Veel van onze verhalen komen uit:

 

.
Hieronder een aantal snelzoekers voor deze pagina:

Dorp aan de Maas, Maasdijk    Maasdijk in vervlogen jaren 

Sluiswachterswoning Maasdijk in oude ansichten  Luchtfoto's
.
 
Reactie van Aat de Vos 03-08-2003    Reactie van Peter Dillingh 30-08-2003 

Reactie van Wim Pontier 11-12-2003 

.


Dorp aan de Maas, Maasdijk.

fragment uit het boek: Uit de Geschiedenis van Het Westland, door J. G. de Ridder
uitgegeven in 1974 ISBN 90 233 03199

EEN VISSERSGEHUCHT WORDT TUINDBOUWDORP.
Een oud dorp met een eigen karakter: dat is Maasdijk dat zich aan beide zijden van de grote dijk steeds meer uitbreidt, maar in het bijzonder in zuidelijke richting. Een dorp van voornamelijk tuinders en van mensen die bij de tuinbouw betrokken zijn is het nu.

Dit is het echter niet altijd geweest. In de Middeleeuwen trof men hier een vissersgehucht aan.

In 1238 zijn de ‘s-Gravenzandse buitengorzen bedijkt. Een dijk werd aangelegd vanaf de Noldijk bij Maasland tot de Kapittelduinen bij ‘s-Gravenzande. Gravin Machteld -ons reeds bekend uit de historie van ‘s-Gravenzande- en haar Zoon Willem hebben de aanleg van deze dijk, die meestal de Maasdijk genoemd werd, uit eigen middelen bekostigd.
Hierna zijn in deze omgeving nog grotere terreinen ingepolderd, vooral ten zuiden van ‘s-Gravenzande. Maar in de dertiende eeuw vormde de Maasdijk nog de enige bescherming tegen het water van de brede Maas.
Zoals reeds elders, bij voorbeeld bij Staelduinen, vestigden zich hier vissers die hier hun bedrijf gingen uitoefenen. Op en om de dijk ontstond een gehucht, waarvan in de achttiende eeuw nog bij afzanding resten van funderingen gevonden moeten zijn.
Het oudste deel van het huidige dorp Maasdijk werd gevormd door het Honderdland, gelegen tussen de oude Maasdijk en de later aangelegde nieuwe dijk langs de Maas.

Ui de reeds eerder genoemde ‘Enqueste ende Informacie’ uit 1494 blijkt, dat de visvangst toen op de achtergrond gekomen was. De ondervraagde dorpsbewoners, Vryes Gerritsz. (‘oudt 70 jaer’) en Cornelis Philipsz. (‘oudt 27 jaer off daeromtrent’) deelden namelijk dit bij onderzoek mee, dat de bewoners toen een zestigtal koeien bezaten en verder zich aan de landbouw wijdden (‘omme voorn ende ander zaet te sayen’), wat hun weinig voorspoed gaf. Oorlogen, zware belastingen, de dure tijd en muizenplagen waren de oorzaken geworden van hun armoede. Bij ondervraging, twintig jaar later gehouden, bleek het aantal ‘haertsteden’ nog maar twaalf te zijn (in vroeger jaren waren er negentien, ‘maer dat es lanck geleden’).

De toestand was er niet beter op geworden: personeel kon men niet meer houden. Landbouw en veeteelt waren toen eveneens hun voornaamste bronnen van inkomsten. Er was onder de bewoners maar één landeigenaar: Gerrit Janszoon die één morgen land bezat. Het overige land was bezit van het klooster ‘van der Lee’: het grootste deel van de honderd morgen die het ambacht groot was, namelijk 70 morgen. Verder bezat het Kapittel van Naaldwijk hier 8½ morgen ende zusters van St. Anna te Delft één morgen.

Dan hadden de bewoners ook nog de plicht, vijftig roeden van de zeedijk te onderhouden.
Het dorpje nam in de loop van de volgende eeuwen toe in grootte en betekenis.
De bevolking ging zich op de tuinbouw toeleggen. Na de aanleg van de Nieuwe Waterweg kwam hier méér levendigheid door de aanleg van een ertsoverslaghaven (Poortershaven) in het buitendijkse gebied. Hier kwam ook een halte van de treinverbinding van Rotterdam naar Hoek van Holland.

Toen op 1 januari 1914 een groot deel van de Gemeente ‘s-Gravenzande, namelijk Hoek van Holland, door Rotterdam werd geannexeerd, ging ook dit gebied aan de gemeente Rotterdam over.
Maasdijk heeft in de bezettingstijd veel geleden door afbraak en vernieling. Het Hervormde kerkgebouw bij de Oranjesluis en verschillende huizen zijn door de bezettende macht afgebroken. Het gevolg hiervan is geweest, dat de kern van het dorp zich in Zuid Oostelijke richting langs de Maasdijk heeft verplaatst.

De Maasdijkse tuinders brengen hun producten naar de veiling te Westerlee en leveren een niet geringe bijdrage aan de belangrijke omzetten van de veiling.
Wie een goede indruk wil hebben van de uitgebreidheid van dit tuinbouwgebied, moet eens op de dijk gaan staan en zijn blikken over het omliggende land laten gaan. Hij zal zich dan nauwelijks kunnen voorstellen, dat ééns hier een armelijk vissersgehucht het begin van dit nijvere dorp is geweest.

DE ORANJEPOLDER EN DE ORANJESLUIS.
In 1644 heeft stadhouder Frederik Hendrik de Oranjepolder laten bedijken, met welk een groot werk het voor die tijd niet geringe bedrag van honderdduizend gulden gemoeid was, Er werd een posthuis gebouwd -nu reeds lang verdwenen- dat goede diensten heeft bewezen voor het doorgeven van de briefwisseling tussen de Staten van Holland en de Nederlandse zeevloot.

Tot 1920 is deze polder door de Dienst der Domeinen beheerd; sindsdien is de grond -die geheel verkaveld werd- het eigendom van particulieren geweest.
Voor rekening van het Hoogheemraadschap Delfland is in 1673 bij Maasdijk een sluis gemaakt die de Oranjesluis genoemd werd. De bedoeling van deze sluis was aanvankelijk om de vijvers bij het lustslot Honselaarsdijk -eigendom van Prins Willem II- van vers water te voorzien via een vaart naar Honselersdijk die in diezelfde tijd werd gegraven.

Een groot succes was het niet: er kwamen al spoedig veel klachten over brak water in de vijvers, waardoor veel planten in de prinselijke oranjerie stierven.
Toen het Amersgat op diepte gebracht was en de vaarten gereinigd waren, diende de Oranjesluis ook voor afwatering. Maar het onderhoud van de sluis vereiste veel geld en de aanleg had er ook behoorlijk ingehakt. Het Hoogheemraadschap kon dit alles niet bekostigen. Het was bovendien van mening, dat de uitwatering ook van belang was voor het gebied dat onder het Hoogheemraadschap van Schieland ressorteerde. Delfland zond dan ook in 1675 een verzoek aan stadhouder Willem III, om Schieland in de hoge kosten te laten bijdragen. Op dit verzoek is nimmer een besluit genomen.

Nog immer is de sluis een voorwerp van zorg voor Delfland. Het torengebouw staat er nog steeds en is één van de markantste gebouwen van het Westland.

SCHOLIEREN EN SCHOOLMEESTERS.
In de eerste helft van de vorige eeuw nog gingen de Maasdijkse kinderen in Naaldwijk ter school. Dat moet wel tot veel schoolverzuim geleid hebben, want de afstand die de kinderen dagelijks naar de Naaldwijkse school moesten afleggen was niet gering. En fietsen bestonden nog niet. Dus: lopen maar! Maar het duurde nog tot 1858, eer pogingen in het werk werden gesteld, in Maasdijk een eigen school te krijgen; tweeëntwintig ouders zetten hun handtekening onder en adres aan het gemeentebestuur, in welk stuk de moeilijkheden werden geschetst. Hun initiatief had een gunstig resultaat en reeds in 1861 kon een Openbare school aan de dijk worden geopend.

De school met de woning voor de hoofdonderwijzer vereiste een bedrag van Fl. 7.560,–. Een mooie klok werd aan de voorgevel van het gebouwtje aangebracht: een gewaardeerd geschenk van Jhr. J. W. Van Loon die in de Oranjepolder grond bezat.
Het eerste hoofd van de Maasdijkse school deed zijn intrede; het was de heer Mozes Broekhuizen. Hij kon zich verheugen in een jaarwedde van vijfhonderd gulden en had dan ook nog vrij wonen. Maar, er waren ook nog extra-inkomsten, want de kinderen moesten schoolgeld betalen: de kleine kinderen drie gulden per jaar en de grotere vijf gulden. Bovendien leverde de avondschool drie cent per avond per leerling op; waren er méér dan veertig leerlingen, dan bedroeg het schoolgeld maar anderhalve cent per kind.

In 1867 nam de heer Broekhuizen een jeugdige kwekeling in opleiding, het was de dertienjarige Cornelis Westmaas die wij, daar hij in Het Westland langdurig werkzaam is geweest, hier willen noemen. De jongeman ontving vijftig gulden per jaar. Later was hij onderwijzer te Honselersdijk, Arnhem en Loosduinen werkzaam, arbeidde van 1879 tot 1892 in Naaldwijk en keerde in 1892 in Maasdijk terug, maar nu als hoofd van zijn oude schooltje. Twintig jaar later vertrok hij als hoofd naar Honselersdijk, waar hij nog negen jaar werkzaam was to zijn pensionering in 1921. Westmaas overleed op 10 februari 1950 op 96-jarige leeftijd.

En dan zei men nog wel, dat kinderasempjes niet gezond waren!
Op 2 maart 1917 werd een afdeling Maasdijk van de Vereniging voor Volksonderwijs opgericht onder voorzitterschap van de heer J. Visser; het toenmalige hoofd van de Openbare school, de heer J. Slot, werd secretaris en verder werden tot bestuursleden gekozen de heren E. Middelburg (penningmeester), J. Sonneveld en J. Van der Hout.
Ook voor Openbaar kleuteronderwijs werd gezorgd: in 1948 werd een Vereniging voor Neutraal Kleuteronderwijs opgericht. In het gebouw ‘Concordia’ werd jaren lang onderwijs gegeven, tot in 1973 een moderne kleuterschool aan de Prinsenlaan geopend kon worden.

In 1899 werd in Maasdijk een Christelijk Nationale school gesticht. Aanvankelijk beschikte men over een houten gebouwtje van de Vereniging tot Verbreiding van de Waarheid, maar reeds in 1900 werd een definitief gebouw in gebruik genomen, dat aan de noordzijde van de dijk was gebouwd. Het hoofd van deze school, de heer J. P. van Eeden, had inde eerste jaren het gehele onderwijs voor zijn rekening. In 1925 kwam een uitbreiding van het gebouw tot stand; de kosten van de drie nieuwe leslokalen bedroegen Fl. 24.895,–.

Maar op den duur bleek de ligging van het schoolgebouw niet gunstig te zijn: immers, het grootste deel van de uitbreiding van het dorp ontstond aan de andere kant van de dijk, wat door de gevaren bij het oversteken van de steeds drukker wordende Maasdijk een oorzaak van veel angst bij de ouders was.
In 1971 kon aan de De Ruyterstraat aan de andere zijde van de dijk een nieuw scholencomplex in gebruik worden genomen en nam men afscheid van de oude school. De nieuwe school ontving de veelzeggende naam ‘De Wegwijzer’. Naast deze basisschool werd een kleuterschool gebouwd. ‘De Paddestoel’ geheten. De totale bouwkosten van de school bedroegen Fl. 930.189,20

Maar nóg een Protestantse school werd in Maasdijk geopend: de Hervormde Schoolvereniging, opgericht in 1924, liet in de omgeving van de Oranjesluis een schoolgebouw bouwen. Hier stond ook de toenmalige Hervormde kerk.
Dit schoolgebouw heeft tot in de bezettingstijd dienst gedaan. Maar de bezettende macht liet hier kerk en huizen afbreken en het schoolgebouw liep zoveel schade op, dat het onbruikbaar was geworden. Ter vervanging hiervan werd na de oorlog aan de Korte Kruisweg een semi-permanent gebouw in gebruik genomen, welk gebouw in 1949 met een permanent gedeelte werd uitgebreid.
Tenslotte dient nog vermeld te worden, dat de Rooms-katholieken in 1971 een basisschool stichtten.

KERKELIJK LEVEN.
Er staan weinig oude, uit architectonisch opzicht waardevolle gebouwen in het dorp Maasdijk; wij noemden reeds het torengebouw van de Oranjesluis en voorts zou een klein aantal oude boeren- of tuindershuizen onder die categorie vallen. Het oude kerkgebouw van de Gereformeerde Kerk dat in 1905 aan de noordzijde van de dijk werd gebouwd kan zeker niet tot die groep gerekend worden. Toch willen wij hierover iets zeggen, daar deze kerkelijke gemeente een niet onbelangrijke rol in het dorpsleven heeft gespeeld.

Behoorden de Maasdijkse Gereformeerden voorheen grotendeels tot de kerkelijke gemeente van De Lier, op 3 juli 1904 stichtten zij een zelfstandige gemeente, bouwden deze kerk (vlakbij de oude Christelijke school) en ontvingen in 1906 in ds. A. Schippers een eigen predikant. In 1927 moest het kerkgebouw uitgebreid worden; het aantal zitplaatsen (180) werd vermeerderd tot 440. Het moet in Maasdijk goed wonen en werken zijn geweest; althans dat zou men kunnen concluderen uit de langdurige ambtsperiode van ds. Schippers' opvolger: ds. W. S. Pontier die zich uitstrekte van 1915 tot 1953.

Maar ook voor dit kerkgebouw begon de ongunstige ligging aan deze zijde van de dijk steeds groter bezwaren op te leveren; bovendien was een uitbreiding van dit gebouw in verband met de snelle groei van de gemeente noodzakelijk, maar - gezien de toestand van het gebouwen de weinige voor uitbreiding beschikbare ruimte - achtte men het beter, naar een andere behuizing om te zien. Aan de overzijde van de dijk werd dan ook een nieuw - zeer fraai - bedehuis gebouwd onder architectuur van de heer H. J. de Heyer uit Scheveningen. De toenmalige predikant, ds. W. Visscher, metselde op 10 oktober 1966 een Frans marmeren hoeksteen in de kerkmuur. De steen droeg als opschrift:  

TERWIJL CHRISTUS JEZUS
ZELF DE HOEKSTEEN IS
EF. 2 : 20B

DEZE STEEN WERD
GELEGD DOOR
DS. W. VISSCHER
10 OKTOBER 1966
.

Dit nieuwe gebouw kon op 26 oktober 1967 in gebruik worden genomen.
De Hervormde gemeente van Maasdijk, aanvankelijk onder de naam 'Evangelisatie', bezat bij de Oranjesluis een bedehuis. Moeilijke dagen heeft deze gemeente doorgemaakt in de bezettingstijd. Kerk en pastorie werden afgebroken. De predikant, ds. J. Kwast (die van 1944 tot 1947 in Maasdijk stond) moest zijn werk onder de moeilijkste omstandigheden verrichten; verschillende gemeenteleden, in de omgeving van de Oranjesluis woonachtig, werden elders ondergebracht en de predikant bewoonde zelf een paar kamers in een boerderij onder Maasland.
Tien jaar lang heeft deze gemeente onderdak gevonden in het kerkgebouw van de Gereformeerden.
Acties werden gehouden om gelden bijeen te brengen voor de stichting van een nieuw eigen kerkgebouw; het resultaat was een zeer fraai zeshoekig bedehuis met een verenigingsgebouw, 'De Vluchtheuvel', aan de Willem de Zwijgerlaan.

De Vrijzinnig Hervormden van Maasdijk richtten op 3 december J923 met aanvankelijk 36 leden een vereniging op en hielden één maal per maand diensten in de Openbare school, spoedig daarna twee maal per maand en vervolgens regelmatig iedere zondag. Ds. J. P. de Graaf uit Naaldwijk verzorgde het catechetisch onderwijs, later de eerste voorganger, de heer J. B. Schouwink. Er werd een actie gehouden om te komen tot de bouw van een eigen vergader gelegenheid en op 16 november 1927 kon het gebouw 'Concordia' door ds. Junod van Wassenaar in gebruik worden genomen.

Hoewel Maasdijk van oudsher een voornamelijk Protestantse bevolking had, nam het aantal Rooms-katholieken de laatste tien- tallen jaren zódanig toe, dat het bisdom Rotterdam besloot, hier kerkdiensten te doen houden.
Een houten noodkerkje - voorheen in gebruik geweest bij de Gereformeerde Kerk van 's-Gravenhage-Loosduinen - werd naar Maasdijk overgeplaatst en vond op het Prinses Marianneplein een plekje. Het noodgebouw werd in 1963 in gebruik genomen.


Hieronder een aantal foto's uit: "Maasdijk in oude ansichten deel 2" met hartelijke dank aan Tonny van Leeuwen die dit boekje afstond en voor de bijbehorende foto's anno 2002 maakte!
 

 

 

  

  

   

  

   

  

   

  

Hieronder een aantal foto's en/of ansichten die we toegestuurd kregen.

 

Deze schitterende ansicht ontvingen we van Dhr. Peter Dillingh, waarvoor onze dank!
Deze schitterende ansicht ontvingen we van Dhr. Peter Dillingh, waarvoor onze dank!


Maasdijk in vervlogen jaren.

door: Koos van Leeuwen
uit: Westlandsche Courant

Bij vrijwel niemand sprak Maasdijk als Westlandse plaats voor 1900 op enigerlei wijze tot de verbeelding, slechts verspreid stonden hier en daar wat woningen. Het mocht allemaal geen naam hebben, van een echte dorpskern was geen sprake. De bewoners, voor het merendeel agrariërs, beoefenden hun beroep in de langs de dijk gelegen landerijen. Een aanzienlijk deel ervan woonde ook in de onmiddellijke nabijheid van die dijk, een enkeling in het achterland. De onstuimige ontwikkeling van de (glas) tuinbouw aan het eind van de negentiende eeuw bleek een impuls te zijn om van het nietszeggende buurtschap een levendig en welvarend dorp te maken.

Een dorp dat mede dankzij de vrij recent gerealiseerde- én in gang gezette woningbouwprojecten, qua uitstraling inmiddels kan wedijveren met alle andere Westlandse dorpen. Mensen die zelden of nooit Maasdijk met een bezoek vereren kunnen zich nauwelijks een beeld vormen van hetgeen er de laatste jaren achter de wat oudere woningen tot stand is gekomen. Een groots opgezet nieuwe woonwijk overtreft bijna de woonkern die ruim een eeuw geleden voorzichtig gestalte kreeg. In het dorpje Maasdijk waren honderd jaar geleden zo weinig mensen woonachtig dat ook het voorzieningenniveau op een laag pitje stond. Logisch dat een eigen kerkgebouw wel gewenst, aanvankelijk de burgers niet ter beschikking stond. Zij die in de buurt van de Maasdijk waren gehuisvest, bezochten als regel de bedehuizen te De Lier; 's-Gravenzande of in mindere mate Naaldwijk.

De omstreeks de voorlaatste eeuwwisseling ingezette groei van Maasdijk was ervoor verantwoordelijk dat al in het prille begin van de twintigste eeuw zowel een openbare- als christelijke school en een gereformeerde kerk langs de dijk in gebruik waren genomen. De grondaankoop voor laatstgenoemd gebouw vond in 1904 plaats, terwijl de bouw van de kerk in het vroege voorjaar van 1905 ter hand werd genomen. De fraaie kerk kwam tot stand naar een ontwerp van architect A. Luijendijk uit Maassluis, terwijl de bouw werd uitgevoerd door diens plaatsgenoot aannemer Poortman. Vanaf het begin werd ernaar gestreefd om vóór de feestdagen van 1905 in een eigen godshuis te kunnen kerken. Dat de groep verantwoordelijken in die opzet is geslaagd, blijkt uit het feit dat Maasdijks eerste kerkgebouw precies één week voor kerstmis 1905 in gebruik kon worden genomen. De officiële ceremonie rondom die opening vond plaats tijdens een plechtige dienst die werd geleid door dominee B. l. Heeres (geen Heers zoals sommige bronnen vermelden) uit het naburige De Lier. Blijkbaar was dominee Heeres een honkvaste herder want aan het eind van de Eerste Wereldoorlog duikt zijn naam nog steeds als zodanig op in De Lier.

Dat we met de hier geplaatste opname het oudste kerkgebouwen pastorie van het nog kleine Maasdijk in beeld hebben, is buiten kijf. Of het ook de oudste in omloop gebrachte foto van de kerk is, daarop kan geen volmondig ja worden gezegd. De vrij grote menigte voor het kerkgebouw geeft mijns inziens reden om aan te nemen dat de opname best eens kort na de ingebruikname kan zijn gemaakt. Het is zelfs niet uitgesloten dat de omvangrijke groep zich na afloop van de openingsceremonie heeft laten vereeuwigen. Zulks wordt nog eens gevoed door de constatering dat diverse notabelen van toen bereid waren voor de fotograaf te verschijnen. Slechts het feit dat eerdergenoemde dominee Heeres op de kiek ontbreekt, brengt dat vermoeden aan het wankelen. Wel liet de eerste herder van de Maasdijkse gereformeerde gemeente, te weten dominee A. Schippers, zich verleiden om op eerbiedige afstand van de fotograaf te poseren. We zien hem, los van het grote peloton, uiterst rechts in gezelschap van zijn echtgenote W. Schippers- de Kruiter. Alle familienamen van de aanwezigen achterhalen bleek een schier onmogelijke opgave te zijn.

Dat kan ook niet met een plaatje dat de honderd jaren binnen afzienbare tijd bereikt. Wat personen ter rechterzijde, de meest duidelijke, konden evenwel voor een deel worden geïdentificeerd. De twee dames in het zwart naast het domineesechtpaar nog gehuld in de oude Zuid-Hollandse klederdracht (met kapje), schijnen twee mevrouwtjes Van Lenteren te zijn. Vervolgens krijgen we Neeltje van der Houwen en Marie van Buuren in beeld. Als laatste "zekeren" kunnen het hoofd van de school met de bijbel A. van Eden en diens echtgenote J. van Eden-Willemse worden genoemd. Als mijn informatiebron het bij het rechte eind heeft gehad, is dat het wat klein uitgevallen echtpaar rechts achter de brug (leuning).

Jammer dat het daarna een schimmenspel met veel vraagtekens wordt, een reden om me niet op te glad ijs te begeven. Misschien zijn er vanuit de overlevering nog wat meer namen bekend, ik hou me aanbevolen. Elke medaille heeft een keerzijde, ook de voorspoedige groei van Maasdijk ontkwam er niet aan. Het groter aantal kerkgangers resulteerde omstreeks 1920/25 in een tekort aan zitplaatsen. De kerkelijke gemeente was vooralsnog niet bij machte om het kerkgebouw te vergroten, niet in het minst omdat er nogal wat financiën mee waren gemoeid. In 1927 was de tijd rijp om een flinke vleugel, links van de bestaande kerk, aan te bouwen. Die bouw vond ongeveer plaats op de locatie waar eens de Maasdijkertjes de eerste beginselen ,van het onderwijs kregen bijgebracht.

De voor die tijd kapitale uitbreiding was niet alleen een opluchting voor toenmalig dominee S. Pontier en zijn kerkenraad, maar vooral voor de regelmatige kerkgangers. Zij zullen het vast nier erg hebben gevonden dat er voortaan door iedereen in de kerk weer een zittende houding kon worden aangenomen. Werd eerder dominee Heeres als een honkvaste herder in De Lier omschreven, met dominee Pontier drijft een naam naar boven waarvan hetzelfde kan worden vermeld. Hij heeft zich jarenlang ingezet voor het wel en wee van zijn Maasdijkse kudde. Als zodanig drukte hij vooral zijn stempel op de periode tussen de twee wereldoorlogen van de twintigste eeuw. Dat de hier afgebeelde kerk aan het eind van de zestiger jaren werd afgestoten, ligt menig dorpeling nog vers in het geheugen. Toen men het eerste- zo dierbare godshuis te Maasdijk voorgoed verliet, werd hier en daar een traantje weggepinkt. Inmiddels heeft de tijd die wonden geheeld en is het kerkgebouw aan de Prinsenlaan al weer vele jaren een belangrijke ontmoetingsplaats in het leven van de Maasdijkers...


Gereformeerde kerk aan de Maasdijk. Foto ontvangen van: Peter Dillingh
Klik op de afbeelding om hem groter te zien.
Peter Dillingh heel hartelijk dank voor deze foto! hieronder de reactie van Peter:

Geachte heer en mevrouw Koppenol,

Naar aanleiding van de vraag op uw pagina over Maasdijk zend ik u hierbij een scan van de betreffende prentbriefkaart. Wat de datering betreft: bij de ingebruikneming kan het niet zijn, gezien de aanwezigheid van ds. A. Schippers (die op 20 mei 1906 intrede deed) en gezien de bladeren aan de bomen; zelf heb ik een exemplaar dat verzonden is op 3 augustus 1907.

Met vriendelijke groet,

Peter Dillingh


Reactie van Aat de Vos.

Beste Heer Koppenol,

Via mijn Broer ben ik aan uw website gekomen. Mijn broer(tje) is net als ik reeds gepensioneerd en is de genealogie van de familie in gedoken. Ons verleden ligt aan de Maasdijk vandaar ik uw website (Maasdijk) met heel veel interesse heb bekeken en gelezen.

Niet alle schooljaren heb ik volbracht aan de Maasdijk maar in de omschrijving miste ik toch een school en met name de Oranje school aan de Korte-Kruisweg. Deze school was verbonden aan de Hervormde (ronde) Kerk die in de 50er jaren daar is gebouwd. De toenmalige dominee was dhr. A. Pontier. Hij woonde toen in het oude postkantoor bij de Verkadestraat. De huidige pastorie tegenover de kerk is van iets latere datum en het oude postkantoor is later café (Felix de Groot) geworden.
Het café bestaat nu nog, is alleen verplaatst naar de Oranjesluis (Café-Rust-Wat).
Tevens te vermelden dat de school bij de Oranjesluis in de 50er jaren conservenfabriek is geweest.
De bedrijfsleider in die jaren was dhr. A. Laterveer, was van oorsprong geen Maasdijker.

Ik hoop U hiermee van dienst te zijn geweest.
En veel succes met Uw prachtige website.

Met vriendelijke groet,

Aat de Vos
Naaldwijk.
3 augustus 2003
aajovo@kabelfoon.nl


Reactie van Wim Pontier

Geachte heer Koppenol,

Bij toeval ben ik op uw site over Maasdijk terecht gekomen. Ik ga de tekst nog eens met belangstelling lezen. Onderin staat een reactie van de heer Aat de Vos uit Naaldwijk, maar daar lees ik iets dat niet klopt. De heer De Vos schrijft dat "de toenmalige dominee dhr A. Pontier was die in het oude postkantoor aan de Verkadestraat woonde".

Dat is niet juist en ik kan het weten want A. J. Pontier was mijn vader. Wij woonden inderdaad in het oude postkantoor bij de Verkadestraat van 1960 tot 1980. Maar mijn vader was binnenhuis architect. Zijn vader, mijn grootvader, W. S. Pontier, is lange tijd predikant geweest in Maasdijk. Hij woonde in de pastorie naast de oude gereformeerde kerk. In 1954 ging hij met emeritaat en ging hij wonen in Honselersdijk aan de Molenlaan.

Met vriendelijke groet,

Wim Pontier
11 december 2003

ds. W. S. Pontier met zijn kleinzoon Wim Pontier, schrijver van de bijgaande reactie, klik op de foto om hem groter te zien. Foto van Wim Pontier
ds. W. S. Pontier met zijn kleinzoon Wim Pontier, schrijver van de bijgaande reactie,
klik op de foto om hem groter te zien.
Foto van Wim Pontier

 

Sluiswachterswoning aan de Maasdijk

Uit: WestlandToen
Editie: jaargang 4 januari 2018
Door: Clemens Soszna

De Oranjesluis en het sluiswachterhuisje liggen feitelijk op 's-Gravenzands grondgebied, en zijn eigendom van het Hoogheemraadschap van Delfland. De Oranjesluis was oorspronkelijk in hoofdzaak bedoeld om via een vaart de vijvers van het hof te Honselersdijk van vers water te voorzien. Toch hoort hij bij het verhaal van het dorp Maasdijk omdat Maasdijk in de Oranjepolder ligt. Deze polder wordt samen met een groot deel van het Westland droog gehouden door de Oranjesluis. Meer dan 400  jaar geleden heeft prins Frederik Hendrik van Oranje-Nassau (dezelfde prins die het paleis in Honselersdijk liet bouwen) de Oranjepolder aangelegd. Hij had heel veel grond in het Westland maar hij wilde nog meer land hebben. Hij liet dijken aanleggen rondom een stuk drassige oever langs de Maas en plaatste een molen om het water binnen de dijken weg te pompen en toen had hij een eigen polder: de Oranjepolder. Hij liet strakke rechte wegen aanleggen en 8 grote boerderijen bouwen.

Een pracht juweeltje.
In de middeleeuwen was de Maasdijk een vissersgehucht. Het gebied wat behoorde tot de “s-Gravenzandse buitengorzen, werd bedijkt in 1238. Vanaf de Noldijk bij Maasland tot de Kapittelduinen bij “s-Gravenzande werd een dijk aangelegd. Gravin Machteld en haar zoon Willem hebben de aanleg van deze dijk, meestal Maasdijk genoemd, met eigen middelen bekostigd. De bewoners waren verplicht om ieder vijftig roeden (grond) van de zeedijk te onderhouden. In 1676 is in opdracht van het Hoogheemraadschap van Delflanden op kosten van Willem III van Oranje, de sluis gebouwd. De sluis was eerst nog nodig voor zoetwaterinlaat voor de tuinen van het fraaie landgoed Honselaarsdijk, eigendom van Willem III. Maar al snel bleek het water te zout en te brak, waardoor de planten langzaam afstierven. Toen het Amersgat uitgediept werd en de vaarten gereinigd waren, werd de sluis later ook gebruikt voor afwatering. Vanaf 1888 is de sluis alleen nog gebruikt voor wateruitlaat. Het Oranjekanaal loopt van de Oranje-binnensluis, in de volksmond (Oranjesluis ) genoemd naar het boezemgemaal Westland aan de Nieuwe Waterweg. De Oranje-binnensluis ligt direct aan de drukke verkeersader de Maasdijk. Het kanaal verzorgt onder meer de afvoer van boezemwater uit het Westland. De Oranjesluis met sluiswachterswoning een prachtig monument, waar we heel zuinig op moeten zijn.

Door:

 

 

Hieronder een aantal door mij in 2002 gemaakte luchtfoto's van de Oranjesluis.