda, gelegen aan de Nieuwe Waterweg toch door een Duitse patrouille gestoord, waarop de groep het hazenpad kiest. Omdat Herman Lucas de bezetter toch zoveel mogelijk wil blijven dwarszitten, probeert hij de tram van de WSM te boycotten. Samen met Neervoort en Voskamp laat hij op 6 maart 's-avonds om tien uur een goederentrein die uit de richting Poeldijk komt en de overweg bij de Kleine Woerdlaan vlak bij het stationnetje in Naaldwijk wil oversteken, ontsporen. De volgende dag zien de voorbijgangers hoe de locomotief als gevolg van geknoei aan een wissel uit de rails is gelopen. De marechaussee die een onderzoek instelt constateert opzet. De volgende dag loopt een trein die van de andere kant afkomt meteen flink vaartje uit de rails. Op 24 april wordt de wisseltruc nabij de Rolpaal in Honselersdijk herhaald. Hoewel speurhonden worden ingezet, vindt men de daders niet. Omdat de tramwegen te veel in de gaten gehouden worden, verlegt Herman zijn activiteiten.

Brand
Op 16 april 1941 om vijf over tien wordt brand gemeld bij de veiling Zwartendijk. Ook een fustloods van veiling Poeldijk wordt in brand gestoken. Een tijdje denkt de politie in Jochem van den Berg, een onafhankelijk raadslid de dader te hebben gevonden. Er worden tegen hem zeer bezwarende verklaringen afgelegd, want hij zou langs de veiling zijn gefietst en in zijn huis een verdacht flesje hebben bewaard. Ook zou hij gezegd hebben, de veiling nog wel eens in brand te zullen steken, veel mensen beschouwen Van den Berg als NSB'er. Maar bij gebrek aan bewijs wordt hij vrijgelaten. Later als, Lucas na verraad wordt gearresteerd (1942) blijkt, dat hij de brand samen met Theo Trompert heeft gesticht. Hij is in zijn eentje nog naar Poeldijk gereden om met benzine die hij van de brandstichting over had; de brand in poeldijk te stichten.

Plakkaten
In mei 1941 worden in Naaldwijk en andere dorpen plakkaten opgehangen. De burgemeesters van zes gemeenten schrijven: "Aan de Westlandsche bevolking! De Burgemeester der Westlandsche gemeenten voelen zich verplicht, zich met een ernstig woord tot hun ingezetenen te wenden in verband met in enkele gemeenten den laatste tijd voorgekomen gebeurlijkheden, vooral aan spoorlijnen en veilingloodsen, tusschen welke eenige samenhang niet uitsloten kan geacht worden. Zij moeten de bevolking wijzen op de gevaarlijke gevolgen, welke dergelijke voorvallen in deze tijden kunnen medebrengen voor hunne gemeenten en de bevolking zelve en doen een ernstig beroep op de burgerij om ten deze haar gezond verstand en zin voor orde te bewaren. Door enkele kwaadwillige individuen kan aan het Westland niet te overziene schade worden toegebracht. Ieder weldenkend burger neme hiertegen stelling en geve aan de politie elke inlichting, welke voor haar van belang kan zijn".


Klik op de afbeelding om hem groter te zien.

Voor die inlichtingen wordt een beloning van 250 gulden uitgeloofd. Ruim een half jaar later lost de politie de zaak op als een 'gouden tip' over de sabotagedaden binnenkomt, waarmee Herman Lucas wordt verraden. Dit heeft onherroepelijk de dood van Herman Lucas tot gevolg en levert zware gevangenisstraffen op yoor de mededaders. Herman Lucas, wiens geschiedenis wij ontlenen aan het prachtige in 1995 verschenen werk 'Gemeente, Naaldwijk 1940-1945', wordt beschouwd als een van de verzetshelden van het Westland.

Reacties zijn welkom via: aadvanholstein@hotmail.com

horizontal rule

Een nachtelijke overval op het arbeidsbureau in 1943.

Uit: Westlandsche Courant 15-11-2003
Datum: 1943
Door:
Aad van Holstein

In het jaar 1943, nu ruim zestig jaar geleden doet de Westlandse Knokploeg regelmatig van zich spreken door zijn geheime acties tegen de Duitse bezetter. In het boek 'Gemeente Naaldwijk 1940-1945' dat in 1995 verscheen wordt daar ook melding van gemaakt. En in politierapporten van die tijd.

De spectaculairste verzetsdaad van de Westlandse Knokploeg speelt zich af in het donkere najaar van 1943: een overval op het arbeidsbureau in Naaldwijk, die niet zonder gevolgen blijft. Het gaat om het bijkantoor van het Gewestelijk Arbeidsbureau te Delft gevestigd aan de Stokdijkkade. De verzetslieden hebben het gemunt op een kaartsysteem dat zich daar bevindt.
In de zomer laat de bezetter weten niet tevreden te zijn over de resultaten van de arbeidsinzet. Er moet een kaartsysteem worden ingevoerd, waarbij bedrijven verplicht worden een registratiekaart in drievoud in te vullen: de Z-karte. Daarop moeten nauwgezet alle gegevens van elke werknemer worden aangegeven plus de periode waarin de medewerker beslist niet kan worden gemist. Het gaat in het Westland om de tuinbouw, een seizoensbedrijf waarbij fluctuaties optreden in de personeelsbezetting. Die kaart moet niet alleen naar de Duitse overheid, maar ook naar het arbeidsbureau worden gestuurd.
Aan de hand van de gegevens die i de werkgevers moeten doorgeven, wordt daarna beslist of iemand voor uitstel van uitzending naar Duitsland in aanmerking komt. De leden van de Knokploeg beseffen dat, als iedere werkgever dit klakkeloos opvolgt, talloze Westlanders in gevaar komen. Eerst wordt daarom de oproep gedaan om de Z-karte niet in te vullen, laat staan in te sturen. Maar daar blijft het niet bij. De Westlandse Knokploeg bereidt in het diepste geheim een overval voor op het arbeidsbureau om daarbij de kaarten te vernietigen nog voor ze door de bedrijven kunnen worden ingevuld.

Regenachtig
In het boek van de heren drs. C. J. M. Bentvelzen, P. A. Smit en drs. P.A. Vreugdenhil staat het zo pakkend beschreven: "Op een donkere, zeer regenachtige zaterdagavond verzamelt zich een vijftal leden van de Westlandse Knokploeg ter hoogte van het plaatselijk bijkantoor van het Gewestelijk Arbeidsbureau aan de Stokdijkkade. Vanuit hun schuilplaatsen houden de vijf het arbeidsbureau scherp in de gaten. Zij zijn bekend met het feit dat in het kantoor bewakingaanwezig is en dat regelmatige controles door de plaatselijke politie worden uitgevoerd. De ambtenaar H. Snapper heeft hen hiervan op de hoogte gesteld en tevens uitgelegd 'hoe en waar één en ander te vinden zal zijn. Het plan is om op het moment dat de politieman aanbelt om het kantoor te controleren, tegelijkertijd naar binnen te dringen onder bedreiging vaneen vuurwapen. Men kan echter die avond lang wachten. De politieman komt - vermoedelijk vanwege de hevige regen - niet opdagen. De vijf KP/ers besluiten dan zelf tot actie over te gaan."
Uit het later opgesteld politierapport blijkt dat op zondagmorgen 28 november om kwart voor vier er op de voordeur van het bijkantoor van het arbeidsbureau wordt geklopt. De bewaker, luisterend naar de naam Landmeter schrikt even en loopt nieuwsgierig naar de deur zich afvragend wie op dit uur bij het arbeidsbureau moet zijn. Hij vraagt eerst door de deur heen wie er is. "Doe eens open, Landmeter hier is Kaat". Daarop doet hij de deur van het nachtslot doet en op een kier. Leen Kaat is immers een bekende Naaldwijkse politieman. Een hem volkomen onbekende man staat tegenover hem met een revolver in de hand en zegt: Handen omhoog, Landmeter."

Politierapport
Het politierapport gaat dan verder: "Daarna zei men tegen hem: Ga tegen de muur staan met je handen omhoog en je gezicht naar de deur. Voordat hij dat kon doen, zag Landmeter dat een tweede persoon uit het donker naar binnen kwam. De overvallers waarvan er vermoedelijk twee geweest zijn, hoewel de mogelijkheid bestaat dat er nog enige op post buiten het kantoor hebben gestaan, zijn daarna aan het werk gegaan. Even voordat de overvallers het kantoor verlieten, kwam er een van hen naar hem toe en voelde aan het touw om zijn polsen zei tegen hem. Doet het pijn, Landmeter? Daarna verlieten de daders het bijkantoor."
De overvallers hebben Landmeter niet overdreven strak vastgebonden op zijn stoel, want hij kan zich vrij gemakkelijk bevrijden. Hij loopt snel naar de voor deur. Die blijkt aan de buitenkant op slot gedraaid te zijn. Dus moet hij van de achterdeur gebruik maken om precies om twaalf minuten over vier aangifte te doen bij het politiebureau, dat aan het dan nog Marktplein hetende Wilhelminaplein ligt. Een lid van de Luchtbeschermingsdienst, toevallig op het politiebureau aanwezig, wordt naar het woon adres gestuurd van inspecteur Boltje, die daarop de Gewestelijk Politiecommandant en de Sicherheidspolizei in Rotterdam alarmeert. Snel opgetrommelde rechercheurs stellen daarna een diepgaand onderzoek in en zorgen er ook voor dat het arbeidsbureau verscherpt wordt bewaakt. Patrouilles lopen op straat om personen te controleren. Maar van de daders geen spoor. Het begint hevig te regenen, waardoor ook Bertus, de ingezette speurhond, het laat afweten.
Geen wonder, want de mannen waar het om gaat hebben hun buit inzakken gepropt en zijn de vlak voor het bureau liggende Naaldwijkse Vaart overgestoken en hebben zich met gebruik van losse planken over slootjes, bruggetjes en smalle paadjes dwars door de tuinderijen van Pijletuinen uit de voeten gemaakt.

Ravage
In het kantoor treft de politie een grote ravage aan. Documenten liggen door elkaar en een telefoontoestel is losgetrokken en in een hoek gegooid. Niet alleen het kaartsysteem met duizend kaarten vol persoonsgegevens over de arbeidsinzet is verdwenen, ook een systeem met alle stamkaarten van ingeschrevenen. De verzetsmensen hebben toch pech. In een kluis bij een plaatselijke bank liggen de gegevens in duplicaatvorm opgeslagen.
De NSB-burgemeester van Naaldwijk maakt namens de Duitse bezetters bekend, dat de bevolking van Naaldwijk voor de overval en eerdere sabotageacties wordt bestraft. Van 16 december 1943 tot en met 12 januari 1944 geldt een uitgaansverbod. Op werkdagen na 19.00 uur en op zon en feestagen na 18.00 uur is het voor iedereen verboden zich in de openlucht te bevinden, bovendien moeten alle openbare gebouwen tot en met 15 februari 1944 door mannelijke ingezetenen van 20 tot 44 jaar worden bewaakt. "Een goedkope ingreep van de Duitsers en effectief bovendien, want bij een eventuele nieuwe overal zouden zo onschuldige Naaldwijkers moeten boeten", aldus de auteurs van het boek over Naaldwijk in de Tweede Wereldoorlog.

Reacties zijn welkom via: aadvanholstein@hotmail.com

horizontal rule


Gaten in het dak na schietseizoen in Naaldwijk.

Uit: Westlandsche Courant 25-10-2003
Door: Aad van Holstein

De Schietvereniging Naaldwijk was in 1963 maar wat blij met het nieuwe onderkomen in de pas geheel verbouwde accommodatie 'De Harmonie' aan de Dijkweg. De voormalige oude pastorie bood niet alleen onderdak aan de eigenaresse de muziekvereniging Sint Adrianus, maar ook aan een judoclub. Nu kwam daar de schietvereniging bij in hetzelfde zaaltje.

Prominenten schoten de zaal figuurlijk open. In schiethouding op foto: voorzitter van de schietkring Westland T. van der Caay, wethouder Jan Emmens van Naaldwijk en zijn collega Verkade. Van links naar rechts staande: Wim Overdevest, Van Niel, Malkenhorst, Arie Middelburg, Ton Koene, A. Lentz, Albert Weinmann, Van der Eijck, Leen Kleer, Wim Emmens, Dirk Kamen, Van Niel (broer van de andere), Ph van Duyn en Halberstadt.
Prominenten schoten de nieuwe zaal figuurlijk open.

In schiethouding op foto: voorzitter van de schietkring Westland T. van der Caay, wethouder Jan Emmens van Naaldwijk en zijn collega Verkade.
Van links naar rechts staande:
Wim Overdevest, Van Niel, Malkenhorst, Arie Middelburg, Ton Koene, A. Lentz, Albert Weinmann, Van der Eijck, Leen Kleer, Wim Emmens, Dirk Kamen, Van Niel (broer van de andere), Ph van Duyn en Halberstadt.
(foto Gemeente archief Naaldwijk)
 

Het ene ogenblik dartelden de Naaldwijkse judoka's nog over hun matten in het zaaltje aan de achterzijde van gebouw De Harmonie en het andere vlogen de kogels er langs stalen draden naar liefst midden in de roos aan de overkant. Ze vlogen niet meer om ie oren, dat was verleden tijd. Albert Weinmann (66) kan zich nog heel goed herinneren hoe anders dat was toen hij zich als 19-jarige jongen meldde als lid van de Naaldwijkse Schietvereniging. Het omgaan met een vuurwapen was vlak na de oorlog een sport, die maar aan een enkeling was voorbehouden. Het waren meestal mensen, die iets met het leger, de politie of het verzet te maken hadden gehad, die schieten als sport wilden beoefenen. Zo kwamen in Naaldwijk direct na de oorlog verzetslieden onder de naam 'Trouw aan Oranje' vaak op allerlei plaatsen bijeen. Ze besloten een eigen club op te richten. De juiste oprichtingsdatum is 20 maart 1946, maar pas dertig jaar geleden is de vereniging bij Koninklijk besluit van 15 juni 1973 ook werkelijk Koninklijk goedgekeurd. In het begin werd op vele plekken geschoten, zoals in kassen, schuren, gymnastiek lokalen en kelders. Toen ik lid werd, schoten we nog in de Openbare kleuterschool in de Koningstraat, vertelt Albert Weinmann. “We gingen gewoon aan de kant zitten en de kogels vlogen zo dwars door het schoollokaal: De regels waren in die tijd nog niet zo streng als nu, al moest je wel een wapenvergunning hebben.”  

De wet veranderde daarna, zodat uitgeweken moest worden naar een andere locatie. Dat werd de kelder van de Vakschool voor Meisjes aan de Dijkweg. Die kelder heeft tot het najaar van 1963 als onderkomen dienst gedaan. “Het kwam een keer voor dat - nota bene een politieman - zo'n gietijzeren buis van de waterleiding raakte, waardoor de hele boel onder water kwam te staan", weet Albert zich nog goed te herinneren. Ook is een keer een elektriciteitsdraad doorgeschoten, waardoor de schutters meteen in het donker zaten.
Het was dus een hele verbetering, toen veertig jaar geleden met de harmonievereniging Sint Adrianus overeenstemming kon worden bereikt over het huren van de judozaal voor het houden van schietwedstrijden.
“Die zaal moest wel even worden aangepast", vertelt Weinmann, want de eisen die aan een schietlokaal werden gesteld werden steeds zwaarder. Met vereende krachten maakten we achter in de zaal een kast die als kogelvanger moest dienen. In de kast werden ik weet niet hoeveel op een halve meter afgezaagde boomstammetjes opgestapeld, waarin aan de kopse kant de kogels werden opgevangen. Daarachter bevond zich een zware stalen plaat, om te voorkomen dat de kogels door de muur naar buiten zouden vliegen."

Fietswielen
“Een van de leden, Adriaan Kiebert van de Geestweg, maakte van fietswielen en staaldraden een perfecte, met de hand te bedienen transportmachine om de schietkaarten op hun plek te krijgen, zonder dat iemand heen en weer hoefde te lopen. Dat gaf een veel grotere veiligheid. Het waren drie draden: een geleider en twee transportdraden. Met klemmetjes en later met plankjes werden de kaarten daarop bevestigd. Tegenwoordig gaat het baantransport allemaal elektrisch en gaat dat gepaard met een strenge controle", aldus Albert, die lachend vertelt dat het er in 1963 nog heel anders aan toe ging dan tegenwoordig. Zo moesten de leden van de schietvereniging af en toe gemobiliseerd worden om de gaten te dichten, die in het eternieten dak waren geschoten.
Toch was het op die dinsdagavond 15 oktober een feestelijk gebeuren, waarmee het nieuwe
schietlokaal achter De Harmonie in gebruik werd genomen. "We schoten niet in een kelder, maar in een kerker", zei voorzitter Ph. van Duyn bij deze gelegenheid in een speech, doelend op de schietbaan in de vakschool. In het nieuwe lokaal waren naast elkaar drie banen in gereedheid gebracht en toen de voorzitter was uitgesproken, zetten drie prominenten zich in  schiethouding erachter om de baan officieel open te schieten. Het waren de voorzitter van de schietkring Westland T. van der Caay, wethouder Jan Emmens van Naaldwijk en zijn collega Verkade. Daarna kregen de achter hen wachtende schutters (op bovenstaande foto van links naar rechts staande) Wim Overdevest, Van Niel, Malkenhorst, Arie Middelburg, Ton Koene, A. Lentz, Albert Weinmann, Van der Eijck, Leen Kleer, Wim Emmens, Dirk Kamen, Van Niel (broer van de andere), Ph van Duyn en Halberstadt de kans een serie schoten te lossen. Het zijn allemaal in die tijd bekende namen, want ze stonden wekelijks in alle kranten die in het Westland verschenen, net als de uitslagen van het biljarten en van de postduivenvluchten. Albert Weinmann en Wim Emmens zorgden er telkens weer voordat de uitslagen bij de correspondenten van de kranten werden ingeleverd; nadat ze om het gemiddelde uitte rekenen een rekenmachine van de gemeente Naaldwijk hadden geleend.

Wie Albert Weinmann tegenwoordig wil spreken, kan het beste eerst maar even naar de Hoge Bomen rijden, want tien tegen een dat hij daar in het gebouw van de schietvereniging te vinden is. Deze accommodatie heeft de vereniging sinds januari 1971 in gebruik en is uitstekend ingericht. Je vindt er een recreatieruimte met bar, een toiletruimte voor dames en heren, dertien multifunctionele geweer/pistoolbanen, een bestuurs‑ en commissiekamer. Het aantal leden ‑ afkomstig uit Naaldwijk, Honselersdijk en Maasdijk ‑ is van honderd leden in 1989 inmiddels gegroeid tot 120 nu. Tijdens de laatste kerkenveiling van de St. ‑Adrianusparochte in Naaldwijk zijn vijf door de vereniging aangeboden kavels ten bate van deze parochie verkocht. Op 21 november zijn op die manier intussen twintig personen uitgenodigd om op de banen aan de Hoge Bomen te komen schieten. Per persoon krijgt men dan drie kaarten. Wie ook zoiets wil moet op 6 november (2003) naar de kerkenveiling van de parochie van Onze Lieve Vrouw in Honselersdijk, waar ook vijf kavels te koop zitting voor een schietavond op 9 januari.
"Niemand is te oud of gehandicapt om te schieten", is de overtuiging van Albert Weinmann. "Hier was onlangs een vrouw van 83 die er eerst niets in zag, maar toen ze het eenmaal een keer gedaan had, kwam ze steeds weer terug. En zelfs hebben we een blinde jongen ‑met hulp van anderen, dat wel ‑ laten schieten. Hij reageerde uitbundig: nu hoor ik er ook bij!"

Reacties zijn welkom via: aadvanholstein@hotmail.com

horizontal rule

Erepoort trekt in 1923 aandacht in Naaldwijk.

Het ziet er aanvankelijk in september 1923 helemaal niet zo naar uit dat Naaldwijk royaal uit zijn slof zal schieten bij de viering van het 25-jarig jubileum van koningin Wilhelmina. Maar twee tot drie dagen van tevoren komt er toch ineens leven in de brouwerij. Overal worden de inwoners actief. En het resultaat is verbluffend.

Uit: Haagsche Courant 20-09-2003
Datum: 1923
Door: Aad van Holstein




Erepoort trekt in 1923 aandacht in Naaldwijk.

NAALDWIJK
Geen straatje of steegje in Naaldwijk wordt overgeslagen. Overal hangen vrolijke, dwars over de straat gespannen rood-wit-blauwevlaggetjes en op tal van plaatsen wiegelen kleurige ballonnetjes in de wind. Waar je ook kijkt, het is een zee van sparren- en aspergegroen. Maar de Prins Hendrikstraat spant de kroon. Allemaal voor de 'zilveren' koningin Wilhelmina.
Het op het laatste moment in het leven geroepen feestcomité van Naaldwijk heeft dat alles toch maar snel voor elkaar gekregen. De bewoners van de Prins Hendrikstraat zijn er als de kippen bij om van deze doorgangsstraat door Naaldwijk iets bijzonders te maken. Overal vandaan worden materialen aangevoerd en in minder dan geen tijd ziet de straat er feestelijk uit. Er wordt dan ook met grote toewijding en veel samenwerking door iedereen aan meegewerkt. Als het helemaal klaar is, vinden de Naaldwijkers het een lust voor het oog om door de straat te wandelen.
Maar daarmee zijn we er nog niet, want samen met de buren van de in het verlengde gelegen 's-Gravenzandseweg hebben de bewoners van de Prins Hendrikstraat, her ook nog eens voor elkaar gekregen om op de kruising met het Zuideinde een monumentale kruisboogpoort te plaatsen. Die wekt de bewondering van niet alleen heel Naaldwijk maar ook van ver daarbuiten.

Aanstekelijk
De ijver van de 'Prins Hendrikstraters' werkt zo aanstekelijk, dat al gauw de Molenstraat, Prinses Julianastraat, Geestweg en Herenstraat volgen. De Dijkweg krijgt bovendien een feeërieke verlichting met honderden lichtslingers, hetgeen voor een betoverend schouwspel zorgt. Tussen de bomen van het naar de jubilerende vorstin genoemde Wilhelminaplein -het centrum van de gemeente Naaldwijk- gloeien tussen de takken van de bomen ontelbaar veel oranje ballons. De Kruisweg heeft een feestelijke verlichting van oranje lampions tussen de bomen, die weerspiegeld wordt in het rimpelloze water langs de Kruisweg. Een verlichte fontein lokt honderden toeschouwers 's avondsnaar de Kruisweg. Dat het allemaal toch nog tijdig opgang komt en Naaldwijk twee dagen lang in feeststemming is, dankt men aan V. F. Valstar, de voorzitter van het feestcomité.
Hij staat bekend om zijn onverstoorbaar humeur en weet zijn schouders overal onder te zetten. De samenstelling van de bevolking in Naaldwijk is in 1923 zodanig dat niet iedereen staat te trappelen om nu eens een kermis naar Naaldwijk te gaan halen. Van rooms-katholieke en liberale kant wordt druk op het comité uitgeoefend om daar toch meer aandacht aan te besteden, maar Valstar gelooft meer in het Christelijk nationaal karakter van de feestelijkheden en probeert zich daar ook gewetensvol zoveel mogelijk aan te houden.

Luidruchtigheid
Dat lukt hem aardig, want gedurende de feestelijkheden wordt geen wanklank gehoord. Wel is er veel vrolijkheid en luidruchtigheid, maar van losbandigheid of dronkenschap is geen sprake. Dat is natuurlijk koren op de molen van degenen, die uitgesproken tegenstander zijn van kermisvermakelijkheden. Ze hebben nu eenmaal een broertje dood aan het gejengel van draaiorgels en ook al kunnen ze het lawaai van luchtschommels en carrousels nog wel verdragen, ze vinden dit soort vermaak opvoedkundig verwerpelijk', "Wie het volksfeest op hooger peil wil brengen, beginne met al die dingen te breken!", schrijft ene Dixi in het weekblad De Westlander in de rubriek Brief uit Naaldwijk. "Ons volk moet zich leeren te verheffen boven de banaliteit van dit ruwen onsmakelijk gedoe. Daarom dank aan den leider van de Naaldwijksche feesten, dat hij zo krachtig hier voor op de bres is gaan staan. Van de meest verschillende zijden heb ik niet dan met voldoening over de feesten horen spreken. Er was een algemene medewerking. Dat maakt onze nationale feesten juist zoo mooi, dat bij een enkele gelegenheid de verschillende volksgroepen elkaar zoo dicht naderen. De socialisten nu niet meegerekend stonden Linkschen en Rechtschen, Roomschen en Protestantschen, schouder aan sçhouder." Intussen vermaken de Naaldwijkers zich kostelijk met allerlei wedstrijden en volksspelen zoals het altijd vermakelijke jarenlang voor 1923 niet meer beoefende boegsprietlopen -en met zang en muziek. De gymnastiekverenigingen geven demonstratie en de plaatselijke middenstand organiseert een aantrekkelijke etalagewedstrijd. Waar anders iedereen gewoon langs loopt is er daardoor veel meer aandacht voor wat in de winkelstraten Molenstraat en Herenstraat te koop wordt aangeboden. Jammer vinden sommige Naaldwijkers het wel, dat hun dorp er niet in geslaagd is de feestelijkheden met die in Honselersdijk beter op elkaar af te stemmen, terwijl dit kerkdorp toch met Maasdijk één gemeente vormt.

Zelfstandigheid
Honselerdijk maakt zich echter rond 1923 steeds meer los van de centrumgemeente en streeft op alle gebied naar zelfstandigheid. Met Maasdijk is dat nog wel niet zo ver, maar zo wordt gedacht, in de toekomst zal dat ook wel die kant uitgaan. Overigens wordt het jubileum van koningin Wilhelmina; ook in andere gemeenten in het Westland gevierd. Overal op een andere manier. Zo doet De Lier dat met een grote historische optocht die ook andere gemeenten, zoals een gedeelte van Naaldwijk aandoet Het bestaat uit 64 personen of groepen, waarvan de meeste ruiters te paard. In Naaldwijk valt natuurlijk de nodige kritiek op de stoet te vernemen: "We hebben wel eens een mooiere stoet gezien", is een van de reacties, als de stoet voorbij is en zijn terugtocht naar De Lier alweer aanvaardt.

Reacties zijn welkom via: aadvanholstein@hotmail.com

horizontal rule

Geen sterke drank bij loting, 1897.

 Naaldwijk wordt op woensdag 27 oktober 1897 tijdelijk drooggelegd. Sterke drank is een groot deel van die dag taboe.
Reden: de jaarlijkse loting voor de Nationale Militie.
Maar erg rustig is het toch niet in het Dorp.

Door: Aad van Holstein
Uit: Het Westland AD donderdag 15 november 2007


Het Naaldwijkse Marktplein waar de lotelingen zich in de bewaarschool naast de kerk moesten melden.

Het is rumoerig op het Marktplein in Naaldwijk. Het lijkt wel alsof alle 250 opgeroepen jongemannen uit het hele Westland allen tegelijk zijn opgekomen. Naaldwijk ligt centraal in het Westland zodat het voor de hand ligt dat ze daar voor de loting worden opgeroepen.
Die heeft plaats in het lokaal van de bewaarschool, die aan het plein is gelegen. De hordes jongelui zwerven door de Herenstraat, de Rembrandtstraat en over het plein. De zaterdag daarvoor heeft net nog de aanbesteding plaatsgehad voor het verdelven van het hele plein ter diepte van anderhalve meter en het verplaatsen van vier bomen. Gelukkig beginnen de werkzaamheden daarvoor pas later, want het gemeentebestuur is helemaal niet zo blij met de jaarlijkse invasie van jongelui, die telkens beer voor ongeregeldheden zorgt.

Losse stenen en zandhopen moet je dan al helemaal niet hebben. Dat brengt iemand maar op verkeerde gedachten. Dit jaar komen er uit Naaldwijk zelf 62, uit 's-Gravenzande 55, uit De Lier 9, uit Monster 58, uit Loosduinen 50 en uit Wateringen 16 lotelingen naar de bewaarschool. Niet voor niets heeft de burgemeester van Naaldwijk, C. Noorduijn, uit voorzorg de rappers en herbergiers op de dag van de loting verzocht tussen 's morgens negen uur en 's middags twee uur geen sterke dranken te schenken of te verkopen. Ze zijn het niet verplicht, maar de meesten houden zich er graag aan, denkend aan hun vergunning. De burgemeester kent kennelijk zijn pappenheimers goed. Toch lijkt het erop, dat een aantal jongelui wel degelijk met een glaasje te veel op is binnengekomen, gezien het kabaal dat zij maken.

Ook al nuttigen velen het kosteloze bakje koffie met een broodje erbij in het opkomstlokaal, het blijft toch rumoerig. De heren achter de groene tafel blijven echter onverstoord met een sigaar in de mond en een pet op het hoofd de trekking van de lotnummers in de gaten houden. Ze zijn het gewend. Hoewel veel lotelingen rustig in de rij staan om hun lot te trekken, stellen sommigen zich wel als ware woestelingen aan. Ze tonen daarbij niet het minste respect te hebben voor de hoge militairen in het lokaal van de bewaarschool, waar sommigen jaren daarvoor als kleuters nog op school zaten en sindsdien blijkbaar niet veel geleerd hebben. ,,Als ze eenmaal onder de wapenen zijn, piepen ze wel anders," zie je de militairen denken, die nu nog niet op hun strepen gaan staan.

Veel broeder dienst door grote gezinnen.

De loting in de Naaldwijkse bewaarschool is een gevolg van de militair( dienstplicht, die van 1811 af in principe iedere Nederlandse man moet vervullen. Pas veel later (1998) zal daar een definitief einde aan komen. De registratie van de in aanmerking komende mannen heeft op hun achttiende jaar plaats en wel in de gemeente waar ze staan ingeschreven. In werkelijke dienst komen de ingeschrevenen - mits ze zijn ingeloot - pas twee jaar later als ze twintigjaar oud zijn. Het korps van dienstplichtige militairen heet in. 1897 nog Nationale Militie. Al is dat meteen ook het laatste jaar, dat iemand die is ingeloot, zich kan laten vervangen door een remplaçant. Dikwijls wordt dat dan wel in een notariële acte vastgelegd, want het komt soms - voor die tijd aardig wat - geld aan te pas om zo van de dienstplicht af te komen.

Het gaat dan om bedragen van enkele honderden guldens, wat in de negentiende eeuw niet gering is. In 1898 wordt het stelsel, waarbij een plaatsvervanger de dienstplichtige kan vervangen, bij wetswijziging afgeschaft en wordt de persoonlijke dienstplicht ingevoerd. Het lotingsysteem zelf is pas veertigjaar later afgeschaft; De loting in Naaldwijk levert dankzij de vele grote gezinnen in het Westland heel wat broederdienst op. Sommigen vragen vrijstelling omdat ze gebreken hebben of omdat ze de enige wettige zoon zijn. De lotingsregisters worden aangelegd op nummer van het lot van de ingeschrevene. Die registers gaan - als de loting achter de rug is - naar de militieraad, die de verzoeken tot vrijstelling beoordeelt.

Alle registers komen na verwerking door de militieraad terecht bij de commissaris van de koningin, in dit geval die van Zuid-Holland. Als eenmaal bekend is hoeveel de militie aan dienstplichtigen nodig heeft, worden de lotelingen opgeroepen. Ook worden eerst nog vrijwilligers opgeroepen. Of het op woensdag 1 december 1897 om tien uur door vrijwilligers dringen geblazen is bij gemeentesecretaris Van Deursen en burgemeester Noorduijn in het raadhuis aan het Marktplein in Naaldwijk, is echter zeer twijfelachtig. Je moet er wel zin in hebben en dan ook nog ongehuwd of kinderloos weduwnaar zijn en langer dan 156 centimeter om ervoor in aanmerking te komen. Als je jonger bent dan 19 of ouder dan 35 kom je zo al zo niet. En wie geen verklaring van ‘goed zedelijk gedrag’ heeft, kan het helemaal vergeten.

Prijzen van fruit zijn goed.

Niet alle jongelui gedragen zich bij de loting baldadig. Er wordt ook met elkaar gepraat. En waar zou dat anders over gaan dan over wat de tuinbouwproducten die dag doen. Zo hebben enkelen van hen bij de Honselersdijkse groenteveiling in de Dijkstraat gezien dat er een extra veiling is gehouden van fijne tafelappelen, peren en druiven, producten die ondanks het ongunstige jaar toch nog aardig wat zijn aangevoerd. Bij het passeren van de veiling horen ze dat de kooplieden uit de omliggende steden niet minder dan twintig cent voor de fijne tafelperen en achttien cent voor de tafelappelen hebben betaald. De druiven doen het ook goed. De Frankenthalers doen 38 cent per pond en de Engelse Black Alicante zelfs 80 cent per pond.

Reacties zijn welkom via: aadvanholstein@hotmail.com

horizontal rule