Veel van onze verhalen komen uit:

 

.
Hieronder een aantal snelzoekers voor deze pagina:

 

Landstorm in Maasdijk in 1934 'trouw als een dijk'

Dorp aan de Maas, Maasdijk    Maasdijk in vervlogen jaren 

Sluiswachterswoning Maasdijk in oude ansichten  Luchtfoto's
.
 
Reactie van Aat de Vos 03-08-2003    Reactie van Peter Dillingh 30-08-2003 

Reactie van Wim Pontier 11-12-2003 
De Schoonste landelijke natuurtonelen

Buitengewoon vruchtbare grond, maar daarom zeer duur


.


Dorp aan de Maas, Maasdijk.

Fragment uit het boek: Uit de Geschiedenis van Het Westland, door J. G. de Ridder
uitgegeven in 1974 ISBN 90 233 03199

EEN VISSERSGEHUCHT WORDT TUINBOUW DORP.
Een oud dorp met een eigen karakter: dat is Maasdijk dat zich aan beide zijden van de grote dijk steeds meer uitbreidt, maar in het bijzonder in zuidelijke richting. Een dorp van voornamelijk tuinders en van mensen die bij de tuinbouw betrokken zijn is het nu.

Dit is het echter niet altijd geweest. In de Middeleeuwen trof men hier een vissersgehucht aan.

In 1238 zijn de ‘s-Gravenzandse buitengorzen bedijkt. Een dijk werd aangelegd vanaf de Noldijk bij Maasland tot de Kapittelduinen bij ‘s-Gravenzande. Gravin Machteld - ons reeds bekend uit de historie van ‘s-Gravenzande- en haar Zoon Willem hebben de aanleg van deze dijk, die meestal de Maasdijk genoemd werd, uit eigen middelen bekostigd.
Hierna zijn in deze omgeving nog grotere terreinen ingepolderd, vooral ten zuiden van ‘s-Gravenzande. Maar in de dertiende eeuw vormde de Maasdijk nog de enige bescherming tegen het water van de brede Maas.
Zoals reeds elders, bij voorbeeld bij Staelduinen, vestigden zich hier vissers die hier hun bedrijf gingen uitoefenen. Op en om de dijk ontstond een gehucht, waarvan in de achttiende eeuw nog bij afzanding resten van funderingen gevonden moeten zijn.
Het oudste deel van het huidige dorp Maasdijk werd gevormd door het Honderdland, gelegen tussen de oude Maasdijk en de later aangelegde nieuwe dijk langs de Maas.

Ui de reeds eerder genoemde ‘Enqueste ende Informacie’ uit 1494 blijkt, dat de visvangst toen op de achtergrond gekomen was. De ondervraagde dorpsbewoners, Vryes Gerritsz. (‘oudt 70 jaer’) en Cornelis Philipsz. (‘oudt 27 jaer off daeromtrent’) deelden namelijk dit bij onderzoek mee, dat de bewoners toen een zestigtal koeien bezaten en verder zich aan de landbouw wijdden (‘omme voorn ende ander zaet te sayen’), wat hun weinig voorspoed gaf. Oorlogen, zware belastingen, de dure tijd en muizenplagen waren de oorzaken geworden van hun armoede. Bij ondervraging, twintig jaar later gehouden, bleek het aantal ‘haertsteden’ nog maar twaalf te zijn (in vroeger jaren waren er negentien, ‘maer dat es lanck geleden’).

De toestand was er niet beter op geworden: personeel kon men niet meer houden. Landbouw en veeteelt waren toen eveneens hun voornaamste bronnen van inkomsten. Er was onder de bewoners maar één landeigenaar: Gerrit Janszoon die één morgen land bezat. Het overige land was bezit van het klooster ‘van der Lee’: het grootste deel van de honderd morgen die het ambacht groot was, namelijk 70 morgen. Verder bezat het Kapittel van Naaldwijk hier 8½ morgen ende zusters van St. Anna te Delft één morgen.

Dan hadden de bewoners ook nog de plicht, vijftig roeden van de zeedijk te onderhouden.
Het dorpje nam in de loop van de volgende eeuwen toe in grootte en betekenis.
De bevolking ging zich op de tuinbouw toeleggen. Na de aanleg van de Nieuwe Waterweg kwam hier méér levendigheid door de aanleg van een ertsoverslaghaven (Poortershaven) in het buitendijkse gebied. Hier kwam ook een halte van de treinverbinding van Rotterdam naar Hoek van Holland.

Toen op 1 januari 1914 een groot deel van de Gemeente ‘s-Gravenzande, namelijk Hoek van Holland, door Rotterdam werd geannexeerd, ging ook dit gebied aan de gemeente Rotterdam over.
Maasdijk heeft in de bezettingstijd veel geleden door afbraak en vernieling. Het Hervormde kerkgebouw bij de Oranjesluis en verschillende huizen zijn door de bezettende macht afgebroken. Het gevolg hiervan is geweest, dat de kern van het dorp zich in Zuid Oostelijke richting langs de Maasdijk heeft verplaatst.

De Maasdijkse tuinders brengen hun producten naar de veiling te Westerlee en leveren een niet geringe bijdrage aan de belangrijke omzetten van de veiling.
Wie een goede indruk wil hebben van de uitgebreidheid van dit tuinbouwgebied, moet eens op de dijk gaan staan en zijn blikken over het omliggende land laten gaan. Hij zal zich dan nauwelijks kunnen voorstellen, dat ééns hier een armelijk vissersgehucht het begin van dit nijvere dorp is geweest.

DE ORANJEPOLDER EN DE ORANJESLUIS.
In 1644 heeft stadhouder Frederik Hendrik de Oranjepolder laten bedijken, met welk een groot werk het voor die tijd niet geringe bedrag van honderdduizend gulden gemoeid was, Er werd een posthuis gebouwd -nu reeds lang verdwenen- dat goede diensten heeft bewezen voor het doorgeven van de briefwisseling tussen de Staten van Holland en de Nederlandse zeevloot. Tot 1920 is deze polder door de Dienst der Domeinen beheerd; sindsdien is de grond -die geheel verkaveld werd- het eigendom van particulieren geweest.
Voor rekening van het Hoogheemraadschap Delfland is in 1673 bij Maasdijk een sluis gemaakt die de Oranjesluis genoemd werd. De bedoeling van deze sluis was aanvankelijk om de vijvers bij het lustslot Honselaarsdijk -eigendom van Prins Willem II- van vers water te voorzien via een vaart naar Honselersdijk die in diezelfde tijd werd gegraven. Een groot succes was het niet: er kwamen al spoedig veel klachten over brak water in de vijvers, waardoor veel planten in de prinselijke oranjerie stierven.
Toen het Amersgat op diepte gebracht was en de vaarten gereinigd waren, diende de Oranjesluis ook voor afwatering. Maar het onderhoud van de sluis vereiste veel geld en de aanleg had er ook behoorlijk ingehakt. Het Hoogheemraadschap kon dit alles niet bekostigen. Het was bovendien van mening, dat de uitwatering ook van belang was voor het gebied dat onder het Hoogheemraadschap van Schieland ressorteerde. Delfland zond dan ook in 1675 een verzoek aan stadhouder Willem III, om Schieland in de hoge kosten te laten bijdragen. Op dit verzoek is nimmer een besluit genomen. Nog immer is de sluis een voorwerp van zorg voor Delfland. Het torengebouw staat er nog steeds en is één van de markantste gebouwen van het Westland.

SCHOLIEREN EN SCHOOLMEESTERS.
In de eerste helft van de vorige eeuw nog gingen de Maasdijkse kinderen in Naaldwijk ter school. Dat moet wel tot veel schoolverzuim geleid hebben, want de afstand die de kinderen dagelijks naar de Naaldwijkse school moesten afleggen was niet gering. En fietsen bestonden nog niet. Dus: lopen maar! Maar het duurde nog tot 1858, eer pogingen in het werk werden gesteld, in Maasdijk een eigen school te krijgen; tweeëntwintig ouders zetten hun handtekening onder en adres aan het gemeentebestuur, in welk stuk de moeilijkheden werden geschetst. Hun initiatief had een gunstig resultaat en reeds in 1861 kon een Openbare school aan de dijk worden geopend. De school met de woning voor de hoofdonderwijzer vereiste een bedrag van Fl. 7.560,–. Een mooie klok werd aan de voorgevel van het gebouwtje aangebracht: een gewaardeerd geschenk van Jhr. J. W. Van Loon die in de Oranjepolder grond bezat.
Het eerste hoofd van de Maasdijkse school deed zijn intrede; het was de heer Mozes Broekhuizen. Hij kon zich verheugen in een jaarwedde van vijfhonderd gulden en had dan ook nog vrij wonen. Maar, er waren ook nog extra-inkomsten, want de kinderen moesten schoolgeld betalen: de kleine kinderen drie gulden per jaar en de grotere vijf gulden. Bovendien leverde de avondschool drie cent per avond per leerling op; waren er méér dan veertig leerlingen, dan bedroeg het schoolgeld maar anderhalve cent per kind. In 1867 nam de heer Broekhuizen een jeugdige kwekeling in opleiding, het was de dertienjarige Cornelis Westmaas die wij, daar hij in Het Westland langdurig werkzaam is geweest, hier willen noemen. De jongeman ontving vijftig gulden per jaar. Later was hij onderwijzer te Honselersdijk, Arnhem en Loosduinen werkzaam, arbeidde van 1879 tot 1892 in Naaldwijk en keerde in 1892 in Maasdijk terug, maar nu als hoofd van zijn oude schooltje. Twintig jaar later vertrok hij als hoofd naar Honselersdijk, waar hij nog negen jaar werkzaam was to zijn pensionering in 1921. Westmaas overleed op 10 februari 1950 op 96-jarige leeftijd.

En dan zei men nog wel, dat kinderasempjes niet gezond waren!
Op 2 maart 1917 werd een afdeling Maasdijk van de Vereniging voor Volksonderwijs opgericht onder voorzitterschap van de heer J. Visser; het toenmalige hoofd van de Openbare school, de heer J. Slot, werd secretaris en verder werden tot bestuursleden gekozen de heren E. Middelburg (penningmeester), J. Sonneveld en J. Van der Hout.
Ook voor Openbaar kleuteronderwijs werd gezorgd: in 1948 werd een Vereniging voor Neutraal Kleuteronderwijs opgericht. In het gebouw ‘Concordia’ werd jaren lang onderwijs gegeven, tot in 1973 een moderne kleuterschool aan de Prinsenlaan geopend kon worden. In 1899 werd in Maasdijk een Christelijk Nationale school gesticht. Aanvankelijk beschikte men over een houten gebouwtje van de Vereniging tot Verbreiding van de Waarheid, maar reeds in 1900 werd een definitief gebouw in gebruik genomen, dat aan de noordzijde van de dijk was gebouwd. Het hoofd van deze school, de heer J. P. van Eeden, had inde eerste jaren het gehele onderwijs voor zijn rekening. In 1925 kwam een uitbreiding van het gebouw tot stand; de kosten van de drie nieuwe leslokalen bedroegen Fl. 24.895,–.

Maar op den duur bleek de ligging van het schoolgebouw niet gunstig te zijn: immers, het grootste deel van de uitbreiding van het dorp ontstond aan de andere kant van de dijk, wat door de gevaren bij het oversteken van de steeds drukker wordende Maasdijk een oorzaak van veel angst bij de ouders was. In 1971 kon aan de De Ruyterstraat aan de andere zijde van de dijk een nieuw scholencomplex in gebruik worden genomen en nam men afscheid van de oude school. De nieuwe school ontving de veelzeggende naam ‘De Wegwijzer’. Naast deze basisschool werd een kleuterschool gebouwd. ‘De Paddestoel’ geheten. De totale bouwkosten van de school bedroegen Fl. 930.189,20 Maar nóg een Protestantse school werd in Maasdijk geopend: de Hervormde Schoolvereniging, opgericht in 1924, liet in de omgeving van de Oranjesluis een schoolgebouw bouwen. Hier stond ook de toenmalige Hervormde kerk. Dit schoolgebouw heeft tot in de bezettingstijd dienst gedaan. Maar de bezettende macht liet hier kerk en huizen afbreken en het schoolgebouw liep zoveel schade op, dat het onbruikbaar was geworden. Ter vervanging hiervan werd na de oorlog aan de Korte Kruisweg een semi-permanent gebouw in gebruik genomen, welk gebouw in 1949 met een permanent gedeelte werd uitgebreid. Tenslotte dient nog vermeld te worden, dat de Rooms-katholieken in 1971 een basisschool stichtten.

KERKELIJK LEVEN.
Er staan weinig oude, uit architectonisch opzicht waardevolle gebouwen in het dorp Maasdijk; wij noemden reeds het torengebouw van de Oranjesluis en voorts zou een klein aantal oude boeren- of tuindershuizen onder die categorie vallen. Het oude kerkgebouw van de Gereformeerde Kerk dat in 1905 aan de noordzijde van de dijk werd gebouwd kan zeker niet tot die groep gerekend worden. Toch willen wij hierover iets zeggen, daar deze kerkelijke gemeente een niet onbelangrijke rol in het dorpsleven heeft gespeeld.
Behoorden de Maasdijkse Gereformeerden voorheen grotendeels tot de kerkelijke gemeente van De Lier, op 3 juli 1904 stichtten zij een zelfstandige gemeente, bouwden deze kerk (vlakbij de oude Christelijke school) en ontvingen in 1906 in ds. A. Schippers een eigen predikant. In 1927 moest het kerkgebouw uitgebreid worden; het aantal zitplaatsen (180) werd vermeerderd tot 440. Het moet in Maasdijk goed wonen en werken zijn geweest; althans dat zou men kunnen concluderen uit de langdurige ambtsperiode van ds. Schippers' opvolger: ds. W. S. Pontier die zich uitstrekte van 1915 tot 1953. Maar ook voor dit kerkgebouw begon de ongunstige ligging aan deze zijde van de dijk steeds groter bezwaren op te leveren; bovendien was een uitbreiding van dit gebouw in verband met de snelle groei van de gemeente noodzakelijk, maar - gezien de toestand van het gebouwen de weinige voor uitbreiding beschikbare ruimte - achtte men het beter, naar een andere behuizing om te zien. Aan de overzijde van de dijk werd dan ook een nieuw - zeer fraai - bedehuis gebouwd onder architectuur van de heer H. J. de Heyer uit Scheveningen. De toenmalige predikant, ds. W. Visscher, metselde op 10 oktober 1966 een Frans marmeren hoeksteen in de kerkmuur. De steen droeg als opschrift:  

TERWIJL CHRISTUS JEZUS
ZELF DE HOEKSTEEN IS
EF. 2 : 20B

DEZE STEEN WERD
GELEGD DOOR
DS. W. VISSCHER
10 OKTOBER 1966
.

Dit nieuwe gebouw kon op 26 oktober 1967 in gebruik worden genomen.
De Hervormde gemeente van Maasdijk, aanvankelijk onder de naam 'Evangelisatie', bezat bij de Oranjesluis een bedehuis. Moeilijke dagen heeft deze gemeente doorgemaakt in de bezettingstijd. Kerk en pastorie werden afgebroken. De predikant, ds. J. Kwast (die van 1944 tot 1947 in Maasdijk stond) moest zijn werk onder de moeilijkste omstandigheden verrichten; verschillende gemeenteleden, in de omgeving van de Oranjesluis woonachtig, werden elders ondergebracht en de predikant bewoonde zelf een paar kamers in een boerderij onder Maasland. Tien jaar lang heeft deze gemeente onderdak gevonden in het kerkgebouw van de Gereformeerden.
Acties werden gehouden om gelden bijeen te brengen voor de stichting van een nieuw eigen kerkgebouw; het resultaat was een zeer fraai zeshoekig bedehuis met een verenigingsgebouw, 'De Vluchtheuvel', aan de Willem de Zwijgerlaan. De Vrijzinnig Hervormden van Maasdijk richtten op 3 december J923 met aanvankelijk 36 leden een vereniging op en hielden één maal per maand diensten in de Openbare school, spoedig daarna twee maal per maand en vervolgens regelmatig iedere zondag. Ds. J. P. de Graaf uit Naaldwijk verzorgde het catechetisch onderwijs, later de eerste voorganger, de heer J. B. Schouwink. Er werd een actie gehouden om te komen tot de bouw van een eigen vergader gelegenheid en op 16 november 1927 kon het gebouw 'Concordia' door ds. Junod van Wassenaar in gebruik worden genomen. Hoewel Maasdijk van oudsher een voornamelijk Protestantse bevolking had, nam het aantal Rooms-katholieken de laatste tien- tallen jaren zódanig toe, dat het bisdom Rotterdam besloot, hier kerkdiensten te doen houden. Een houten noodkerkje - voorheen in gebruik geweest bij de Gereformeerde Kerk van 's-Gravenhage-Loosduinen - werd naar Maasdijk overgeplaatst en vond op het Prinses Marianneplein een plekje. Het noodgebouw werd in 1963 in gebruik genomen.


Hieronder een aantal foto's uit: "Maasdijk in oude ansichten deel 2" met hartelijke dank aan Tonny van Leeuwen die dit boekje afstond en voor de bijbehorende foto's anno 2002 maakte!
 

 

 

  

  

   

  

   

  

   

  

Hieronder een aantal foto's en/of ansichten die we toegestuurd kregen.

 

Deze schitterende ansicht ontvingen we van Dhr. Peter Dillingh, waarvoor onze dank!
Deze schitterende ansicht ontvingen we van Dhr. Peter Dillingh, waarvoor onze dank!


Maasdijk in vervlogen jaren.

door: Koos van Leeuwen
uit: Westlandsche Courant

Bij vrijwel niemand sprak Maasdijk als Westlandse plaats voor 1900 op enigerlei wijze tot de verbeelding, slechts verspreid stonden hier en daar wat woningen. Het mocht allemaal geen naam hebben, van een echte dorpskern was geen sprake. De bewoners, voor het merendeel agrariërs, beoefenden hun beroep in de langs de dijk gelegen landerijen. Een aanzienlijk deel ervan woonde ook in de onmiddellijke nabijheid van die dijk, een enkeling in het achterland. De onstuimige ontwikkeling van de (glas) tuinbouw aan het eind van de negentiende eeuw bleek een impuls te zijn om van het nietszeggende buurtschap een levendig en welvarend dorp te maken.

Een dorp dat mede dankzij de vrij recent gerealiseerde- én in gang gezette woningbouwprojecten, qua uitstraling inmiddels kan wedijveren met alle andere Westlandse dorpen. Mensen die zelden of nooit Maasdijk met een bezoek vereren kunnen zich nauwelijks een beeld vormen van hetgeen er de laatste jaren achter de wat oudere woningen tot stand is gekomen. Een groots opgezet nieuwe woonwijk overtreft bijna de woonkern die ruim een eeuw geleden voorzichtig gestalte kreeg. In het dorpje Maasdijk waren honderd jaar geleden zo weinig mensen woonachtig dat ook het voorzieningenniveau op een laag pitje stond. Logisch dat een eigen kerkgebouw wel gewenst, aanvankelijk de burgers niet ter beschikking stond. Zij die in de buurt van de Maasdijk waren gehuisvest, bezochten als regel de bedehuizen te De Lier; 's-Gravenzande of in mindere mate Naaldwijk.

De omstreeks de voorlaatste eeuwwisseling ingezette groei van Maasdijk was ervoor verantwoordelijk dat al in het prille begin van de twintigste eeuw zowel een openbare- als christelijke school en een gereformeerde kerk langs de dijk in gebruik waren genomen. De grondaankoop voor laatstgenoemd gebouw vond in 1904 plaats, terwijl de bouw van de kerk in het vroege voorjaar van 1905 ter hand werd genomen. De fraaie kerk kwam tot stand naar een ontwerp van architect A. Luijendijk uit Maassluis, terwijl de bouw werd uitgevoerd door diens plaatsgenoot aannemer Poortman. Vanaf het begin werd ernaar gestreefd om vóór de feestdagen van 1905 in een eigen godshuis te kunnen kerken. Dat de groep verantwoordelijken in die opzet is geslaagd, blijkt uit het feit dat Maasdijks eerste kerkgebouw precies één week voor kerstmis 1905 in gebruik kon worden genomen. De officiële ceremonie rondom die opening vond plaats tijdens een plechtige dienst die werd geleid door dominee B. l. Heeres (geen Heers zoals sommige bronnen vermelden) uit het naburige De Lier. Blijkbaar was dominee Heeres een honkvaste herder want aan het eind van de Eerste Wereldoorlog duikt zijn naam nog steeds als zodanig op in De Lier.

Dat we met de hier geplaatste opname het oudste kerkgebouwen pastorie van het nog kleine Maasdijk in beeld hebben, is buiten kijf. Of het ook de oudste in omloop gebrachte foto van de kerk is, daarop kan geen volmondig ja worden gezegd. De vrij grote menigte voor het kerkgebouw geeft mijns inziens reden om aan te nemen dat de opname best eens kort na de ingebruikname kan zijn gemaakt. Het is zelfs niet uitgesloten dat de omvangrijke groep zich na afloop van de openingsceremonie heeft laten vereeuwigen. Zulks wordt nog eens gevoed door de constatering dat diverse notabelen van toen bereid waren voor de fotograaf te verschijnen. Slechts het feit dat eerdergenoemde dominee Heeres op de kiek ontbreekt, brengt dat vermoeden aan het wankelen. Wel liet de eerste herder van de Maasdijkse gereformeerde gemeente, te weten dominee A. Schippers, zich verleiden om op eerbiedige afstand van de fotograaf te poseren. We zien hem, los van het grote peloton, uiterst rechts in gezelschap van zijn echtgenote W. Schippers- de Kruiter. Alle familienamen van de aanwezigen achterhalen bleek een schier onmogelijke opgave te zijn.

Dat kan ook niet met een plaatje dat de honderd jaren binnen afzienbare tijd bereikt. Wat personen ter rechterzijde, de meest duidelijke, konden evenwel voor een deel worden geïdentificeerd. De twee dames in het zwart naast het domineesechtpaar nog gehuld in de oude Zuid-Hollandse klederdracht (met kapje), schijnen twee mevrouwtjes Van Lenteren te zijn. Vervolgens krijgen we Neeltje van der Houwen en Marie van Buuren in beeld. Als laatste "zekeren" kunnen het hoofd van de school met de bijbel A. van Eden en diens echtgenote J. van Eden-Willemse worden genoemd. Als mijn informatiebron het bij het rechte eind heeft gehad, is dat het wat klein uitgevallen echtpaar rechts achter de brug (leuning).

Jammer dat het daarna een schimmenspel met veel vraagtekens wordt, een reden om me niet op te glad ijs te begeven. Misschien zijn er vanuit de overlevering nog wat meer namen bekend, ik hou me aanbevolen. Elke medaille heeft een keerzijde, ook de voorspoedige groei van Maasdijk ontkwam er niet aan. Het groter aantal kerkgangers resulteerde omstreeks 1920/25 in een tekort aan zitplaatsen. De kerkelijke gemeente was vooralsnog niet bij machte om het kerkgebouw te vergroten, niet in het minst omdat er nogal wat financiën mee waren gemoeid. In 1927 was de tijd rijp om een flinke vleugel, links van de bestaande kerk, aan te bouwen. Die bouw vond ongeveer plaats op de locatie waar eens de Maasdijkertjes de eerste beginselen ,van het onderwijs kregen bijgebracht.

De voor die tijd kapitale uitbreiding was niet alleen een opluchting voor toenmalig dominee S. Pontier en zijn kerkenraad, maar vooral voor de regelmatige kerkgangers. Zij zullen het vast nier erg hebben gevonden dat er voortaan door iedereen in de kerk weer een zittende houding kon worden aangenomen. Werd eerder dominee Heeres als een honkvaste herder in De Lier omschreven, met dominee Pontier drijft een naam naar boven waarvan hetzelfde kan worden vermeld. Hij heeft zich jarenlang ingezet voor het wel en wee van zijn Maasdijkse kudde. Als zodanig drukte hij vooral zijn stempel op de periode tussen de twee wereldoorlogen van de twintigste eeuw. Dat de hier afgebeelde kerk aan het eind van de zestiger jaren werd afgestoten, ligt menig dorpeling nog vers in het geheugen. Toen men het eerste- zo dierbare godshuis te Maasdijk voorgoed verliet, werd hier en daar een traantje weggepinkt. Inmiddels heeft de tijd die wonden geheeld en is het kerkgebouw aan de Prinsenlaan al weer vele jaren een belangrijke ontmoetingsplaats in het leven van de Maasdijkers...


Gereformeerde kerk aan de Maasdijk. Foto ontvangen van: Peter Dillingh
Klik op de afbeelding om hem groter te zien.
Peter Dillingh heel hartelijk dank voor deze foto! hieronder de reactie van Peter:

Geachte heer en mevrouw Koppenol,

Naar aanleiding van de vraag op uw pagina over Maasdijk zend ik u hierbij een scan van de betreffende prentbriefkaart. Wat de datering betreft: bij de ingebruikneming kan het niet zijn, gezien de aanwezigheid van ds. A. Schippers (die op 20 mei 1906 intrede deed) en gezien de bladeren aan de bomen; zelf heb ik een exemplaar dat verzonden is op 3 augustus 1907.

Met vriendelijke groet,

Peter Dillingh


Reactie van Aat de Vos.

Beste Heer Koppenol,

Via mijn Broer ben ik aan uw website gekomen. Mijn broer(tje) is net als ik reeds gepensioneerd en is de genealogie van de familie in gedoken. Ons verleden ligt aan de Maasdijk vandaar ik uw website (Maasdijk) met heel veel interesse heb bekeken en gelezen. Niet alle schooljaren heb ik volbracht aan de Maasdijk maar in de omschrijving miste ik toch een school en met name de Oranje school aan de Korte-Kruisweg. Deze school was verbonden aan de Hervormde (ronde) Kerk die in de 50er jaren daar is gebouwd. De toenmalige dominee was dhr. A. Pontier. Hij woonde toen in het oude postkantoor bij de Verkadestraat. De huidige pastorie tegenover de kerk is van iets latere datum en het oude postkantoor is later café (Felix de Groot) geworden.
Het café bestaat nu nog, is alleen verplaatst naar de Oranjesluis (Café-Rust-Wat).
Tevens te vermelden dat de school bij de Oranjesluis in de 50er jaren conservenfabriek is geweest. De bedrijfsleider in die jaren was dhr. A. Laterveer, was van oorsprong geen Maasdijker.

Ik hoop U hiermee van dienst te zijn geweest.
En veel succes met Uw prachtige website.

Met vriendelijke groet,

Aat de Vos
Naaldwijk.
3 augustus 2003
aajovo@kabelfoon.nl


Reactie van Wim Pontier

Geachte heer Koppenol,

Bij toeval ben ik op uw site over Maasdijk terecht gekomen. Ik ga de tekst nog eens met belangstelling lezen. Onderin staat een reactie van de heer Aat de Vos uit Naaldwijk, maar daar lees ik iets dat niet klopt. De heer De Vos schrijft dat "de toenmalige dominee dhr A. Pontier was die in het oude postkantoor aan de Verkadestraat woonde".

Dat is niet juist en ik kan het weten want A. J. Pontier was mijn vader. Wij woonden inderdaad in het oude postkantoor bij de Verkadestraat van 1960 tot 1980. Maar mijn vader was binnenhuis architect. Zijn vader, mijn grootvader, W. S. Pontier, is lange tijd predikant geweest in Maasdijk. Hij woonde in de pastorie naast de oude gereformeerde kerk. In 1954 ging hij met emeritaat en ging hij wonen in Honselersdijk aan de Molenlaan.

Met vriendelijke groet,

Wim Pontier
11 december 2003

ds. W. S. Pontier met zijn kleinzoon Wim Pontier, schrijver van de bijgaande reactie, klik op de foto om hem groter te zien. Foto van Wim Pontier
ds. W. S. Pontier met zijn kleinzoon Wim Pontier, schrijver van de bijgaande reactie,
klik op de foto om hem groter te zien.
Foto van Wim Pontier

 

Sluiswachterswoning aan de Maasdijk

Uit: WestlandToen
Editie: jaargang 4 januari 2018
Door: Clemens Soszna

De Oranjesluis en het sluiswachterhuisje liggen feitelijk op 's-Gravenzands grondgebied, en zijn eigendom van het Hoogheemraadschap van Delfland. De Oranjesluis was oorspronkelijk in hoofdzaak bedoeld om via een vaart de vijvers van het hof te Honselersdijk van vers water te voorzien. Toch hoort hij bij het verhaal van het dorp Maasdijk omdat Maasdijk in de Oranjepolder ligt. Deze polder wordt samen met een groot deel van het Westland droog gehouden door de Oranjesluis. Meer dan 400  jaar geleden heeft prins Frederik Hendrik van Oranje-Nassau (dezelfde prins die het paleis in Honselersdijk liet bouwen) de Oranjepolder aangelegd. Hij had heel veel grond in het Westland maar hij wilde nog meer land hebben. Hij liet dijken aanleggen rondom een stuk drassige oever langs de Maas en plaatste een molen om het water binnen de dijken weg te pompen en toen had hij een eigen polder: de Oranjepolder. Hij liet strakke rechte wegen aanleggen en 8 grote boerderijen bouwen.

Een pracht juweeltje.
In de middeleeuwen was de Maasdijk een vissersgehucht. Het gebied wat behoorde tot de “s-Gravenzandse buitengorzen, werd bedijkt in 1238. Vanaf de Noldijk bij Maasland tot de Kapittelduinen bij “s-Gravenzande werd een dijk aangelegd. Gravin Machteld en haar zoon Willem hebben de aanleg van deze dijk, meestal Maasdijk genoemd, met eigen middelen bekostigd. De bewoners waren verplicht om ieder vijftig roeden (grond) van de zeedijk te onderhouden. In 1676 is in opdracht van het Hoogheemraadschap van Delflanden op kosten van Willem III van Oranje, de sluis gebouwd. De sluis was eerst nog nodig voor zoetwaterinlaat voor de tuinen van het fraaie landgoed Honselaarsdijk, eigendom van Willem III. Maar al snel bleek het water te zout en te brak, waardoor de planten langzaam afstierven. Toen het Amersgat uitgediept werd en de vaarten gereinigd waren, werd de sluis later ook gebruikt voor afwatering. Vanaf 1888 is de sluis alleen nog gebruikt voor wateruitlaat. Het Oranjekanaal loopt van de Oranje-binnensluis, in de volksmond (Oranjesluis ) genoemd naar het boezemgemaal Westland aan de Nieuwe Waterweg. De Oranje-binnensluis ligt direct aan de drukke verkeersader de Maasdijk. Het kanaal verzorgt onder meer de afvoer van boezemwater uit het Westland. De Oranjesluis met sluiswachterswoning een prachtig monument, waar we heel zuinig op moeten zijn.

Door:

 

 

Hieronder een aantal door mij in 2002 gemaakte luchtfoto's van de Oranjesluis.

 

 

 

Landstorm in Maasdijk in 1934 ‘trouw als de dijk!’

De dreiging van communisme en fascisme vanuit het buitenland wordt in de crisisjaren dertig in het Westland ook duidelijk gevoeld. In Maasdijk is - net als in veel andere plaatsen - een eigen afdeling van de Bijzondere Vrijwillige Landstorm opgericht. Een jonge afdeling, die in het voorjaar van 1934 voor de tweede maal bijeenkomt.

Door: Aad van Holstein
Uit: Ouder Westland
Datum van plaatsing: 15 mei 2004

Een voor een druppelen op de avond van donderdag 19 april 1934 de leden van de Bijzondere Vrijwillige Landstorm (B.V.L.) het zaaltje van gebouw Concordia in Maasdijk binnen.. Ze begroeten elkaar en praten nog wat onder het genot van een kopje koffie. Er zijn heel wat Maasdijkers op komen dagen. In eens kijkt iedereen even naar de ingang, Want er komt een illuster gezelschap binnen. niet zijn niet alleen burgemeester Elsen van Naaldwijk, wethouder Verhagen en het hoofd van de school Van den Berg, die arriveren, maar ze voeren in hun kielzog een ware sterrenhemel aan hoge militairen met zich mee. Onder anderen zien de aanwezigen luitenant-kolonel Pfaff, commandant van het Regiment Jagers en majoor Boots, commandant van Zuid-Holland West. Ook zijn er leiders bij van afdelingen van de Landstorm. zoals luitenant Capteijn, plaatsvervangend leider van Naaldwijk. Het wordt een echte B.V.L. avond, zoals er in Maasdijk al eerder een is gehouden en wel bij de oprichting.

Belangstelling
Het is duidelijk, burgemeester Elsen gaat deze avond leiden. Als iedereen op zijn plaats zit en de burgemeester achter het spreekgestoelte plaats neemt, wordt het stil en heet hij allen welkom. “Ondanks de lange werkdagen, die hier aan den Maasdijk reeds worden gemaakt ben ik toch voldaan over zoveel belangstelling. Dat stemt tot grote dankbaarheid", laat hij zijn toehoorders weten. De  burgemeester herinnert de Maasdijkers eraan, dat er over de inmiddels twintig jaar bestaande B.V.L. heel wat fabels de ronde doen. "Men ziet hem zo vaak als loutere vechtjassen aan", laat hij weten, “ maar zoals de Maasdijk in tijd van nood de zee' tegen zal houden, zo houdt de B.V.L. zo nodig de revolutie tegen. Alleen, het verschil is dat de Maasdijk moet wachten tot de zee bij hem is, terwijl de B.V.L. de revolutie tegemoet kan treden.”

De burgemeester wijst de leden van de B.V.L. erop dat in het buitenland nog dingen gebeuren, die - van de kant van Nederland gezien - ongewenst zijn. Hij wijst daarmee vooral op de ontwikkelingen in Duitsland, die door Nederland met zorg worden gevolgd. Hij heeft het met name over het dreigende gevaar van het fascisme dat een rustige groei van ons volk in de weg kan staan. “En de B.V.L. is er om het gezag te helpen handhaven", is een uitspraak, die met luid applaus wordt bevestigd. “In de B.V.L. is geen plaats voor fascisten”, voegt hij daaraan toe. “Zij vormen een groot gevaar voor de staat. Er is. wel iets goeds in het fascisme doch daarom kunnen we ons er nog niet mede verenigingen. Bovendien: het is geheel van buitenlandse makelij en dat hebben we hier niet nodig,”

Eerbied
Elsen prijst de regering 'die er mag zijn' en koningin Wilhelmina, waarvoor ‘eenieder met de diepste eerbied is bezield en aan wie we veel te danken hebben'. Hij herinnert aan het recente overlijden van koningin Emma, dat Nederland in al zijn schakeringen diep in de ziel heeft getroffen. Als hij dan tenslotte de hoop uitspreekt dat de afdeling Maasdijk van de B.V.L. als het moet ook paraat zal zijn en dat het vorstenhuis nog lang behouden moge blijven, staat iedereen op en zingt spontaan het Wilhelmus.
De Landstorm is sinds 1913 een onderdeel van het Nederlandse leger, waarin de oudste dienstplichtigen opgeroepen kunnen worden. Daar is in 1914 een vrijwillige component bijgekomen die overal in het land afdelingen heeft. In 1918 gaat het nog om zesduizend man, die op 13 november van dat jaar worden opgeroepen om vrijwillig onder de wapenen te komen. Het is de bedoeling om in Den Haag en Rotterdam de op het punt van uitbreken staande revolutie te keren. Even Lijkt het er daarna op, dat de Landstorm beweging voorbij is. Maar het is dr. Colijn die opwekt er een blijvende  organisatie van te maken, waardoor er al gauw in meer dan duizend plaatsen in Nederland een B.V.L. met een plaatselijke commissie bestaan. Een jaar later is het aantal vrijwilligers gestegen tot meer dan veertigduizend. De eerste officiële mobilisatie van de B.V.L. is in maart 1920 als in de Achterhoek, bij 's-Heerenberg een inval van Duitse Spartacisten gevreesd wordt.

Tronen
Op dat moment is de Reichswehr in Wesel in felle gevechten gewikkeld. Dat, maar ook het dreigende communisme vanuit Rusland is een reden om de B.V.L. in stand te houden. In het buitenland worden tal van tronen om ver gestoten. En dat willen de Nederlanders hier voorkomen. Vanzelfsprekend krijgt door dit alles de B.V.L. ook vanuit het Westland grote steun en worden er in de diverse gemeenten afdelingen opgericht. De Maasdijkers zijn - net als de inmiddels 80.000 andere vrijwilligers - bereid om als het nijpt, zich geheel ter beschikking te stellen van de regering. In een toespraak op deze avond in Maasdijk zegt kapitein Boulogne dat het eigenaardig is, dat in een niet-militaristisch land, zo'n uitstekend instituut bestaat. Hij wijst op de machtsovername van Mussolini in Italië en Hitler in Duitsland. Daar is het wettig gezag van zijn plaats gestoten. Het is majoor Pfaff die vervolgens de brevetten voor scherpshutter uitreikt, waarbij hij nog even benadrukt dat het voor landstormers van belang is om aan schietoefeningen te blijven meedoen. En dan komt aan het slot van de avond het klapstuk. De burgemeester kondigt aan dat de afdeling Maasdijk in het bezit gesteld wordt van een eigen vaandel. Met luid gejuich en applaus wordt dit begroet. En in dat vaandel, zegt hij, zullen we zetten: 'Trouw als de dijk'.


Gebouw Concordia in Maasdijk, waar de Landstormers in 1934 bijeenkwamen
Foto: van internet

 

Maasdijk

‘De Schoonste landelijke natuurtonelen’


Oranjesluis, detail luchtfoto van Leendert W. Koppenol 2002

Uit: Ouder Westland
Door: Aad van Holstein
Plaatsing: 03-08-2002

 

In 1858 verscheen er bij een uitgeverij in Gouda het boek Het Koningrijk der Nederlanden'. Het werk bevat 807 pagina's met een gedetailleerde beschrijving van onder meer het Westland zoals het er uitzag midden negentiende eeuw. Vandaag de eerste citaten.

WESTLAND
Een uur Z.W. van Loosduinen ligt het oude, maar schone dorp Monster, met zijnen land- en tuinbouw, zijn lommerrijk geboomte en zijne fraaie landgoederen". Zo begint ]. L. Terwen - zo'n 150 jaar geleden, een unieke beschrijving van het Westland. Het staat vermeld in het boek 'Koningrijk der Nederlanden, voorgesteld in ene reeks van naar de natuur getekende schilderachtige gezichten' en beschreven door de auteur naar aantekeningen die hij al wandelend door het land in de jaren voor 1858 moet hebben gemaakt. Of hij dat echt allemaal heeft afgelopen en of hij daarbij al of niet vergezeld is van tekenaar Faltz, die zijn boek ook werkelijk met fraaie prenten heeft geïllustreerd, is niet bekend. Zeker is dat deze tekenaar er niet bij is als Terwen onze streek aandoet. Er is namelijk helaas geen enkel 'schilderachtig gezicht' van zijn hand over deze streek in het boek te vinden. In gedachten zien we de man rustig wandelend de weg inslaan van Loosduinen naar Monster, wellicht met een rugzak om, waarin hij zijn aantekenboek als kostbaar kleinood bij zich draagt.

Daarin staan allerlei notities over dingen die hij om zich heen ziet, maar ook van zaken waar hij zich kennelijk ter plekke door deskundigen over laat voorlichten. Meestal 'ten gemeentehuize'. In deze en volgende afleveringen van Ouder Westland lopen wij met hem mee, om zo te proberen - door wat zijn ogen zagen en oren hoorden – een beeld te schetsen van het Westland uit het midden van de negentiende eeuw. Want wie is er niet benieuwd naar hoe dat er toen heeft uitgezien? In de kom van het dorp Monster aangekomen ziet Terwen meteen het 'vrij goede' gemeentehuis staan vlak naast de 'zeer oude en bezienswaardige' Nederlands Hervormde kerk. “Zij bestaat uit twee nevens elkander gebouwde daken en heeft twee rijen pilaren, een goed orgel en de begraafplaats van J. van Wassenaar en Catharina van Brederode, heer en vrouw van Polanen. Aan het einde van het koor ziet men een wit marmeren gedenkteken van den zeeheld Pieterson, met nog een ander van blauwen steen voor enen zijner afstammelingen", Het valt Terwen op, dat de toren tamelijk hoog is, vierkant, zeer zwaar en oud, En het kerkhof vindt hij 'zeer bevallig aangelegd.

De R.K. Kerk, die in 1791 is gesticht, staat dan nog buiten het dorp. Terwen voegt daar aan toe, dat de kerk gezocht moet worden in de richting van Poeldijk, dat samen met het volgens hem niet onbelangrijke Quints-Heul tot de gemeente Monster behoort. Terwen beschrijft het kerkdorp Poeldijk wel, maar is er vast niet heen gewandeld. Hij heeft kennelijk het een en ander in het gemeentehuis gehoord, hetgeen blijkt uit het citaat: “Dit Poeldijk is geheel door tuinen en schone wijngaarden omgeven, wel bebouwd en goed bestraat en wordt reeds in 1198 gemeld". De ruim 800 inwoners (Monster zelf telt in die tijd 1100 inwoners) zijn bijna allen katholiek en hebben er een in 1715 en in 1780 vergrote kerk, "die misschien de fraaiste R.K. kerk van heel Holland is", beweert Terwen, hetgeen de Poeldijkers van toen - als ze het boek al hebben gelezen - beslist moet hebben goedgedaan, Rondwandelend door de omgeving ontdekt Terwen 'vlak aan zee het arme vissersdorpje Ter Heijde'. “Oudtijds een welvarend dorp, dat veel verder westwaarts lag, maar door hoge vloeden en overstromingen der zee bijna geheel verzwolgen is".

Terwen ziet met eigen ogen dat de duinen er grotendeels zijn weggeslagen. Hij kan daar niet uit anders concluderen dan dat hier grote maatregelen genomen moeten worden om geheel Delfland voor de ondergang te behoeden. In 2002 zal het gevaar van de zee nog steeds actueel zijn, ondanks de intussen inderdaad genomen maatregelen. Terwen merkt ook dat de visserij van Ter Heijde van weinig belang meer is. En de Nederlands Hervormde kerk die er staat is, zo schrijft hij, alweer de derde na het vergaat van beide eerste kerken. "Voor dit dorp was het dat op 10 augustus 1653 de vermaarde zeeslag werd geleverd, waarin de grote M. H. Tromp sneuvelde". Als Terwen later doorwandelt in zuidelijke richting, komt hij - 'een halfuur Z. van Monster' – terecht in 'het merkwaardige dorp 's-Gravenzande'. "Vroeger ene deftige bemuurde stad, met poorten en ene haven in de Maas, die door verloop van tijd in land is veranderd". "Vóór dat Koning Willem het Hofpaleis te 's Hage bouwde was het de gewone verblijfplaats der graven, gelijk nog uit sommige namen blijkt, en ook na dien tijd bleef het Hof alhier nog lang in stand; wanneer dit hof vernield, of wanneer het dorp gesticht is, is geheel onzeker". Terwen is tamelijk lyrisch over wat hij in 's-Gravenzande aantreft. “Het tegenwoordig nog aanzienlijke dorp ligt te midden van de schoonste landelijke natuurtonelen, bevat ruim 1.300 inwoners en bestaat voornamelijk uit ene brede straat, zeer goed geplaveid aan weerszijden bebouwd en met bomen beplant. Bijna aan het einde dier straat staat de Hervormde kerk, bij een ruim plein, waarop enige rijen bomen staan, waar langs ene vaart loopt en dat het Marktplein genoemd wordt. Op dat plein vindt men het antieke Gemeentehuis, thans nog door de bewoners het Stadhuis genoemd".

Baken
De kerk, die Terwen ziet staan, is niet de oorspronkelijke kerk van 's-Gravenzande. Hij verneemt van de 's-Gravenzanders hem, dat er voorheen een “overoude, zeer ruime en schone kerk prijkte met enen zeer hogen fraaie toren, die tot baken in zee diende; maar op den 5 mei 1809 stortte deze toren in". Terwen vertelt verder, dat het landelijke 's-Gravenzande nog vele andere *merkwaardigheden en aanzienlijke buitenplaatsen' bezat, waarvan de namen alleen nog in die van boerderijen en tuinen zijn terug te vinden. Als hij ten zuiden van het dorp eer wandeling maakt, treft hij kennelijk daar tot zijn genoegen de beide vruchtbare polders van Zand-Ambacht aan. "Waarin heerlijke witte tarwe, uitmuntend vlas, ooit en aardappelen geteeld worden". Hij ziet, dat zij zich helemaal tot de Maas uitstrekken en eindigen 'in den Hoek van Holland'. “Men vindt daar zware zee werken, dewijl de duinen in deze streek bijna geheel weggeslagen zijn. Meer oostwaarts ligt nog ene woeste plek gronds met hoge duinen, Staalduinen genaamd, die echter weldra in vruchtbaar land veranderd zal zijn", zo profeteert Terwen. Hij heeft daar waarschijnlijk zijn licht op gestoken bij jhr. A. J. A. van Rijckevorsel, die van veel betekenis is geweest voor de ontwikkeling van dit gebied. “In het verlopen jaar toch heeft jhr. A. J. A. van Rijckevorsel hier ene grote sluis in den Maasdijk doen leggen, niet ver van de Oranjesluis, en een kanaal uit het duin doen graven, om bij de begonnen afgraving tot het vervoeren van zand te dienen". Na 's-Gravenzande vervolgt Terwen zijn tocht door het Westland en doet hij ook Naaldwijk aan, maar daarover meer in een volgende aflevering van Ouder Westland.

 

Naaldwijk

 

Buitengewoon vruchtbare grond, maar daarom zeer duur

Door: Aad van Holstein
Uit: Ouder Westland
Editie: 10-08-2002

 

In liet boek 'Het koninkrijk der Nederlanden' geeft J. L. Terwen een gedetailleerde beschrijving van het hele land, onder meer van het Westland zoals het er uitzag in de jaren vijftig van de negentiende eeuw. Vandaag wandelen we met hem mee van 's-Gravenzande naar Naaldwijk.

"Van 's-Gravenzande komt men langs enen fraaie grindweg voorbij de buitenplaats Ouwendijk in het beroemde dorp Naaldwijk, de hoofdplaats van het Westland, tweeëneenhalf uur Z.W. van 's-Hage en 2 uren W. van Delft". Immers ook al 150 jaar geleden voerde Naaldwijk de boventoon in onze streek.
Is J. L. Terwen zijn tocht van Den Haag via Monster en 's-Gravenzande naar Naaldwijk vervolgt, neemt hij de Naaldwijkseweg, die overgaat in de tot Naaldwijk behorende 's-Gravenzandseweg. In 1852 is dat blijkbaar nog een grindweg, maar wel 'enen fraaie grindweg' zoals hij dat omschrijft. Terwen heeft zich goed op de hoogte gesteld van wat hij in Naaldwijk om zich heen ziet: "Het dorp ligt op een zandige, vrij hogen grond en bevat met de onder horig heden ruim 3.600 inw., waarvan er ruim 1.700 in de kom wonen, en die voor het grootste deel van de tuinderij en den landbouw leven, zijnde de tuin gronden hier buitengewoon vruchtbaar en daarom ook zeer duur". Heel wat van die zeer dure grond is nu bebouwd, maar als Terwen er loopt, staan er nog 'ontzettend' grote hoeveelheden aardappelen, druiven, aalbessen, perziken, pruimen, abrikozen, appelen en peren, Hij heeft al gauw door dat de export naar Engeland voor deze streek 'een ware goudmijn' is. Terwen heeft in de archieven van Naaldwijk kennelijk gezocht naar het jaartal van de stichting van het dorp, maar is daar toch niet helemaal uitgekomen. "Naaldwijk wordt", zo schrijft hij, "het eerst in 1195 gemeld, maar” - zegt hij - "het is echter ontwijfelbaar zeker, dat het veel ouders is. Zelfs heeft men weleer tussen dit dorp en Monster een Romeinse grenspaal opgedolven, opgericht in 165 na C. ter ere van keizer Marcus Aurelius en van een opschrift voorzien, uit welk een en ander blijkt, dat deze streek reeds door de Romeinen bewoond was", Natuurlijk gaat Terwen ook in op de geschiedenis van de heren van Naaldwijk, die na de dertiende eeuw een niet onbelangrijke rol in de geschiedenis spelen en waarvan in de jaren vijftig van de negentiende eeuw nog veel meer terug te vinden is dan nu, Zij voerden de titel van maarschalk van Holland en stierven in 1600 uit. Onder hen is vooral Jan van Naaldwijk een van de laatste aanvoerders van de Hoekse partij en een groot krijgsoverste beroemd. Terwen vertelt over prins Frederik Hendrik, die de heerlijkheid in 1612 kocht waarna deze in 1732 weer in handen kwam van de koning van Pruisen, 22 jaar later kregen de Oranjes het geheel terug, waarna het in 1802 van prins Willem V werd overgenomen door het Bataafse Gemenebest.

Dorpsplein
In Naaldwijk beschrijft Terwen het dorpsplein. "De kom van het dorp wordt gevormd roor een groot ruim, met bomen beplant plein, van alle zijden door vrij goede gebouwen omringd. Daar staat het Raadhuis der gemeente, een vrij hoog, groot en antiek gebouw, met bezienswaardig hardsteenwerk in den gevel, en een wezenlijk sieraad van het dorpsplein; het heeft een klein torentje met ene bel. Voorts de sierlijke Herv. Kerk, een ruim, hecht en vooral van binnen fraai godshuis, dat alle kenmerken van hoge oudheid draagt. Zij is uitgebouwd met twee kruisdaken, rust op acht zware pilaren en heeft midden op het dak enen kleinen toren. Zij is 52,75 el lang en 28,5 el breed, bezit een uitmuntend fraai orgel, in 1831 ingewijd, en een schoon marmeren grafteken voor de familie van den heer A. Douglas, voormalig baljuw en scout van Naaldwijk. Het koor wordt door een fraai antiek koperen hek van het ruim afgesloten. “De grote toren van middelmatige hoogte" - Terwen heeft hem kennelijk niet nagemeten! - "heeft een goed uurwerk en 2 klokken, waarvan de grootste 5000 oude ponden weegt en in 1472 opgehangen is. Naast de kerk staat de in 1825 gebouwde, uitmuntend ingerichte dorpsschool, die door meer dan driehonderd leerlingen wordt bezocht". Wandelend rondom de kerk ontdekt Terwen het Heilige Geest Hofje, waar hij de synagoge aantreft, die in 1807 is ingericht en eigenlijk een oude kapel was, die vroeger tot tweede hervormde kerk heeft gediend. "Zij staat bij het Oude Mannenhuis, dat in 24 huisjes of woningen verdeeld is, waarin arme oude mannen en vrouwen onderhouden werden; dit werd na 1426 gesticht voor vijf mannen, doch door Frederik Hendrik tot op de tegenwoordige grote gebracht. De bewoners genieten er thans nog altijd kosteloos huisvesting", weet hij te vertellen. Ook beschrijft hij de R.K kerk, die eveneens in de kom van het dorp - en wel aan de Dijkweg - staat en in 1790 is gesticht en een zeer fraai gebouw wordt genoemd met een in 1828 gebouwde toren, waarin een uurwerk en twee klokken met een bijzonder schoon orgel. Al in de tijd dat Terwen door Naaldwijk wandelt is er niets meer over van de aanzienlijke riddersloten en buitenplaatsen 'als de Woert of Hooge Woert, de Lage Woert of Duiventoren, Patijnenburg, eenmaal het sieraad van het dorp, doch in 1799 geslecht'. Maar het dorp zal er aanzienlijk vriendelijker uit hebben gezien dan de nu verrezen nieuwe wijken en moderne glasopstanden doen vermoeden.

De 'eertijds vermaarde en aanzienlijke buurt Hondsholredijk – even ten N. van Naaldwijk' naderend heeft Terwen het eerst ook nog even over de Endeldijk, die hij als buitenplaats noemt, al is zij nog maar van geringe betekenis. Maar voor hij daar aankomt, geeft hij hoog op van wat 'sedert onheuglijke jaren met Naaldwijk  verenigd is geweest', De buurt dankt haar naam - zo vertelt Terwen verder aan het oude asteel Hunsel of Honsel. “Zij is misschien nog ouder dan Naaldwijk en bevat ruim duizend inwoners. In deze buurt staat een fraai gelegen logement, waarin vroeger het  departement der Maatschappij tot Nut van het Algemeen onder den naam van Departement der Westlandse dorpen, zijne vergaderingen hield. Hier stond mede vroeger het aanzienlijke Huis van Hondsholredijk, dat eerst door de Heeren van Hunsel, in de veertiende eeuw door die van Voorne en na 1337 door die van Naaldwijk bewoond werd. Het werd in 1612 door prins Frederik Hendrik gekocht, die het in 1629 geheel deed hervormen en tot ene alleraangenaamste vorstelijke verblijfplaats liet inrichten; het werd echter weinig door de prinsen bezocht". In 1795 werd het eerst tot nationaal eigendom verklaard, diende vervolgens tot staatsgevangenis en werd nog later als hospitaal en tot kweekschool voor de zeevaart benut. In 1814 werd het voor afbraak verkocht en twee jaren later grotendeels gesloopt. In een gedeelte van het overgebleven Hof, een langwerpig gebouw dat thans door burgerhuisgezinnen bewoond wordt, is - zo weet Terwen te vertellen - in 1830 de dorpsschool ondergebracht.


Het huis Honselersdijk
(gedeelte van de “stallen” links boven zijn voor een gedeelte nog behouden gebleven)


Foto genomen in 2002, de binnenkant van "Het Hofje", de voormalige “stallen”.

Wateringen
Allemaal interessante wetenswaardigheden, die hij in zijn dikke boek heeft opgetekend. Uitstekend geschikt voor rondreizende toeristen uit die tijd, maar niet zo handig voor een wandelaar. En wij veronderstellen toch, dat Terwen in ruim een uur van Naaldwijk naar Wateringen is gelopen, een - wat hij noemt- fraai en wel bebouwd dorp, aan een midden door het dorp lopende wetering, waarover veel bruggen liggen. Het heeft ruim 1.600 inwoners, die van tuinderij, landbouw en veenderij leven. Er is ook 1 scheepstimmerwerf, 2 koren- en 1 houtzaagmolen. Aan het grote, ruime met bomen beplante dorpsplein staat het in 1828 gestichte fraaie dorps of gemeentehuis en de Herv. Kerk die niet groot is, maar met enen prachtige predikstoel prijkt, afkomstig uit de vervallen kapel te Hondsholeredijk. De toren is tamelijk hoog, heeft ene omloop, ene achtkantige spits, een uurwerk en heldere klokken. De R.K. kerk is in 1807 gebouwd, maar te klein voorde gemeente. Er is ook een R.K. Armhuis. Het oude adellijke Huis van Wateringen is in 1573 afgebrand. Thans ligt nog op de plaats ene bouwmanswoning het Hof genaamd". Van dit dorp keren wij met Terwen van ons uitstapje in het Westland terug en begeven wij ons naar het 'bevallige Rijswijk'. In de volgende aflevering van Ouder Westland zal Terwen vanuit Delft wederom het Westland binnenwandelen, maar dan in de richting De Lier, Maasland en Maassluis.

Reacties op de artíkelenreeks 'Ouder Westland' zijn welkom via e-mail: holstext@tiscali.n|