Leen en Coby ...we kunnen blijven varen...

”EEN OLIFANTJE OP HET WATER”

Door: RICHARD DE JONGE
Uit: Vaarkrant van De Telegraaf

DINTELOORD, zaterdag 28 januari 1995

Toen de bouwer failliet ging, dachten velen dat het gedaan zou zijn met de 20 voets Midget. Door inspanningen van de Midget Club en dan met name van Leen Koppenol werd een nieuwe bouwer gevonden en is het bootje voor ons land bewaard gebleven.

Vanaf de eerste Midget, die eind jaren zestig in ons land werd gebouwd, is het bootje een succes geweest. De breedte van 2.39 meter ten opzichte van een lengte van 5.95 meter, samen met het gewicht van maar liefst 1325 kilo, geeft de boot een enorme stabiliteit. En juist dat sprak en spreekt veel mensen aan. ,,Het is een toerzeilboot. Als je een Midget koopt met de bedoeling er wedstrijden mee te varen, kom je bedrogen uit”, zegt Leen Koppenol, oprichter en een van de grote animators van de Midget-Club.

Stabiliteit
Door de grote stabiliteit kun je met windkracht 5 of 6 nog rustig naar buiten. Het is een olifantje op het water dat blijft drijven als een kurk. Natuurlijk kun je er mee op het IJsselmeer varen, maar een Midget vaart het beste op zee. Dat is niet zo vreemd.
Want in wezen is de Midget een Oostzeejol. Het ontwerp is ontleend aan een zeilend vissers scheepje dat werd gebruikt door Deense vissers. De boot heeft een diepgang van 1.05 meter. Het totale zeil oppervlak bedraagt 19.2 m2
De Midget is een idee van Polymore in Harderwijk. Dit bedrijf was jarenlang verantwoordelijk voor de bouw van het casco, terwijl Maririg Yachting in Zuidland de af
bouw deed. Omdat Leen Koppenol zijn ervaringen met anderen wilde delen, zocht hij in 1977 contact met andere boot bezitters via de “Water Kampioen”. De Midget-Club was hierna spoedig een feit. De club heeft tegenwoordig ongeveer 140 deelnemers. Volgens Koppenol zijn er door de jaren heen een kleine twee honderd 20-voets Midgets gebouwd, Waarvan er ongeveer 120 in Nederland varen.

Koppenol: “Polymore ging echter failliet in 1982. Ik denk dat de werf aan zijn eigen degelijkheid ten onder is gegaan. In 1977 moest er 24.000 gulden voor een 20 "voets worden betaald. Dat was toen veel geld voor een bootje van zes meter. We zijn op zoek gegaan naar nieuwe bouwers en kwamen uiteindelijk bij de Jachtwerf gebroeders De Kloet in Kortenhoef terecht. Die bouwen sindsdien een 26 en een 31 voets Midget.”

Geen interieur is hetzelfde. Het ene schip heeft een kaal interieur met alleen hang matten, de andere heeft keurig met houten panelen beklede wanden en een derde heeft voorin de boot kastruimte in plaats van slaapplaatsen. Ondanks zijn beperkte afmeting kan een gezin met twee kinderen royaal en prettig met een 20 voeter met vakantie. Mits je de 1.35 meter hoogte in de kajuit voor lief neemt. Het gros van de 20 voets Midgets heeft een motor. Sommige schepen zijn voorzien van een dieselmotor, maar de meeste hebben een buitenboordmotor. Deze staat in een bun in het achterschip. Die van de familie Koppenol heeft een ingebouwde dieselmotor, deze is in het achterschip gebouwd.
De prijzen van een tweedehands 20 voets Midgets variëren van 15.000 voor een matig onderhouden schip tot 25.000 gulden voor een goed onderhouden schip met dieselmotor.