Veel van onze verhalen komen uit:

 

horizontal rule

 

Hieronder een aantal snelzoekers voor deze pagina:

Inval Duitsers in Wateringen op film.

Lelijk van buiten, maar mooi van binnen, de RK kerk van Wareringen.

Zwembad De Waterman, idee van voorzitter ijsclub

Leven aan de Zweth rond 1900   De preekstoel. 

 
Stoomspuit blust brand in toren Ned. Herv. Kerk  1940, hoge Duitse officier doodgeschoten


  Historie van Wateringen  De hervormde kerk, de oudste gegevens.  

 
Plein blijft gewoon plein heten   Van buitenplaats tot Hofboerderij.

 Piet Lipman, eerste Westlandse pelgrim 
Katten in Wateringen voor consumptie aangeboden


 

 

horizontal rule

Inval Duitsers in Wateringen op film.

Uit: Het Hele Westland 5 april 2007
Door: Martinus Duiventoren


Nederlandse militairen in de St. Jozefschool in Wateringen 1939

Om kwart voor zes in de ochtend van de tiende mei 1940 vertrok chauffeur Qrien Jansen met de auto vanuit Wateringen naar Delft. Zoals elke dag maakte hij het ritje om daar de post, die bestemd was voor Wateringen, op te halen. Maar ver kwam hij niet, want Duitse luchtlandingstroepen schoten onderweg zijn voorbanden aan flarden. Zo begon voor hem de Tweede Wereldoorlog Hij had het die morgen al opgemerkt. De zware draailuiken en deuren van het aan de Herenstraat gevestigde postkantoor waren hermetisch gesloten en met ijzeren stangen gebarricadeerd. Dat was niet voor niets gedaan, want binnen in het kantoor waren mensen van de verbindingsdienst ingekwartierd. In het boek '10 mei - 15 mei 1940' lezen we, dat die verbindingsmensen fungeerden als centralisten die berichten ontvingen en doorgaven. Dat gebeurde allemaal onder commando van luitenant Beverdam van de staf, die al vroeg in de nacht had vernomen dat de oorlog met Duitsland was uitgebroken. Geronk van vliegtuigen maakte al gauw duidelijk dat het echt menens was. De barricades van het postkantoor waren echter effectief, want de Duitsers slaagden er later die dag niet in het postkantoor binnen te dringen. Het gemeentehuis en de VIO$ garage op het Plein werden wel door de Duitsers veroverd. Intussen waren overal op de tuinderijen de tuinders ook gewoon aan het werk. Vliegtuigen of niet: het werk moest doorgaan. Ze vonden het ook wel een vreemde morgen, maar het werk ging voor. Hoewel opgeschreven door Octaaf Spinnewijn uit Schipluiden worden de gebeurtenissen van die ochtend - neerstortende vliegtuigen, veel geschiet en hier en daar een bombardement - in feite verteld door Henk Brabander en Gerard Lipman.

Zij hebben die de eerste dagen van de oorlog als schoolvriendjes van zeven jaar meegemaakt en hebben alles jaren later met veel onderzoek en nauwkeurig noteren, gereconstrueerd. Ze waren zo door de oorlogshandelingen rondom Wateringen gebiologeerd, dat zij - na hun pensioen - besloten dat te doen. Ze verzamelden zoveel gegevens dat er zelfs een boek over geschreven kon worden, geïllustreerd met mooie Wateringse foto's. Dat, boek is in 2000 verschenen, maar dat betekende niet het einde van de activiteiten van de twee Wateringers, die nu 74 jaar oud zijn. Ze besloten al gauw er ook een film over te laten maken. waarvoor zij de Videogroep 's-Gravenzande in de arm namen. Op zaterdag 14 april gaat deze film voor een flink aantal genodigden in première in de raadszaal van het Wateringse gemeentehuis aan de Dorpskade. Het is de bedoeling dat de film op dvd wordt uitgebracht en via boekhandel Vingerling voor acht euro in de verkoop wordt gebracht. In het verfilmde boek - waarvan nog een beperkt aantal exemplaren bij dezelfde boekhandel verkrijgbaar is - worden de gebeurtenissen in en rondom Wateringen op de voet gevolgd. Het zijn getuigenissen van meest Wateringers, die dat zelf hebben meegemaakt. Maar ook uit de archieven in Scheveningen en Amsterdam opgediepte verslagen, die als leidraad hebben gediend voor de twee historisch geïnteresseerde vrienden.

Zo geeft sergeant H. Groenendaal zowel in het boek als in de film verslag van wat hij op de tweede oorlogsdag meemaakte aan de Zwethbrug bij café De Bonte Haag. Duitsers die met een witte vlag zwaaien om zich over te geven en smeken om niet te schieten. Zo weet men de Duitsers soms nog aardig in toom te houden. Maar op de derde dag - Pinksteren 1940 - kwamen berichten binnen dat de groep Von Sponeck Wateringen was binnengedrongen. Wateringse eenheden kregen opdracht om via Naaldwijk de aanval op de Duitsers in te zetten. Toen een sterke afdeling lopend in Wateringen arriveerde begon er een felle strijd, waarbij de Duitsers lichte en zware mitrailleurs en handgranaten inzetten. Opvallend is het relaas van Andries van Mierlo, broer van de Wateringse aannemer, die op de fiets de schade was gaan opnemen aan een aantal huizenblokken, die ze aan de Kerklaan bouwden. Op de terugweg werd er bij het Harnasch flink geschoten en moest hij dekking zien te zoeken in een greppel. Toen hij zijn weg weer kon vervolgen vond hij twee gesneuvelde Duitse soldaten. Een derde was ernstig gewond. Dat beeld is hem altijd bijgebleven, zo meldt het boek. "Ter plekke heeft hij er een weesgegroetje gebeden. Ze waren nog zo jonge" De beschrijving van de twee laatste dagen van de oorlogshandelingen in Wateringen - de Tweede Pinksterdag en de 14e mei - staan in het teken van de Capitulatie. Hoe luitenant Slits de mannen liet verzamelen en het treurige nieuws officieel meedeelde. Daarop hielden allen enige ogenblikken stilte om de gesneuvelden te herdenken. Daarna marcheerde de groep terug naar Wateringen. Het bombardement op Rotterdam had de wanhopige strijd doen beëindigen "De in het Westland gevoerde oorlog had vreemde aspecten", aldus het boek. "Zo vocht men op bepaalde plaatsen. Even later doken dan de daar verdreven Duitsers weer ergens anders op. Er werd gevochten in straten, huizen, tuinen, overal. Tussen dat alles door bewogen zich de burger Westlanders, om de gevechten van nabij te bekijken. Om naar het dagelijks werk te gaan, maar ook om Nederlandse militairen tijdens de gevechten van koffie en brood te voorzien.

Bij het vallen van de avond is de verre omgeving rood gekleurd door de vuurzee waarin Rotterdam ten onder gaat. Het maakte een diepe indruk. De doodse stilte na vijf oorlogsdagen met op de achtergrond de enorme brand, Waarvan men zich de omvang niet kon voorstellen. De post werd toch nog door de chauffeurs Loch en Meyburg met gevaar voor eigen leven in Delft opgehaald. De brug bij het Kalverbos was opgehaald. Ze moesten over het terrein van de Oliefabriek Calvé omrijden.

Reacties zijn welkom per e-mail via mduiventoren@yahoo.com  
Deze rubriek kwam tot stand Het medewerking van het Historisch Archief Westland.

 

horizontal rule

Lelijk van buiten, maar mooi van binnen, de RK kerk van Wateringen.

In de serie waarin de Westlandsche Courant op kerkenpad gaat. deze week aandacht voor de rooms-katholieke Sint Josephkerk aan de Harry Hoekstraat van Wateringen. Hoewel van buiten lijkt alsof er geen zonnestraaltje naar binnen kan vallen. is de lichtinval juist het opvallendst. 

Door: Evelyne Lammerding
Uit:
Westlandse Courant 14 augustus 2004

WATERINGEN
In de categorie lelijkste Westlandse kerken zou de Sint Josephkerk aan de Harry Hoekstraat van Wateringen zeker hoog eindigen Zelfs secretariaatsmedewerkster Tinke Zaat vindt de kerk ronduit lelijk om te zien. Van buiten heeft de kerk opgetrokken uit donkerbruin baksteen, geen enkel raam. Hij is groot en de toren lijkt op een schrootsteen. Niet voor niets heeft de kerk de bijnaam Kolenkit. De parochiezaal draagt die naam. “Hij wordt ook wel de biddende non genoemd”, zegt Zaat in de secretarie, de voormalige woning van de pastoor, over de kerk uit 1966. Verrassend is dan ook het interieur van de kerk. Niets van de donkere buitenkant is hierin te, rug te vinden. Het licht straalt van boven de kerk in. Op verschillende plekken in het dak zijn lichtkoepels gemaakt. Het licht is in deze kerk dan ook het opvallendst. Er is een lichtkoepel boven het doopvont, boven het altaar is een grotere koepel aanbracht die ook de vorm van het altaar heeft en boven de tabernakel achter het altaar schijnt het licht gedoseerd naar binnen. Het deel waarin de tabernakel staat kan worden afgesloten. De deuren kunnen via de rails worden dichtgeschoven. Het heilige gedeelte is dan geïsoleerd als er evenementen in de kerk worden gehouden.  

Ontmoetingsplek
"Deze kerk is bedoeld als ontmoetingsplek", legt Zaat in het donker uit om zo de lichtinval beter te kunnen laten zien. Ze doet daarna de lichten in de kerk aan en legt uit hoe die gedachte in de bouw van de kerk tot uiting komt: "Het altaar staat in het midden, de banken staan er in een driekwart kring omheen. Daardoor ben je meer bil de viering betrokken." Die betrokkenheid bij de kerk komt verder tot uiting in de staties aan de muur. "Die zijn door vrijwilligers geborduurd. Deze kerk heeft nu nog 240 vrijwilligers", zegt zij trots. Daarnaast is de kerk ook een plek voor een ontmoeting met God. Die gedachte is uitgebeeld in een as die door de kerk loopt. "Dat is zeg maar de levensweg. Die begint bij het doopvont, dan communie, vormsel, eucharistieviering en huwelijk voorin de kerk bij het altaar. Overledenen worden voorin de kerk opgebaard." De Sint Josephkerk met vier ingangen bestaat niet alleen uit een grote zaal waar 840 gelovigen bij elkaar kunnen komen. Aan de zijkanten van de kerk bevinden zich allerlei kleine gangetjes en aparte bidruimten. "Dit was de Johanneskapel", wijst de rondleidster. "Maar hij wordt niet meer als kapel gebruikt", voegt zei eraan toe. De voormalige Johanneskapel is nu opslagruimte. De Mariakapel aan de andere kant is nog wel in gebruik. Die is klein en ligt verscholen achter een grote muur. Links en rechts van het houten Mariabeeld staan kaarsen. Vier houten bankjes staan achter elkaar voor Maria en aan de muur van het kapelletje hangt de rozenkrans. "Hier komen net getrouwde bruidsparen vaak bloemen leggen", zegt Tineke Zaat

Biechtstoel
Twee houten deuren doen vermoeden dat er kasten zijn ingebouwd, maar niets is minder waar: "Dit waren de biechtstoelen." 'Pastoor' staat er in witte letters op de deuren. Maar de biechtstoel heeft plaatsgemaakt voor de boeteviering en persoonlijke gesprekken met de pastoor. Daardoor zijn deze nisjes ook niet meer in functie. Aan de overkant van de Mariakapel bevindt zich achter het muurtje de dakkapel. "Die is intiem van sfeer. Hier worden vieringen gehouden op dinsdagochtend en vrijdagavond", zegt Zaat Naast de dakkapel is er een ruimte achter een opengewerkte muur "Vroeger zat hier het koor. Maar omdat ze achter die muur zaten, werd er te veel geginnegapt tijdens de mis. Dus is de muur inmiddels dichtgemaakt en dient de ruimte nu ook als opslagplaats." Aan de zijkant achter het altaar bevindt zich de kleedruimte. Pastoor, misdienaar en diaken kleden zich hier om. En ook is hier de kluis. "Dit is geen kerk van schatten", zegt Zaat, "maar we hebben dan wel een mooie monstrans met edelstenen: Dat is dat voorwerp dat op een voet staat met daar bovenop een soort ronde schijf, daarin wordt een hosti getoond. Maar de monstrans wordt er niet zo vaak meer uitgehaald." Wateringen is de enige Westlandse kern met twee rooms-katholieke kerken. Was de hervormde kerk aan het plein in Wateringen tot de Reformatie in de achttiende eeuw de katholieke kerk, daarna werd de Sint Jan de Doper gebouwd. "Maar die werd te klein", verklaart Zaat de komst van de Sint Joseph. "Hier achter kwam een nieuwe wijk. Mensen gingen eerst naar het clublokaal van de voetbalclub om te kerken. Later werd voor hen deze kerk gebouwd." De klokkentoren staat buiten naast de kerk en is er pas sinds 1980. Tussen 1966 en 1980 werd er voor de vieringen altijd een cassettebandje gedraaid. Luidsprekers verspreidden het geluid van klokgelui in de buurt. "Gezamenlijk is geld ingezameld voor echte kerkklokken." De Kolenkit is van buiten dan geen lust voor het oog, maar van binnen is hij zeker mooi. En net als bij mensen draait het uiteindelijk allemaal om de binnenkant.

 


Lelijk van buiten, helaas hebben we geen foto van het interieur, U soms ?
Wij houden ons aanbevolen.

 

horizontal rule

Zwembad De Waterman idee van voorzitter ijsclub.


Klik op bovenstaand logo voor een bezoek de website van De Waterman.

Het enige nog uitsluitend openluchtzwembad van Westland ligt aan de Dorpskade in Wateringen.
Het is vanaf l mei al open. Vorige week werden er de schoolzwemwedstrijden gehouden. Dit jaar is het zeventig jaar geleden. dat het officieel werd geopend. Toen nog een sober bouwwerk. Bij sommigen helemaal niet welkom. Maar later door hen wel geduld als werkverschaffing in de crisistijd.

Uit: Ouder Westland 18 juni 2005, Zwemliefhebber J. Verbakel
Door:
Aad van Holstein

Het klinkt misschien vreemd, maar zwembad De Waterman komt voort uit een ijsclub. Het was immers voorzitter J. Verbakel van de schaatsvereniging 'De Wateringse ijsclub', die op het lumineuze idee kwam een zwembad aan de Dorpskade te bouwen, dat in de winter dienst kon doen als ijsbaan. Burgemeester A. J. Verhoeven fronste wel even de wenkbrauwen, toen hij op 13 februari 1933 het verzoek van het bestuur van de ijsvereniging op zijn bureau kreeg. Gevraagd werd om mee te werken aan de benoeming van een commissie uit de gemeenteraad die plannen moest bestuderen voor de oprichting van een zwembassin annex ijsbaan. Dat die ijsbaan er moest komen was al enige tijd bekend, want de oude ijsbaan kon de vereniging niet langer meer inhuren. Maar het idee van het zwembad was er nu bij gekomen. Eigenlijk louter en alleen omdat voorzitter Verbakel zelf een echte zwemliefhebber was. hij was van mening, dat Wateringen grote behoefte had aan een eigen zweminrichting. Want, zo verkondigde hij aan wie het maar horen wilde: 'er is maar een klein percentage van het Nederlandse (dus ook Wateringse volk) dat kan zwemmen.' Hij hoopte dat een zwembad ertoe zou leiden, dat iedere Wateringer lid zou worden van de tegelijkertijd opgerichte vereniging De Waterman. De burgemeester wist wel, dat er eigenlijk niet geld genoeg in de gemeentekas was voor het opzetten van nieuwe projecten als een zwembad en ook was er weiland in de omgeving genoeg om voor een ijsbaan 's winters onder water te zetten. Daar kwam bij dat zwemmen altijd nog kon in de Zwet, waar het eigenlijk niet mocht, maar waar het wel oogluikend werd toegelaten. Dus keken hij en de wethouders met - zoals dat destijds werd uitgedrukt - enige bevreemding en aarzeling' naar het verzoek.

Maar, zo dachten zij toch al gauw, waarom zouden we geen commissie benoemen om te zien wat de plannen eigenlijk omvatten en wat voor kosten die met zich mee brengen. Er waren ook nogal wat werklozen in Wateringen en die zouden bij de bouw van een zwembad hun handen flink uit de mouwen kunnen steken. De benoeming van zo'n commissie moest natuurlijk wel eerst nog door de raad worden goedgekeurd. Dus kwam er een voorstel aan de orde in de eerstvolgende raadsvergadering op 23 februari 1933. Met de hak ken over de sloot werd dit aangenomen, namelijk met één stem meerderheid. De commissie ging daarna razendsnel aan het werk en liet er dus weinig gras over groeien, want al op 11 september 1933 kreeg de raad het rapport van de commissie in handen. Die commissie had het overigens helemaal niet zo makkelijk ge- had, want er bestond grote tegen- stand in de gemeente tegen een zwembad. Er werden heel wat argumenten aangevoerd om de bouw te voorkomen, maar ze werden allemaal door de commissie weerlegd. Het was dan ook een groot succes voor Verbakel en de zijnen, dat de gemeenteraad op 14 september 1933 het voorstel om tot stichting van het zwembad over te gaan met maar twee stemmen tegen aannam. Het waren vooral de werkverschaffing en de rijkssubsidie die daaraan vastzat, waardoor de tegenstanders uiteindelijk toch naar de uitvoering van het plan overhelden. De billijke prijs, die voor de aankoop van de grond, gelegen aan de Dorpskade werd gevraagd gaf daarbij de doorslag. Toch duurde het nog een jaar voor alles door de nooit te snel malend ambtelijke molen van Den Haag was gegaan. Op 2 juni 1934 kwam de ministeriele goedkeuring af. In oktober 1934 ging de eerste spade de grond in. Het stichten van hel bad zou, na een raming van ruim 12.000 toch 19.000 gulden gaanr kosten, waarvan echter dertig procent door het rijk werd gesubsidieerd. Precies een jaar na de toestemming kon de gemeente Wateringen het nagenoeg gereed gekomen zwembassin annex ijsbaan aan de Dorpskade overdragen aan de zwemvereniging De Waterman.

Stromende regen
Dat gebeurde tijdens zulk mooi zomerweer, dat het bestuur van de De Waterman uiteindelijk besloot maar een oogje dicht te knijpen en de leden al ruimschoot! voor de opening, namelijk op l juli al in het bad toe te laten. De officiële opening zelf was pas op 20 juli. De dag waarop bleek, dal het ledental van 45 tot 361 was gestegen. Het ideaal 'iedere Wateringer zwemmer, iedere zwemmer lid van de Waterman' lag daaraan ten grondslag. Op de opening dag was het aanvankelijk helemaal niet zulk mooi weer. He bad deed zijn naam wel overdreven veel eer aan, toen het regel water met stromen naar bende kwam. Zelfs de optimisten gaven na geruime tijd zelfs de moed op en twijfelden sterk aan het welslagen van deze zorgvuldig voorbereide dag, waarop propaganda gemaakt moest worden voor de zwemsport Maar ineens brak de zon door en was het leed geleden. Het groot: zwemfeest kon - na toespraken van de autoriteiten, ingeleid door
voorzitter Scheffelaar van De: Waterman - voluit worden gevierd. Het waren Wateringse zwemsters die de eerste lessen demonstreerden. Een optreden van de lede van de Nederlandse Centrale Reddingsbrigade uit Den Haag dwongen bewondering van het publiek af, dat zich om het bassin had verzameld. Er werd geblinddoekt gezwommen door de leden van de Waterman, er werd aan pop-, kegel, bordjes- en zakjesduiken gedaan. Er was hinderniswemmen en een ballonnenjacht, waaruit bleek hoe geoefend velen al waren in het onder water zwemmen Dat de demonstratie schoonspringen een minder mooi resultaat op leverde kwam niet door de deelnemers maar omdat de springplank niet goed veerde, Hierdoor mislukte menige fraaie sprong. Een komisch tintje ontbrak niet aan de opening van het bad. 'Het duo Wat en Halfwat liet het publiek lachen en het ligt voor de hand, dat dit optreden met een nat slot werd besloten. Ook het optreden van een oud paartje, een verliefd politieagent, een dienstmeisje en een 'bengel van een jongen eindigde onder groot gejuich van de aanwezigen in het zwemwater.


Zwemfeest in het in 1935 nieuwgebouwde zwembad De Waterman in Wateringen.

Reacties zijn welkom via: aadvanholstein@hotmail.com

 

horizontal rule

 


Leven aan de Zweth rond 1900

Uit: AD Haagsche Courant Westland Dichtbij donderdag 6 juli 2006
Door: Aad van Holstein

De is de jongste dochter van Jan van der Heuvel, Clazien Duijvestijn-van der Heuvel. Naar buiten kijkend op het Tolland, weet ze in het gedeelte van Wateringen te wonen dat niet al te ver van de Zweth af ligt.

Daar speelde zich het grootste deel van het leven van haar vader af. Dit jaar is het 125 jaar geleden, dat hij in Wateringen werd geboren. Hij overleed in 1966.

Ze herinnert Zich hoe hij vaak aan Zijn zelfgemaakte bureautje ging zitten en daar ijverig in schoolschriften zat te schrijven. Hij heeft daarmee tal van bijzonderheden over Zijn leven in Wateringen schriftelijk vastgelegd. Ze vindt het jammer dat hij nu niet meer kan zien dat zijn dochter uit die aantekeningen nu het boekje “Het leven aan de Zweth in Wateringen rond 1900” heeft samengesteld.

En dat, terwijl Jan van der Heuvel zelf alles met een voortdurend in de inkt te dopen kroontjespen wist te noteren. ,,Hij schreefveel over vroeger, maar hij schreef ook tal van voordrachten en versjes op, die hij samen met zijn zwager voordroeg op bruiloften en partijen,” vertelt ze, want hij was een veelzijdig man. ,,Ik zou er nog een heel boek mee kunnen vullen.” Haar boekje, in A4-grootte uitgevoerd, heeft ze samengesteld als eerbetoon aan haar vader, die naar haar mening destijds zijn tijd al ver vooruit Was. Hij was, gezien zijn vakbekwaamheid in de tuinbouw, altijd sterk geïnteresseerd in de vooruitgang van de techniek. Al kon hij in een zwartgallige bui ook weleens zeggen, dat de mens op weg is naar zijn eigen vernietiging.

Zijn tuinders vakmanschap wordt in 1904 erkend als hij op de groente- en fruittentoonstelling in de Wateringse veiling een tros druiven (Alicante) aanvoert van zeven pond en een ons.

Jan van der Heuvel meldt niet zonder trots: ,,Zelf heb ik die grote bos gekrent. Ik knipte er nog 560 korrels uit om vooral binnenin ruimte te geven zodat de bos goed door kon groeien. Toen de bos begon te kleuren Werd er dag en nacht een lichtje gestookt voor het drooghouden en tevens om goed tot rijpheid te komen. Er was voor die kolossale bos een speciale mand gemaakt, met een groot hengsel waar de bos aanhing. Na de tentoonstelling is de bos zo vervoerd in de trein naar Dusseldorf, alwaar hij ook pronkte tussen andere groente en fruit hetgeen was ingezonden door de Vereniging Westland. Dat was toen ook een grote Groente- en Fruittentoonstelling. Later kwam ons ter oren dat de bos daar verkocht was voor tien gulden aan iemand die een groot landgoed had in Echternach.”


Veiling Wateringen anno 1905.

Tuinder Van der Heuvel pioniert tussen de boeren.

De buurtschap De Zweth in Wateringen Wordt aan het begin van de twintigste eeuw nog voornamelijk bewoond door boeren. Tuinders Zijn er dan nog niet zo bekend. Maar dat verandert in een periode van nog geen vijftig jaar drastisch. Vader Van der Heuvel is in 1897 een van de eersten die er het vak van tuinder gaat uitoefenen als bedrijfsleider van H. van Schaik. Rond 1900 staan er dan nog drie watermolens langs de Dorpskade, die naar de Zweth leidt. Ze zijn gebouwd in 1847 en malen het water uit de polders over in het boezemwater. De Wateringveldse polder ligt ongeveer vier meter beneden Delflands peil, zodat het niet mogelijk is het verval van polder naar buitenwater anders dan in drieën op te malen. Van der Heuvel heeft het in zijn aantekeningen over de Grote en Kleine Kolk, die later drooggemalen Worden. Die molens kosten veel geld, maar een machine ook. Dus gebeurt er niets, totdat in 1887 tijdens een zwaar onweer een van de molens uitbrandt.

Een nieuwe machine neemt alle taken van de molens over, waarna ze worden gesloopt. De kolken worden drooggemalen en veranderen in teelland, waarop weldra aardappelen, bieten en spruiten goed gedijen. Later stelt Harry Hoek, de voorzitter van het polderbestuur, voor de grond te verkopen aan H. van Schaik uit Delft, die er een tuinderij van wil maken. De jonge Jan van der Heuvel wordt daar in 1897 bedrijfsleider. Er worden kassen gebouwd en een schuur en ook konden er enkele rijen eenruiters. Er verrijst een perzikenkas, ook andere fruitbomen vinden er een plekje. Tenslotte wordt er een huis gebouwd, waarin Van der Heuvel en zijn vrouw in 1899 gaan wonen. Nog maar nauwelijks aan de Dorpskade gesetteld merkt Van der Heuvel al hoe goed wonen het er is. Ondanks dat hij ver van het dorp en de kerk woont, is het er gezellig. Een buur biedt aan wekelijks met hem mee te rijden naar de kerk. Een boer levert goedkoop boter en kaas. En andersom Wordt 00ook weleens een komkommertje weggegeven.

“Zo leeft men van de eene dag in de andere”

Jan van der Heuvel doet in zijn geschriften ook verslag van de eerste oorlogsdagen in 1940. Op de dag van de Duitse inval in Nederland, 10 mei 1940, wordt de familie Van der Heuvel gewekt `door een aantal Duitsche vliegmachines, die op grote hoogte door elkaar cirkelen’. De radio meldt telkens hoeveel vliegmachines over de grens komen, zodat de luisteraar eruit kan opmaken, dat Nederland nu ook bij de oorlog betrokken is geraakt. Op eerste pinksterdag, 12 mei wordt er strijd geleverd in Wateringen, omdat daar de Hollandsche wacht door de Duitsers is beschoten. Hierbij zijn zowel Hollandse als Duitse militairen gesneuveld. Op 15 mei wordt, nadat Nederland zich na het  bombardement op Rotterdam heeft overgegeven, verordonneerd, dat alles ’s avonds verduisterd moet worden. Per radio meldt het ANP dat diezelfde nacht al de zomertijd wordt ingevoerd: de klok gaat met 1 uur en 40 minuten vooruit. Begin juli komt een Engelse bommenwerper ’s nachts boven het Westland in moeilijkheden. Hij moet zich ontdoen van bommen en die vallen in de omgeving van de woning van Jac. van Schie, wat voor een behoorlijke verwoesting zorgt.

Van der Heuvel schrijft: “Zondag 7juli ben ik met mijn zoon naar1 Rotterdam geweest en hebben we de puinhopen gezien van de eens zo mooie straten en winkels. Als dit allemaal eens opgeruimd is, zullen we wel een paarjaartjes ouder zijn. Het is nu begin Augustus en steeds worden we wakker van Duitsch afweergeschut dat de Engelschen beschiet. Overal is het stikdonker en er gebeuren veel ongelukken op de weg. Veel artikelen Zijn niet meer te krijgen. Ook textiel is nu op de bon. Op de veiling gaat alles ook niet naar wens. Druiven (stock) worden verkocht voor 25 cent per kilo! Zo leeft men van de eene dag in de andere. Een is er die dc storm kan bedaren. Maar ja, de menschen denken dat Ze het zonder hem wel af kunnen. Vrede is maar vijf letters...”


Het huis van de fam. v d Heuvel aan de Zweth.

 

horizontal rule

 


Gezicht op Wateringen anno 1650


Wateringen anno 1793


deze ansicht ontvingen we van Riana Luiks uit Utrecht op 12 december 2005
Wateringen, Christelijke school,
deze ansicht hebben we ontvangen van Riana Luiks uit Utrecht op 12 december 2005,
waarvoor onze dank.

deze ansicht ontvingen we van Riana Luiks uit Utrecht op 12 december 2005
Wateringen Heerenstraat,
deze ansicht ontvingen we van Riana Luiks uit Utrecht op 12 december 2005,
waarvoor onze dank.

horizontal rule

 

GEMEENTE WATERINGEN:
HART VOOR HET WESTLAND

De gemeente Wateringen ligt in een aantrekkelijke omgeving waarin het 'goed wonen en werken' is. Hierbij hoort natuurlijk ook ontspanning in de meest uitgebreide zin van het woord. Het is frappant om te zien hoeveel ruimte en mogelijkheden de Wateringse omgeving hiertoe geeft.

Als tuinbouwgemeente voelt Wateringen zich van oudsher verbonden met de rest van het Westland. Vandaar dat ze steeds haar 'hart voor het Westland' laat spreken. In alle uitingen: gesproken, gedrukt en digitaal. Een zinvol bezoek toegewenst aan onze website !

Op deze pagina laten wij U alvast even proeven wat er zoal te zien en doen is in Wateringen, maar U kunt onderaan deze pagina ook doorklikken naar verschillende verhalen die betrekking hebben op Wateringen.

Molen De Windlust
De korenmolen Windlust aan de Heulweg 8 dateert van 1869 en is na de restauratie in 1972 weer in gebruik genomen. Iedere eerste zaterdag van de maand is de molen volop in beweging en voor het publiek toegankelijk.
Stichting Vrienden van de Wateringsche Molen
Secretaris: Postbus 245, 2290 AE Wateringen, telefoon 225600

Boerderij Suydervelt
Adres: Heulweg 18, Wateringen
Fier aan het water van de Heulweg staat boerderij Suydervelt, restant van de 17e eeuwse buitenplaats. Aan deze boerderij is de naam ontleend van een uitbreiding van de gemeente Wateringen: Plan Suydervelt.

Hofboerderij

Adres: Heulweg 9, Wateringen
Tijdens het beleg van Leiden door de Spanjaarden in 1573 werd het (klooster geworden) slot door de staatse troepen die gelegerd waren in Delft, om militaire redenen verwoest. Nadien ging het landgoed over aan de staat. Op de plaats van het slot werd een prachtig verblijf naar Bouwmanstrant gebouwd. Na eerst in eigendom te zijn geweest bij de families Warendorp en Eendenburg en het Burgerweeshuis in Den Haag, kwam het Hof in 1952 in eigendom van de gemeente Wateringen.
De Hofboerderij is nu gedeeltelijk voor culturele aangelegenheden bij verschillende plaatselijke verenigingen in gebruik. In de Hofboerderij worden maandelijks wisselende exposities gehouden. Deze tentoonstellingen kunnen op zaterdag en zondag van 13.30 uur tot 16.30 uur worden bezocht. De toegang is gratis.
Hervormde Kerk
Plein 9, Wateringen
Restant van een uit de Middeleeuwen stammende kruiskerk.

Toren van de Hervormde Kerk
Adres: Plein 9, Wateringen

Het oudste bouwwerk van Wateringen, in eigendom van de gemeente Wateringen. De toren en een deel van het kerkgebouw zijn in 1979 gerestaureerd. De stichting Wateringse Beiaard heeft zich toentertijd met succes beijverd de gelden bijeen te brengen voor een carillon in de toren, waardoor de gerestaureerde toren nu met een welluidend klokkenspel is verrijkt.

De kerk bezit een meubelstuk, waarop men in Wateringen met recht trots is en daarom bewaard gebleven:
de preekstoel
.


HISTORIE VAN WATERINGEN.

De geschiedenis van Wateringen gaat terug naar de Romeinse tijd. In die tijd woonden de stam der Canninefaten in de omgeving van Wateringen. De Canninefaten mochten hier wonen als zij de Romeinen hielpen bij het verdedigen van de Noordgrens van het Romeinse rijk.

In de Middeleeuwen werd er een slot gebouwd op de plaats waar nu het Hofpark is. De eigenaren van het slot waren de Heren van Wateringen, genoemd naar de vaart die destijds door Wateringen heen stroomde. Na het uitsterven van hun geslacht namen de Heren van Naaldwijk hun plaats over en stichtten zij er in 1485 een slot onder de naam Onze Lieve Vrouwe in Betlehem klooster. Het slot had echter geen lang leven, want het werd in 1573 tijdens de gevechten tussen de Watergeuzen en de Spanjaarden verwoest. Tijdens de republiek woonden er in Wateringen en omgeving belangrijke regentenfamilies, die zich al bezighielden met wat later de tuinbouw zou worden. In de tuinen van hun buitenplaatsen in de omgeving van Wateringen hadden ze boomgaarden geplaatst, waar zij fruit aan lieten groeien. Dit waren de eerste tekenen van een tuinbouwgebied, wat later het Westland zou gaan heten. Tot ongeveer de laatste kwart van de 19e eeuw gebeurde dit nog op kleine schaal totdat de Wateringer Harry Hoek (later kreeg hij zelfs een straat naar hem vernoemd, de Harry Hoekstraat die nog steeds bestaat !!) de eerste groente- en fruitveilingen organiseerde. 

In 1889 werd de eerste veiling in Wateringen gehouden in het café van Jan Vlak. Na de caféveilingen werden tot aan de veilingfusie in 1973 gehouden aan de dorpskade. Na de veilingfusie van 1973 bleek er in Wateringen geen behoefte meer te zijn aan een veiling en zo werd er in 1973 de laatste veiling in wateringen gesloten. Het aantal warenhuizen en tuinders bedrijven (lees:Kassen) bleef inmiddels doorgroeien. Ook het aantal inwoners bleef flink stijgen. Zo had Wateringen in 1900 zo'n 1974 inwoners en woonden er begin jaren'90 zo'n 15772 mensen in Wateringen. Waar vroeger vrijwel altijd het groente en fruit van de warenhuizen over water naar de veilingen gingen, zo gebeurt dat nu bijna altijd met vrachtwagens over de weg. Gevolg is dat veel Water in het Westland en in Wateringen plaats gemaakt heeft voor asfalt. 

Ook heeft het toenemende aantal inwoners er voor gezorgd dat er veel nieuwe huizen gebouwd zijn en nog worden. Zo verdween het voor velen vertrouwde Wateringse beeld van water en boten in asfalt, huizen en vrachtwagens. En sinds een paar jaar is een deel van Wateringen ingepikt door de gemeente Den Haag en zijn er als gevolg daarvan veel tuinders bedrijven verdwenen en is tevens een deel van het polderland verdwenen.

horizontal rule


DE HERVORMDE KERK DE OUDSTE GEGEVENS.

Op de vraag in welk jaar de kerk gebouwd is, moet men het antwoord schuldig blijven. De toren is ouder dan het schip van de kerk. algemeen dateert men de bouw van de toren omstreeks 1350, die van het schip een eeuw later : rond 1450. de kerk verving een kapel die omstreeks 1250 gesticht moet zijn. een adellijke weduwe, Ida van Utervoort - zo vermeldt in 1302 Gherard van Overwal, kanunnik van Naaldwijk - stelde aan zijn kerk een som geld beschikbaar om in wateringen een kapel te stichten.

Ook Werard van de Wateringhe, bewoner van het hof van wateringen en gunsteling van graaf Floris V, verleende De Wateringen parochie zijn gunsten.

In 1282 schonk hij bij testament aan de kerk jaarlijks tien ponden, de "prochiepape" jaarlijks één pond, terwijl de koster 45 schellingen kreeg, maar dan moest hij wel zowel overdag als 's nachts een lamp in de kerk laten branden.

Waarschijnlijk heeft men omstreeks 1350 de toren voor deze kapel geplaatst. deze toren had echter nog niet de hoogte van nu. in het jaar 1715 werd hij met een verdieping verhoogd. Tevens werd toen de torenspits - die vierkant en laag was, te vergelijken met die van de moederkerk te Naaldwijk - vervangen door een hogere.

Het gebouw
In het midden van de 15e eeuw heeft men de kapel door een kerk vervangen. deze bouw zal in fasen gebeurd zijn. in het jaar 1532 - dit jaartal vindt men op het eerste predikantenbord - had de kerk haar grootste omvang.  Het was een driebeukige kerk, waarvan de zijbeuken door- liepen langs de toren. het schip bevatte aan elke kant vier traveeën 1). zware pilaren schraagden het dak van de kerk. Het koor was even lang als het schip. de transepten 2) en het koor bereikten dezelfde hoogte als het schip. Aan de achterzijde had het koor een vijfzijdige afsluiting.

Het plafond was open. het had een ziende bekapping : de dakconstructie was zichtbaar, zoals deze nog te zien is op de zolders van de voorgebouwen. Aan de zuidzijde bevindt zich nu nog een uitbouw met een driezijdige afsluiting : in oude tijden was dit de doop- kapel.

1) travee = ruimte-eenheid bepaald door de pilaren

2) transept = dwarspand van een kruisvormige kerk nog een uitbouw bevond zich vroeger aan de zuidzijde : in de hoek, gevormd door het transept en het koor. dit was de sacristie.

Naast het hoofdaltaar, gewijd aan St. Jan de Doper, waren nog vier altaren, met elk een eigen priester ook wel vicaris genoemd, die aan zijn altaar op bepaalde tijden de mis opdroeg. deze altaren waren opgedragen aan :  St. Maria en Maria Magdalena, het zgn. vrouwenaltaar,

St. Barbara, St. Hubertus, St. Nicolaas.
De pilaren in het schip van de kerk waren beschilderd met beeltenissen van heiligen, zoals St. Hiëronymus, St. Michael, St. Joris, St. Barbara. Het beeld van de patroonheilige. Tijdens de beeldenstorm die in het jaar 1566 over ons land raasde, zijn er in deze kerk geen beelden gebroken. dit verklaarde Pieter van der Goes, baljuw van delfland tijdens het proces tegen de Lierse, hervormingsgezinde pastoor en martelaar Arent vos in 1570.

Dat het er hier rustig aan toe ging blijkt hieruit, dat men alle tijd had het beeld van de schutspatroon, sint jan de doper, zò goed te verbergen, dat het pas na 250 jaar tevoorschijn kwam. dat gebeurde bij de afbraak van het koor en de transepten in het jaar 1819. de katholieken wilden dit gevonden beeld graag kopen om het in hun pas gebouwde kerk te plaatsen. de hervormde kerkmeesters vroegen er echter te veel voor. ondanks de bemoeienis van de gouverneur der provincie ging de koop niet door. Jammer genoeg is het beeld niet bewaard gebleven. het is nadien voor de tweede maal verdwenen, maar nu voor goed.

Reformatie.
In 1572 verloor de kerk haar katholiek karakter. het was het befaamde jaar waarin de watergeuzen Den Briel innamen en de volksopstand tegen Spanje begon. Margaretha van der Marck, de ambachtsvrouwe van wateringen, schreef in dat jaar aan de landvoogd Don Alva, dat ook hier "le service divin", de goddelijke eredienst, had opgehouden te bestaan.  Bij de overgang van de kerk naar de protestantse eredienst in 1572 bleven de meeste parochianen hun oude geloof trouw. daar zij hun geloof niet meer in hun kerk konden beleven, verlieten zij de kerk om hun godsdienst in de schaduw van schuilkerken uit te oefenen.

Veel weten we niet over deze tijd, maar waarschijnlijk is dit alles zonder al te veel strijd gegaan. Het waren benauwde tijden ; in 1572 werd het Westland onveilig gemaakt door de watergeuzen. een jaar daarna bezetten Spaanse soldaten het Westland in verband met het beleg van leiden.Pas na deze rumoerige jaren, omstreeks 1574, kan men van een geregeld kerkelijk leven voor de protestanten spreken. De eerste reformatorische predikant was Aelbrecht van Schoonhoven. hij ligt in de kerk begraven. uit het opschrift op zijn grafsteen die voor de preekstoel ligt, kunnen wij opmaken dat hij in 1572 gekomen en in 1597 op 80-jarige leeftijd overleden is. evenals zovele predikanten uit die tijd, was ook hij priester geweest : in vroeger jaren vinden we hem als kapelaan te valkenburg bij leiden.

Verwaarlozing van de kerk.
De goederen die de kerken bezaten, kwamen in het bezit van de staten van holland. uit de verkoop van deze landerijen bekostigden zij de oorlog tegen Spanje en werd het huis van oranje schadeloos gesteld voor het verlies van hun goederen in de strijd om de vrijheid. wel werd het salaris van de predikant door de staten vergoed, maar alle overige kosten waren voor rekening van de kerkmeesters.

Te begrijpen is, dat de zorg voor een goed onderhoud van het gebouw een te zware opgave voor deze kerkbestuurders was : een grote kerk en een gering aantal gemeenteleden. slechts een klein gedeelte van de voormalige parochie was immers met de reformatie meegegaan. Toch wist men nog enkele restauraties uit te voeren, zoals die in 1715, toen de toren werd verhoogd en van een hogere spits werd voorzien. en die in 1756, toen de kerk met de preekstoel uit het stadhouderlijk paleis van Honselersdijk werd verrijkt.

Sloop van koor en transepten.
Na de franse tijd (1795-1813), een tijd van grote armoede in ons land, was de toestand waarin de kerk verkeerde, onhoudbaar geworden. wanneer het regende, hadden de kerkgangers 's zondags de grootste moeite een droog plekje te vinden. Toen dan ook de nieuwe burgemeester J. C. Struyck van bergen (1817-1825) bij zijn komst in Wateringen de kerk voor het eerst zag, nam hij zich voor in de deplorabele toestand van dit gebouw verandering te brengen.

Daar er geen geld was voor een algehele restauratie, besloot men in 1819 het koor en de transepten die er het slechtst aan toe waren, af te breken en het resterend deel te herstellen. Er bleef nu slechts een romp van de eertijds zo fraaie, middeleeuwse kerk over.

Sloop van de pilaren.
Een tweede ramp overkwam de kerk in 1936. door de uitbreiding van de gemeente sedert het begin van deze eeuw, was de kerk te klein geworden om 's zondags de vele kerkgangers te herbergen. door hergroepering van banken en uitbreiding van het aantal stoelenrijen probeerde men het tekort aan plaatsen in 1914 nog te verhelpen. echter tevergeefs. Werkelijk nijpend werd het probleem, toen de jonge Ds. H. J. Groenewegen tot predikant werd benoemd. van heinde en ver stroomde men toe om deze kanselredenaar te horen. de kerk kon alle kerkgangers niet meer bevatten. er moest ruimte komen!

In plaats van de juiste oplossing te kiezen, om, met medewerking van monumentenzorg, de middeleeuwse kerk te herstellen door het koor en de transepten weer op te bouwen, koos men de goedkoopste oplossing door de pilaren weg te breken en de zijbeuken bij de kerkruimte te trekken. Van onder dikke kalklagen kwamen de middeleeuwse schilderingen op de pilaren tevoorschijn, maar.... de sloper,hij sloopte voort. In plaats van de verwijderde pilaren dragen nu twee grote ijzeren binten het dak van de kerk.

Het intieme dorpsplein verliest zijn karakter.
Ook het gemeentebestuur liet zich in deze vernieuwingsijver niet onbetuigd. in deze dertiger jaren wist het de rustieke sfeer die het dorpsplein al eeuwen bezat, grondig te verstoren. De oude smidse, de voormalige dorpsherberg en enkele karakteristieke huizen moesten verdwijnen: ze vielen ten offer aan het steeds drukker wordende verkeer.

Ondanks dit alles, valt er nog veel te genieten. het gemeentebestuur, sinds de franse tijd eigenaar van de kerktoren, liet deze in 1979 zorgvuldig restaureren. tegelijkertijd zorgde het kerkbestuur voor een grondig herstel van de bijgebouwen. Deze restauraties werden uitgevoerd onder leiding van ir. van der Kloot Meyburg, door de firma Huurman uit delft. Het huidige kerkbestuur spant zich ten zeerste in om de kerk weer iets van haar oude aanzien terug te geven. zo werd onlangs de vloer weer betegeld met de oude zerken, die in 1936 verwijderd waren en werden de lampen vervangen door drie zeer kostbare koperen kronen.

De oude dorpsschool.
Door de eeuwen heen heeft de kerk het onderwijs in handen gehad. zo ook na de reformatie. In 1587, kort na de overgang van de kerk, moest de schoolmeester van Wateringen Fernandus Baestro - met zijn Westlandse collega's - voor de classis 's-Gravenhage de geloofsbelijdenis met zijn handtekening onderschrijven. De oude dorpsschool stond aan de overzijde van de kerk. de plek moeten we zoeken op het oude Vios-terrein. De schoolmeester kon er in die dagen aardig van komen, want hij had vele bijbanen. zo was hij koster, voorzanger - een orgel bezat de kerk toen nog niet - klokkeluider, begrafenisdienaar. ook had hij de zorg voor het torenuurwerk : opwinden en smeren.  De laatste in de rij van dit genre schoolmeesters was Dirk Fortuyn Harreman, door zijn dorpsgenoten met meester Harmans aangesproken.

Hij werd in 1811, tijdens de franse overheersing, benoemd. de school was daarvoor, in 1795, aan de invloed van de kerk onttrokken en door het gemeentebestuur overgenomen. meester Harmans diende de school en de kerk gedurende 49 jaar. hij stond bekend als een goed onderwijzer. hij verstond ook op uitnemende wijze de "penneconste", de kunst van het schoon- schrijven. u kunt zijn prachtige handtekening bewonderen op het tiengebodenbord in de kerk. de vele rekeningen die hij voor de kerkmeesters uitschreef zijn een lust voor het oog.

 In 1824 maakte Harreman de verhuizing van zijn school mee. de gemeente liet een nieuwe school bouwen aan de Schoollaan, te bereiken via een brug vanaf de herenstraat. in 1859 legde hij op 70-jarige leeftijd zijn arbeid neer en verliet wateringen. In zijn plaats benoemde het gemeentebestuur dhr. J. van Deventer. daar hij katholiek was, lokte dat wel enig protest van de Kerkenraad uit, maar tevergeefs. het was een historisch moment : na eeuwen ontstond er een scheiding tussen het schoolmeester- en kosterschap. de kerkvoogdij benoemde nu Cornelis Valstar als koster.

In 1882 liet het gemeentebestuur weer een nieuwe school bouwen. het was voor die tijd een zeer fraai gebouw. met er naast een woning voor hoofdonderwijzer van Deventer. de nieuwe school kwam te staan aan het begin van de Herenstraat, ook al aan de overkant van de Wateringse vaart. In verband met de stichting van katholieke en protestantse scholen, liep de gemeenteschool leeg en werd deze in 1923 opgeheven. De laatste hoofdonderwijzer was Th. J. Strous, die meester van Deventer in 1893 was opgevolgd. Sinds 1976 bezit wateringen aan de windmolen weer een openbare school.

Pieter van der plas en zijn scholen.
Wateringen dankt aan Pieter van der Plas zijn christelijke school. vroeger waren het er twee : een kleuterschool en een lagere school. Van der Plas, tuinder-rentenier aan het dorpsplein, was in 1890 notaris Metman als president-kerkvoogd van de hervormde gemeente opgevolgd. in 1895 medeoprichter en secretaris van het lokaal comité van de unie een school met de bijbel, beijverde hij zich zeer om tot de stichting van een eigen school te komen. van der plas was een kindervriend, zelf had hij geen kinderen.

Toen hij in 1903 vrij plotseling overleed, bleek hij aan de kerk en aan zijn schoolvereniging een groot deel van zijn aanzienlijk vermogen nagelaten te hebben. de diaconie stelde hij daarbij in staat aan zijn wens, een kleuterschool op te richten, te voldoen. deze school met een woning voor de "bewaarschooljuffrouw" verrees aan de Heulweg. Reeds op 1 september 1904 vond de opening van deze "diaconale bewaarschool" plaats. in die tijd ontvingen de kleuterscholen geen subsidie. het was dan ook voor de diaconie een aanhoudende zorg om de kleuterschool draaiende te houden.

Vandaar dat er 's zondags tijdens de kerkdiensten, naast de inzameling voor de diaconie en de kerkvoogdij, ook gecollecteerd werd voor de kleuterschool: het zogenaamde "derde zakje". pas in 1957, toen de wet op het kleuteronderwijs werd ingevoerd waarbij dit onderwijs geheel door de overheid werd gesubsidieerd, werd deze kerkcollecte afgeschaft.

Een half jaar later verrees naast de kleuterschool een lagere school. dank zij de schenking van haar secretaris van der plas kon de schoolvereniging een lagere school bouwen. Op 1 april 1905 - het gebruikelijke begin van het schoolseizoen in die tijd  zette de school haar deuren open voor de jeugd. Nu waren de idealen die Pieter van der Plas zo lang gekoesterd had, werkelijkheid geworden. tijdens het 50-jarig jubileum van de school, dat in 1954 gevierd werd, heeft men de lagere school naar haar weldoener genoemd : de Pieter van der Plasschool.

In 1982 droeg de hervormde diaconie haar kleuterschool over aan het bestuur van de Pieter van der Plasschool. beide scholen vulden elkaar aan tot één basisschool. Sindsdien heeft de nu verlaten kleuterschool een andere bestemming gekregen. zij huisvest thans een instituut voor computeronderwijs.

De wingerd.
Aan het begin van deze eeuw kwamen de verenigingen van de grond. als eerste in 1890 de zondagsschool. de Chr. Kongelings vereniging in 1901, later een zangvereniging en de overige jeugdverenigingen. hun vergaderingen werden in de Kerkenraadskamer gehouden. De druk bezochte jaarfeesten vonden echter plaats in de Chr. School aan de heulweg. door het openschuiven van de tussendeuren kon men van de drie schoollokalen één grote zaal maken.

Na de bouw van de gymnastiekzaal in 1932 mocht men deze gebruiken voor dergelijke evenementen. om de vloer te sparen werd deze dan met vloerbedekking belegd. Reeds in deze tijd waren er plannen om te komen tot een eigen gebouw. maar de wereldcrisis en daarna de Duitse bezetting van ons land verstoorden deze dromen. Na de oorlog genoot men, voor de grote jaarlijkse uitvoeringen en voor feestavonden, gastvrijheid in de bond, het katholieke verenigingsgebouw aan de Herenstraat.

In die tijd ook namen de plannen voor een eigen gebouw vastere vormen aan. door middel van allerlei acties : het rondgaan bij verjaardagen, bazaars en loterijen, werd heel wat geld bijeen gebracht. de kerkvoogdij besloot uiteindelijk tot de bouw van een eigen onderkomen aan de Kerklaan over te gaan. architect was dhr. P. van Beurden die zijn werk geheel belangeloos heeft verricht, bouwer de fa. J. Spanjersberg uit wateringen. de naam 'de wingerd' werd gegeven - via een prijsvraag - door de familie p.stam. op 17 oktober 1955 werd het gebouw geopend door de voorzitter van de kerkvoogdij, Jac. Dijkshoorn. De Wingerd voorziet als verenigingsgebouw nog steeds in een grote behoefte.

Het interieur van de kerk.
Pronkjuweel van de kerk is zeker de preekstoel. deze is afkomstig van het hof van Honselersdijk. hij is vervaardigd voor stadhouder Frederik Hendrik in 1646. het houtsnijwerk is zeer waarschijnlijk van de kunstenaar Pieter Vroman. In 1758, toen een gedeelte van het stadhouderlijk hof werd afgebroken, schonk gouvernante Anna van Hannover, de weduwe van stadhouder Willem IV, de nu overbodige preekstoel aan de kerk van wateringen. de kerk verkreeg deze gunst, omdat zij ambachtsvrouwe van Wateringen was. In het houtsnijwerk van de preekstoel vindt u de initialen van Frederik Hendrik en zijn gemalin Amalia van Solms.

Het orgel

 Ook het orgel is de moeite waard om te zien en te horen. Reeds voor de reformatie bezat de kerk een orgel : in 1521 wordt ene Jan Cornelis Boutestein als organist genoemd. Van Ollefen, wiens boek "de dorpsbeschrijver" in 1792 werd uitgegeven, schrijft dat hij tegen de wand van de toren nog de beschilderde kasten van een vroeger orgel zag. De reformatie van Calvijn had het orgel uit de eredienst verbannen. de taak van het orgel, het leiden van de gemeentezang, was overgenomen door de voorzanger.

Het duurde tot 1874 eer er weer een orgel in deze kerk werd geplaatst. dank zij een legaat van / 4.000,- van de Rotterdamse koopman Willem Kamphof. bouwer van dit orgel was de bekende firma Bätz uit Utrecht. In 1984 onderging het orgel een ingrijpende restauratie, uitgevoerd door de firma Koch uit Apeldoorn. Het orgel werd uitgebreid met enkele registers en verrijkt met een fraai orgelfront, afkomstig uit de nieuwe kerk te Vlaardingen aan de binnensingel, welke kerk enkele jaren voordien was afgebroken.

Regelmatig worden er op dit fraai klinkende orgel concerten gegeven.

De organist

Jan van Westenbrugge werd op 12 november 1948 te Kerkwerve in Zeeland geboren. Als 12-jarige begeleidde hij de samenzang van de kinderkerk en de zondagsschool. Kerkorganist werd hij in Rozenburg Z.H., daarna in Maasdijk en tenslotte (vanaf 1974) in Wateringen.

Zijn leermeesters waren Jan Brandwijk, Willem Oranje, Jan J. van den Berg en Herman van Vliet. In 1973 behaalde hij het diploma kerkorganist van de N.O.V. te Utrecht, waarbij André Verwoerd zijn examinator was. Opnamen (zowel voor radio als lp en cd) werden gemaakt in Harlingen, Lutherse Kerk Den Haag, Grote Kerk Maassluis, Martinikerk Bolsward en Grote Kerk Breda. 

In de loop der jaren heeft Jan van Westenbrugge concerten gegeven in heel Nederland en over de landsgrenzen. De Oude kerk te Amsterdam, de Maartenskerk van Zaltbommel, maar ook kerken in Duitsland en Italië hebben de door Jan ontlokte orgelklanken mogen laten resoneren in hun plechtige ruimten, wanneer hij daar concerten gaf.

Ook als begeleider van diverse koren en als organist voor bijzondere kerkdiensten is hij zeer actief. De laatste jaren legt hij zich steeds meer toe op het maken van koraalbewerkingen. Tijdens zijn concerten speelt hij die dan ook dikwijls. Een aantal van deze bewerkingen zijn in druk verschenen. Sinds tien jaar zwaait Jan in Wateringen de dirigeerstok voor een christelijk gemengd koor "Cantilene". Voor dit koor schrijft Jan de meeste liedbewerkingen zelf.

Wie Jan kent als organist in de eredienst, weet dat voor hem de eredienst een gebeuren is, waarbij de orgelklanken dienen tot een ‘Lof zij de Here’. Vooral zijn orgelimprovisaties, die elke zondag volgen op het ‘amen’ van de preek, zijn indrukwekkend. Uit de samenstelling van zijn concertprogramma’s blijkt, dat hij een voorliefde heeft voor het romantische tijdperk, hoewel hij nooit ander repertoire verwaarloost. Jan's handtekening onder elk concertprogram wordt gevormd door de voor hem zo kenmerkende koraalbewerkingen waarmee hij begint en eindigt.

Tot nog toe kreeg Jan twee onderscheidingen.

1. Op zijn 25-jarig organistenjubileum in 1992 ontving hij, voor zijn verdienste voor de Franse orgelmuziek, de bronzenmedaille van de Société Académique d’ Éducation "Arts, Sciences et Lettres" te Paris.

2. Op 14 maart 1999 ontving hij van de Landelijke Vereniging van Kerkvoogdijen het draaginsigne in zilver wegens het vervullen van de functie van organist der hervormde gemeente te Wateringen/Kwintsheul gedurende 25 jaar.

Jan van Westenbrugge: Waterings organist, een veelzijdig musicus, een bewogen begeleider in de eredienst, een mens die zijn gevoelens niet laat verdwijnen achter de noten, maar er juist door klanken vorm aan geeft.

 

De spreukborden.
 Vermeldenswaard zijn ook de 17de-eeuwse spreukenborden uit 1616 en 1653, vervaardigd door Wateringse schoolmeesters. zij bevatten respectievelijk teksten uit de spreuken van Salomo en de brieven van Paulus en petrus. het grote tien geboden bord uit 1824 is gemaakt door dirk Fortuin Harreman, die schoolmeester was van 1811 tot 1859. daarbij werd gebruik gemaakt van een veel ouder bord. De predikantborden zijn gemaakt bij de restauratie in 1936, uit eikenhout, afkomstig van de kerk. zij zijn een cadeau van de bouwvakkers die aan de restauratie van de kerk gewerkt hadden.

Een nor in en een nor onder de toren.
Op de eerste torenzolder bevindt zich een oude nor, die bij restauratie van de toren in 1979 een goede opknapbeurt kreeg. dit oude cachot werd al sinds lang niet meer gebruikt. Anders lag dit met de tweede gevangeniscel. deze was ingericht in de totaal verwaarloosde voormalige doopkapel.

In 1922 kwam er een einde aan het gevangen zetten "onder de toren". in dat jaar namelijk kocht het gemeentebestuur het oude logement het huis ten hoek en richtte het in als gemeentehuis en politiebureau. bij dit bureau bouwde men enkele gevangeniscellen. nu bleef de politieagent de dagelijkse gang naar de toren voor de verzorging van de gevangene - wanneer deze er was - bespaard.

Het carillon. 
Voor de oorlog bezat deze kerk twee luidklokken : de St. Joris, gegoten in 1569 en de tromp, gegoten in 1688. de laatste ter vervanging van een andere. Beide klokken werden door de Duitsers in 1942 geroofd om ze om te smelten tot oorlogstuig. de tromp ontkwam aan de smeltkroes en werd in 1945 weer op zijn oude plaatsje teruggehangen.

Zaterdag 9 juni 1979 was het voor geheel wateringen een feestelijke dag. op grootse wijze werd een nieuw carillon door het beiaardcomité aan het gemeentebestuur overgedragen en in gebruik genomen. tegelijkertijd hadden de toren en voorgebouwen van de kerk een grondige restauratie ondergaan. Het carillon werd vervaardigd door de fa. Eysbouts uit asten. de luidklok de tromp uit 1688 dient als grondtoon voor de overige 37 klokken van Eysbouts. de andere grote klok heeft dezelfde naam als de geroofde klok: Sint Joris. als randschrift draagt deze de volgende woorden :

"Sint Joris was mijn naem mijn geluidt was voor godt bequaem"

Door schennershandt ging ick verloren in burgerzin ben ick herboren mogen mijn klancken u becoren de gelden voor deze beiaard werden uit de burgerij en het bedrijfsleven ingezameld door een comité, waarvan de toenmalige gemeentesecretaris J. J. Schijven de motor was.
Dit carillon, eigendom van de gemeente, is een aanwinst voor ons gehele dorp.

Ontmoetingscentrum.
De kerk van vandaag heeft behoefte aan meer ruimten dan voorheen. met de tijd groeide de kerkelijke activiteiten zoals kinderopvang, kinder nevendiensten en ontmoetingsbijeenkomsten van de gemeenteleden. wel was de kerk in het bezit van de wingerd, maar dit gebouw lag te ver van de kerk vandaan om aan dit doel te beantwoorden.

In 1992 kreeg het kerkbestuur de gelegenheid de speelgoedzaak van tante Jo (Lipman), gelegen naast de kerk, aan te kopen en deze te verbouwen tot ontmoetingscentrum. Ooit had de grond, waarop dit pand staat, deel uitgemaakt van het vroegere kerkhof. In het jaar 1936 werd de eeuwenoude smederij van vader Lipman, die op het dorpsplein stond, afgebroken. daarachter werd toen een nieuwe smederij gebouwd. deze kwam te staan op een gedeelte van het kerkhof, dat enkele jaren daarvoor, in 1930, gesloten was.

Een en ander gebeurde in verband met de verbreding van het dorpsplein. daar was een ingewikkelde grondruil tussen het gemeentebestuur, kerkbestuur en smid lipman aan voorafgegaan. Zo kwam de oude pastorie in het bezit van de gemeente, die op deze plaats het raadhuis van kropholler liet bouwen. Nog tijdens de oorlog werd het voorste gedeelte van de smederij als speelgoedwinkel ingericht. toen de smederij werd opgeheven kwam het gehele pand ter beschikking van het speelgoedpaleis van Jo Lipman. Bij de overname van het pand door het kerkbestuur is een markante winkel met een markante winkelierster uit het Wateringse straatbeeld verdwenen.

Tenslotte.
Hoewel in het nabije verleden het middeleeuwse karakter van de kerk verloren is gegaan, heeft ze toch nog iets van haar klassieke sfeer behouden.

PREDIKANTENLIJST DER HERVORMDE KERK:

1 Aelbrecht Van Schoonhoven 1572 - 1597
2 Samuël Van Den Berge 1599 - 1626
3 Henricus Roseus 1629 - 1657
4 Antonius Van Oostrum 1658 - 1668
5 Johannes Brand 1669 - 1692
6 Jacob Bickes 1692 - 1696
7 Johannes De Kranckel 1697 - 1721
8 Joachim Ravens 1722 - 1753
9 Henricus Nicolaas Schregardus 1753 - 1787
10 Nicolaas Stelt 1788 - 1789
11 Hendrik E. Van Den Kerkhof 1789 - 1827
12 Jan Dirk Van Den Ham Baak 1827 - 1852
13 Johan G. Van Walsum 1853 - 1887
14 Adriaan H.L. De Bel 1887 - 1890
15 Cornelis Plaatsman 1891 - 1893
16 Marie A. Van Rijn 1895 - 1898
17 Nicolaas C. Bakker 1899 - 1900
18 Pieter N. Gijsman 1901 - 1921
19 Bernardus G. Verhagen 1923 - 1934
20 Hendricus J. Groenewegen 1935 - 1938
21 Theodorus J. H. Steenbeek 1938 - 1954
22 Pier Kamstra 1954 - 1965
23 Klaas A. Abelsma 1965 - 1980
24 Johannes Van 'T Ende 1981 - 1991
25 Gerard Van Velzen 1992 - 1997
26 Hendrik J. Franzen 1998 - heden (2001)

horizontal rule


DE PREEKSTOEL IN DE DORPSKERK VAN WATERINGEN.

De Wateringse kerk heeft de kerkpad ganger weinig te bieden. In de loop der eeuwen heeft het interieur der kerk zijn historisch karakter verloren.

De kerk bezit echter een meubelstuk, waarop men in Wateringen met recht trots is en daarom bewaard gebleven: de preekstoel. Het is een indrukwekkend bouwwerk, sierlijk en rijk gesneden met allerlei motieven.

Bij een bezoek aan de kerk vindt men aan deze kansel na enig zoeken enkele monogrammen met de letters H.V.O. en A.V.O. Het zijn de initialen van (Frederik) Hendrik van Oranje en Amalia (van Solms) van Oranje, het prinselijk echtpaar, dat destijds het Hof van Honselersdijk bewoonde. En inderdaad, deze preekstoel is afkomstig uit het Hof van Honselersdijk.

Hij werd gemaakt voor het stadhouderlijk echtpaar. In 1646 was er een grote verbouwing aan het paleis te Honselersdijk onder leiding van Pieter Post. Daarbij werd o.a. in een vleugel aan de noordzijde van het paleis een "predicksael" ingericht. In datzelfde jaar kreeg Dirk de Milde, die al meer werk aan het paleis had uitgevoerd, opdracht een preekstoel te vervaardigen. Deze De Milde leverde een mooi stuk werk af: een eikehouten kansel met bewerkte profielen en gesneden bladwerk. Het beeldsnijwerk werd voor hem gedaan door de kunstenaar Pieter Roman. Daar Frederik Hendrik in 1647 stierf, heeft hijzelf van deze prachtige stoel niet lang kunnen genieten.

In 1702 kwam het Hof door vererving in bezit van de koningen der Pruisen, die het schromelijk verwaarloosden. Toen de Oranjes het bezit in 1754 terugkochten, werd besloten de bijgebouwen, waaronder de preekzaal, af te breken en het overige gedeelte te herstellen. Het Goldfusz-orgel werd verkocht naar Delfshaven, de preekstoel zou in de kerk van Ballum op Ameland verplaatst worden. Bij nader inzien echter was de preekstoel te groot voor de kleine kerk op Ameland.

In diezelfde tijd in 1758 onderging de kerk van Wateringen een grondige restauratie. Omdat het geld voor dit herstel ontbrak hadden de kerkmeesters een aanzienlijke lening aangegaan bij het Ambacht van Honderdland en de Oranjepolder. Dit onder goedkeuring van de baljuw en de prinses van Oranje, Anna van Hannover, weduwe van Stadhouder Willem IV, die in die tijd Ambachtsvrouwe van Wateringen was. Bij de restauratie van de kerk bleek de oude preekstoel zo vervallen, dat herstel niet meer mogelijk was. Daarom richtten baljuw Douglas en de kerkmeesters zich opnieuw tot hun Ambachtsvrouwe, om de preekstoel van het Hof in de kerk van Wateringen te mogen plaatsen, welk verzoek door haar werd ingewilligd.

Uit dankbaarheid voor zijn bemoeienissen legden de kerkmeesters voor Abraham Douglas, die in Honselersdijk en Naaldwijk door zijn turbulente levenswandel nu niet bepaald een geliefd persoon was, een gedenksteentje in de vloer der kerk met de inscriptie:

D Hr I T A B DOUGLAS
D M

wat stond voor: De Heer Intendant Abraham Douglas. Hij was namelijk niet alleen baljuw van Naaldwijk,

maar ook intendant van de Domeinen. Het is erg jammer, dat dit steentje, met nog enkele andere, na de verbouw in 1936 verdwenen is. De waardering van de Wateringers voor deze preekstoel was erg groot. Om hem mooi glanzend te houden, kreeg hij in de loop der jaren vele vernisbeurten. Op die manier bleef hij wel goed bewaard, maar de fijnheid van het snijwerk ging verloren. Bovendien was de donkere kleur, die de preekstoel door de vernislagen gekregen had, geen lust voor het oog.

Bij een bezoek van de Commissaris des Konings in 1877 liet de predikant Van Walsum hem de preekstoel zien en vertelde dat er plannen waren om de preekstoel van zijn vernislagen te ontdoen. Men was van plan een collecte onder de gemeenteleden te houden, maar men vreesde, dat de opbrengst voor dit doel ontoereikend zou zijn. De Commissaris raadde hem aan, hiervoor subsidie bij het Rijk aan te vragen en zegde hem daarbij zijn medewerking toe. De subsidie werd aan gevraagd, doch helaas afgewezen.

Maar gelukkig had Jhr. Mr. Victor de Stuers, de bekende voorstander en bevorderaar der kunst en mede-oprichter van Monumentenzorg, belangstelling voor deze preekstoel. Hij beloofde hulp en stond de kerkmeesters met raad en daad terzijde. Van prins Frederik, die in 1881 op hoge leeftijd stierf, ontving men een gift van f. 100,- terwijl de Stuers zelf een bedrag van f. 50,- schonk, met de belofte, de ontbrekende gelden bij zijn vermogende kunstvrienden in te zamelen. Onder de schenkers vindt men dan ook o.a. de namen van Mr. Fock, commissaris des Konings, Jkvr. de Witte Citters en de Graaf van Limburg Stirum.

De plaatselijke huis- en rijtuigschilder Willem Schaaf vond men bereid de preekstoel en het er bijbehorende doophek van zijn dikke vernislaag te ontdoen. Hij was er gedurende de gehele winter 1880-1881 mee bezig en deed dit op een zeer voorzichtige wijze, zodat het fijne en kunstige snijwerk niets te lijden had. De bekwame beeldhouwer W. J. van den Winkel uit Den Haag herstelde met goed gevolg de lichte beschadigingen die het kunstwerk in de loop der tijden had opgelopen. Daarna werd de preekstoel in de was gezet en vertoonde zich weer in zijn oorspronkelijke luister.

Niet lang daarna ontsnapte de zojuist herstelde preekstoel aan een groot gevaar. Op de middag van 14 juni 1882 werd de vrij hoge torenspits door een felle blikseminslag getroffen. De spits brandde op 2 plaatsen: aan de top en in het midden. De brandweer slaagde er in de brand in het midden te blussen, maar de bovenkant van de spits kon men niet bereiken. Er bleef niets anders over dan kerk en toren nat te houden, om de brand tot deze te beperken. De toren leek, met zijn brandende spits, een reusachtige lantaarn.

Toch liep de kerk groot gevaar: De vonken vielen her en der op het kerkgebouw. Wat gevreesd werd gebeurde, het brandend kruis plofte op het kerkgebouw en ieder was bevreesd, dat de zojuist verfraaide preekstoel en het nieuwe orgel verloren zouden gaan. Het gelukte met de inmiddels te hulp gekomen stoombrandspuit uit Den Haag de ontstane brand te blussen. Kerk en toren bleven behouden, de spits was totaal verwoest.

Die eerstvolgende zondag wekte Ds. Van Walsum vanaf de bewaarde kansel zijn toehoorders op tot dankbaarheid aan Hem, die het bedehuis gespaard had. Over de preekstoel zei hij: Nu hij ons als het ware voor de tweede maal gegeven is, stellen wij hem op nog hoger prijs en spreken wij met verhoogde ingenomenheid van "onze preekstoel".

door: F.C. Groen

    
foto's door Leendert W. Koppenol genomen op 24 april 2001

Klik HIER voor een reactie van dhr. Petrus Drooglever, d.d. 24-12-2010

horizontal rule


Plien blijft gewoon Plein heten.

Uit: Westlandsche Courant, woensdag 11 augustus 1993
Door: Dick Dijkhuizen.

Wateringen - Het plein in Wateringen heet gewoon Plein. Niks bijzonders. Geen Dorpsplein, geen Kerkplein, geen Wilhelminaplein. Gewoon Plein. En het is maar goed dat het Plein in Wateringen straks niet wordt geannexeerd door Den Haag. Anders was Den Haag met twee Pleinen opgescheept. En hoe leg je dat de argeloze bezoeker van Den Haag - of van voormalig Wateringen - duidelijk uit.

Het Plein. Het is maar goed dat ze het zo hebben genoemd anders zou je nooit weten dat het een plein is. Een plein is bij voorkeur rond. De kerk is meestal het middelpunt en er omheen bevinden zich vaak de toeristische attracties van een dorp. Terrassen dus. Bij het Plein in Wateringen is daar geen sprake van. Eigenlijk is het helemaal geen plein, maar een kleine verbreding van de Kerklaan die komende vanaf Den Haag doodloopt. Plotseling is er bij de stoplichten geen plein meer. Je kan rechts via de Heulweg het Westland verder in en links ga je via de Herenstraat naar Rijswijk. Rechtdoor is er niet meer bij, daar staat de Pleinwand.

Toch heeft het Plein in Wateringen wel wat. Gezellig is het er niet. Er zijn geen kroegen, geen terrasjes, niets van dat alles. Een slager, een groenteboer, een speelgoedwinkel, een paar makelaars en een notariskantoor, dan heb je het eigenlijk wel gehad. Natuurlijk is er de kerk. De Nederlands Hervormde welteverstaan. Het Plein had dus ook gewoon Kerkplein genoemd kunnen worden, maar daar wilden de Wateringers in een ver verleden niet aan. Nee, het Plein was het Plein en van die naam moest iedereen afblijven. Op ansichtkaarten werd het Plein in een grijs verleden overigens ooit Plien genoemd. Deze schrijffout werd later hersteld en sindsdien heet het Plien gewoon weer Plein.

Sleutelfunctie.
Het Wateringse Plein is, dat klinkt vreemd het dagelijks meest bezochte Westlandse plein van alle pleinen die op deze plaats zijn besproken. Dat heeft vanzelfsprekend alles te maken met de honderden buspassagiers die hier elke dag een tussenstop maken in een van de bussen van Westnederland. Of je nu naar Naaldwijk wil, naar Rotterdam of naar Kijkduin, Westnederland komt langs het Plein. Sinds mensenheugenis overigens al.

Toen heette Westnederland gewoon nog WSM. Wisten we nog waar we aan toe waren. Ook toen al vormde het Plein een sleutelfunctie voor de busmaatschappij die dezelfde diensten nog steeds onderhoudt. Ook nu nog reis je vanaf Kijkduin naar Rotterdam over het Plein. En ook nu nog is er duidelijk de ergernis van de gezichten van de passagiers af te lezen als de chauffeur op het Plein de motor van zijn bus uitschakelt omdat hij weer eens vroeger dan het tijdschema toelaat bij zijn halte is gearriveerd.

De passagiers hebben haast. Dat was dertig jaar geleden al zo en dat is in die tijd niet veranderd. Maar het Plein had en heeft een zeer belangrijke overstapfunctie. ‘s Morgens vroeg, wanneer de meeste reizigers moeite hebben de slaap te overwinnen, pikt de ene lijn mensen uit, bijvoorbeeld Naaldwijk, op die naar Delft moeten en andersom. Scholieren zijn er veel. Volgen een opleiding in Den Haag, wonen diep in het Westland en stappen op het Plein over op de bus die hen naar Delft vervoert. Om vervolgens daar over te stappen op de tram die ze naar Den Haag brengt. Ingewikkeld, dat wel, maar deze belangrijke functie van het Plein is er niet minder om, dat is duidelijk.

Het Plein is er een van grote contrasten. Als je vanuit de Herenstraat of vanaf de Heulweg het Plein oploopt, dan zijn de panden aan de rechter- en linkerzijde werkelijk een plaatje. Met grote zorgvuldigheid gerestaureerd en dan ook echt gerestaureerd, dus in de oude staat teruggebracht. Alleen jammer dat nu in het ‘Wapen van Wateringen’ de notaris kantoor houdt. Liever hadden we daar een uitspanning gezien. In de meeste ‘Wapens’ in Nederland kan men immers terecht voor een verfrissing. Maar wellicht dat je bij de aankoop van een huis bij de notaris een kop koffie krijgt. Heeft het tenminste nog iets van de oude waarde overgehouden.

Schoonheid.
Zijn de eerste panden op het Plein van een bijzondere schoonheid, even verderop begint de ellende. Tot groot verdriet van de Wateringers met het hart op de juiste plaats is het bij het complex van busmaatschappij VIOS al jaren, op zijn Hollands gezegd, een zootje. Grondvervuiling is weliswaar geconstateerd, maar wie ruimt het op en vooral, wanneer. Daar zijn de geleerden het nog niet over eens. En dat is jammer, want het hoofdkantoor van VIOS, met de twee karakteristieke torentjes, staat er nu wat verloren bij. De busmaatschappij is vanaf Wateringen al sinds 1922 operatief. Piet Lipman, de oprichter en eerste eigenaar van het bedrijf, begon zijn maatschappij met een oude Fordbus op massieve wielen. De eerste lijndienst was die tussen Kwintsheul via Wateringen naar Rijswijk. Met twintig bussen in bedrijf en een half miljoen passagiers per jaar groeide VIOS zelfs uit tot een van de grootste busondernemingen in Nederland. Totdat WSM de lijndiensten overnam en van VIOS nog slechts een touringcarbedrijf overbleef.

Het wordt dus de hoogste tijd dat het vervuilde terrein rond de VIOS-garages eens wordt schoongemaakt. Dat het Plein nu eindelijk eens wordt afgemaakt. Maar wat heet af. De tand des tijds heeft toch al zo aan het Plein geknaagd. Afbeeldingen uit ver vervlogen jaren laten dat duidelijk zien. De kerk, die staat er nog in volle glorie, alhoewel de oude pastorie is afgebroken. Ook de smederij die voor de kerk stond moest het loodje leggen. De Waag, met zijn ronde poort, is er ook al niet meer. In de Waag werd in vroeger tijden het vee gewogen. Het hotel van Jan de Boer, de zadelmakerij van Jan Peters, kruidenier Zuiderwijk, ach, ze zijn allemaal weg. Bakker Roodenrijs die zit er nog wel. Maar slijterij Holtkamp, waar is die eigenlijk gebleven? Op de hoek met de Heulweg, daar zat hij altijd. Op maandag maakten inwoners van Den Haag geregeld een tochtje naar Wateringen en dan in het bijzonder naar Holtkamp. Want in Den Haag waren de slijters die dag gesloten en als je na een zwaar weekeinde per ongelijk ‘zonder’ was komen te zitten, dan bood Holtkamp uitkomst.

Maar gelukkig, Holtkamp is er nog wel, zij het niet meer op het Plein. Een aantal jaren geleden heeft eigenaar B. Holtkamp zijn grote winkel op de hoek verkocht aan makelaar Santen & Gasille en verkoopt zijn spiritualiën nu net om de hoek in een winkel aan de Heulweg. Dat bevalt hem best, zo leren we van hem, maar het zal niet zo lang meer duren voor hij zijn winkel definitief gaat sluiten. En een opvolger is er ook al niet. Verdwijnt er dus weer een karakteristiek stukje Wateringen. Karakteristiek omdat Holtkamp al in 1896 op diverse plekken op het Plein een winkel had.

Karakteristiek was ook het gemeentehuis. Het huis is dat op zich nog wel, want het staat er nog steeds. Alleen de gemeente zit er niet meer in en dat is jammer, want een Plein zonder gemeentehuis daalt direct in waarde.

Doodzonde.
In april dit jaar verhuisden de ambtenaren naar een nieuw pand aan de Dorpskade. Volgens een wat oudere Wateringer is dat ‘doodzonde’. Volgens hem lijkt het nieuwe gemeentehuis meer op een overdekt zwembad dan op een gemeentehuis. Maar de verhuizing was noodgedwongen. Want het oude huis aan het Plein, dat in 1939 werd gebouwd, was en is dan wel karakteristiek, de wethouders moesten hun bureaus met elkaar delen. En dat gaat op de lange duur natuurlijk niet.

Voor 1939 zetelde de gemeente overigens in De Roscam, waar ook recht werd gesproken. Ook De Roscam, wat eigenlijk Huis ten Hoek heette, viel ten prooi aan de slopershamer.

Het Plein is dus het Plein niet meer, alhoewel men zijn best doet de mooie dingen zo goed mogelijk te conserveren. Maar of de oude dichtregels: ‘waar vindt men in heel Nederland, zulk een schoon en vruchtbaar oord?’ nog van toepassing zijn, dat is de grote vraag.


Plein anno 1750.


Plein anno 1922.


Plein anno 2000, met dank aan Rinus van Koesveld.

horizontal rule


Van buitenplaats tot Hofboerderij

Van de oude buitenplaats uit de zeventiende eeuw is alleen de Hofboerderij behouden gebleven.

Uit: Westlandsche Courant Dinsdag 9 augustus 1994

Wateringen -
Wateringen was in het verleden, net als andere plaatsen in het Westland, een geliefd oord voor de rijke regenten van Den Haag en Delft. Zij bouwden riante huizen waarin zij ‘s zomers met hun gezinnen verbleven. Naast het Hof van Wateringen kende het dorp buitenplaatsen als het Suyderveldt van de familie Van der Dussen, Westerheul van Selkaart van Wouw en de buitenverblijven van Salomon Swerius, Diederick van Velthuysen, Hendrik van Outheusen en Hillebrant van Wouw.

Het grootste en aanzienlijkste was echter het Hof van Wateringen, waarvan nu het restant nog bekend staat als de Hofboerderij. De buitenplaats stond op historische grond. Al in 1250 stond op deze plek een kasteel, de woonplaats van het riddergeslacht Van Wateringhe. Sommige leden van dit geslacht stonden in hoog aanzien bij de Graven van Holland en dienden hen als hoveling en raadsman.

Na een periode van ruim 200 jaar werd het slot door de toenmalige eigenaar, Hendrik IV van Naaldwijk, in 1485 geschonken aan de Cisterciënserorde om het in te richten als klooster. Het klooster heeft bijna 90 jaar bestaan. Een bloeitijd heeft het nooit gekend, de orde leidde en kwijnend bestaan. Steeds moesten monniken uit andere ordes de opengevallen plaatsen opvullen.

Opstand.
Bij het begin van de opstand tegen de Spaanse overheerser in 1572 zochten de monniken een veiliger heenkomen. Ze waren bang voor de gevreesde watergeuzen. In 1573 werd het klooster in brand gestoken. Wie de daders zijn is nooit precies duidelijk geworden.

De ruïne heeft er slechts kort beblakerd en verlaten bijgelegen. De nieuwe eigenaars waren de Staten van Holland, die beslag hadden gelegd op alle kerk- en kloostergoederen. Nauwelijks waren de Spanjaarden na het ontzet van Leiden uit de omgeving verdwenen of de Staten verkochten in 1575 de resten van het klooster aan de Delftse metselaar Pieter Huygenszoon voor het bedrag van honderd ponden (de gulden was nog niet in omloop!).

Bij de verkoop eisten de Staten van hem dat alle materialen binnen een jaar van het terrein waren verwijderd. Pieter brak de resten af om de sloopmaterialen elders te gebruiken. In dat volgende jaar is het hele kloosterbezit (ongeveer 85 ha) verkocht. De oorlog met de Spanjaarden kostte de Staten immers handenvol geld. Met de opbrengst van de kloostergoederen konden zij de strijd met Spanje voortzetten.

Dussen.
De plek van het voormalige klooster en het omliggende land kwamen waarschijnlijk al voor 1600 in handen van de Delftse regent Jacob Huygensz. Van der Dussen. Een aanzienlijke man, want hij was tevens Heer van Harenkarspel (bij Schagen), lid van de vreedschap van Delft en Hoogheenraad van Delftland, Van der Dussen kreeg in 1589 zelfs het privilege om broedende zwanen in de grachten rond het voormalige klooster te houden.

De grond bleef in de familie, want twee dochters van Van der Dussen huwden met regenten, die nauw betrokken raakten bij het Hof van Wateringen. Margaretha huwde met Joost Brasser en Catharania met Pauls Halling.

Zij hebben de buitenplaats weer herbouwd. In welk jaar dat gebeurde, is onduidelijk. Wel blijkt uit oude stukken dat het in 1630 alweer een behoorlijk groot huis moet zijn geweest. Want Brasser, die na het overlijden van Van der Dussen de zorg over de buitenplaats overnam, moest toen al een behoorlijk bedrag aan belasting betalen.

Sloop.
Nadat de buitenplaats gedurende een paar eeuwen steeds in andere handen was overgegaan verkocht de toenmalige bewoonster, mevrouw Gael-Van Kretschmar de buitenplaats aan vijf Delftse ondernemers die van plan waren het huis af te breken en de sloopmaterialen met een behoorlijke winst te verkopen. De verkoopakte vermeldde dat daarmee een tuinmanshuis, stal en koetshuis, verdere gebouwen zoals schuren, de goudvissen in de visvijver, de ramen op de perzit- en druivenkassen, de boerenwagen, twee eggen, twaalf tuinbanken, drie hondeladders, kippen-rennen en dergelijke gepaard gingen.

Het sloopwerk was na een half jaar geklaard. De binnenplaats, waarop zij het huis gedeeltelijk hadden laten staan, verkochten ze begin 1800 aan de Naaldwijker Thomas van der Post. Die verkocht het weer door, zodat twee jaar later Gerrit Waarendorp zich op het Hof vestigde. Hij begon daar als boer. Nadat hij nog twee aangrenzende percelen land had aangekocht was het complex weer even groot als in de beginjaren. Bijna anderhalve eeuw bleef het pand een grote boerderij.

Tot 1951. Oude Wateringers kunnen zich nog wel herinneren, dat het gemeentebestuur toen het gehele complex aankocht. Het moest wijken voor woningbouw. De boerderij en de middeleeuwse binnenplaats met de grachten onder de naam Hofboerderij en Hofpark bleven echter behouden. 

Bovenstaand is ontleend aan een uitgave van de Historische Werkgroep van Wateringen & Kwintsheul, geschreven door F.C. Groen.

   
foto's van 24 april 2001

horizontal rule


Piet Lipman, eerste Westlandse pelgrim in 1913

Door: Aad van Holstein
Uit: Westlandsche Courant 22 maart 2003

Maart 1913. Voor het eerst wordt er vanuit het Westland deelgenomen aan de Stille Omgang. Een stille tocht door Amsterdam. De Wateringer Piet Lipman, de pionier van de stille omgang vanuit het Westland, neemt in zijn eentje een initiatief met bijzondere gevolgen.

Wateringen
Het is op een zaterdagavond in maart 1913 dat Piet Lipman, bekend als fietsenmaker in Wateringen, nog even op zijn gemak de krant inkijkt.
Ineens valt zijn oog op de rubriek ‘Amsterdamse Brieven' waarin staat, dat nog in diezelfde nacht een Stille Omgang door de stad zal worden gehouden.

Daaraan nemen niet alleen Amsterdammers maar ook mensen uit de omtrek deel. Piet bedenkt zich geen ogenblik, loopt naar zijn kleine fietsenwerkplaats aan het Plein vlak naast de Nederlands hervormde Kerk en haalt zijn Simplex stoomfiets te voorschijn. Hij vult de tank en rijdt om half elf in zijn dooie eentje weg. Richting Amsterdam. Zijn motor rijdt op riemaandrijving en is voorzien van canvasbanden en een carbidverlichting.

Bij Halfweg passeert hij een vijftiental Haarlemmers, bezig zich te voet naar de hoofdstad te begeven. Met enig bravoure rijdt hij hen voorbij, maar dat duurt niet lang, want  even verderop -vlak bij de suikerfabriek- krijgt hij zowaar een lekke band. De Haarlemmers passeren de eerste Zuid-Hollandse pelgrim echter luid biddend en besteden geen aandacht aan hem.  

Lipman, die eigenlijk een beetje rekent op een 'barmhartige Samaritaan', probeert dan maar in arrenmoede in het duister zijn band te repareren. En warempel, hij slaagt  erin de band geplakt te krijgen" zodat hij even later de groep weer inhaalt. Alleen herhaalt de pech zich nog een keer, maar desondanks weet hij toch om precies drie uur als eerste Westlandse pelgrim in de Mirakelstad aan te komen en de omgang te maken ter ere van het feit, dat daar op 5 maart 1345 volgens de overlevering een man in een huis aan de Kalverstraat ziek op bed lag en vreesde te sterven.

Braakneigingen
Die man liet een priester roepen om hem te bedienen en van het Heilig Sacrament te voorzien. Na het eten van de hostie kreeg de zieke braakneigingen en moest tenslotte overgeven in het branden de haardvuur van zijn kamer. Maar na verloop van tijd bleek dat hij niet alleen de hostie onbeschadigd had uitgebraakt, maar dat bovendien het vuur de hostie niet had aangetast. Nadat de hostie de volgende dag door de priester van de Oude of Nicolaaskerk weer was opgehaald, keerde de hostie tot tweemaal toe op wonderbaarlijke wijze in het huis van de zieke man terug. Voor de Amsterdammers een mirakel dat ze nog jaarlijks herdenken met een Stille Omgang.

Zijspan
Piet Lipman heeft na zijn eerste deelneming aan de stille tocht de smaak zo te pakken dat hij besluit om een jaar later weer op pelgrimstocht te gaan. Hij doet dat opnieuw per motorfiets, maar nu voorzien van een zijspan, zodat hij iemand kan meenemen. Het aantal Haarlemmers dat te voet naar de stad trekt, blijkt inmiddels verdubbeld. Lipman schat het aantal deelnemers in totaal op zo'n achthonderd personen. In 1915 wordt op de motor nog een duo gemonteerd, zodat er nu drie ter bedevaart kunnen trekken. Het jaar daarop doen de gevolgen van de oorlog 1914-1918 zich voelen. Er is geen druppel benzine. Maar Piet is niet voor één gat te vangen. Hij organiseert een Stille Omgang in zijn eigen dorp Wateringen. Die loopt via de Kerklaan, de Noordweg en de Kwak naar de parochiekerk van St. Jan de Doper aan de Herenstraat.

De oorlog is nog maar nauwelijks afgelopen of in 1919 trekken weer Wateringers naar Amsterdam. Nu gaat Lipman op stap met een personenauto voor zes personen. Met deze auto wordt een groot gedeelte in het donker gereden, omdat door de carbidverlichting die een wit gordijn vormt het uitzicht naar voren ernstig wordt belemmerd. Het jaar daarop heeft ook Rinus Scholten een auto en weer een jaar later beschikken drie Westlanders over een auto, waarmee ze in totaal veertien pelgrimerende streekgenoten kunnen meenemen. Het zijn Theo van Dijk uit Naaldwijk, Gerard van der Valk uit Poeldijk en Piet Lipman uit Wateringen. Even lijken ze pech te hebben in 1922. Voor het eerst wordt, zo is de bedoeling, een vrachtwagen ingezet met als eigenaar Q. Wubbels, maar daags voor de omgang raakt die te water. Gelukkig weet iemand eenzelfde wagen te charteren bij H. Asberg in Rijswijk. Daar worden rijtjes groentekisten op neergezet die als zitplaats dienen voor de pelgrims. Omdat niet iedereen een plaats heeft, nemen sommigen genoegen met een plaats op de achterklep van de auto, waar ze wel flink kou lijden.

Autobus
In 1923 krijgt Lipman zijn eerste autobus. Hij noemt zijn busbedrijf VIOS, Vooruitgang Is Ons Streven. De deelname aan de Stille Omgang wordt steeds talrijker en het is in datzelfde jaar dat de vereniging Stille Omgang Westland wordt opgericht. Voorzitter wordt P:C. van Leeuwen, P .H. Lipman wordt secretaris en F. van Holstein, penningmeester.


Een van de eerste bussen van de VIOS.
(excuses voor de slechte kranten-foto, heeft U een betere?)

Het aantal Westlandse deelnemers neemt dan sterk toe en groeit in 1932 uit tot 150. Met daarbij Kwintsheul (dat een eigen vereniging heeft) en de andere Westlandse plaatsen meegerekend, zijner in dat jaar vijfhonderd personen die vanuit de streek naar Amsterdam vertrekken. Het gezelschap is intussen zo groot geworden, dat voor het Westland in Amsterdam een eigen kerk voor een samenkomst wordt aangewezen.

Tot aan de Tweede Wereldoorlog groeit het aantal deelnemers 20 tot 900. Maar de tweede wereldoorlog zet een domper op het pelgrimeren. Ondanks dat er geen bussen en ook geen brandstoffen meer zijn is er toch een Stille Omgang, zij het weer naar Wateringen. Na de oorlog is de traditie nog een tijdlang voortgezet met weer nieuwe bussen, maar wel met minder deelnemers.

In 1953 -nu 50 jaar geleden- wordt het 40-jarig bestaan van het genootschap al in een wat sombere sfeer gevierd. De organisatoren wijten de teruggang van het aantal deelnemers aan de gunstige conjunctuur en het zich wijzigende politieke klimaat. Opmerkelijk is wel, dat in 1956 -tijdens de Hongaarse opstand de pelgrimage ineens sterk toeneemt. Het gouden jaar 1963 wordt geen kroonjaar, want de belangstelling neemt zienderogen af. Maar de Stille Omgang gaat nog steeds elk jaar door.

horizontal rule

Katten in Wateringen voor consumptie aangeboden.

Uit: Ouder Westland
Door: Aad van Holstein

Hoe het Westland de hongerwinter van 1945 beleeft is vooral op te maken uit de advertenties die in de eerste maanden van 1945 in het Zuidhollandsch Dagblad worden geplaatst. Het zijn soms ware noodkreten van mensen, die er alles voor over hebben om aan etenswaren te komen.

'Wie kan mij inlichtingen geven over degenen, die in de Druivenstraat en omgeving katten vangen en die voor consumptie aanbieden?' Dat is een tekst van een advertentie die in het Zuid-Hollandsch Dagblad is geplaatst en afkomstig is van Wateringer J. Vis. Onopvallend en toch door zijn inhoud weer opvallend staat hij tussen tal van andere annonces, waarin van alles wordt aangeboden tegen eetbare waar.

Ze vullen soms de hele tweede pagina van de in totaal door papierschaarste maar twee pagina's omvattende krant, die uitkomt in het formaat dat tegenwoordig wel eens ten onrechte met tabloid wordt aangeduid. J. Vis woont zelf in de Druivenstraat op nummer 7 en ergert zich kennelijk aan praktijken, die dus blijkbaar niet alleen in de grote steden opgeld doen. Huisdieren slachten om ze op te eten. Wellicht is hij zelf een kat kwijtgeraakt, maar dat meldt de advertentie niet expliciet. Wat bij die particuliere advertenties ook opvalt, is het grote aanbod van tabakswaren voor levensmiddelen of andere levensbehoeften. Tabak wordt ook hier en daarin kassen geteeld. 'Ik heb tabak'; meldt iemand wonend aan de Wateringscheweg 7 te Poeldijk, 'wil deze ruilen voor groene erwten'. Kippen worden te ruil aangeboden voor hun eigen voer. H. Zwinkels van de Noordweg 43a te Wateringen heeft er vier van een jaar oud in de aanbieding en wel voor maïs.

Te ruil
'Te ruil. Een kookkachel en een invalidenwagen, in goeden staat zijnde, te ruilen tegen aardappelen of andere levensmiddelen', meldt iemand uit Loosduinen. Maar een Wateringer heeft nog harder eten nodig, want in zijn advertentie biedt hij zowat alles aan wat je nodig hebt bij de maaltijd, maar waar je niets aan hebt er geen eten is:. 'Wie ruilt een keukenuitzet, theeservies, eetservies en ontbijtservies, alles als nieuw, voor levensmiddelen'. Te bevragen bij J. van der Kraan, Appelstraat 7.
Soms wordt de ene etenswaar tegen de andere te ruil aangeboden, zoals door de weduwe Kuypers uit Wateringen, die een vet konijn tegen levensmiddelen wil ruilen. Maar niet alleen aan etenswaren, aan alles is gebrek. Zo ook aan schoeisel. Iemand biedt een ronde mahoniehouten tafel aan in ruil voor damesschoenen maat 39. Maar een Rijswijker heeft nou net weer een paar Robinson schoenen te vergeven voor antraciet of levensmiddelen. En de vraag van iemand uit Poeldijk 'wie er een tuintje van 5 á 600 roe te huur heeft, onverschillig waar', moet ook komen van iemand die probeert over een paar maanden ook nog wat 'eigen eet' van het land te kunnen halen. In een advertentie van teler J. A. C. Damen, Middelbroekweg 58A in Honselersdijk, waarin deze terstond een flinke tuindersknecht vraagt, staat ook iets in die zin. Het gaat dan om het alleszeggende regeltje 'vrij aardappelland' waar de knecht over mag beschikken.

Vuil werk
Als deze knecht ook nog eens vuil werk doet, en dat zal best wel, kan zijn baas op woensdag
31 Januari 1945 - volgens weer een andere advertentie - van 9 tot 12 uur bij het distributiekantoor in Naaldwijk terecht om daar een speciaal rantsoen zeep op te halen 'voor vuilen arbeid'. Nieuwe stamkaarten van al het personeel moeten daarbij wel worden medegebracht, zo staat er. En dan zit er een addertje onder het gras, want, zo lezen we: indien nog voorradig moet het restant van de vorige naamlijst plus ingesloten nieuwe naamlijst worden medegebracht. Mochten er geen naamlijsten' meer aanwezig zijn dan kunnen deze op het distributiekantoor op bovengenoemde data gelijktijdig worden ingevuld. Van dat laatste zal maar weinig gebruik gemaakt zijn, omdat nog steeds de vrees bestaat dat personeel naar Duitsland zal worden getransporteerd. Ook opvallend is de advertentie van Th. Nederpelt, Azaleastraat 19 uit Poeldijk, die een partij eenruiters en onderbouw van een warenhuis en ijzeren warenhuis goten te koop aanbiedt. Tien tegen een komen die uit het gebied rond 's-Gravenzande, waar ter wille van de Atlantikwal veel huizen maar ook tuinderijen zijn afgebroken.

En wat te denken van de advertentie: Ondergetekende brengt hiermede ter kennis aan de abonne's van het Zuidhollandsch Dagblad te Loosduinen dat hij zijn uiterste kracht zal inspannen om de bezorging zoo goed mogelijk te laten functioneren. Hoogachtend, de plaatse- lijk agent A. Laurier, Burg. Waldeckstraat 46. Zoiets plaats je alleen als je fysiek bijna niet meer in staat bent te werken. 'Zijn Uw punten op of ongeldig?', schrijft P H. Rombout van. de manufacturenhandel IKO in de Emmastraat in Naaldwijk in zijn advertentie, 'geen bezwaar want wij zorgen dat U ook thans nog keurig gekleed kunt gaan. Want al Uw kleeding kunt U bij ons laten stoomen, verven en repareeren en U krijgt het weer als nieuw terug. Brengt daarom b. v. Uw mantels, jassen, japonnen, , handschoenen (ook leer) kousen, sokken, sjaals, dassen, hoeden, petten, overhemden, blouses, onderkleeding, werkmanskleeding, dekens, vloerkleeden, ja letterlijk alles bij IKO en wij verzorgen het tot in de uiterste puntjes voor U. Desgewenscht vlugge bediening bij stoomen en verven'.

Wat ook heel tekenend is voor het voorjaar van 1945 is de volgende advertentie: 'H. H. Tuinders, Wegens werkzaamheden voor de Weermacht kunnen alle orders niet tijdig worden afgewerkt. Aanvragen voor het bespuiten van kassen kunnen nog wel worden ingediend. Gebrs. Vreugdenhil, Molenstraat 15, Naaldwijk'.
Kruideniers zitten met lege schap. pen. Dat melden ze niet, maar' tussen de regels lees je het in hun advertenties wel degelijk. Zoals in die van de Wed. A. J. Holtkamp, kruideniers en grutterswaren, wijnen, bier en gedistilleerd: 'Dikwijls konden wij u nog aan allerlei helpen. Wij zullen ernaar streven U zoo goed mogelijk van dienst te zijn, ondanks de tegenwoordige beperkingen'.

Bakkers
De bakkers hebben het ook niet makkelijk. Brood- Beschuit en Banketbakkerij S. C. M. Veenman, Geestweg 40a in Naaldwijk, meldt: 'Wij blijven trachten met het beste brood te voorschijn te komen: ondanks de lastige tijdsomstandigheden stellen wij ons gaarne geheel ten dienste van onze cliënten'. 'Steeds hebben wij alles in het werk gesteld om voor uw bonnen het beste te leveren van het geen voorradig was. Dikwijls dreigden groote moeilijkheden en dito belemmeringen, doch altijd waren wij erop uit U zooveel mogelijk tevreden te stellen als maar enigszins doenlijk was. Wij zullen dat naar best vermogen blijven doen. Wij danken u voor uw medewerking: Vleeschhouwerij en Spekslagerij R. G. Scholtes & Zn, Kerkplein 22 Monster'. De inhoud van de advertentie van een andere bakker waarin' wordt gemeld: 'Van den Berg's brood, da's pas brood' kan ondergetekende volmondig beamen. In de maanden januari tot mei 1945 mag schrijver dezes elke avond om zes uur Zich als 9 jarige jongen in de Rerenstraat op nummer 35 bij bakker Cor van den Berg melden om net zoveel boterhammen te komen eten als hij lust. Zoiets vergeet je nooit meer.

 

horizontal rule

Ontvangen op 24-12-2010

Geachte heer /Mevrouw Koppenol,


Ik las op uw website van het Westland het een en ander over de Stad Wateringen en het artikel betreffende de NH kerk aldaar, het interessantste las ik over de preekstoel van deze kerk die voor heen door Frederik Hendrik is laten plaatsen in de kerk van het Huis Honselaarsdijk. Van 1621 tot 1631 heeft de verbouwing geduurd met verbinding van het oude kasteel.
De waranda meester is familie van mij en zijn naam was Adriaan de Milde, zijn broer Dirk de Milde was timmerman en meubelmaker en maakte de preekstoel van het huis die na de sloop in 1850 is hij verplaatst naar Wateringen. De dood van de erfgenaam Johan Willem Friso, verdronken nabij de moerdijk in het Hollandsdiep, was de reden dat het huis in andere vreemde handen kwam.
Frederik van Pruisen was een achterkleinzoon van Frederik Hendrik en kwam dus na Johan aanbod. De Pruisen hadden schijnbaar weinig op met het huis en de verwaarlozing begon, vermoedelijk was het oorlog voeren de reden en dan heb je vooral geld nodig. Het huis kwam toch weer in bezit van de oranjes door Anna van Hannover maar was niet meer te redden, er werd wat bij gebouwen gerestaureerd en bewoond door Prinses Caroline.

Met Vriendelijke groet,

Petrus Droogleever


horizontal rule

 

 

1940, hoge Duitse officier doodgeschoten.

Bij het huis van Pieter Bouman aan de Schoollaan 32 in Wateringen is in het begin van de Tweede Wereldoorlog een hoge Duitse officier doodgeschoten. Daar zit het volgende verhaal aan vast.

Onder de rook van Kijkduin is in de mobilisatiemaanden (1938/1939) het hulpvliegveld Ockenburg aangelegd. Gelegen in het verlengde van de Haagse Laan van Meerdervoort meet het 650 bij ruim 200 m. In de meidagen van 1940 wordt vliegveld Ockenburg bezet door een grote groep Duitse parachutisten. Er is toen hevig gevochten. De Duitsers worden weer van het vliegveld verdreven en slaan op de vlucht. De toegangswegen naar Den Haag en Loosduinen zijn echter afgesloten. Op internet (www.vliegveld-ockenburg.net) de volgende informatie:

Ongeveer 360 Duitsers hadden zich onder leiding van generaal  Hans Emil Otto Graf  von Sponeck tijdig kunnen terugtrekken in de bossen van het landgoed Ockenburg alwaar zij zich verschansten. In de late avond van de 10e mei had de generaal, via de radio, de order ontvangen om op te trekken richting het Rotterdamse Overschie. Overdag op de 11e mei hielden de Nederlanders zich bezig met het versterken en beveiligen van hun posities in en om het vliegveld. In de middag wierpen Duitse vliegtuigen munitie en levensmiddelen per parachute af, de landingsplaats werd onder vuur genomen waardoor het de Duitsers werd belet om zich van e.e.a. meester te maken. Verder werd van tijd tot tijd vijandelijk mitrailleur- en mortiervuur ontvangen uit de bossen. Dit werd beantwoord met mortiervuur op de boerderijen Blijrust en Solleveld en artillerievuur op de bossen Ockenburg en Ockenrode aangezien men vermoedde dat zich daar nog Duitsers bevonden.                     

Omstreeks tien uur 's avonds op de 11e mei had Hans Emil Otto Graf von Sponeck met zijn groep de nachtelijk mars ingezet en hadden zij de bossen van Ockenburg verlaten. Nederlandse troepen (Grenadiers en Jagers) die in de vroege morgen van 12 mei (omstreeks 02:45 uur) het landgoed wilden innemen, kregen dan ook geen enkele weerstand van de enkele Duitse soldaten die waren achtergebleven. Deze gaven aan dat de overgebleven troepen enige tijd daarvoor het landgoed in zuidelijk richting hadden verlaten.


Hans Emil Otto Graf von Spneck.
 geb. 12
februari 1888
 
gefusilleerd 23 juli 1944

Rond half drie kwam deze groep aan bij Wateringen, hier kwamen zij in gevecht met troepen die het aldaar gevestigde stafkwartier van de commandant van de Groep 's-Gravenhage beveiligden. Na enkele uren zagen de Duitsers kans om met vier gestolen bussen van de firma ‘VIOS’ te vluchten richting Den Hoorn. De 12e mei verbleef de groep-von Sponeck in het dorpje 't Woudt, op 13 mei wisten ze uiteindelijk via Schipluiden Overschie te bereiken en hebben daar stand kunnen houden tot aan de Nederlandse capitulatie. 

Zoals je in het stukje hierboven kunt lezen, vechten ze in Wateringen. En dat gebeurt onder meer op het land van Pieter Bouman. De groep Duitsers is daarheen gegaan, vechtend met Nederlandse militairen die in het Bondsgebouw aan het begin van de Herenstraat zitten. Die zitten daar als voorpost, om de weg vrij te houden als de koningin naar Engeland zou willen vluchten.

Bij de waterput rechts naast het huis krijgt op 12 mei 1940 het hoofd van de Duitse parachutistengroep, die gewond is, de laatste kogel van de Nederlandse militairen.

Die hoge Duitse officier is daar op de Schoollaan doodgebloed. De hond van de familie Bouman is zó bang voor al dat bloed, dat hij er niet langs durft te lopen. De Duitsers willen de hond doodschieten, maar Hanny Bouman springt ervoor en dan durven ze niet. Haar vader moet dan met de Duitsers mee naar boven, waar ze willen kijken of er ook mensen verstopt zijn. Iedereen is natuurlijk doodsbang.

Hanny Bouman vertelt:

"Een scherpschutter van de Nederlandse soldaten had al enkele malen iets zien bewegen maar had nog maar 1 kogel en dacht "als ik het weer zie schiet ik" en ja, de Duitser klom op de waterput en werd getroffen naast de achterdeur van de serre. En ons gezin werd krijgsgevangen gemaakt en moest als levende dekking voor de Duitsers dienen. Kogels van voor en achter om je oren. Goddank bleven wij allen gespaard. Alleen zou mijn broer Kees worden doodgeschoten als represaille. Ik fluisterde Kees in het oor (nadat een Duitse militair was gewond geschoten) "meld je aan om hem naar het hospitaal te brengen". Dat heeft hij gedaan en zo heeft hij het overleefd."

Bovenstaand verhaal ontvangen van Riana Luijks uit Utrecht op 27-04-2011 waarvoor onze hartelijke dank.

horizontal rule

Stoomspuit blust brand in toren Ned. Herv. Kerk Wateringen.


Klik op de afbeelding voor een groter formaat.

Door: aad van Holstein
Uit: AD Westland 13 september 2012

Honderdtwintig jaar geleden was Wateringen in rep en roer.
De kerktoren staat in brand. Waar haal je zo gauw een stoomspuit vandaan? Uit Den Haag natuurlijk!

Het is dinsdagavond 13 juni 1882. De hele dag is het drukkend warm. Het zweet loopt menig werk- man in de tuinderijen van het Westland tappelings van het voorhoofd. Aan het eind van de lange werkdag - velen werken van 's morgens vroeg tot 's avonds de duisternis invalt - gaat menigeen te voet naar huis terug, bezorgd kijkend naar de dichttrekkende lucht. Dat voorspelt niet veel goeds. Weersverwachtingen kent men nog niet, maar uit ervaring weten ze dat er onweer in de lucht zit.

Tegen zevenen vallen de eerste druppels uit een steeds donker wordende hemel. Het bliksemt in de verte, de donder ketst ratelend over de weilanden, de boomgaarden en de tuinderijen. Tot opeens een felle, knetterende bliksemstraal zich met ongekende kracht in de toren van de Nederlands hervormde kerk aan het Plein boort.

TRILLEN
Burgemeester C.P. Hoek voelt het bureau waar hij aan zit te werken helemaal trillen. Het gemeentehuis staat vlakbij de kerk. Hij denkt met- een dat er sprake moet zijn van een inslag. Vlug kijkt hij uit het raam en ziet rook kringelen uit de spits van de toren van de eeuwenoude kerk. Hier moet onmiddellijk gehandeld worden, weet hij en alarmeert met een de brandweer, die uit 163 man bestaat. De meesten komen direct af op het luiden van de brandklok. Onder leiding van A. Lipman sr. komen ze snel in actie om de twee brandspuiten waarover Wateringen beschikt in te zetten. Een spuit zetten ze halverwege in de toren, de andere blijft beneden. Het water pompen ze naar het reservoir in de toren, waarmee de brandhaard in de spits effectief kali worden aangepakt. Alleen vreest men dat het zware ijzeren kruis, dat samen met de torenhaan bovenop het kerkgebouw staat, zal vallen en zo veel schade zal aanrichten. Maar gelukkig komt het gevaarte op het Plein terecht. Burgemeester Hoek wil toch voor de zekerheid de assistentie van de Haagse brandweer inroept. Die beschikt over een moderne stoombrandspuit. Het gemeentebestuur telegrafeert daarom snel naar Den Haag. Zoals men daar gewend is, komt de brandweer razendsnel in actie. De paarden zijn op onverwacht uitrukken getraind. Ze staan al ingespannen klaar en trekken de stoombrandspuit, die - het woord zegt het al - door stoom wordt aangedreven, op het eerste commando voort, richting het nabijgelegen Wateringen. Onder stoom draven de paarden met het blusvoertuig met deskundige bemanning aan boord naar de brand. Van verre zien de brandweerlieden al een rookpluim boven de toren omhoog klimmen. Daar moeten ze zijn. Neervallend vuur bedreigt echter intussen wel het eigenlijke kerkgebouw, zodat snelheid geboden is.
Bijna twee uur na de blikseminslag komt de stoomspuit op het Plein aan. Ze tappen aan de ene kant het water uit de vaart langs de Herenstraat en leiden dat via dikke slangen naar de kerk. Zo vlug als het kan geeft de spuit water. En meteen beginnen de brandweerlieden met het nathouden van het kerkgebouw en het definitief in de kiem smoren van het vuur in de toren.

TAPPERIJEN
De volgende maatregel die burgemeester Hoek neemt, is het direct sluiten van alle in het dorp gevestigde tapperijen. Hij doet dat ter voorkoming van onaangenaamheden, die kennelijk in het verleden zich in dergelijke omstandigheden hebben voorgedaan. Om half een 's nachts is de brandweer de brand de baas. Naar schatting drie meter van de toren is dan door de vlammen verwoest. De burgemeester is al die tijd aanwezig gebleven en dankt, staande voor het raadhuis, na afloop de eigen en de Haagse brandweerlieden voor de hulpvaardigheid.
De volgende ochtend om half vijf ontdekken Wateringse brandweerlieden, die de wacht houden bij de kerk, dat aan de Noordwestzijde van het kerkdak vlammen onder de dakpannen vandaan komen, wellicht veroorzaakt door een vonk die tussen de pannen op het houtwerk is blijven smeulen. Met twintig emmers slagen de brandweerlieden erin dit gevaar te keren.

 


Stoomspuit zoals gebruikt zou kunnen zijn bij het blussen van de brand in Ned. Herv. Kerk te Wateringen.