Klik hieronder voor een aantal snelzoekers:

Winter van 1928-1929  Zwijgen uit lijfsbehoud tijdens de oorlog

Wijnbouw en druiventeelt 

 

 

 

Wijnbouw en druiventeelt

Uit: Groot Westland Westlands Museum / Buitenplaatsen
Plaatsing: Woensdag 2 Oktober 2019

In het Westland hebben in de periode 1600 - 1800 meer dan honderd buitenplaatsen gestaan. Kleine paleizen waar de stedelijke elite in de zomermaanden verbleef. In het Westlands Museum is op dit moment een tentoonstelling over die periode te zien. In Groot Westland besteden we door middel van deze rubriek aandacht aan deze tijd. Vandaag gaan we in op de wijnbouw en druiventeelt. In de Gouden Eeuw ontplooiden de Nederlanders, ondanks strenge winters, ongeschikte druivenrassen en goedkope wijnen van elders, wijnbouwactiviteiten op plaatsen waar je het minder zou verwachten: op buitenplaatsen. Het behoorde tot de vaardigheden van een goede buitenplaats bezitter om druivenstokken te kunnen verzorgen.

Buitenplaatsen
Met 'De Verstandige Hovenier', een boek dat voor het eerst in 1661 verscheen en enorm populair was in de Gouden Eeuw, had de eigenaar van een buitenplaats een handvat om zijn tuinen te onderhouden. Eén van de idealen van de rijke buitenplaats eigenaar was de zelfvoorziening; zelf zijn eigen groenten, Fruit en kruiden kweken, en daar met het gezin in de zomer van leven. Ook het onthalen van gasten op de buitenplaats en het samen eten en drinken van wat de eigen tuinen had voortgebracht, was een belangrijk thema. De kruiden uit de eigen tuin kwamen bovendien niet alleen op de eettafel terecht, maar ook in de huisapotheek.

Tot lust en plezier
Over de wijnbouw is de editie uit 1662 van 'De Verstandige Hovenier' heel duidelijk: in de Nederlanden heeft men in de zeventiende eeuw slechts een wijngaard 'tot lust en plezier'. Veel aandacht besteedt de auteur dan ook niet aan het onderhoud van de wijnstok en het maken van wijn. Daar waren tenslotte andere boekwerken voor: 'De wijnstok heeft een bijzondere behandeling nodig, daar kan wel een heel boek over geschreven worden, voor hen die in de wijnlanden de wijnstokken verbouwen en kweken. Maar in de Nederlanden heeft men een wijngaard slechts tot lust en plezier en is er niet zo veel te planten, graven. op binden, snijden, persen, tonnen zuiveren en klaren. Wij vinden het daarom onnodig dit alles te beschrijven, aangezien anderen daar hele boeken over geschreven hebben.'

Wijnkwaliteit en verjus
Wat voor wijn er van de druiven op de buitenplaatsen gemaakt werd, daar moeten we naar gissen. Van hoge kwaliteit zal hij niet geweest zijn. De druiven werden gewoonweg niet écht rijp in ons klimaat. En heel waarschijnlijk gebruikten wijnstokeigenaren de druiven helemaal niet voor wijn, maar voor heel andere doeleinden. Op zondagmiddag 6 oktober 2019 gaf historicus en vinoloog Mariëlla Beukers een lezing over de druiventeelt en de wijnbouw in de Gouden Eeuw. Ook ging zij in op de wijnen die in de Gouden Eeuw werden gedronken en waar die vandaan kwamen. Bovendien nam zij een aantal wijnen mee die de smaak van die wijnen illustreert. Een proeverij dus.


In de Gouden Eeuw ontplooíden de Nederlanders wijnbouw activiteiten Foto: (PR)

 

 

Zwijgen uit lijfsbehoud tijdens de oorlog

In het Historisch Archief Westland zijn maar weinig in het Westland verschijnende kranten te vinden, die in de Tweede Wereldoorlog bleven uitkomen. De Westlandsche Courant en De Westlander werden al in 1941 verboden. Alleen de Westlandsche Kerkbode is er als enige 'overlevende' te vinden, zij het wel met naamswijziging.'

Door: Aad van Holstein
Uit: Ouder Westland
Datum van plaatsing: 26 juni 2004

Het is wel even schrikken in de pastorie van dominee W.S. Pontier in Maasdijk als hij uitgever' Johan van Deventer uit *s-Gravenzande in het najaar van 1941 hoort zeggen dat nu ook de Westlandsche Kerkbode de kans loopt niet meer te mogen verschijnen. Niet omdat de bezetter zo ontevreden is over de inhoud, zoals hij dat over het weekblad De Westlander was, maar omdat er bijna geen papier meer is. Het is op 6 november 1941 dat de Westlandsche Kerkbode daarom een ingrijpende verandering aankondigt. Dit orgaan van de gereformeerde kerken van 's-Gravenzande, Naaldwijk, Honselersdijk, Maasdijk, De Lier en Wateringen krijgt van het rijksbureau voor de Grafische Industrie geen papier meer toegewezen voor de uitgave van de Westlandsche Kerkbode.

Dat gebeurt in opdracht van den Rijks Kommissaris voor het bezette Nederlandse gebied Seys lnquart zelf. Een maatregel, waardoor de ontheffing om nog wel papier uit voorraad te mogen verwerken voor de vervaardiging van deze uitgave met ingang van 1 oktober 1941 is komen te vervallen. Maar de redactie wil zich niet zomaar bij dit besluit neerleggen. “De lezers zullen begrijpen, dat de redactie en de uitgever gaarne de uitgave van onze Kerkbode willen voortzetten", meldt het blad dan ook optimistisch. Op maandag 3 november wordt in een spoedvergadering besloten dat de eindredacteur dominee Pontier samen met de uitgever een bezoek zullen brengen aan het bureau van de Commissie voor Persreorganisatie te Den Haag. Dat bezoek maakt in zoverre indruk op de autoriteiten dat het nummer, waarin dit allemaal vermeldt staat, nog mag verschijnen. In een verzoekschrift wordt daarna vergeefs geprobeerd de uitgave van de Kerkbode te redden.

Gebed
"Laten onze lezers ook deze zaak in het gebed voor God brengen. Tenslotte beslist Hij over het voorbestaan van alle christelijke actie, dus ook van onze Kerkbode ", doet de redigerende dominee de lezers nog een goede suggestie aan de hand. ”Mogelijk, dat de Heere, onze God op ons gebed nog een verrassende uitkomst heeft." Nou, die verrassende uitkomst komt er. En wel op vrijdag 21 november 1941 als ineens het nieuwe blad “Mededelingen” verschijnt. Dat is niet alleen een voortzetting van de Westlandsche Kerkbode, maar ook een blad dat bestemd is voor de gereformeerde kerken in Schipluiden, Maasland, Maassluis, Rozenburg en Vlaardingen. Als het enigszins kan, verschijnt dit blad eerst wekelijks, later zoveel mogelijk om de veertien dagen. Het is opvallend, dat in de Kerkbode noch in de Mededelingen met enig - laat staan kritisch - woord gerept wordt over de oorlog als zodanig. De redactie houdt zich angstvallig aan kerkelijke berichten en godsdienstige beschouwingen en zelfs na de lafhartige moord op de twee lidmaten van de Naaldwijkse gereformeerde kerk - Fulp Vincentinus Valstar (65), Kruisweg 13 en Dirk Voskamp (47), Dijkweg 87 op 31 augustus 1944 - wordt alleen twee keer sec melding gemaakt van hun overlijden. Ook over de moord op nog twee andere gemeenteleden is geen woord extra te lezen.

Mondjesmaat
Naarmate de oorlog op zijn einde loopt, komt er mondjesmaat wat meer los over de toestand in het Westland, die door het bouwen van de Germaanse kustverdediging compleet met ‘tankval' steeds grimmiger vormen gaat aannemen. In de Mededelingen van 14 april 1944 lezen we over ”S-Gravenzande: "Onze woonplaats kent ook de teekenen van dezen tijd. Diverse straten zijn grootendeels afgebroken, veel prachtig cultuurland is oorlogsgebied geworden. Wat zijn er al een menschen verhuisd of geëvacueerd. En zoo krijgen zeer velen op de een of andere wijze een zwaren last te dragen. Momenteel is de evacuatie in grooten omvang even afgelast, maar met de aanzegging dat binnen korten tijd er toch wel burgers moeten vertrekken. Wanneer? Wie? Hoe? En waarheen? Dat is nu nog onbekend. Zo blijft de spanninons leven beheerschen.”

Een groots aangekondigde jeugddienst in de gereformeerde kerk aan de Dijkweg in Naaldwijk op Pinkstermaandag, wordt maar matig bezocht. “De kerk was niet te klein", meldt het blad berustend. "Maar er zijn ook wettig verhinderden onder de afwezigen geweest." Op 22 september 1944 meldt ‘Mededeelingen dat dit door oorlogsomstandigheden voorlopig het laatste nummer is, waar na op 27 oktober de reeks toch weer wordt voortgezet. Het nummer van 24 november 1944 is niet bewaard gebleven. Volgens een met de hand geschreven mededeling is het 'zeer klein’ uitgekomen met de band gezet en gedrukt door Johan van Deventer'. “Het personeel was al door de vijand naar Duitsland vervoerd en in de week van 29 november bij een razzia ook weggevoerd of ondergedoken.” ln Monster - en daar niet alleen - blijkt eind december 1944 nog slechts een kleine voorraad brandstof over te zijn om de kerk te verwarmen. Die is gereserveerd voor de drie kerstdagen en twee dagen rond de jaarwisseling. “Misschien is er iemand in de gemeente, die kan helpen?”, schrijft het blad. Niet ten koste van de verwarming van de huiskamer. “Dan kunnen we nog beter een paar diensten in de kou zitten", aldus de commissie van beheer, die de oproep doet aan iemand die dat echt over heeft. Op 9 februari bevat het blad wegens papierschaarste zelfs geen meditatie. Als op 29 april 1945 het laatste nummer van Mededeelingen (nr. 162) verschijnt, valt de schriftoverdenking 'Geen vreeze in bange tijden' op. “Hoe ook de satan woedt... Een woord reeds doet hem vallen!”

Nummer
Tot vrijdag 5 oktober 1945 moet worden gewacht voor de Westlandsche Kerkbode weer verschijnt. Zoals het eerste 'nommer’ van de hand van ds. P. H. van Minnen van 's-Gravenzande, de Westlandse persdominee bij uitstek, nu tachtig jaar geleden op 2 oktober 1924 voor het eerst verscheen, zo komt de Kerkbode weer uit de strijd te voorschijn. En nog steeds valt een nu modernere uitgave bij alle gemeenteleden van de Westlandse gereformeerde kerken elke week in de bus.


 

Winter van 1928-1929

Uit: GROOT WESTLAND 21 februari 6 februari 2012
Door: L. Lindhout

Winter van 1928-1929
Nu (11 febr.) is het nog winter. Twee dagen eerder werd koortsachtig gehoopt op weer eens een Friese Elfstedentocht. De dagen daarvoor had het steeds flink gevroren. De Wollebrand was op 5 februari druk bevolkt met schaatsers en sleeërs. Na 9 februari nog flinke nachtvorst, -10 C. op 11 februari. Toch was de hoop op dé koningin der schaatstochten al vervlogen.
Voor Chris Koppenol (Monster) was dat aanleiding om een foto uit de oude doos te lichten. Hij bracht ons daarmee naar de strenge winter van 1928-1929. Op 21 februari 1929 waagde zijn vader, Leendert Willem Koppenol zich met zijn Ford een paar broers en dorpsgenoten bij de Amalia van Solmsstraat (H' dijk) op het ijs. Niet om daar even tussen een paar bruggen heen en weer te rijden. Nee, hij wilde over het bevroren water richting Vlaardingen rijden. Op 21 februari!!
Niet in het altijd koudere noordoosten, maar gewoon in het zuidwestelijke Westland.
De schaats tocht over de Vlaardingse Vaart was eind 19e eeuw al populair bij de Westlanders. Elke winter, als het ijs sterk genoeg was, bonden vele streekgenoten hun houten Friese doorlopers onder voor een retourte Vlaargingen. Toen nog een stad met een loggervloot Klapschaatsen, stalen noren met schoeisel, snelle pakken? Onbekend. De dagen van Kees Broekman en Wim van der Voort moesten nog aanbreken.

De 'heenvaart' gaf vaak een stevige koude noordooster in het gezicht. Op het retourpunt kochten de stoere Westlanders, o.a. bij bakker Hazenberg, de bekende 'Vlaardingse moppen'. Voor ze terug reden, deden ze eerst de moppen zorgvuldig in een helder rode boerenzakdoek. Die knoopten ze vast aan hun broekriem. De tocht naar het Westlandse thuis, veelal wind mee, voelde als een zegetocht. De rijders pronkten dan met het rode buideltje. Het bewijs dat ze Vlaardingen gehaald hadden. Het tegemoetkomende schaatsverkeer reageerde daar leuk en enthousiast op.
Toen deze al traditionele schaatstocht was voor Leendert Willem en zijn maten aanleiding om het eens anders te doen: met de auto. Misschien wilden zij het bewijs leveren dat je ook op die manier moppen kon halen in de visserijstad. En zo waar, het lukte deze avonturiers Vlaardingen te bereiken. Dat wil zeggen Vlaarding-Schouw, net voorbij de grens met Schipluiden. U kunt het lezen op de foto: 'Schouw 21/2 '29'. Een stopten voor 'koek en zopie'. Vermoedelijk was Schouw ook het keerpunt voor de Ford, want over de aankoop van 'moppen' is niets bekend. Dit relaas bevat de boodschap dat, zelfs als het 21 februari is, een Elfstedentocht nog denkbaar is. In genoemd jaar werd de Elfstedentocht maar liefst 2 keer gereden, nl. op 12 en 28 februari 1929. Op de 12e won Karst Leemburg. De rit op de 28ste staat niet op de officiële lijst.
Leendert Willem was destijds voorspoedig in zaken. In de jaren twintig ging hij met een hondenkar rond als melkboer. Op de kar koperen melkkannen. Later verkocht hij radio's, leverde hij ambulancediensten (met een daartoe omgebouwde Oldsmobiel). Behalve in Honselersdijk, had hij ook in Naaldwijk, Hoek van Holland en Monster filialen in radio, televisie en visa versa). Dit kleine imperium werd later overgenomen door een personeelslid en voortgezet als Expert in De Tuinen in Naaldwijk.

Hebt u informatie over dit artikel? Hebt u een leuk plaatje voor deze rubriek? Laat het ons weten. Ze is van harte welkom.
L. Lindhout
Kievitstraat 10
2675 VJ Honselersdijk
of via gerlee@caiway.nl.


Foto:

Bij de Ford Van links naar rechts:
Saam Dangennan (tuinder, Poeldijksepad 4)
in laadbak: Dirk Koppenol (zijn broer, Endeldijk 43)
Cees v. d. Maarel
Leendert Willem (zuivel en vleeswaren, v. d. Goesstraat 15, tel. 239)
Willem Koppenol (zijn broer, los werkman Noorduynstraat 28)
en ?